Het is vandaag 1700 jaar geleden dat de Romeinse keizer Constantijn in een voorstad van Rome, vlakbij de Milvische brug, zijn rivaal Maxentius versloeg. De gebeurtenis wordt gewoonlijk geassocieerd met de opkomst van het christendom. Kort voor de veldslag zou Constantijn namelijk in een visioen een kruis hebben gezien met daarbij geschreven de woorden dat de God van de christenen hem de zege beloofde. Na de overwinning maakte een dankbare Constantijn een einde aan de christenvervolgingen en bekeerde hij zich zelfs tot het christendom.
Dat is wat de media u vandaag op de mouw zullen willen spelden, en zo staat het ongeveer in het Leven van Constantijn (1.26-32) dat de christelijke auteur Eusebios een kwart eeuw na de veldslag schreef. Maar hoewel de keizer aan het einde van zijn leven inderdaad christen was, liggen de zaken aanzienlijk ingewikkelder.
Om te beginnen waren op 28 oktober 312 de vervolgingen al voorbij. In de westelijke provincies was er al in 306 een einde aan gekomen. Er waren daar niet veel christenen en het was zinloos energie te verspillen aan de bestrijding van hun religie. In de oostelijke provincies duurde de vervolging langer, maar in 311 had de aldaar residerende keizer Galerius er ook in zijn gebieden een einde aan gemaakt. Korte tijd later overleed de enige vorst die werkelijk werk had gemaakt van de christenvervolging. Er viel 1700 jaar geleden dus al niets meer te beëindigen.
Een tweede complicatie is dat met zekerheid valt te zeggen dat Constantijn een visioen heeft gehad in 309/310. Een redenaar, die de keizer bij een feestelijke gelegenheid moest toespreken, haalde later in het jaar herinneringen op aan de verschijning van de zonnegod:
U was afgeweken van uw route om een bezoek te brengen aan de mooiste tempel ter wereld, meer nog, om er de godheid te bezoeken die daar, zoals u gezien heeft, verblijft. Want, naar ik meen, Constantijn, zag u daar uw Apollo. Vergezeld van Victoria bood hij u lauwerkransen aan, die elk de voorspelling inhielden van dertig jaar. [...] Trouwens, waarom zeg ik ‘naar ik meen’? U hééft de god gezien. (Panegyrici Latini 7 (6) 21.4-5)
Uit deze tijd dateren ook munten die de keizer tonen als metgezel van de zonnegod. Historici zullen de stelligheid waarmee de spreker beweert dat Constantijn de zonnegod heeft gezien, niet snel voor hun rekening nemen, maar het is niet zo’n wilde hypothese dat de keizer een halo met parhelia om de zon heeft gezien, die inderdaad valt te interpreteren als een drietal kruisen, ofwel het Romeinse cijfer XXX voor dertig jaar.

Kortom, er is een lichtvisioen geweest (in 309/310), er is een veldslag geweest (vandaag 1700 kaar geleden) en Constantijn is het christendom goedgezind geweest – aan het einde van zijn regering. Hoe zijn die drie gecombineerd geraakt? Hoe kan een Romeins cijfer XXX zijn veranderd in één kruis?
In feite is het een simpele kwestie. Het verhaal dat Constantijn een lichtend kruis heeft gezien, is namelijk aanzienlijke tijd na de beschreven gebeurtenissen opgeschreven. Het staat voor het eerst vermeld in het rond 340 door de al genoemde Eusebios gepubliceerde Leven van Constantijn. Als dit alle feiten zouden zijn, hadden oudhistorici de jongste informatie allang uitgelegd als een verkeerde weergave van het Apollovisioen, temeer omdat Eusebios het verhaal van Constantijns zege al rond 315 had verteld in een ander boek, de Kerkgeschiedenis (9.9), en toen het kruisvisioen niet vermeldde. En als een historicus een bron heeft uit 310 die een lichtvisioen vermeldt, een bron uit 315 die nergens van weet, en een bron uit 340 die dingen combineert, dan zal hij snel concluderen dat de jongste bron zich vergist.
Normaal gesproken zouden we dus hebben aangenomen dat Eusebios’ latere verslag beïnvloed is geweest door het feit dat Constantijn in 324 ook heerser werd van de oostelijke provincies, waar veel christenen woonden, en dat hij gedwongen was met hen samen te werken. Het is inderdaad niet uitgesloten dat Constantijn zijn verhaal heeft aangepast aan zijn nieuwe onderdanen; het kan zelfs te goeder trouw zijn gebeurd. De menselijke herinnering is immers als een hond die gaat liggen waar hij wil.
De complicerende factor is een intens gemeen pamflet met de titel De dood van de vervolgers, geschreven in 313 of 314 door de christelijke auteur Lactantius. Deze meldt daarin dat Constantijn en zijn medekeizer Licinius (de opvolger van Galerius) allebei wonderbaarlijke dromen hadden (zie vooral Dood van de vervolgers 44-46). Constantijn liet daarop
(of een teken dat erop leek) schilderen op de schilden van zijn soldaten. Lactantius legt dit uit als sympathiebetuiging aan het christendom en vermeldt even later dat Constantijn en Licinius het zogeheten Edict van Milaan uitvaardigden, waarin ze het einde van de vervolgingen bevestigden. Deze maatregel was belangrijker voor Licinius dan voor Constantijn, in wiens provincies immers niet zo veel christenen leefden.
De crux is nu of het
dat Constantijn op de schilden liet schilderen, in 312 al een christelijk symbool was. In feite weten we dat niet. Er is uit Rome een moeilijk dateerbare christelijke graffito bekend, maar dat is – voor zover ik weet – de enige afbeelding die ouder is dan Constantijns bekering. Het teken speelde wel met zekerheid een rol in de cultus van de zonnegod.
Het lijkt er dus op dat Constantijn in 309/310 een lichtvisioen heeft gehad dat hij aanvankelijk uitlegde als afkomstig van de zonnegod. Het symbool dat hij bijna drie jaar later op de schilden liet schilderen, werd door christenen uitgelegd als teken van ’s keizers bekering, maar past even goed binnen de verering van de zonnegod. In 324 verwierf Constantijn de oostelijke provincies en ging hij samenwerken met de christenen. Nog eens tien jaar later was hij het visioen waarmee het was begonnen, gaan beschouwen als manifestatie van Christus.
Hij stierf in ieder geval zeker als christen. Eusebios zegt dat de keizer zich kort voor zijn dood liet dopen, en dat wordt bevestigd door Constantijns mausoleum in Constantinopel. Daar rustte hij te midden van de relieken van de twaalf apostelen, als was hij een tweede Christus. Voor de moderne lezer riekt dat naar blasfemie, maar voor een Romeinse keizer was het volkomen normaal om na zijn dood te worden erkend als god.
Literatuur
- Het bovenstaande is een bewerking van een hoofdstukje uit mijn boek Spijkers op laag water. Vijftig misverstanden over de Oudheid.
- D. Praet, De god der goden. De christianisering van het Romeinse Rijk (1995)
- P.Weiss, ‘The vision of Constantine’, in: Journal of Roman Archaeology 16 (2003) blz. 237-259.



“De gebeurtenis wordt gewoonlijk geassocieerd met de opkomst van het christendom.”
Dat heb ik nooit zo gesnapt. Het eerste concilie van Nicea en Constantijns doop hebben mij altijd belangrijkere gebeurtenissen geleken. De twee belangrijke, misschien wel doorslaggevende factoren waren het grote aantal christenen in de legioenen en de overweging dat alleen het christendom voor een verenigende ideologie kon zorgen. Dwz, ik speculeer dat dat Constantijns overweging is geweest. Als ik gelijk heb heeft Constantijn zich flink vergist; maar ook had hij eigenlijk geen keuze.
Een verhaal als dat visioen is er dan achteraf altijd wel bij te houden. Het doet er nauwelijks toe of Constantijn het ook echt gehad heeft. Het is wel leuk om zulke dingen uit te zoeken.
Zo lijkt het me ook aardig om de voorouderlijke lijn van Sylvester Stallone tot op Italiaanse voorouders te onerzoeken. Misschien kan hij alsnog gekroond worden….:- )
Volgens mij is Constantijn gewoon zeer pragmatisch bezig geweest. Een en ander wordt in mijn ogen bewezen doordat Constantijn zich pas op zijn doodsbed heeft laten dopen…….
HJ, op zich was dat niet eens ongebruikelijk, maar ik zelf leg het ook uit als een pragmatische actie. Niet verwonderlijk echter als je bedenkt dat de tijd er nog niet echt rijp voor was: het is aan de historici om uit te vechten of Constantijn zich Christelijk voelde maar niet helemaal uit de kast durfde te komen, of dat het hem niet bijzonder kon schelen totdat de teerling aan het einde van zijn bewind geworpen was: de toekomst was aan de Christenen en met zijn bekering maakte hij nog een laatste politieke stap ter ondersteuning van zijn dynastie. Hoe het ook zij, de strategie is bijzonder succesvol gebleken.