De schade van zwarte handel

Plundering in Šahr-e Qumis
Plundering in Šahr-e Qumis, Iran (2005)

Het probleem met de clandestiene handel in oudheden is, eh, dat ze clandestien is. We kennen het begin en het einde, maar het tussenliggende deel is onbekend. Aan het begin zien we geplunderde archeologische sites en kennen we de schade die is aangericht in musea (de laatste jaren in Egypte, Irak, Libië en Syrië). Wat we eveneens kennen is het einde: als de illegaal opgegraven voorwerpen op de markt komen. Wat er gebeurt tussen plundering en markt, dat is dus een stuk minder bekend.

Niet dat deze tussenhandel volledig onzichtbaar is. Iedereen kan haar zien op bijvoorbeeld eBay. Omdat ik een grote website beheer over de Oudheid, Livius.org, krijg ik regelmatig oudheden aangeboden of vragen over voorwerpen die mensen “toevallig” op het erf hebben gevonden. Vóór de Arabische Lente kwamen de aanbiedingen vooral uit Turkije en Iran, daarna vooral uit Egypte en later keerde Turkije terug met voorwerpen waarvan ik denk dat ze komen uit Syrië of Irak. De politie vangt soortgelijke glimpen op, maar in feite weet niemand wat er tussen roof en markt gebeurt.

Lees verder “De schade van zwarte handel”

Het backfire-effect

Vluchtelingen in Zahlé (Libanon)
Vluchtelingen in Zahlé (Libanon)

“Tijd om fictie van feiten te onderscheiden”, schrijft Carlijne Vos in een verhelderend stuk in De Volkskrant van zaterdag 23 januari over de toestroom van asielzoekers. Er is niets mis met haar betoog en indien u het nog niet heeft gelezen, moet u dat zeker doen. Als u probeert genuanceerd te danken over de problematiek, heeft u een hoop gegevens bij elkaar. Als u zich daarentegen vooral zorgen maakt, zult u worden bevestigd in uw idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon liegen om hun multiculti-ideaal aan u op te dringen.

Die laatste reactie is dan een uiting van het backfire-effect. Het presenteren van de correcte feiten is weliswaar een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar niet als de context polemisch is, zoals met de huidige discussie. Om wat voorbeelden te geven uit mijn eigen vak, de oudheidkunde:

Lees verder “Het backfire-effect”

Pleisterspray

pleisterspraySommige dingen zou je als blogger eigenlijk niet moeten doen. Bijvoorbeeld een markante observatie van een taxichauffeur, kapper of degene naast je bij de haringkar weergeven en vervolgens gebruiken als kapstok voor een algemenere beschouwing. Of vertellen welk gesprek je nou weer hoorde in de trein. Twitter daar maar over, als je het zo nodig kwijt moet.

Goed, u ziet aankomen dat ik deze regel nu ga breken en inderdaad: ik zat laatst in de trein. Het was het boemeltje van Apeldoorn naar Zutphen, dat altijd een oase van rust is na de trein vanuit Amsterdam. Ik luisterde mee naar het gesprek van drie jonge vrouwen – misschien begin twintig – over de oproep van de PVV om vrouwen pepperspray te laten gebruiken tegen mogelijke belagers. De drie hadden een beter plan.

Lees verder “Pleisterspray”

Moderne kunst

rockstrangersIk begin vandaag met een clichévraag: “hoe komt het dat zoveel mensen een hekel hebben aan moderne kunst?” (Dikwijls is de vraag een verzuchting: “hoe komt het toch…”.) Het antwoord is vaak al even clichématig: men denkt dat het publiek uitleg nodig heeft over moderne kunst. Beter kunstonderwijs! Dat lijkt me, eerlijk gezegd, vooral olie op het vuur gooien. Je zegt dan namelijk in feite tegen de criticus: “ik neem je kritiek niet serieus maar ben de beroerdste niet, ik zal je uitleggen waarom jij het verkeerd ziet”.

Die neerbuigendheid, dat onvermogen een zaak van twee kanten te bekijken, dát is wat mensen tot razernij brengt. Afgezien van dat ene kunstwerk dat ze lelijk vinden – ik heb wel eens geblogd over een Apeldoornse tankversperring en een opvallend tuinbeeld – hebben mensen helemaal niets tegen moderne kunst. Ze hebben wél een hekel aan het aplomb waarmee die aan de man wordt gebracht.

Lees verder “Moderne kunst”

Bangmakerij

Aristoteles (Kunsthistorisches Museum, Wenen)
Aristoteles (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Ik zal de allerlaatste zijn om te zeggen dat kennis van de Oudheid noodzakelijk is, maar soms zit er in de bonte grabbelton van antieke ideeën iets bruikbaars. Zoals Aristoteles’ opvattingen over de wijze waarop mensen in een discussie anderen overtuigen, een onderwerp waar hij opvallend veel en heel origineel over heeft geschreven. De Griekse filosoof meende dat drie factoren een rol speelden:

  1. logos: de logische opbouw van de argumentatie;
  2. ethos: of de spreker persoonlijk overtuigend is;
  3. pathos: of de spreker aan de gevoelens van het publiek weet te appelleren.

Klinkt simpel, is simpel. Er zijn eenvoudig te benoemen fouten die je kunt vermijden.

Lees verder “Bangmakerij”

De Nederlandse Boekengids (2)

(klik=groot)
(klik=groot)

Ik vertelde gisteren dat ik het nare gevoel heb dat onze samenleving uiteenvalt doordat elke groep  uit het enorme aanbod aan informatie zijn eigen feiten selecteert. Ik sluit niet uit dat het selecteren van diezelfde feiten – lees: het afsluiten voor andere informatie – groepen zelfs helpt zichzelf te definiëren. Ik heb het idee dat deze informatieverzuiling iets wezenlijk nieuws is en ik ben niet de enige die zich zorgen maakt over de gevolgen: Bas Heijne schreef zaterdag iets soortgelijks in het Handelsblad, al ging het hem niet om het informatieoveraanbod als oorzaak van het uiteenvallen.

Ik opperde dat er meer trefpunten moesten zijn waar mensen elkaars ideeën konden leren kennen. Het is vanuit dit perspectief dat ik kijk naar De Nederlandse Boekengids, waarvan onlangs het nul-nummer is verschenen en die ik een warm hart toedraag, zelfs als ik hieronder kritisch ben. Voor een ander perspectief: zie het stuk van Michel Gastkemper dat u eergisteren hier las.

Lees verder “De Nederlandse Boekengids (2)”

Clintons onderwijsvisie

De komende leider van de vrij wereld – ik bedoel de volgende president van de Verenigde Staten – is óf een republikein óf een democraat. Je zou lachen om het republikeinse veld als er geen reële kans bestaat dat een van deze mafketels werkelijk president wordt: uiteindelijk is een van deze idioten de republikeinse kandidaat die het opneemt tegen de democratische kandidaat, en op dat moment is de stemverhouding ineens weer ruwweg 50/50.

Aan de democratische zijde lijkt Hillary Clinton de gedoodverfde kandidaat. Hier is haar ambitieus bedoelde visie op het onderwijs.

Lees verder “Clintons onderwijsvisie”