Museumstuk (7)

mei 17, 2013
Matar (Museum Gordium)

Matar (Museum Gordium)

Bovenstaande foto is niet de mooiste uit de Livius-collectie. Het beeld staat in het museum van Gordium, even ten westen van Ankara. We bezochten dat deel van Turkije voor het eerst in 2003, toen ik bezig was met de documentatie van mijn boek over Alexander de Grote, en destijds waren de digitale camera’s nog niet zo best. Bij een tweede bezoek stond het beeld niet in de expositie. IJs en weder dienende zal ik echter snel zorgen voor een betere foto, want op de dag dat u dit (in Nederland voorbereide) stukje leest, ben ik opnieuw in Gordium, met een gloednieuwe camera.

Nu maar hopen dat Matar thuis is. Ze is een van de vele Anatolische moedergodinnen, die in dat gebied al sinds mensenheugenis worden vereerd. Er is een beroemd beeldje uit Çatal Höyük, uit pakweg 6000 v.Chr., terwijl we weten dat later “de zonnegodin van Arinna” een zeer belangrijke rol speelde in de cultus van de Midden-Bronstijd. Haar gemaal, “de weergod van Hatti” (een soort Zeus, staand op bergtoppen), was meestal haar ondergeschikte. In de late Bronstijd zouden ze worden vereerd onder de namen Hebat en Teshub.

Moedergodinnen waren, anders dan men vaak aanneemt, in de oude wereld niet alomtegenwoordig. Dat wil zeggen, er werden wel overal godinnen vereerd en sommige daarvan waren ook moeders, maar in bijvoorbeeld Mesopotamië waren zij niet – of steeds minder vaak – de soevereine Schepper-godinnen die ze wel waren in Anatolië. Daar werden in het eerste millennium bijvoorbeeld Kybele en Leto vereerd, en de Frygische Matar, die hierboven is afgebeeld.  Niet zelden waren ze voorzien van een gemaal, die dan aan haar ondergeschikt was.

Helaas is er een soort zwaan-kleef-aan geweest waarbij al deze godinnen op één hoop werden gegooid. Het is makkelijk zoiets te doen, want ze vertonen inderdaad familiegelijkenis; de Grieken beschouwden ze al als manifestaties van één en dezelfde oergodin; we weten te weinig over de eigenlijke mythologie om de nuances te zien; en dus zijn alle moedergodinnen door negentiende-eeuwse onderzoekers aan elkaar gelijkgesteld. Deze hypothetische moedergodin die alle prehistorische volkeren vereerden, werd vanzelfsprekend uitgeroepen tot het archetype van de christelijke cultus van Maria.

Dit is echter veel te kort door de bocht. We hebben in feite geen idee hoeveel de dames gemeenschappelijk hebben, afgezien dan van het feit dat de Grieken vanaf pakweg de vierde, derde eeuw v.Chr. de neiging hadden ze een zekere exclusiviteit toe te kennen: wie ze vereerde, kon de andere goden wel achterwege laten (“henotheïsme”). Het plaatselijke perspectief zou wel eens heel anders kunnen zijn geweest en ik zou zelf deze Matar nog niet meteen gelijkstellen aan pakweg Atargatis, Kybele, de Artemis van de Efesiërs, Leto, Hebat of hoe ze ook geheten mogen hebben.


Livius Nieuwsbrief / mei

april 30, 2013

Dit is de drieënnegentigste aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Zomaar eens een cursus uit het Liviusaanbod: de zomercursus over de Geschiedenis van het Midden-Oosten  in Zoetermeer.

Jona Lendering (redactie)

======================================

NIEUW OP DE LIVIUS-WEBSITE

Twee kleine stukjes: de Eburonen en Majdel Anjar.

======================================

EGYPTE

Een op zich alledaags conflict om de schaarse ruimte krijgt in het verwarde Egypte ineens grotere afmetingen: waar leg je een modern grafveld aan als er een antiek grafveld in de buurt is, en welke consequenties heeft dat?

Indachtig het archeologische spreekwoord dat je nieuws nooit één keer naar buiten moet brengen als je ook twee keer naar geld kunt hengelen, is hier het zoveelste stukje over de arbeiders in Giza.

Het maandelijkse gesleep met mummies: 1, 2.

En verder: Suez, Kabushiya, Luxor, Thonis en Sonijat.

======================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

In Syrië wordt onder andere Ebla bedreigd.

En verder: Kültepe (Kanesh), Alacahöyük, Musandam.

======================================

DE MYCEENSE EN ARCHAÏSCHE PERIODE

Er zijn meer docenten die hun materiaal online zetten, maar het moeten er nog véél meer worden. De ontcijfering van het Lineair-B: 1, 2, 3, 4, 5, 6.

De ondergang van de Myceense cultuur – let niet op de foto.

En verder: Babylon, Sheki, Despotikon, de Banditaccia-necropool,

======================================

DE KLASSIEKE PERIODE

De maand alleen de bronzen beelden uit Riace.

======================================

DE HELLENISTISCHE PERIODE

In Syrië wordt onder andere Apamea bedreigd.

De oudst-bekende Griekse papyrus uit Egypte – en waarom die vervloekingstekst zo lang werd genegeerd.

En verder: obscene graffiti, Gaza, Pella, Kastro Kallithea en Anapa.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

In Syrië wordt onder andere Palmyra bedreigd.

De vloedgolf van 365 blijft de gemoederen bezighouden. Nieuw bewijs.

Stonehenge. Stonehenge in de Romeinse tijd?! Jawel.

En verder: Pompeii, Tell Abu Seifi, hoe men in Thessaloniki het Romeinse verleden wil tonen, Wilhelm II in Baalbek.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: Bath, Derby, Housesteads, Londen, Navenby, Sudeley Castle,

En verder: Keltisch Gallië, de vorstengraven bij Oss, Haltern, Ruiselede en Regensburg.

======================================

ISRAËL, JODENDOM EN CHRISTENDOM

Het is niet helemaal de tijd van het jaar, maar misschien is het juist daarom mogelijk eens wat verstandige dingen te zeggen over de ster van Betlehem.

Ach, Jeruzalem: 1, 2 (elk bad is altijd weer een ritueel bad), 3, 4, 5, en meer voorspelbare problemen rond het archeologisch erfgoed.

En verder: Hamei Yo’av, een curieuze stenen structuur in het Meer van Galilea, hoe de hoax rond het Evangelie van Jezus’ Echtgenote tot stand kon komen en waarom het Judasevangelie echt is.

======================================

OVERIG

In het Rijksmuseum van Oudheden is de afdeling Nabije Oosten heropend. En nu we het toch over musea hebben: Orientalis is gered, haalt zijn bezoekersaantallen en gaat een hopelijk voortaan onbedreigde toekomst tegemoet. De downloadbare folder is daar.

Het nut van de klassieken staat niet ter discussie. Hoe je ze uitlegt wel. Uw redacteur ordent zijn gedachten.

En verder: de genenkaart van Europa, aanstootgevende Griekse naakten, een atelier dat antieke muziekinstrumenten nabouwt,  goed-doordachte stukken over de films Cleopatra en The Eagle, waarom je op vakanties geen oudheden moet meenemen en interessante Griekse en Latijnse meervoudsvormen.

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door Lujzika Adema van Kooten van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel.

Leven & (na de) dood
Onlangs is de grootse tentoonstelling Life and Death in Pompeii and Herculaneum in het British Museum geopend. De bijbehorende catalogus is zowel in hardback als in paperback beschikbaar en bevat veel van de tentoongestelde fresco’s, voorwerpen en sculpturen die overgebleven zijn na de vulkaanuitbarsting in 79 AD.

Of het enkel door deze Londense tentoonstelling komt of niet, over het onderwerp zijn tal van nieuwe uitgaven verschenen. Zoals de kleurrijke boekjes The Ages of Pompeii en The Art of Loving, het meer volledige The Complete Pompeii en Andrew Wallace-Hadrills veelgeprezen Herculaneum: Past and Future (paperback, hardcover).

Waren deze en andere overledenen geïnitieerd in bepaalde culten, dan konden ze zich verheugen op een mooi bestaan na de dood. Althans, als we luisteren naar de boodschappen op de vele kleine gouden tabletten die zijn gevonden in graven van de vijfde eeuw voor tot de tweede eeuw na Christus. In een herziene en uitgebreide editie van Ritual Texts for the Afterlife van Fritz Graf en Sarah Iles Johnston worden al deze tabletten in het Grieks gepubliceerd, vertaald en uitvoerig geïnterpreteerd.

Cicero & Nijntje
Een nieuwe GreenYellow van Cambridge is verschenen! Het gaat om een commentaar op Cicero’s Pro Marco Caelio, van de hand van Andrew R. Dyck, die eerder verantwoordelijk was voor onder meer commentaren op Cicero’s Catilinarians, De Natura Deorum en Pro Sexto Roscio.

Omdat je niet vroeg genoeg kunt beginnen, is Nijntje nu ook te lezen in het Oudgrieks. Het gaat om een vertaling van het schattige Nijntje het Spookje, oftewel: To fantasma Miffa. Voor wie Miffa en Miffa ad Mare al uit heeft of vaak genoeg cadeau heeft gedaan.

======================================

DWAASHEID

Mooi artikel waarin het onzinnige idee dat mensenhanden niet in staat zouden zijn de enorme stenen van Baalbek te verplaatsen, effectief om zeep wordt geholpen.

En verder: hoe men in Pakistan Alexander de Grote uit de geschiedenis wegschrijft.

======================================

INTERNET

Dit is nu eens leuk nieuws! Archeologiejournalist Theo Toebosch is sinds een paar dagen online met zijn eigen variant op De Correspondent en De Nieuwe Pers: een persoonlijk webtijdschrift dat hij (om er geen twijfel over te laten bestaan dat hij hoofdredacteur, redacteur, eindredacteur, moderator, administrateur & loopjongen ineen is) heeft aangeduid als Toebosch’ Eigen Tijdschrift. Voor 20 euro per jaar blijft u bij.

En nu het slechte nieuws: online-wetenschapscommunicatie is oorlog, althans in de geesteswetenschappen. Lees maar hoe de Mithras-pagina’s van Roger Pearse worden aangevallen.

======================================

EN TOT SLOT

Totaal off-topic – maar hé, wie heeft ooit gezegd dat deze nieuwsbrief géén persoonlijke inslag had? – is de website over Consensus and Crises, het boekje dat uw redacteur ooit schreef over polders, de waterschappen, Floris V, de hertogen van Bourgondië, Calvijn, de Tachtigjarige Oorlog, de Gouden Eeuw, Rembrandt van Rijn, de regenten, de Patriottenbeweging, Vincent van Gogh en de wijze waarop de overlegcultuur vorm heeft gegeven aan overlegeconomie.

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012, 2013) en bij Aantekeningen bij de Bijbel. Als u de nieuwsbrief wil steunen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer 67.07.91.121 t.n.v. Livius, o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief. Dank u wel.


Livius Nieuwsbrief / april

april 1, 2013

Dit is de tweeënnegentigste aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Zomaar een greep uit het Liviusaanbod: de reis naar Turkije (nog twee plaatsen beschikbaar).

Jona Lendering (redactie)

======================================

NIEUW OP DE LIVIUS-WEBSITE

Uw redacteur maakte een reis door Iran (filmpje) en kwam thuis met nieuwe foto’s van Sarab-e Bahram, Pol-e Dokhtar, Barm-e Dilak, Sakavand en het kasteel van Bishapur. En een artikel over neo-achaimenidische kunst. Op Elfinspell: de Octavius van Minucius Felix.

======================================

EGYPTE

Een wonderlijk onderzoeksresultaat: hooggeplaatste Egyptenaren leden soms honger. Dat deed, voor de Industriële Revolutie, iedereen.

Het maandelijkse gesleep met mummies: 1, 2 (interessant).

De onvermijdelijke doctor Zahi Hawass waarschuwt voor de laatste keer en een curieus stukje over het verhuren van de piramides.

En verder: de zonneboot van Cheops, Tell Habuwa, Luxor, Amarna, Karnak, een zonnewijzer uit het Dal der Koningen, Sedeinga – en ook plundering.

======================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

Algemeen artikel over hernieuwde archeologische belangstelling voor Irak, en een aardig stuk over luchtfoto’s uit de Koude Oorlog waarop antieke wegen zijn te zien.

Dat in de Bronstijd ezels werden begraven, is niet helemaal nieuw, maar toch interessant.

En verder: Ur, Shaki, Alacahöyük, Babylon.

======================================

DE MYCEENSE EN ARCHAÏSCHE PERIODE

Uit de Bronstijd: Egion, Minoïsch Kreta en Keros.

Interessante nieuwe methode om de homerische epen te dateren (uitleg).

Uit Rome het bericht dat de ruïne van de tempel van Jupiter Stator is ontdekt. De betreffende archeoloog heeft overigens nogal veel fantasie, dus het bericht moet misschien met een korreltje zout worden genomen.

Het slotstuk in een tragische affaire: de dreigende verkoop van kleitabletten uit Iran. Om het toe te lichten, is nogal wat ruimte nodig, maar gelukkig kun je er ook over bloggen.

En verder: Despotikon, Pythagoras.

======================================

DE KLASSIEKE PERIODE

Hier word je helemaal blij van: in Athene wordt het Lyceum van Aristoteles opengesteld voor het grote publiek. In het verlengde daarvan, en eigenlijk even leuk, het bericht dat een groter deel van de Stoa Poikile wordt blootgelegd.

Vliegende slangen: alweer een sterk verhaal van Herodotos waarvoor een eenvoudige verklaring blijkt te zijn.

Infanticide in Etrurië.

En verder: de paardenrenbaan van Delfi, Pella, voor-hellenistisch Alexandrië, Grieks toneel.

======================================

DE HELLENISTISCHE PERIODE

Opgravingen van de Macedonische koningsgraven in Aigai (Vergina); meer.

Nog een koningsgraf: mogelijk is het gebeente van Arsinoe IV gevonden in het Octagon van Efese. De journalist is zo eerlijk te erkennen dat het materiaal wel oud genoeg is maar dat die datering op zich weinig bewijst.

Nóg een koningsgraf: de leeuw van Amfipolis blijkt een leeuwin te zijn en duidt misschien het graf aan van Alexanders echtgenote Roxane.

De prijs voor stating-the-obvious gaat naar iemand die oppert dat Kleopatra niet door een adder kan zijn gedood. Maar dat beweert ook helemaal niemand meer.

In Hierapolis (Pamukkale) zijn de resten gevonden van een tempel van Hades.

En verder: schoenen uit Luxor.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

Over Romeins eten raken we voorlopig niet uitgepraat.

Het slagveld van Baecula (waar Scipio de Karthagers versloeg) lijkt te zijn geïdentificeerd.

Een nuttig artikel voor als u nog eens moet vluchten voor een ontploffende vulkaan.

Het geweld in Syrië raakt ook het erfgoed. Triest hergebruik van een Romeins graf. Een filmpje uit Palmyra. En sprekend over Palmyra: gaaf artikel over antieke en moderne sierraden.

Fiches van een antiek bordspel zijn eigenlijk – nou ja, lees zelf maar.

En verder: Adana, Bodrum, Izmir, Myra, vandalen in Nîmes, Petra, Resafa.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

Een bronswerkplaats in de omgeving van Koblenz en de reconstructie van een schip uit de Bronstijd.

Journalist slaat op hol: “The mystery surrounding the origins of the Celtic people could be unravelled”. Desondanks interessant.

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: Londen, Maryport,de Muur van Hadrianus, en het graf van Boudicca.

En verder: nieuwe opgravingen in Haltern, Woerden, Keulen, plus een interview met de twee misschien wel beroemdste Romeinse re-enactors van Nederland.

======================================

ISRAËL, JODENDOM EN CHRISTENDOM

Uw redacteur las het beste boek in tijden, en het gaat over joodse opvattingen over het monotheïsme. Nee, Paulus brak ook op dat punt niet met het jodendom.

Ach, Jeruzalem: 1, 2. Plus het schokkende, totaal onverwachte bericht dat de archeologie van Israël is gepolitiseerd. Wie had dát nou verwacht?

En verder: de Jordaanse loden codex.

======================================

OVERIG

Deining in het Nederlandse archeologiewereldje over het gemak waarmee in Tussen kitsch en kunst voorwerpen worden besproken die vrijwel zeker afkomstig zijn uit illegale opgravingen: één, twee, drie, vier.

Hoe een vis-dieet een C14-datering kan versjteren.

Iraqi’s kunnen nog steeds niet naar het museum in Bagdad.

Leuk artikel van Josho Brouwers over de vraag waarom je je zou bezighouden met antieke oorlogvoering.

En verder: Byzantijns Thessaloniki, vijf fenomenale antieke bouwwerken – en is dit een grap of om te huilen?

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door Lujzika Adema van Kooten van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel.

De Week van de Klassieken is dan wel voorbij, maar bijbehorende publicaties druppelen nu pas binnen. Om te beginnen met Toneel in de Oudheid onder redactie van Hein van Dolen. Het boek viert een dubbel jubileum: dat van het 75-jarige Nederlands Klassiek Verbond én dat van het 85-jarige Hermeneus. Rijk geïllustreerd en zeer toegankelijk geschreven handelt het boek over allerlei soorten toneel: van Eleusis tot Rome, Dionysus tot Medea, Aristophanes tot Seneca.

Voor wie aan het einde van de Week de Dies Latinus heeft bezocht en nieuwsgierig is geworden naar de ‘Natuurlijke Methode Latijn’ Lingua Latina van Hans Henning Ørberg, kan nu bij Athenaeum terecht. Naast het tekstboek en werkboek zijn er grammaticaboeken en speciaal aangepaste leesboekjes van onder andere Ovidius, Plautus en Pompejaanse graffiti. Leer spreken en zelfs denken in het Latijn!

Na het eerder genoemde Negen aardse Muzen is er van de hand van Mieke de Vos nu een nieuwe vertaling van Propertius’ Liefdesgedichten. Uitgegeven inclusief Latijnse tekst, zoals we dat het liefste zien.

Maar er is meer nieuws, in vogelvlucht een selectie: Het Oude Nabije Oosten, een selectie van het Rijksmuseum van Oudheden; De Aquis Urbis Romae, het bouwkundig geschrift van watercommissaris Frontinus vertaald door Vincent Hunink; een overzicht van de pleisterbeelden in het Ashmolean Museum; de compacte paperback van Knapps Invisible Romans over de minder zichtbare bewoners van Rome, zoals prostituees, herbergiers en soldaten; Europe before Rome van T. Douglas Price; Without having seen the queen, het geannoteerde reisverslag van Heinrich Schliemann uit 1816; Oud maar niet Out van Lieve van Hoof en Peter van Nuffelen. En natuurlijk mag het nieuwe boek van Mary Beard niet onvermeld blijven. Confronting the Classics is een bundeling van haar recensies van boeken over de oudheid.

Tot slot, voor wie het nog niet heeft: Suetonius’ Keizers van Rome in de vertaling van Daan den Hengst is nog steeds slechts €4,95.

======================================

DWAASHEID

Ach ja, de Lijkwade van Turijn. Het was tenslotte pasen. De traditionele paashoax was vorig jaar overigens beter.

En verder: Feniciërs in Amerika en christenen op de westelijke Jordaanoever.

======================================

INTERNET en DIGITALISERING

Waarom de webpagina’s van Roger Pearse over Mithras zo belangrijk zijn.

Het Vaticaan gaat zijn gehele bibliotheek digitaliseren. De illustratie heeft er niets mee te maken, maar het fotobijschrift is subliem.

======================================

EN TOT SLOT

Totaal off-topic, maar vermoedelijk leuk voor de lezers van deze nieuwsbrief: het Nationale Lezersonderzoek.

De nieuwsbrief heeft momenteel 3986 abonnees. Voor de vierduizendste abonnee ligt een mooi boek klaar!

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012, 2013) en bij Aantekeningen bij de Bijbel. Als u de nieuwsbrief wil steunen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer 67.07.91.121 t.n.v. Livius, o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief. Dank u wel.


Jeruzalem

maart 31, 2013
De Grafbasiliek

De Grafbasiliek

Zoals de joden van Wenen het ooit Mozes kwalijk namen dat hij hun voorouders veertig jaar door de woestijn had laten zwerven in plaats van ze rechtstreeks naar Oostenrijk te brengen, zo heb ik het mezelf kwalijk genomen dat ik meer dan veertig jaar niet naar Jeruzalem ben gegaan. Daarvoor waren goede redenen, maar toen ik er in 2011 voor het eerst was, had ik het gevoel dat ik iets had gemist door er niet eerder heen te gaan. Ik heb die avond een bevriende rabbijn gebeld, die me had geadviseerd de reis te maken. Hoe ik daar stond op het balkon van mijn hotel, telefoon aan mijn oor, kijkend naar de Rotskoepel, luisterend naar een vertrouwde stem: het is een van de drie herinneringen aan Israël die in mijn geheugen zijn geslepen.

Vrijwel alles in Jeruzalem gaat lijnrecht in tegen wat me dierbaar is. Ik ben historicus en mijn liefde voor het verleden is – in alle bescheidenheid gezegd – redelijk belangeloos. Ik ben geen nationalist die moet bewijzen dat Nederlanders een supervolk zijn. Ik ben geen religieuze fanaat die zijn heilsleer een empirische basis wil geven. Ik ben geen academicus die onderzoekspaden negeert die zijn subsidie in gevaar brengen. Niet dat ik in alles vrij ben van eigenbelang, maar als ik bezig ben met het verleden wil ik vooral weten hoe het precies is geweest en ik beleef plezier aan de aha-erlebnis. Dat is genoeg en of het verleden relevant is of niet, maakt mij niet uit.

Maar dan Jeruzalem, waar men probeert álles relevant te maken. Dat zag ik nergens zo duidelijk als in de Grafbasiliek, waar christenen de plaats vereren waar Jezus begraven zou hebben gelegen. Het is een wonderlijke cultus, want de meeste christenen geloven dat Jezus uit de dood is opgestaan en dat dit wonder betekent dat zij zijn verlost. De verering van het graf moet ouder zijn dan deze theologie. Ze kan zijn ontstaan onder de joodse christenen, de eerste- en tweede-eeuwse gelovigen die de joodse spijswetten, zuiverheidswetten, besnijdenisregels en sabbatvoorschriften bleven onderhouden – kortom, die in alles joods bleven. Voor hen stond de dood van de messias centraal en was de verering van het graf belangrijker dan voor degenen die geloofden dat de dood door Christus was overwonnen. Kortom, de grafcultus lijkt te behoren tot een zeer oude vorm van christendom en inderdaad was het graf (waarvan inmiddels weinig over is) gelegen te midden van enkele graven uit de eerste helft van de eerste eeuw.

Dat vind ik historisch interessant en voor mij is dat genoeg.

Wat me verbijsterde was het fanatisme van de mensen die er werken. De Grieks-orthodoxen beschouwen de kerk als hun eigendom, maar er zijn nog vijf andere kerkgenootschappen die er kapellen en vertrekken bezitten (of er slechts “te gast zijn”, volgens de Grieks-orthodoxen). De conflicten kunnen extreem hoog oplopen, want de Grieks-orthodoxen zien geen noodzaak concessies te doen aan andersdenkenden. Helemaal onbegrijpelijk is dat niet: zo hebben de westerse kerken de geloofsbelijdenis aangepast, een conciliaire beweging gekend, een reformatie meegemaakt, Verlichtingskritiek geïncorporeerd en via een evangelische beweging gezocht terug te keren naar de wortels. De franciscaner monniken die in Jeruzalem de katholieke kerk vertegenwoordigen, hebben van elk van deze stromingen wel iets opgepikt en zijn door al die veranderingen, zeggen de Grieken, steeds verder van de orthodoxie afgedwaald. Waarom zou je dan concessies doen? En trouwens, die westerse gelovigen, die zijn er pas sinds 1099, dus wat hebben die nieuwkomers nou te zoeken in Jeruzalem?

Tegenover de Armeniërs, de Ethiopiërs, de Kopten en de Syriërs brengen de Grieks-orthodoxen soortgelijke bezwaren in. De Kopten gunnen de Ethiopiërs het licht weer niet in de ogen, terwijl de Syriërs, die een liturgische taal hebben die lijkt op het Aramees van Jezus, vinden dat alle anderen er niks van begrijpen. De Armeniërs vinden dat zij, als ’s werelds oudste staatskerk, wel wat meer rechten mogen hebben, wat de anderen weer tegenspreken omdat de Armeniërs monofysieten zijn, wat zij ontkennen. De heren – het zijn altijd mannen – zijn het  vrijwel nergens over eens, behalve dan in hun weerzin tegen de moslims, die hier ook een kamertje hebben, en in de ontkenning van het simpele feit dat het graf in kwestie toch écht dat was van de allerberoemdste jood uit de wereldgeschiedenis.

Als u in de laatste zin enige ironie proeft, dan heeft u gelijk. Ik heb moeite de discussies serieus te nemen. In haar boek Heilige ruzies citeert Els van Diggele iemand die de wederzijdse haat beschouwt als een groepspsychose die uiteindelijk het christendom zal beroven van zijn spirituele kracht. Je hoeft geen christen te zijn om te erkennen dat dit hout snijdt.

De Grafbasiliek, waar men véél te veel waarde hecht aan het verleden, staat voor alles wat ik als historicus verafschuw: de overwaardering van het verleden, waarmee je de historische sensatie in een keurslijf dwingt en het genot verziekt. Tegelijk wil ik niet ontkennen dat die fanatiekelingen staan in dezelfde traditie van de honderdduizenden, misschien wel miljoenen mensen die hun leven hebben geriskeerd om hier te komen. Dat kun je afdoen als het beste bewijs dat godsdienst een vorm van krankzinnigheid is, en rationeel klopt dat ook. De zes christelijke gemeenschappen die de kerk gebruiken, hóeven niet eens naar een graf te komen, want ze vereren iemand die is opgestaan. En tegelijkertijd sla je de plank compleet mis als je dit irrationele gedrag alléén beschouwt als waanzin. Het is meer dan dat.

Ik zou willen zeggen: het verleden is gewoon leuk en je moet er vooral van genieten. Maar ik wil er mijn ogen niet voor sluiten dat er mensen zijn die religieuze (of nationalistische of financiële) belangen hebben bij het verleden, en voor wie een bezoek aan de Grafbasiliek een levensvervulling is. Ik begrijp het niet, maar kan er wel respect voor opbrengen – een respect dat overigens eindigt op het moment dat een franciscaner monnik een andersdenkende wegduwt en zo bijna een dodelijk ongeluk veroorzaakt. De Grafbasiliek is voor mij een plek van verbijstering, bewondering, weerzin, plezier en de erkenning dat er iets is in de omgang met het verleden dat ik niet kan begrijpen.

Moshe Dayan in de Leeuwenpoort

Moshe Dayan in de Leeuwenpoort

Ik noemde drie herinneringen aan Jeruzalem. Het telefoontje en de Grafbasiliek, dat zijn de twee eerste. De derde is de Leeuwenpoort.

De foto hiernaast is een van de beroemdste van de twintigste eeuw. Het had voor mij iets heel speciaals te staan op dezelfde plek als de fotograaf. Mijn aanwezigheid daar heeft voor mij geen religieuze waarde, draagt niet bij aan mijn nationale identiteit en ik stel er ook mijn subsidie niet mee veilig, maar wat vond ik het leuk daar eens te zijn! Het verleden mag dan soms relevant zijn, we moeten de belangrijke dingen niet vergeten.


Wetenschapscommunicatie

februari 5, 2013
De ideale menselijke proporties in de Egyptische kunst

De ideale menselijke proporties in de Egyptische kunst

In zijn geestige toespraak over het belang van de geesteswetenschappen, “Oud maar nieuw”, gaf de Nijmeegse classicus Vincent Hunink onlangs lucht aan een diepgevoelde en o zo herkenbare frustratie. Hij hield zijn toehoorders voor:

U moet natuurlijk iets leren, of beter gezegd: iets willen leren, iets willen aannemen, iemand een bepaald gezag toemeten. Om de zoveel tijd krijg ik verzoeken van mensen die iets in het Latijn willen om dat op hun arm of borst te tatoeëren. … [R]egelmatig blijken die mensen mij eerst als deskundige op de universiteit te benaderen, maar vervolgens niets van mij te willen aannemen. Of ze gaan mijn voorstel controleren bij vrienden op internetfora, alsof die er wel verstand van hebben. Met andere woorden: deze consumenten leren niets van mij, omdat ze mij eigenlijk niet vertrouwen.

Het is krek zo. Iemand vraagt je iets, je geeft een beleefd antwoord en wordt daarvoor beloond met wantrouwen. Ik maak dat bijna wekelijks mee: de hoeveelheid e-mail die ik op de Livius-website ontvang is vrij groot, ik beantwoord die geheel pro deo en het is vrij frustrerend als men dan mijn antwoord in twijfel trekt. “Val mij niet lastig als je het beter weet”, denk ik dan. Het kan erger. Ik ken een hoogleraar die de moeite nam in te gaan op een verzoek om uitleg en bij wijze van bedankje al in het derde mailtje een godwin kreeg. Zo bont heeft men het bij mij niet gemaakt, maar ik word er wél elke maand zo’n drie keer aan herinnerd dat ik niet verder ben gekomen dan doctorandus en dus zeker ongelijk moet hebben als professor doctor Zus-en-zo iets anders zegt.

Wil je iemand, na zo’n ontmoedigende ervaring, nog overtuigen, dan moet je gaan uitleggen hoe wetenschappelijke kennis tot stand komt. Voor de oudheidkundige wil dat zeggen: uitleg van de historische methode, van het filologisch handwerk, van de archeologische reconstructietheorie en vaak ook van de algemene principes van de wetenschapsleer.

Een concreet voorbeeld: wie een lezing verzorgt over het dagelijks leven in het oude Rome, gaat de fout in als hij zegt dat daar in de tijd van keizer Trajanus een miljoen mensen woonden. Deze benadering, waarbij je de mensen in feite alleen wat informatie toewerpt, wordt wel aangeduid als “dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen”. Er zal altijd iemand in de zaal zitten die niet overtuigd is, en zolang de spreker diens kritiek niet heeft gepareerd, zal deze brommen dat wetenschap ook maar een mening is. Alleen door uit te leggen hoe we weten dat er een miljoen mensen in Rome woonden – en dat is een interessant verhaal over bebouwingsdichtheden en de capaciteiten van graanopslagplaatsen en aquaducten – overtuig je echt iedereen.

Elke popularisator, wetenschapsjournalist of -communicator die het zout in z’n pap waard is, weet dat het presenteren van feiten te weinig is. Je moet, zeker nu een derde van de bevolking een hogere opleiding heeft, ook het wetenschappelijk proces uitleggen. Door het niet te doen, creëer je problemen, zeker in een uiterst complexe wetenschap als de oudheidkunde.

Een berucht voorbeeld is Martin Bernals “black Athena”-theorie, die behelst dat de Griekse cultuur veel heeft overgenomen uit een verondersteld “zwart” Egypte. Nu hebben de Grieken inderdaad zaken overgenomen uit Egypte: kijk maar eens naar de oudste Griekse sculptuur en vergelijk die met de Egyptische beelden.

Dit te ontkennen heeft geen zin, maar het wordt wel degelijk gedaan. Simon Goldhill beweert bijvoorbeeld in zijn Liefde, seks en tragedie, waarover ik op deze blog al eens schreef, dat onze ideeën over een goed menselijk lichaam teruggaan op de Grieken, en vraagt zich niet af of zij het misschien zouden kunnen hebben overgenomen uit Egypte, waar kunstenaars ook hebben nagedacht over het ideale lichaam. Goldhill staat hiermee in een alleszins disrespectabele negentiende-eeuwse traditie, die álles aan het Griekse genie toeschreef. Kortom, Bernal kon overtuigende kritiek uitoefenen omdat er kritiek te leveren wás.

Bovendien zijn er Griekse bronnen – en dan gaat het om niet geringe auteurs als Herodotos en Plato – die aangeven dat er migraties van het land van de Nijl naar het Egeïsche Zee-gebied zijn geweest en dat Griekse filosofen bezoekjes brachten aan Egypte. Bernal hoefde hier maar op te wijzen om overtuigend te ogen. Zou de methode waarmee oudheidkundigen antieke teksten uitleggen, de hermeneuse, aan het publiek zijn uitgelegd, dan zou dit hebben geweten dat beide auteurs vaak “de waarheid liegen”: iets verzinnen omdat ze denken dat het zo moet zijn geweest. Helaas zijn die zaken vaak niet waar, zodat je de teksten niet zomaar letterlijk mag nemen. Als je als wetenschapper je methode niet uitlegt, moet je er niet van opkijken dat de Bernals dezer wereld een publiek vinden.

Wie probeert uit te leggen waarom Bernal geen gelijk kan hebben, begint de discussie op achterstand, want hij moet beginnen te erkennen dat er academici zijn die inderdaad teveel belang hebben toegekend aan de oude Grieken. Daarna begin je echter de methode uit te leggen. Zo maak je de gelijkmaker, en je scoort het winnende doelpunt als je uitlegt waarom met deze methode betere resultaten worden geboekt. Meestal werkt het zo: toen ik aan een medewerker van de UvA uitlegde welke methodische fouten Bernal maakte, haalde hij het betreffende hoofdstuk meteen uit zijn boek.

Maar zo mooi gaat het beslist niet altijd. Het gebeurt niet zelden dat er tegenwerpingen komen. “Dat is allemaal heel academisch wat je zegt,” hoor ik dan, “maar weet je dan niet dat de universiteit heeft geprobeerd Bernal kalt te stellen?” Het erge is in dit geval dat het nog waar is ook: er bestaat een bundel met artikelen tegen Bernal, Black Athena Revisited, waarin hem geen weerwoord is geboden. Wat echter vooral speelt, is dat mensen soms niet overtuigd willen worden. Ik zal dit aanduiden als “ontwijking”. Het is vergeefse moeite uitleg te geven over de feiten en de methoden; je neemt blijkbaar een bepaalde zorg niet weg, en zolang dat zo is, is de ontwijker bereid desnoods de hele wetenschap te negeren.

In dit geval valt wel te achterhalen wat die zorg is: veel zwarten hebben een slechte maatschappelijke positie, zoeken iets waarop ze trots kunnen zijn en hebben bij Bernal gevonden wat ze zochten. Met alle feiten en methoden zul je ze die trots niet afnemen. Wetenschap is ook maar een mening, zullen ze zeggen.

Er zijn tientallen gevallen van ontwijking te noemen. Je zult sommige Iraniërs er nooit van overtuigen dat hun koning Cyrus de Grote géén bijzondere vorst is geweest: niet met feiten en niet met uitleg van de methode. Ze willen tot elke prijs vasthouden aan de propaganda van de laatste sjah, die allerlei mooie idealen op Cyrus projecteerde. Degenen die nu nog vasthouden aan deze desinformatie, zijn vaak tijdens de Revolutie van 1979 in ballingschap gegaan, hebben een hoge prijs betaald voor hun loyaliteit aan de monarchie en zullen eerder gif innemen dan erkennen dat de ideeën van de sjah wetenschappelijk onhoudbaar waren. Als de wetenschap je geen gelijk geeft, ontwijk je de argumenten en dat is dan des te erger voor de wetenschap.

Veel gevallen van ontwijking hebben te maken met religie. Het christendom heeft, zo zegt men, de datum van kerstmis ontleend aan de cultus van Mithras, dat op 25 december een zonnefeest vierde. Je kunt de feiten uitleggen (de teksten die 25 december als Mithrasfeestdag uitlegden, zijn jonger dan de christelijke feestdag) en je kunt inzicht geven in de historische methode, maar je overtuigt de aanhangers van deze opvatting niet. Ze ontwijken de argumentatie om maar vast te kunnen houden aan het idee dat het christendom vooral leentjebuur heeft gespeeld bij andere religies, en niet zelden speelt ergernis over het moderne christendom daarbij een rol.

De oudheidkundige disciplines zijn niet de enige die met ontwijking worden geconfronteerd. In de discussie over UMTS-masten kan een wetenschapper honderd keer uitleggen dat er geen gevaar is, hij kan de feiten presenteren en hij kan uitleggen op welke methode die zijn gebaseerd, maar veel mensen willen niet overtuigd raken. Hun insteek in de discussie is dan ook niet het vinden van de waarheid, maar, bijvoorbeeld, erkenning voor de hoofdpijn waar ze last van hebben. Bart Verheggen heeft er wel eens op gewezen dat de klimaatwetenschap soortgelijke problemen kent. Het is een algemeen verschijnsel.

Wat doe je eraan? Wie veel over deze materie weet, is Hedwig te Molder, die als hoogleraar is verbonden aan de Universiteit van Twente. Over haar onderzoek hoop ik nog te kunnen bloggen; voor het moment kun je hier haar inaugurele rede vinden.


Livius Nieuwsbrief / januari

januari 1, 2013

De docenten van Livius wensen u een mooi 2013 en hopen u dit voorjaar weer bij een cursus te kunnen begroeten. Het nieuwe programma kunt u hier bekijken.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; om af te melden volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

========================================

NIEUW OP DE LIVIUS-WEBSITE

Vijf kleinere sites in Libanon: de Romeinse tempels van Ain Akrine, de rotsgraven van Amioun, het Fenicische graf van Bsharre, en de Romeinse tempels te Bziza en Qsarnaba.

========================================

EGYPTE

Leuk artikel over wat de eerste afbeelding zou zijn van een farao.

En verder: de kroonjuwelen van Toetanchamon, de haremsamenzwering tegen Ramses III en het maandelijkse gesleep met mummies.

========================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

Elke maand zijn er zó vijf links te geven naar stukjes over de smokkel van oudheden. Het zou wat saai zijn die allemaal weer te geven, temeer daar het eigenlijk eigentijdse en geen oude geschiedenis is, maar ze vormen een belangrijk deel van het nieuws. Vandaar.

En verder: de situatie in Syrië en een mooi goudstuk van Shapur I.

========================================

GRIEKENLAND en TURKIJE (en wijde omgeving)

Begin deze maand was er het curieuze bericht dat Turkije het gebeente van Nikolaas van Myra terug zou willen hebben. Dát haalde onze media wel, maar de retractie vanzelfsprekend niet.

Wonderlijk artikel over de manier waarop het aardewerk voor en ná de Trojaanse Oorlog werd gemaakt. Probleem is dat in feite onbekend is wanneer deze oorlog plaatsvond, áls ze al een historisch feit is.

Raar bericht over archeologische vondsten uit de Romeinse tijd te Harran. Het materiaal is al ruim een jaar bekend.

En verder: Alabanda, Plotinopolis, Zeytinliada en een krankzinnig hoge straf voor de smokkel van oudheden.

========================================

ROME EN ZIJN RIJK

In Rome zelf: een cultureel centrum uit de tijd van Hadrianus. Uiteraard wordt het gehypet (“the biggest find in Rome since the Forum was uncovered in the 1920s”), want met waarheidsgetrouwe publieksvoorlichting, daarmee haal je als oudheidkundige natuurlijk geen fondsen binnen. Plus: de tombe van Marcus Nonius Macrinus wordt niet herbegraven – het helpt natuurlijk als filmmakers beweren dat ze de film Gladiator hebben gebaseerd op zo’n graf.

En verder: Ostia, Pompeii, Sofia, Valbruna.

========================================

ISRAËL

Uit Jeruzalem een berichtje over voortgezette opgravingen op de Ophel. Er wordt gewag gemaakt van tiende-eeuwse vondsten, en die kunnen er ook best zijn, maar de door de betrokken archeologe gegeven dateringen zijn omstreden. Wie de tijd heeft, kan het hier allemaal nalezen.

De achtste eeuw v.Chr. is niet de tijd van koning David. Soms, zoals in Tel Motza, wordt de archeologische hype gewoon doorgeprikt.

Battir, niet ver van Betlehem, is het antieke Bethar, waar Bar Kochba zijn “last stand” had. De plek lijkt doorsneden te gaan worden door de muur die Israël zal moeten scheiden van de Palestijnse gebieden. Dat is nieuws genoeg, maar je zou dit keer toch hebben verwacht dat de journalist wees op het feit gaat om een lieu de mémoire die belangrijker is dan Masada.

En verder: Dor, Jeruzalem en een reeks artikelen over de Tempelberg – 1, 2, 3, 4.

========================================

BENOORDEN DE ALPEN

Hoppa, weer twee Romeinse legioenbases erbij in Duitsland. Uit de augusteïsche tijd en aan de overzijde van de Rijn welteverstaan.

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: Chiseldon, Faversham, Kingskerswell, Lincoln, York, Hammerwich en vijf Saksische graven.

En verder: muziekinstrumenten in Tintignac.

========================================

JODENDOM EN CHRISTENDOM

Ook dit jaar leidde kerstmis tot de nodige ontsporingen. Traditiegetrouw vervielen de dames en heren astronomen, die doorgaans menen dat je de Bijbel niet letterlijk mag nemen, tot literalisme als het ging om de ster van Betlehem. De gemakzuchtige artikelen van de afgelopen maand zouden zijn geplaatst in onze rubriek “dwaasheid”, ware het niet dat er een leuk stukje bij zat over Jozef.

Doordat de provincie Gelderland eerder gedane toezeggingen niet nakomt, wordt Museumpark Orientalis bedreigd.

========================================

OVERIG

Restauratie van een buste van Echnaton en (met dezelfde techniek) een leeuw uit Nuzi.

En verder: herdatering van de Harappa-cultuur.

========================================

DWAASHEID

Op de valreep ontdekt: de wetenschapper die in 2012 de meest absurd-overdreven claim deed om aandacht voor zijn onderzoek te genereren.

Leuk filmpje, ongeveer een kwartier lang, waarin de Jordaanse loodcodex wordt ontmaskerd.

Een idioot bericht dat het graf van koning Nimrod zou zijn geworden: een bijbels personage waarover in het jodendom, oosters christendom en de islam nogal wat legenden worden verteld.

Het verhaal over de Zondvloed zou teruggaan op herinneringen uit het zesde millennium v.Chr. Hoe het verhaal drie millennia kan zijn doorgegeven tot het werd opgeschreven, wordt er weer eens niet bij verteld.

En verder: de tombe van Jezus maar weer eens. En nog eens.

========================================

INTERNET

De klacht is al zeker vijf jaar oud: er is zo verdraaid weinig goede informatie over de Oudheid online. Academische informatie ligt immers op betaalsites, waardoor bad information drives out good. De prioriteit moet nu zijn dat de toenemende desinformatie wordt bestreden. Daarom is er alle reden blij te zijn met een nieuwe website over Mithras, die niet alleen de informatie geeft die u zoekt, maar ook expliciet kwakhistorische theorieën weerlegt. Daar word je dus helemaal blij van.

Leuk stuk over de manier waarop het British Museum manuscripten digitaliseert. Het voorbeeld is de Codex Alexandrinus.

Ook de Dode Zee-rollen zijn nu online. Al is het natuurlijk een gotspe dat we hierop tien jaar hebben moeten wachten. Dat geldt ook voor de Attische inscripties.

========================================

EN TOT SLOT

Twee nieuwsbrieven geleden nodigde ik u uit aan te geven wat u het mooiste vond uit de oude wereld. Dat leverde verrassende keuzes op en uiteindelijk twee iets minder verrassende lijstjes, die ik u in de vorige nieuwsbrief had willen laten zien. Maar ik stuurde u de verkeerde link. De juiste is hier.

En mocht u nog eens last hebben van inbrekers, dan is dit wellicht een oplossing.

========================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012) en bij Aantekeningen bij de Bijbel. Als u de nieuwsbrief wil steunen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer 67.07.91.121 t.n.v. Livius, o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief. Dank u wel.


Opnieuw: wetenschapsfraude?

oktober 25, 2012

Diederik Stapel, Roos Vonk, Don Polderman en Dirk Smeesters. Vandaag is een oud-hoogleraar aan de VU, Mart Bax, de volgende onderzoeker die in opspraak komt. Ik citeer NU.nl:

In het boek Ontspoorde Wetenschap dat vrijdag uitkomt, trekt onderzoeksjournalist Frank van Kolfschooten het bestaan van een klooster in het zuiden van Nederland in twijfel. … ”Dat je je bronnen anonimiseert is in de antropologie vrij gebruikelijk”, aldus Van Kolfschooten. ”Maar collega’s van Bax twijfelden aan het bestaan van dit klooster.”

Ik vind het eerlijk gezegd geruststellend. Als dit de beste teaser is die een auteur naar buiten kan brengen om aandacht voor een boek te genereren, dan valt het in feite mee. Maar er speelt meer. Voor één keer kan de ijsbergmetafoor met recht en reden worden gebruikt: maar een deel van de eigenlijke problemen is publicabel.

Ik weet dat, want ik heb Van Kolfschooten over zijn boek gesproken. Ik kon hem het bewijs geven van onder meer het plagiaat waaraan een vrij bekende Nederlandse onderzoeker zich schuldig had gemaakt. De gedupeerde wilde echter niet dat de zaak naar buiten kwam. Het kon hem zijn baan kosten.

(Tussen haakjes: hier begrijp ik dus werkelijk geen snars van. Hoe kun je als docent je studenten nog onder ogen komen als je je baantje belangrijker vindt dan accurate informatie? Ik wil niet veroordelen wat ik niet begrijp, maar ik ben dus wel verbijsterd.)

Deze kwestie is dus niet naar buiten gebracht. In de ijsberg zit ze ergens onder de waterspiegel. Van Kolfschooten vertelde me dat hij méér gevallen kende waar duidelijk een loopje was genomen met de wetenschappelijke erecode, maar die hij niet in zijn boek kon verwerken. Dit keer had het slachtoffer belangen, die weliswaar onbegrijpelijk waren maar daarom nog wel respect verdienden. En zo zijn er meer redenen om iets niet te publiceren.

Ik weet zelf van een oudheidkundige die de natuurwetten heeft opgeschort om iets als feit te presenteren dat niet in de bronnen stond. De definitie van pseudowetenschap is een berucht probleem, maar dit valt zelfs binnen de nauwste omschrijvingen. Je zou denken dat de universiteit een begeleidingscommissie instelde, zoals Delft deed nadat Coen Vermeeren een verhaal over ufo’s had verteld. Dat is niet gebeurd.

Ik heb inmiddels begrepen dat daarvoor een reden was en ik kreeg te horen dat ik wat vertrouwen moest hebben. Opnieuw: een onbegrijpelijke reden (nu ettert de kwestie door), maar het standpunt verdient respect.

Het is echter geen sterke verdediging.

Ik denk dat het volgende denkbaar is: dat de universiteiten niet systematisch verkeerde informatie aanleveren, maar dat het desondanks vaak gebeurt. Vandaar dat ik al een paar maanden pleit voor een parlementair onderzoek, al was het maar omdat de universiteiten dan kunnen uitleggen dat het echt meevalt en sceptici kunnen tegenspreken. Zoals het nu is, zal namelijk elk geval van niet-optimaal functioneren worden uitgelegd als bewijs van een systeemcrisis.

Als wantrouwen aanhoudend is, zal de wetenschap het niet overleven. Het is daarom beter klare wijn te schenken en ik hoop dat Van Kolfschootens Ontspoorde Wetenschap zal helpen dit simpele inzicht bij de wetenschappelijke bestuurders te doen inzinken. Een onderzoek, parlementair of niet, maar doe iet.


Oudhistorici, kwakhistorici en filmmakers

september 11, 2012

Ik blogde gisteren over historische films, en verzuchtte dat er vaak fouten in zaten die konden worden vermeden zonder dat de plot gevaar liep. Ik vergeleek het met films waarin andere wetenschappen een rol speelden. Waarom controleerde de historisch adviseur van Oliver Stone’s Alexander de recente publicaties niet en waarom controleerde hij niet alles wat er op de set gebeurde? Nu kan dit gewoon duiden op luiheid, maar het wordt wat moeilijk om aan te nemen dat álle adviseurs van álle historische films er áltijd de kantjes vanaf lopen.

Een aardige reactie kreeg ik van David L. Reinke uit Californië, die een boek kende dat over dit onderwerp ging, Past Imperfect, en filmmaker John Sayles citeerde:

If historical accuracy were the thing people went to the movies for, historians would be the vice presidents of studios. Every studio would have two or three historians.

Ik denk dat dat klopt, maar waarom is er dan zo weinig belangstelling voor geschiedenis? Mijn persoonlijke theorie is dat het komt omdat oudheidkundigen uitstralen dat het hun zelf ook niet veel kan schelen. Ik heb al vaker gewezen op de boeken van kwakhistoricus Tom Holland, die gemakzuchtig allerlei continuïteiten postuleert die hij niet bewijst. De enige correcte reactie die je als oudhistoricus mag hebben, is de mensen uitleggen waar de fouten zitten. In plaats daarvan zijn er oudhistorici die deze rommel aanbevelen.

Ze zeggen, met andere woorden, dat een wetenschappelijke opleiding tot historicus geen zin heeft omdat een amateurhistoricus acceptabel werk kan leveren. Als je zó denkt over je eigen werk, moet je niet verwachten dat het publiek je nog serieus zal nemen.

De vraag resteert hoe we het wél goed doen.


Academische zelfkritiek(loosheid)

augustus 27, 2012

Ik beschreef onlangs dat als je een echte artistieke mislukking wil maken, je talent nodig hebt. Het achterliggend mechanisme is dat critici geïmponeerd zwijgen in de buurt van een erkend genie, terwijl het genie vaak onvoldoende luistert naar commentaar van middelmatiger geesten. Ongehinderd door kritiek kan hij verder gaan met het produceren van een prul.

Zie ik het goed, dan gebeurt dit ook in de wetenschap. Ontsporingen duiden niet per se op kwade wil, maar hebben veelal te maken met falende kritiek. Eén van de redenen daarvoor is dat onderzoekers zelden hebben geleerd te luisteren naar commentaar. Op de lagere en middelbare school waren de latere academici die intelligentste leerlingen, die nooit fouten maakten, die zelden fouten hoefden te erkennen, en die dus de voornaamste les alleen theoretisch leerden: dat het niet erg is een fout toe te geven. Eenmaal op de universiteit komen er twee mechanismen bij die het nog lastiger maken dat de mensen hun voordeel doen van kritiek.

Het eerste is dat je alleen een wetenschappelijke carrière kunt maken door je te specialiseren – en dat is een net woord voor “je afsluiten voor informatie van buitenaf”. Zoals kritiek. Om een voorbeeld aan te halen: classici maken vaak vergelijkingen tussen toen en nu. Ik heb op mijn Engelse blog al eens gewezen op een boek dat systematisch de oorlogvoering in de Ilias vergelijkt met die van heden ten dage. Een antropoloog, historicus of socioloog hoeft niet eens te zijn afgestudeerd om te weten dat dit niet zomaar kan. Een eerstejaars herkent dat hier sprake is van de geografische verbreding en de chronologische verlenging waarover ik ook al eerder blogde.

Ik schreef toen ook dat dit soort problemen onvermijdelijk zijn. Ze zijn het gevolg van het feit dat de grenzen van de studierichtingen zelf niet wetenschappelijk zijn: ze zijn historisch gegroeid en niet ontstaan doordat mensen zich afvroegen welke vaardigheden iemand moest bezitten om een bepaalde kwestie op te lossen. Zouden we nu een studierichting oprichten om de Oudheid te bestuderen, we zouden zeker een propedeusevak “vergelijkingstheorie” bedenken, maar dit onderdeel van de geschiedtheorie wordt momenteel niet aan classici aangeboden.

Het tweede mechanisme dat wetenschappelijke zelfkritiek belemmert, is dat academici worden betaald om de slimsten te zijn. Het toegeven van een fout kan al snel worden uitgelegd als een aanwijzing dat men ten onrechte is benoemd. Dus worden fouten minder voortvarend aangepakt dan wenselijk is.

Een voorbeeld hiervan – en opnieuw: ik heb het op deze blog al eens genoemd – is de oudhistoricus die de brandspiegels van Archimedes beschouwde als een historisch feit. Een eerstejaarsstudent had de betrokkene erop kunnen wijzen dat de anekdote niet wordt genoemd in de bronnen terwijl iedereen die onderbouw-natuurkunde heeft gehad op een bierviltje kan voorrekenen dat het wapen in principe zou kunnen werken, mits de brandspiegel nog een meter groter is dan de grootste spiegel die astronomen ooit hebben geslepen.

Je zou denken dat de betreffende vakgroep een begeleidingscommissie instelde – zoals Delft dit voorjaar deed n.a.v. de affaire-Vermeeren – maar dat is niet gebeurd. Liever dan de fout erkennen, berustte men erin dat er pseudowetenschap werd verspreid.

Zo vergroot je echter de problemen. Iedereen die natuurkunde heeft gehad tot in vier vwo (dus óók de zogenaamde “alfa’s”) kan de fout herkennen, dus de schade is al toegebracht; door een begeleidingscommissie in te stellen, verminder je die schade, en door het achterwege te laten bereik je dat mensen gaan denken dat er iets veel grondiger mis is. Terwijl de schade beperkt had kunnen blijven tot één collega, staat nu een hele studierichting onder verdenking.

Uiteraard speelt dit niet alleen in de kunst en wetenschap, maar ook in het bedrijfsleven en in de politiek. Maar in de wetenschap vind ik het erger. Wetenschappers worden betaald om, ook al zijn er wat slagen om de arm te maken, de waarheid rusteloos na te streven, met inbegrip van zelfkritiek. In theorie doen ze hun best, maar in de praktijk zijn er teveel mechanismes die dat bemoeilijken.


Misplaatst sarcasme

augustus 6, 2012

Hoe leg je wetenschap uit? Er is maar één manier die werkt, en dat is dat je mensen laat delen in de verbazing en de speurtocht. Zoals de NASA vannacht deed. Wat je niet doet, is je publiekelijk sarcastisch uitlaten over je collega’s, zoals hierboven.

Dat geldt voor elke onderzoeker. Al sinds de zeventiende eeuw is het niet langer mogelijk dat iemand alle wetenschappen beheerst – onze eigen Nederlandse Gerard Vossius moet een van de laatsten zijn geweest die de ambitie nog had – en je weet altijd te weinig over andermans vakterrein. Bescheidenheid is dus gepast en sarcasme niet.

Dit geldt voor alle onderzoekers, maar in het bijzonder voor de geesteswetenschappen, waar het wetenschappelijk niveau inmiddels verontrustend laag is. Wie in de jaren zeventig een middelbaar onderwijs-akte Nederlands haalde, wist en kon meer dan een universitair student momenteel. De geschiedvorsing laat de physics of society links liggen, en zal daarom zelf binnenkort wel links worden gelegd. Als geesteswetenschappers het hebben over andere vakterreinen, kun je er donder op zeggen dat er fouten in de artikelen zitten. En mensen zien dat, want een derde van de bevolking heeft inmiddels een HBO-opleiding of hoger.

Ik geef hier, ik weet het, een hard oordeel. Ik haast me erbij te zeggen dat de betrokkenen te maken hebben gehad met ruim een kwart eeuw wanbeleid, ongeveer vanaf het moment dat ZWO veranderde in NWO. De geesteswetenschappen zijn sindsdien vrij systematisch uitgekleed en het niveau is momenteel alleen nog acceptabel voor bureaucraten, die kijken naar toetsingscriteria als publicatieaantallen. Wetenschappers, die kijken of de informatie de burger ook bereikt, hebben een veel somberder beeld.

De burger ziet dat er fouten worden gemaakt, wéét dat hij de sluitpost is en begrijpt al zeker tien jaar niet meer waarom hij belasting moet betalen voor geesteswetenschappelijk onderzoek. Hij reageert inmiddels met minachting. Letterenstudies, dat zijn maar een fopwetenschappen.

Wat het publiek ondertussen niet te zien krijgt, is dat er nog altijd prachtige dingen mogelijk zijn, zoals het archeologische onderzoek in Israël waar ik vorige week over blogde: de keuze tussen twee theoretische visies werd daar systematisch onderzocht, tot uiteindelijk het beslissende experiment kon plaatsvinden. Dat is geweldig, maar uitleg vergt een serieuzere vorm van wetenschapscommunicatie dan in de geesteswetenschap gebruikelijk is.

Zolang die er niet is, overheerst een negatief beeld van de geesteswetenschappen en is het buitengewoon onverstandig als geesteswetenschappers zich sarcastisch uitlaten over andere onderzoekers. Aan het rijtje “de geesteswetenschappers komen wetenschappelijk niet meer mee”,  “hun opleidingpeil is laag” en “ze negeren ons”, voegt de burger namelijk meteen toe “en ze hebben ook al geen zelfkennis”.

De geesteswetenschappers moeten eerst hun eigen huis weer op orde hebben vóór ze de buren sarcastisch toespreken.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 150 other followers