Historia Augusta (8): De biograaf

Probus (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

[Eind deze maand verschijnt bij Athenaeum – Polak & Van Gennep de eerste Nederlandstalige uitgave van de Historia Augusta. De vertaling van deze curieuze reeks biografieën van Romeinse keizers is van John Nagelkerken. Dit is de achtste van een reeks van negen blogposts; de eerste is hier.]

De historicus Ammianus Marcellinus, die een indrukwekkende geschiedenis heeft geschreven van de periode waarin de Historia Augusta tot stand lijkt te zijn gekomen, onderbreekt zijn verhaal ergens om te klagen over de oppervlakkigheid van Romes geletterde klasse, die zijns inziens scholing haatte als vergif en te veel triviale lectuur las. Als voorbeelden noemt hij de satiricus Juvenalis, die in deze tijd inderdaad weer in de mode raakte, en Marius Maximus. Waarschijnlijk was ook de laatste opnieuw populair en vond de auteur van de Historia Augusta Maximus’ biografieën, die hij typeert als breedvoerig, maar niks. Mogelijk heeft hij daarom besloten leesbaardere keizerlevens te schrijven.

Toen hij de primaire biografieën had geschreven, wilde onze auteur echter meer, en hij voegde daarom de secundaire biografieën toe, die hij baseerde op het al eerder geschrevene. Het resultaat beviel hem weinig, en daarom begon hij informatie toe te voegen. Dat konden verzonnen documenten zijn, maar zijn opmerkingen over de naam “Antoninus” (die in de primaire en secundaire biografieën nooit tegelijk voorkomen met verzonnen documenten) lijken hem aanvankelijk meer bevrediging te hebben gegeven. Hij besteedt er althans opvallend veel ruimte aan. De reden zou kunnen zijn dat hij met de Antoninus-passages enig verband legde tussen de afzonderlijke biografieën en zo eenheid oplegde aan zijn stof.

We zien hem in de overgangsbiografieën vaker worstelen met het onsamenhangende karakter van zijn materiaal. Zoals gezegd schrijft hij te hebben overwogen de levens van Macrinus en Diadumenianus samen te nemen.  Dat deed hij niet en zijn eerste poging het materiaal coherenter te maken, is het tweeluik van de duivelse keizer Elagabalus en de engelachtige Severus Alexander. Na dit experiment volgt dan toch de dubbele biografie van de twee Maximini en het driedubbele leven van de Gordiani.

In deze fase gebruikte de samensteller van de Historia Augusta als bronnen vooral enkele Griekse auteurs. Bij de late biografieën beschikte hij echter ook daar niet meer over. Het gebrek aan informatie compenseerde hij met langere inleidingen en nog meer valse documenten. Tegelijk was hij nu zo ontevreden met de sjabloon, dat hij het hele biografische genre voor een moment zelfs liet varen in de grote verzameling van usurpatoren die hij “de dertig tegenkeizers” noemde. De impliciete boodschap is dat het Romeinse Rijk door een crisis ging die dieper was dan kon worden verklaard vanuit het handelen van één of enkele keizers.

Inmiddels had de samensteller de smaak te pakken. Hij had al valse informatie toegeschreven aan valse bronnen, was al een stap verder gegaan door onware gegevens te baseren op bestaande bronnen en had “Aelius Cordus” al verzonnen, alleen om het met deze auteur oneens te kunnen zijn. (Voor zover mij bekend, bestaan er voor deze grap geen antieke parallellen.) De auteur van de Historia Augusta overtrof zichzelf door zes pseudoniemen aan te nemen en te pretenderen dat die fictieve personen schreven aan het begin van de vierde eeuw. Het is denkbaar dat de lacune die wij aantreffen tussen de overgangs- en late biografieën, niet duidt op de beschadiging van een handschrift, maar vanaf het begin deel heeft uitgemaakt van de misleiding. Zeker is het niet, maar het zou passen bij een schrijver die voortdurend probeert de lezers op het verkeerde been te zetten. Na de lacune, toen hij bezig was met de late biografieën, liet hij zich vooral leiden door zijn eigen agenda en we mogen aannemen dat het publiek de verwijzingen naar de familie van de voorname Petronius Probus heeft herkend en gewaardeerd.

Mogelijk is de Historia Augusta zo ontstaan, een in de Latijnse letteren unieke tekst. Dat wil overigens niet zeggen dat hij geheel zonder parallel is. In de Griekse literatuur bestaan vrij veel teksten waarin een historische kern door verzinsels is overwoekerd. Het bekendste voorbeeld is de zogeheten Alexanderroman, een biografie van Alexander de Grote waarvan de auteur eveneens verzonnen documenten citeert en grote vrijheden neemt met de historische feiten. Andere voorbeelden van het genre zijn De jeugd van Kyros van de klassiek-Griekse schrijver Xenofon en Het leven van Apollonios van Tyana van Filostratos.

In de Oudheid noemde men zulke teksten, die wij als vie romancée zouden aanduiden, soms “mythistorie”, en het is misschien geen toeval dat de enige plaats waar dit woord in het Latijn wordt gebruikt, de Historia Augusta is. De plaats lijkt ook al geen toeval: de proloog van de Macrinusbiografie, ofwel meteen na de laatste nog enigszins betrouwbare primaire biografie, op het moment dat de auteur begon aan de fantasierijkere secundaire en overgangsbiografieën.

Dat de grens tussen feit en fictie zo makkelijk werd genegeerd, is naar ons gevoel merkwaardig, maar in de oude wereld speelde deze tweedeling niet zo’n belangrijke rol. Je las geschiedenisboeken en biografieën om aan de hand van goede en slechte voorbeelden je morele oordeel te scherpen. De auteur van de Historia Augusta geeft dit aan als hij opmerkt dat hij het als zijn taak ziet “in zijn werk die zaken op te nemen die een mens dient te vermijden of na te volgen”. Als die voorbeelden berustten op feiten was dat meegenomen, maar om als moreel kompas te kunnen functioneren, was het niet noodzakelijk. Een geheel verzonnen heldendicht als Vergilius’ Aeneis volstond evengoed als een ware geschiedenis.

[wordt vervolgd]

About these ads

3 reacties op Historia Augusta (8): De biograaf

  1. Klaas zegt:

    Beste Jona, je link naar “Elagabalus” is zo dood als een pier. Ik denk dat je naar

    http://www.livius.org/he-hg/heliogabalus/heliogabalus.htm

    verwijst?
    Interessant trouwens die doorlichting van Historia Augusta, alleen begrijp ik niet wat die “Antoninus-passages” inhouden. Misschien kan je dat voor een leek zoals ik toelichten?

    • Link gerepareerd. Dank!

      De Antoninuspassages staan in het eerste of tweede stuk genoemd. Het gaat om heel gevarieerd materiaal over de naam “Antoninus”, die een tijd lang een soort keizerlijke titel lijkt te zijn geweest. Het is ook volkomen oninteressant, dus je mist er niet veel aan.

  2. MNb zegt:

    Als ik het goed begrijp dient er posthuum een Nobelprijs voor de Literatuur aan deze onbekende auteur te worden uitgereikt? Het is een knap staaltje.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 259 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: