Het backfire-effect

Vluchtelingen in Zahlé (Libanon)
Vluchtelingen in Zahlé (Libanon)

“Tijd om fictie van feiten te onderscheiden”, schrijft Carlijne Vos in een verhelderend stuk in De Volkskrant van zaterdag 23 januari over de toestroom van asielzoekers. Er is niets mis met haar betoog en indien u het nog niet heeft gelezen, moet u dat zeker doen. Als u probeert genuanceerd te danken over de problematiek, heeft u een hoop gegevens bij elkaar. Als u zich daarentegen vooral zorgen maakt, zult u worden bevestigd in uw idee dat die linkse journalisten van De Volkskrant desnoods gewoon liegen om hun multiculti-ideaal aan u op te dringen.

Die laatste reactie is dan een uiting van het backfire-effect. Het presenteren van de correcte feiten is weliswaar een manier om een discussie naar een goed einde te brengen, maar niet als de context polemisch is, zoals met de huidige discussie. Om wat voorbeelden te geven uit mijn eigen vak, de oudheidkunde:

Lees verder “Het backfire-effect”

Lulletje Rozenwater

spraakverwarringHistorici, zo geeft De Volkskrant van gisteren de mening weer van toekomstonderzoeker Patrick van der Duin, hebben een veel te grote greep op het maatschappelijke debat in Nederland. De geïnterviewde noemt de namen van die historici niet en dat maakt het wat lastig zijn bewering te toetsen. Bij de onderwerpen waar ik wat van denk te weten is echter één ding zeker: het debat is juist niet in de greep van de historici. Elke historicus kan je bijvoorbeeld uitleggen dat sjabloons als “het vrije, humanistische Europa tegen het mystieke, despotische Nabije Oosten” onzinnig zijn, maar we raken er almaar niet van bevrijd. Als het gaat om bijvoorbeeld de islam, is het debat in de greep van politicoloog Samuel Huntington, classicus Paul Cartledge of kwakhistoricus Tom Holland. Als historicus ben je het lulletje rozenwater waar niemand naar luistert.

Ik vermoed dat Van der Duin iets anders bedoelt: het verleden heeft een te grote greep op ons denken. Sterker nog, die constatering zélf illustreert hoezeer het verleden greep heeft op ons denken. “History is the nightmare from which I am trying to awake” is immers een gouwe ouwe. Zo geherformuleerd heeft Van der Duin het grootste gelijk van de vismarkt en hij illustreert het goed:

Lees verder “Lulletje Rozenwater”

Oudheidkundige prietpraat

Etruskisch grafmaal
Etruskisch grafmaal

Twee jaar geleden werd in Tarquinia in Italië een mooi Etruskisch graf gevonden. Het had alles om een goed verhaal te vertellen, zoals een nog bewaard grafmaal (zie foto). Mooi, zou je denken, maar nee, het was nog niet spectaculair genoeg. De opgravers identificeerden het graf meteen als dat van een prins van koninklijke bloede en een familielid, misschien wel een broer, van de vijfde koning van Rome, Tarquinius Priscus.

In Italië wordt namelijk alles wat wordt opgegraven toegeschreven aan een uit de bronnen bekend persoon. Klaarblijkelijk zijn de aannames van de Italiaanse archeologie dat alle personen die ooit hebben bestaan, in onze bronnen staan vermeld, en dat archeologie geen bewijs kan leveren dat onafhankelijk is van geschreven bronnen. Als classici en oudhistorici het potentieel van de archeologie zo slecht begrijpen, lach je erom, maar in Italië zijn het de archeologen zelf en dat is om te huilen.

Lees verder “Oudheidkundige prietpraat”

Fik Meijers Jezus (slot)

jezusboek[Het derde deel van mijn bespreking van Fik Meijers Jezus en de vijfde evangelist. Het eerste deel is hier.]

Fik Meijer wil de historische Jezus tot leven brengen, maar verwaarloost de historische Jood Jezus en negeert belangrijke Joodse bronnen. Er zijn meer punten waarop Meijer als historicus niet de kwaliteit levert die we zouden verwachten van een hoogleraar.

Eliminatie en authenticatie

Eén voorbeeld is zijn behandeling van de Bergrede, die Meijer op blz.240 typeert als “de enige tekst die echt iets prijsgeeft over de door Jezus beoogde samenleving”. De tekst is echter een compositie van de evangelist Matteüs, die gebruik maakte van het materiaal uit de bron Q. De precieze reconstructie is niet helemaal onomstreden, maar voor Meijers doel – een boek voor het grote publiek – weten we er voldoende van. We beschikken dus over een oude bron, Q, en een daarvan afgeleide bron, Matteüs. In dit soort situaties dient een historicus de voorkeur te geven aan de oude bron en de jongere “te elimineren”. Dit punt is belangrijk, want Q toont de door Jezus beoogde samenleving niet echt: Meijer ziet voor Jezus’ mening aan wat in feite die van Matteüs is.

Lees verder “Fik Meijers Jezus (slot)”

Fik Meijers Jezus (2)

jezusboek[Het vervolg van mijn bespreking van Fik Meijers Jezus en de vijfde evangelist. Het eerste deel is hier.]

De oudheidkundige disciplines zijn gevarieerd, maar hebben één kenmerk dat ze verbindt en uniek maakt onder de wetenschappen: een gierend gebrek aan data. Oudheidkundigen kunnen geen experimenten doen, geen waarnemingen uitvoeren. Ze hebben alleen geschreven teksten, archeologische vondsten en etnografisch vergelijkingsmateriaal. Dit extreme datagebrek dwingt oudheidkundigen alle, en dan ook echt álle, informatie te verkennen, maar Meijer leest naast de teksten uit het Nieuwe Testament eigenlijk alleen Josephus. Dat verheldert het een en ander, maar is onvoldoende om Meijer zijn doel te laten bereiken: het tot leven brengen van de historische Jezus.

Lees verder “Fik Meijers Jezus (2)”

Fik Meijers Jezus (1)

jezusboekIk heb nooit over de Nederlandse oudhistoricus Fik Meijer willen schrijven. Ik ben namelijk ooit verschrikkelijk geschrokken van zijn boek Macht zonder grenzen, waarin vele tientallen feitelijke onjuistheden staan. Bijna de helft daarvan is zonder oudheidkundige vooropleiding te herkennen. Omdat mensen hun vragen het liefst via mail beantwoord krijgen, ontving ik er elke week een paar, en die stroom is nooit opgedroogd. Een nare herinnering. Daarom heb ik, als bijvoorbeeld het NRC Handelsblad me verzocht iets van Meijer te bespreken, dat doorgaans geweigerd.

Full disclosure

Het is daarom met enige aarzeling dat ik nu iets schrijf over Jezus en de vijfde evangelist, Meijers boek over de historische Jezus en Flavius Josephus. Afgezien van het feit dat ik er vooraf al van uitga dat Meijer een sloddervos is, maak ik me kwetsbaar voor het verwijt dat ik een negatief oordeel vel omdat ik zelf een boek over een soortgelijk onderwerp heb geschreven. Er is de afgelopen vier dagen echter zes keer naar mijn mening gevraagd. “Ik snap wel dat je je bezwaard voelt om er in het openbaar iets over te schrijven vanwege je eigen boek,” schreef bijvoorbeeld Yuri Visser van Historiek.net, “maar aan de andere kant ben jij daarom juist dé persoon om kanttekeningen te plaatsen.”

Lees verder “Fik Meijers Jezus (1)”

Alwéér: de Vrouw van Jezus

De snipper waarom het allemaal te doen is
De snipper waarom het allemaal te doen is

Eigenlijk had ik het niet opnieuw willen hebben over papyrologie. Het vakterrein is gewoon dood. Geen wetenschappelijk specialisme overleeft drie dubieuze kwesties achter elkaar. Eerst was er het “Vrouw van Jezus”-fragment dat door Harvard-onderzoekster Karen King bij een (uiteraard) anonieme verzamelaar was gevonden en een vervalsing bleek, maar al door de Harvard Theological Review voor publicatie was aanvaard. Vervolgens waren er de Sapfo-fragmenten: eerst werd over de herkomst gelogen, daarna werden drie of vier andere herkomsten genoemd en we weten nog altijd niet waarom het nodig was er eerst over te liegen. En dan was er nog het Marcus-fragment, waarvan vaststaat dat het is bemachtigd door een mummie-kartonnage kapot te maken: een ingreep die domweg niet nodig is, omdat papyrologen prima papyri kunnen weghalen uit een kartonnage zonder het masker (dat is geschilderd op een laagje gips) te vernietigen. Ik schreef er hier meer over.

Los daarvan bestaat de mogelijkheid dat de fragmenten van Sapfo en Marcus afkomstig zijn van een Egyptisch grafveld waar, lang nadat dit grafritueel elders in onbruik was geraakt, nog kartonnages werden benut. Alsof toekomstige archeologen in Nederland een dorp opgraven waar de mensen op klompen bleven lopen terwijl de rest van het land allang schoenen droeg. We zullen echter nooit méér van het Egyptische Bunschoten weten, want die kartonnages zijn dus vernietigd. Heel professioneel allemaal: wetenschappers die vervalsingen naar wetenschappelijke tijdschriften brengen, redacties die ze aannemen, onderzoekers die egyptologische data vernietigen en de waarheid niet spreken. In de papyrologie kan dat blijkbaar allemaal.

Lees verder “Alwéér: de Vrouw van Jezus”