Dood in Triëst (2)

juli 26, 2014
Triëst, het mausoleum van Winckelmann

Triëst, het mausoleum van Winckelmann

[Dit is het tweede en laatste van mijn stukjes over de dood van Winckelmann, de grondlegger van de kunstgeschiedenis. Het eerste is hier.]

De relatie tussen Winckelmann, die in Italië verbleef, en zijn Duitse vaderland was niet optimaal. De keurvorst van Saksen, die hem ooit een jaargeld ter beschikking had gesteld om in Italië te studeren en kunst aan te kopen voor het museum in Dresden, had dat ook weer ingetrokken en hoewel de geleerde snel genoeg nieuw emplooi had gevonden, voelde hij zich niet op waarde geschat. Een sollicitatie in Pruisen was afgesprongen op de spaarzaamheid van Frederik de Grote (of de hoge looneisen van de oudheidkundige). Maar in 1768 besloot Winckelmann. eenenvijftig jaar oud, de reis over de Alpen te maken.

Lees de rest van dit artikel »


Parthenon Marbles

juli 25, 2014

Detail van de Elgin Marbles (British Museum)

Traditioneel worden ze de “Elgin Marbles” genoemd, maar een slimme, ongetwijfeld Griekse, taaltacticus heeft het woord “Parthenon Marbles” bedacht om te benadrukken dat het gaat om kunstwerken die behoren in de tempel op de Atheense akropolis. De prachtige marmeren reliëfs zijn momenteel in het British Museum maar Griekenland wil ze terug. De bovenste verdieping van het enkele jaren geleden in Athene geopende, prachtige Parthenonmuseum is alvast ingericht om ze terug te verwelkomen. Op Historiek legt Natascha Neef uit waarom ze weer naar Athene moeten.

Laat vooropstaan staan dat ik eigenlijk al haar argumenten hout vind snijden. Ik heb in het oude Akropolismuseum – dat met zijn beperkingen overigens ook zijn charmes had – wel eens een petitie getekend waarin de Britten werden opgeroepen de stukken terug te geven. Nu ik erover denk, geloof ik dat ik daar voor het eerst de naam “Parthenon Marbles” tegenkwam.

U voelt echter al aankomen dat ik aan de kwestie ook een andere kant ontwaar.

Lees de rest van dit artikel »


Vingers en cijfers

juli 22, 2014

pellegriniEr is iets raars aan de hand met herdenkingen. Dat wat herdacht moet worden is in het 100e jaar niet belangrijker dan in het 99e jaar. De enige reden om dit jaar 2000 jaar keizer Augustus, 1200 jaar Karel de Grote of 100 jaar Eerste Wereldoorlog te herdenken, is dat die aantallen er zo leuk bij staan in het tientallig stelsel. Anders gezegd, we hebben de platvloersheden dit jaar te wijten aan het feit dat we tien vingers hebben. Het belang van geschiedenis afhankelijk van een biologisch feitje.

Zouden we twee keer drie vingers en een zestallig stelsel hebben, dan noteerden we dit jaar dat Augustus 13132 jaar dood was, dan schreven we nu dat Karel de Grote 5320 jaar geleden overleed en hadden we alweer tot 244 geteld voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dan zouden we nu niets herdenken.

Lees de rest van dit artikel »


Dood in Triëst (1)

juli 21, 2014
Winckelmann

Mengs’ portet van Winckelmann

Dertien jaar geleden: ik was op weg naar Rome, of eigenlijk Ostia, waar ik gedurende een paar weken wilde werken aan een boek. Het werd een gouden tijd, onvergetelijk doordat AS Roma landskampioen werd. De pret begon echter al op de heenweg: we reden om over Udine omdat we naar het eiland Krk wilden. Niet dat er iets is te zien, maar mijn reisgenoot en ik waren als kind, bladerend door de atlas, al gefascineerd geraakt door een plaatsnaam zonder klinker.

Tenzij u kikt op zwaarlijvige Duitsers die in een te kleine zwembroek op een scooter over de boulevard crossen, kan ik u Krk niet aanraden. Triëst des te meer. Het is de laatste Italiaanse stad voor je Slovenië binnenrijdt. De Porto Vecchio, het Romeinse amfitheater en de witte wijn bij de lunch schieten me als eerste te binnen, maar we kwamen voor het graf van Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), de grondlegger van de kunstgeschiedenis.

Lees de rest van dit artikel »


Griekse oorlogvoering (2)

juli 12, 2014
Korinthische helm (British Museum)

Korinthische helm (British Museum)

[Ik ben deze dagen vooral bezig met werken aan mijn boek en terugkeren van Curaçao naar Amsterdam. Mijn collega en vriend Josho Brouwers, redacteur van Ancient Warfare, is gisteren en vandaag gastblogger. Het eerste deel was hier.]

Gebrek aan theoretische inkadering

Het derde probleem is dat wetenschappers die zich met de oudheid bezighouden, en de Griekse oorlogvoering in het bijzonder, geen duidelijke methodologie hebben. Men bestudeert het oorspronkelijke bewijsmateriaal en ‘leest’ daar het verleden uit. Vooroordelen worden niet expliciet gemaakt; theoretische kaders worden genegeerd. Vrijwel nooit maakt men duidelijk welke theorieën men aanhangt, hoe men de gegevens interpreteert, enzovoort.

Dit zorgt ervoor dat stomme fouten gemakkelijk in verhandelingen van wetenschappers kunnen sluipen. Zo maakt men zich niet zelden schuldig aan de zogenaamde Everest Fallacy van Keith Hopkins. Herodotus beschrijft bijvoorbeeld de Slag der Kampioenen, waarin de Argivers en Spartanen besloten om een oorlog te laten beslechten in een veldslag bestaande uit 300 kampioenen aan elke zijde. De strijd verliep echter niet zoals gepland en een algemene strijd tussen de legers brak naderhand alsnog uit. Volgens veel moderne wetenschappers is deze slag een voorbeeld van het ‘ritualiserende’ karakter van oorlogvoering in het archaïsche Griekenland. Maar Herodotus beschrijft deze veldslag niet omdat hij normaal is, maar juist omdat hij uitzonderlijk is.

Lees de rest van dit artikel »


Griekse oorlogvoering (1)

juli 11, 2014
Korinthische helm (British Museum)

Korinthische helm (British Museum)

[Ik ben deze dagen vooral bezig met werken aan mijn boek en terugkeren van Curaçao naar Amsterdam. Mijn collega en vriend Josho Brouwers, redacteur van Ancient Warfare, is vandaag en morgen gastblogger.]

Vorige week was ik Wales, om precies te zijn in het plaatsje Aberystwyth. Hoewel redelijk klein, bezit dit kustplaatsje een universiteit waar voor de tweede keer de International Ancient Warfare Conference werd georganiseerd.

Het congres barstte los op dinsdag 1 juli en nam drie dagen in beslag, waarbij steeds twee parallelle sessies plaatsvinden. Het was een zeer aangenaam congres met veel goede en enkele zeer sterke lezingen. Ik bezocht het als redacteur van het populairwetenschappelijke tijdschrift Ancient Warfare, dat alweer sinds 2007 door Karwansaray Publishers in Zutphen wordt uitgegeven.

Lees de rest van dit artikel »


Wetenschapsfraude in 1498

juli 8, 2014
Geleerden uit de Renaissance

Geleerden uit de Renaissance

In 1498 publiceerde een geleerde monnik uit Viterbo, Giovanni Nanni (1432-1502), zeventien delen met Commentaria super opera diversorum auctorum de antiquitatibus loquentium, ofwel “Commentaren op de werken van diverse oudheidkundige auteurs”. Het ging om aantekeningen bij materiaal dat hij deels had gekregen van een Armeense monnik en deels had aangetroffen in een bibliotheek in Mantua.

Het was voor de geleerden van die tijd volkomen nieuw, al waren de auteursnamen Berossos en Megasthenes vertrouwd en waren uit hun oeuvre zelfs wat fragmenten bekend. Ook Manethon was een oude bekende: verschillende antieke auteurs verwezen naar zijn Egyptische geschiedenis. De vondsten vormden een sensatie, aangezien onder de herontdekte teksten beschrijvingen waren van gebeurtenissen waarbij het Joodse volk betrokken was geweest. Talloze Bijbelpassages waarvan de historische betrouwbaarheid in twijfel was getrokken, vonden nu onafhankelijke bevestiging, zodat het gelijk van de Kerk was vastgesteld.

Lees de rest van dit artikel »


Zwangere steen

juli 3, 2014
The baby stone

De baby-steen

De vriendin uit Beiroet waarover ik zojuist schreef, vertelde me ook over een recent bezoek aan Baalbek. Als je het stadje binnenrijdt, zul je een antieke steenmijn passeren, waar je de grootste steen zult zien die ooit door mensen is uitgehouwen. Ze wordt aangeduid als Hajar al-Hibla, de “zwangere steen”. De eigenaar van de kleine souvenirwinkel naast de groeve begroette mijn vriendin met de enthousiaste woorden dat de zwangere een baby had gekregen.

Wat was er gebeurd? Archeologen die even langs kwamen om de plaats te inspecteren, zoals zo nu en dan gebeurt, ontdekten een rechte richel die ze nog nooit eerder hadden gezien. Ze begonnen die te onderzoeken en ontdekten een “baby-steen” die vermoedelijk nog groter is dan de al bekende steen. Hajar al-Hibla is twintig meter lang en heeft een hoogte en breedte van 4½ meter, deze steen blijkt vijf meter breed te zijn; de hoogte is nog onbekend. Zonder twijfel was ook deze monoliet bestemd voor de nabijgelegen tempel van Jupiter.

De foto hierboven werd me gestuurd door mijn vrienden van reisbureau Libanva.

PS

Judith Weingarten herinnert me eraan dat de onvoltooide obelisk die aan de Egyptische koningin Hatshepsut wordt toegeschreven, nog een stuk groter is: 42 meter lang en 2,5-4,4 meter in doorsnee.


Pothos

juni 30, 2014
Pothos (Napels)

Pothos (Napels)

Het lelijke beeld hierboven stelt Pothos voor, de verpersoonlijking van het verlangen. Net als Himeros, eveneens een verpersoonlijking van het verlangen, gold hij als zoon van Eros. Het verschil tussen de twee broers was dat Himeros’ verlangen bereikbaar was en dat van Pothos niet. Alleen in een betere, meer volmaakte wereld zou dit verlangen vervuld kunnen worden en daarom werd Pothos geassocieerd met de dood. De bloem die de oude Grieken op graven plachten te leggen, ridderspoor, werd ook pothos genoemd.

Lees de rest van dit artikel »


Agrigento

juni 19, 2014

De tempel van Concordia

Sicilië ligt precies halverwege de Middellandse Zee. Wie van het noorden naar het zuiden wil, kan via het eiland oversteken van Europa naar Afrika; wie van het oosten naar het westen wil, kan er even op verhaal komen. Het is dus niet zo vreemd dat Sicilië altijd bezoekers heeft ontvangen, die, als ze eenmaal de fabelachtige agrarische rijkdom hadden ontdekt, maar al te vaak een eigen nederzetting bouwden. De geschiedenis van het eiland is daardoor ook een verhaal vol elkaar snel opvolgende volken: Feniciërs uit Libanon, Grieken, Karthagers, Romeinen, Byzantijnen, Arabieren, Noormannen, Fransen en Spanjaarden hebben allemaal hun sporen achtergelaten.

Geschiedenis

Scène uit de Trojaanse Oorlog (Archeologisch museum)

Agrigento is in 581 v.Chr. gesticht door Grieken uit Gela, een stad die iets verder naar het oosten ligt. De oorspronkelijke naam van de kolonie is Akragas. Het draaide aanvankelijk vooral om een al iets ouder heiligdom en de haven in het zuiden, het huidige Porto Empedocle, maar de eigenlijke stad werd iets verder landinwaarts gebouwd, waar ze lag op veilige afstand van eventuele piratenaanvallen en tegelijk dichtbij de akkers. Al snel werd de moederstad overvleugeld door de kolonie.

De schamele resten van de enorme Zeustempel

De alleenheerser Theron en zijn schoonzoon Gelon van Syracuse werkten vaak samen, onder andere in de oorlog tegen de Karthagers, die in 480 v.Chr. naar het westen van het eiland werden verdreven. Om de overwinning te vieren, bouwden de Agrigentijnen de tempel van Zeus.

De stad was opvallend rijk, zoals blijkt uit de vele tempels, waarvan de ruïnes nog altijd zijn te zien. In deze tijd leefde ook Empedokles, een ooit beroemde filosoof over wie we minder weten dan we zouden willen. De paarden uit Agrigento waren destijds wereldberoemd: bij de Olympische Spelen ging de overwinning in de paardenraces tot vervelens toe steeds weer naar Agrigento. De dichter Pindaros noemde het “de mooiste stad van de mensheid”.

De welvaart riep afgunst op. In een oorlog met Syracuse dolf de stad het onderspit, waarna er een democratie werd ingesteld. In 406 verwoestten de Karthagers het verzwakte Agrigento, waarna een periode volgde die archeologisch nauwelijks bekend is. In 340 werd de stad herbouwd, nu als een dochter van Syracuse. Agrigento bloeide opnieuw op.

Het zogenaamde “Graf van Theron”, in feite een monument voor de Romeinse gesneuvelden in de Eerste Punische Oorlog.

In 264 brak de Eerste Punische Oorlog uit, een conflict tussen Rome en Karthago. De Romeinen boekten een snelle overwinning en annexeerden Messina, maar ontdekten dat ze nooit zeker zouden zijn van hun verovering als ze niet heel Sicilië zouden beheersen. In 261 veroverden ze onverwacht Agrigento, en bereikten daarmee dat de oorlog inderdaad escaleerde tot de grootste oorlog uit de Oudheid. Pas twintig jaar later waren de Romeinen de situatie meester.

De hoofdstad van het Romeinse Sicilië was Syracuse, dat vanuit Rome makkelijker bereikbaar is. De opbloei van Agrigento kwam zo tot een einde en de stad bleef een ietwat slaperig provinciestadje, bewoond door grootgrondbezitters die hun plantages lieten bewerken door slaven.

De stad heeft zo dus twee bloeiperiodes gehad. De eerste daarvan was in de zesde en vroege vijfde eeuw. Uit deze periode dateren veel van de tempels. De tweede periode was na 340 en kwam ten einde met de komst van de Romeinen. Uit deze tijd dateren de stedelijke ruïnes iets noordelijker. Het huidige stadje ligt op de antieke akropolis.

Bezienswaardigheden

Tempel van Juno/Hera

Agrigento is vooral bekend om de spectaculaire reeks tempels langs de zuidelijke muur van de antieke stad. Van oost naar west zijn dat de tempels van Juno, Concordia, Hercules, Jupiter en de aardgoden. Ze dateren allemaal uit de eerste bloeiperiode.

Helemaal in het oosten ligt de tempel van Juno, die eigenlijk de tempel van Hera zou moeten heten, want zo noemden de Grieken de echtgenote van de oppergod nu eenmaal. De Italianen gebruiken echter bij voorkeur de namen die de Romeinen gaven aan de Griekse goden. Deze tempel is gebouwd rond 450 v.Chr. Hier en dara zijn nog sporen zien van de brand in 406 v.Chr.

Tempel van Herakles

De rond 430 gebouwde tempel van Concordia – of Harmonia, zoals de Grieken de godin noemden – is een van de best-bewaarde tempels uit de Oudheid. Dat komt doordat het gebouw lange tijd in gebruik is geweest als kerk. Hoewel het helemaal niet zeker is dat het heiligdom daarvoor was gewijd aan de Eendracht, is het in Agrigento de gewoonte dat bruidsparen er even een bezoekje brengen.

Via een vroeg-christelijke begraafplaats (met een catacombe) kom je bij de tempel van de halfgod Heracles, die, gebouwd rond 500 v.Chr., vermoedelijk het oudste heiligdom is van Agrigento. Er is niet veel meer van over dan een hoop stenen en een negental zuilen.

Maquette van de Zeustempel

Ze zijn opgericht door een excentrieke Engelsman die hier woonde, Alexander Hardcastle. Zijn buste staat bij zijn villa langs de weg naar de Concordiatempel, en die onderscheiding heeft de man dubbel en dwars verdiend, want hij besteedde bijna zijn hele vermogen aan de opgravingen van Agrigento.

Aan de andere kant van de grote weg tussen het moderne stadje Agrigento en Porto Empedocle ligt de kolossale tempel van Zeus. Het is moeilijk er een voorstelling van te maken, want het gebouw was letterlijk onvoorstelbaar groot, en het was dan ook onvoltooid toen de Karthagers de stad in 406 brandschatten. De aanval op deze tempel deden ze met extra enthousiasme, want deze tempel is begonnen in 480 en grotendeels gebouwd door Karthaagse krijgsgevangenen die zo ongelukkig waren dat jaar in Griekse handen te vallen.

Atlant van de Zeustempel

Omdat de resterende ruïne aan de grote weg lag, was ze een makkelijk bereikbare steengroeve, zodat veel stenen zijn hergebruikt in de tweede bloeiperiode van de stad. Gelukkig ligt er nog een enorme “atlant”, een standbeeld van een man die een deel van een gebouw lijkt te dragen. (Deze mannelijke karyatiden worden ook wel “telamones” genoemd.) Een maquette in het archeologisch museum verheldert hoe het gebouw eruit zag. Het gigantische beeld is nog geen kwart van de totale hoogte van de tempel!

Achter de Zeustempel is nog een nogal ingewikkelde opgraving. Er is in elk geval een stadspoort (“poort vijf”) te zien, en verder zijn er een L-vormig portiek en een paar huizen herkenbaar. Een omheind gedeelte was gewijd aan de aardgoden.

Het heiligdom van de aardgoden

Het heiligdom van de aardgoden staat (ten onrechte) ook wel bekend als de tempel van Castor en Pollux. Het gaat om verschillende cultusplaatsen, waarvan er één cirkelvormig is. Deze moet, net als de ronde tempel van Vesta op het Forum in Rome, oeroud zijn: de cirkelvorm bewaart vermoedelijk het plattegrond van een hut, waar een primitief soort cultus kan hebben plaatsgevonden.

Bij opgravingen is vastgesteld dat hier al in de zevende eeuw v.Chr. offers zijn gebracht, en dat is dus vóór de Grieken hier een stad bouwden. Men heeft zich dus gevestigd bij een bestaande cultusplaats.

De raadszaal

Wie langs de grote weg naar het stadje klimt, loopt over de eigenlijke antieke stad, waar de mensen hebben gewoond die in de zojuist genoemde tempels hun goden vereerden. Het gebied moet nog grotendeels worden opgegraven, maar het lijkt erop dat er vooral veel zal worden gevonden uit de tweede bloeiperiode van Agrigento, tussen 340 en 260. Eén gebouw is al te zien, namelijk de raadszaal. Daarnaast is het mooie museum.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 244 andere volgers