Archeologisch non-nieuws

Het praetorium in Keulen: een bekende toeristische trekpleister

Archeologen graven in de regel slechts sporen van resten van overblijfselen op. Het vergt veel uitleg om dat begrijpelijk te maken. Tegelijk gaan er honderdduizenden om in de archeologie. Dat leidt nogal eens tot klachten. In de Belgische gemeente Lier kon men laatst uitleggen hoe een miljoen euro was uitgegeven voor een onderzoek dat eigenlijk alleen één interessante munt had opgeleverd. De verplichting tot onderzoek staat steeds vaker op gespannen voet met het maatschappelijk draagvlak.

De oplossing is dat je het belang van je vondsten schromelijk overdrijft. Als je onderzoek doet in het onbekende Qasr al-Hir al-Sharqi, breng je naar buiten dat je graaft in het legendarische Palmyra, dat tenslotte slechts honderd kilometer verderop ligt; als je een standbeeld van Caligula aantreft, beweer je dat je zijn graf hebt gevonden; als je een boot in het meer van Galilea vindt, beweer je dat die uit de tijd van Jezus komt en huil je krokodillentranen als de pers vervolgens – geheel naar verwachting – schrijft dat het scheepje van Jezus was.

De pers vliegt er namelijk altijd in omdat journalisten zelden de tijd hebben om de persberichten te controleren. Dit keer was Nu.nl de niets-vermoedende verspreider van archeologische desfinformatie. “Paleis stadhouder Neder-Germanië gevonden”, kopt men, om vervolgens te schrijven dat de schamele resten in Keulen voor het huidige stadhuis liggen.

Dat zal geen archeoloog verbazen. Het zogeheten praetorium is namelijk al een eeuwigheid bekend, en grote delen ervan zijn gewoon toegankelijk voor het publiek. Voor hetzelfde toegangskaartje mag je ook nog honderd meter lopen door een Romeinse tunnel. Openingstijden en toegangsprijzen hier; luchtfoto van enkele resten aan het oppervlak daar.

Kortom, er is niets nieuws ontdekt, alleen is een nog onbekend deel van het gebouw blootgelegd. Maar als een archeoloog naar buiten brengt dat hij eigenlijk niets bijzonders heeft opgegraven, loopt zijn financiering gevaar. Om die reden bevat ongeveer 40% van de archeologische persberichten onjuistheden.

De enige oplossing is dat er een financieringsmodel komt waarin archeologen de pers niet hoeven te misleiden. Journalisten kunnen bovendien, tot het zover is, een bijdrage leveren door zich er bewust van te zijn dat ze oudheidkundige persberichten dienen te behandelen met hetzelfde wantrouwen waarmee ze de jaarcijfers van een multinational of een bericht namens een politieke partij lezen.

Update

Bliksemsnelle actie van Nu.nl: ik mailde ze en het artikel is meteen weggehaald. Chapeau!

About these ads

3 reacties op Archeologisch non-nieuws

  1. Misschien handig om te vermelden dat het om het stadhuis van Keulen gaat, dat overigens ‘toegankelijk’ (en niet toegankelijkheid) is voor publiek.
    Wordt het niet eens tijd om in verband hiermee een buitengewone goede 1 aprilgrap uit te halen? Wie weet dat dit mensen pas echt aan het denken zet.

  2. Iannica zegt:

    “Gelukkig” heeft de Telegraaf het bericht nog steeds, zodat ik kon lezen waar het nou helemaal over ging *grinnik*
    Maar het is inderdaad altijd weer leuk om de persberichten te lezen :-D

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 224 andere volgers

%d bloggers like this: