De Anatolische beschavingen (4)

mei 26, 2013

Het zogenaamde “graf van koning Midas” in Gordion

[Dit is het vierde deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De ontruiming van de Hettitische hoofdstad Hattusa was een teken des tijds. De oude netwerken waarmee tin en koper waren geruild (de bestanddelen van brons), vielen uiteen. Wat restte was het goedkopere ijzer, dat overal te vinden is. Kleine én ooit grote staten schakelden erop over, en dat had een democratiserend effect: de supermachten van weleer hadden geen strategische voordelen meer. Tegelijk en samenhangend met de instorting van de grote Bronstijdrijken en de opkomst van de IJzertijdrijkjes, waren er migraties, die meestal worden aangeduid als de “Zeevolkeren”: in Anatolië breidden de noordelijke nomaden hun invloed uit naar het zuiden, in het zuiden van de Anatolische hoogvlakte lag het koninkrijkje Muski, vanuit het zuidoosten kwamen de Arameeërs, en vanuit het noordwesten trokken de Frygiërs het gebied binnen.

Moderne kopie van een van de Neo-Hettitische orthostaten in Arslantepe

Moderne kopie van een van de Neo-Hettitische orthostaten in Arslantepe

Van deze laatsten was de hoofdstad Gordion, die tot op de huidige dag wordt gedomineerd door talloze grote grafheuvels. In een ervan ligt, naar men wel beweert, de legendarische koning Midas begraven. We beklommen de citadel, waar eeuwen later Alexander de Grote de beroemde “gordiaanse knoop” zou doorhakken (meer…). De Frygiërs lieten ook hun sporen na in Ankara en Hattusa, waar mooie standbeelden zijn gevonden van de moedergodin (meer…), en in Alacahöyük. Er is wel geopperd dat het zojuist genoemde koninkrijk Muski identiek is aan Frygië, maar volgens mij is dat topografisch onmogelijk.

Ondertussen waren er ook nog staten die de tradities voortzetten van het oude Hettitische Rijk. Helaas lukte het ons niet om Karchemis te bereiken (een ingecalculeerde mislukking overigens – we rekenden er niet echt op), maar we bezochten wel het prachtig in een bos aan een meer gelegen Karatepe, de opgraving van Zincirli en het fenomenale Arslantepe. Ook hier leefden de kunstenaars zich uit in mooie stadspoorten en fraaie orthostaten. Ik ga zeker nog eens terug om deze steden te bekijken, met – hopelijk – wat meer kans op succes in Karchemis.

Muzikanten op een Neo-Hettitische orthostaat in Karatepe

Muzikanten op een Neo-Hettitische orthostaat in Karatepe

Deze zogeheten Neo-Hettitische staatjes bleven, met Aramese en andere invloeden, nog enkele eeuwen bestaan. Wat in Griekenland wel eens wordt aangeduid als de “Dark Ages”, is dat in Turkije beslist niet meer, al zou ik ook weer niet zo ver willen gaan te beweren dat we ons bevinden in het volle licht der geschiedenis.

Eén Neo-Hettiet wil ik nog noemen: Uria, een soldaat die (volgens de Bijbel) in de tiende eeuw in het verre Jeruzalem koning David diende. De vorst werd verliefd op Uria’s echtgenote, Batseba, en stuurde haar man naar het front met een brief aan zijn commandant, waarin de koning opdracht gaf aan zijn commandant om de brenger van de brief aan het front te laten strijden, opdat hij zou sneuvelen. Het is maar één kijkje naar de details van het leven in deze tijd. Ik zou er graag meer hebben, en wie weet wordt in Karchemis, Karatepe, Zincirli of Arslantepe nog eens een stevig kleitablettenarchief gevonden.

[wordt vervolgd]


Echtscheidingspapieren

mei 20, 2013

Kleitablet uit Kanesh

Kleitablet uit Kanesh

Kanesh was de naam van een Assyrische handelsnederzetting in het zuidoosten van Anatolië, daterend uit de negentiende en achttiende eeuw v.Chr. De moderne naam is Kültepe en ik ben er eergisteren wezen kijken.

De plek is vooral beroemd geworden door de vele kleitabletten die er zijn gevonden. Ze documenteren de interregionale handel van die tijd. Toen ze werden ontdekt, werden ze meteen de inzet van een kinderachtige discussie tussen archeologen en historici, waarbij de laatsten claimden dat we, zonder deze teksten, niets over die handel zouden weten. Dat is onzin: niet alleen leert mineralogisch onderzoek welke metalen Anatolië en Mesopotamië uitwisselden, uit het nederzettingenpatroon blijkt ook ongeveer waar de zwaartepunten in het handelsnetwerk moeten hebben gelegen.

Gelukkig illustreren de tabletten meer dan alleen handel. Ze documenteren ook aspecten van het dagelijks leven. Het kleitabletje dat bovenaan dit stukje staat afgebeeld behoort tot de collectie van het Museum van Anatolische Beschavingen in Ankara. Het is een echtscheidingsakte: mevrouw Sakriuska uit Kanesh en haar Assyrische echtgenoot Assur-taklaku gaan in harmonie uit elkaar en spreken af geen schadeclaims tegen elkaar in te dienen. Is dat al opmerkelijk, het is mogelijk nog interessanter dat de vrouw juridisch volledig gelijkwaardig is aan de man.

[Dit was de negende aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]


Hittitisch vredesverdrag

mei 19, 2013
Hittitisch-Egyptisch verdraag (Archeologisch museum van Istanbul)

Hittitisch-Egyptisch verdraag (Archeologisch museum van Istanbul)

Het kleitablet hierboven is een van de allerberoemdste teksten uit de Oudheid. Mocht u het willen zien: het is in het onvolprezen archeologische museum van Istanbul. En mocht u willen weten wat het is: het is de tekst van een staatsverdrag tussen de Egyptische farao Ramses II en de Hittitische koning Hattusili III, gesloten in 1259 v.Chr..

Ramses was in 1279 aan de macht gekomen en erfde een imperium dat wel eens betere tijden had gekend. De Egyptische garnizoenen in Kanaän (zeg maar Israël, Libanon en delen van Syrië), dat in de vijftiende eeuw was veroverd door Thutmoses III,  waren voor een deel ontruimd, maar de nieuwe koning slaagde erin althans de kuststeden weer onder Egyptisch gezag te brengen. In 1274 besloot hij een eind landinwaarts te trekken.

Dat was niet naar de zin van Muwatalli, die in het noorden van Syrië en het zuiden van wat nu Turkije heet zo zijn belangen had. Bij Kadesh aan de rivier de Orontes, ergens ten zuiden van het huidige Aleppo, kwam het tot een veldslag, die door de Hittieten werd gewonnen, al slaagde Ramses er door snel en actief te handelen in het ergste te vermijden. De volgende dag trokken beide legers zich terug: men had ontdekt dat met de andere partij niet viel te spotten.

De oorlog ging verder, met Egypte duidelijk als de initiatiefnemer, profiterend van het feit dat Muwatallis’ broer Hattusilis hem niet zonder slag of stoot kan opvolgen. In 1259 kwam het tot een vredesverdrag. Een Hittitische delegatie kwam naar Egypte, naar Pi Ramesse, en bood daar een mooie zilveren plaat aan met de voorgestelde verdragstekst. Er moeten enkele diplomatieke manoeuvres aan vooraf zijn gegaan, want men was het blijkbaar al eens.

De vorsten spreken elkaar aan als broeders, en zijn dus volkomen gelijk, wat voor beide grote koningen een aanzienlijke psychologische stap zal zijn geweest. Verder lezen we over respect voor elkaars bezittingen – vermoedelijk is er een aanvullende overeenkomst geweest over de precieze grens – en over wederzijdse bijstand. Daaronder vallen militaire steun maar ook het uitwijzen van ongewenste vreemdelingen.

De tekst is in verschillende versies overgeleverd, onder andere in Egyptisch hiërogliefenschrift, maar de versie hierboven ligt dus in het museum van Istanbul. Ze is gevonden in Hattusa, de hoofdstad van het Hittietenrijk, even ten oosten van Ankara: de plaats die ik, als alles naar wens gaat, heb bezocht op het moment dat u dit in Nederland voorbereide stukje zult lezen.

[wordt vervolgd]

[Dit was de achtste aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]


Het Midden-Oosten en zijn verledens

oktober 3, 2011

ToetanchamonNationale archeologische musea vertellen veel over de wijze waarop een natie kijkt naar haar verleden. Een vergelijking tussen de musea van Ankara en Cairo is verhelderend.

Het Egyptische Museum in Cairo concentreert zich op de Bronstijd, dat wil zeggen het derde en tweede millennium v.Chr., waarin het land van de Nijl achtereenvolgens het Oude, het Midden- en het Nieuwe Rijk zag bloeien, onderbroken door tussenperioden van politieke verdeeldheid. De IJzertijd, ruwweg het eerste millennium, blijft betrekkelijk onderbelicht.

Dat is jammer, want dit is een interessante tijd, waarin Egypte werd bestuurd door farao’s uit Libië, Nubië, Assyrië en Perzië. De Perzische tijd duurde bijna twee eeuwen, en er zijn waanzinnig interessante teksten en voorwerpen te tonen, maar er is nauwelijks aandacht voor: twee zalen, een fractie van wat wordt besteed aan Toetanchamon. Het is duidelijk dat kunsthistorische selectiecriteria in Cairo belangrijker zijn dan historische, en vooral: het is duidelijk dat we worden getrakteerd op een zo puur mogelijk Egyptisch verleden.

Het Museum van Anatolische Beschavingen in Ankara heeft de tegengestelde keuze gemaakt. Het meervoud “beschavingen” zegt veel over de Turkse visie op het verleden: meervoudig, gevarieerd, veelkleurig. De eerste zalen zijn gewijd aan de Steentijd, daarna volgt de Bronstijd, met veel aandacht aan Kanesh, een Assyrische handelspost in Centraal-Anatolië. Een ontmoeting van culturen.

Dat blijft het centrale thema. Er zijn voorwerpen uit de Hittitische tijd, en er is veel aandacht voor buitenlandse invloeden. Je zult er een brief zien van een Egyptische koningin aan haar Hittitische collega, een soort voorwerp dat ontbreekt in Cairo.

Een Frygische rhyton uit Gordion, geïnspireerd door de kunst van Urartu

Wanneer de zogeheten Neohittitische staatjes uit de Vroege IJzertijd worden behandeld, worden Aramese invloeden netjes genoemd. Het meest indrukwekkend zijn de reliëfs uit Karchemish, waaronder een mooie afbeelding van Gilgamesh: de held uit een Babylonisch epos.

Wanneer we aankomen bij de Frygiërs en de vondsten zien uit de grote grafheuvel van Gordion, het “graf van Midas“, ontmoeten we de Assyriërs opnieuw, want hun teksten lijken koning Midas te vermelden. (Vermoedelijk klopt het niet, maar dat is nu niet mijn punt). Urartu wordt eveneens behandeld in relatie tot zijn machtige Assyrische buren. De Perzische tijd komt er ook in Ankara wat bekaaid vanaf, maar er zijn dan ook weinig vondsten.

Binnen de grenzen van het huidige Turkije bestonden ooit veel culturen. Het Turkse nationalisme accepteert een pluriform verleden. Het Egyptische nationalisme heeft daar meer moeite mee: vreemde invloeden komen nauwelijks aan bod, alles draait om de grandeur van het Nieuwe Rijk. Het is het verschil tussen een twintigste- en een negentiende-eeuwse visie op het verleden.

En toch waren er ooit Grieken in Iran: Herakles in Behistun

De meeste archeologische musea in het Nabije Oosten maken dezelfde keuze als Egypte: een negentiende-eeuws nationalisme. Of je nu in Teheran of Jeruzalem komt, overal is het verleden een nationaal verleden. In Teheran gaat het zo ver dat evident Griekse voorwerpen snoeihard Parthisch worden genoemd, naar een volk uit het noordoosten van Iran; in het Israel Museum in Jeruzalem ligt de nadruk op de vorming van het jodendom. (Tussen haakjes: het Nederlandse Historische Museum zou ook een nationale identiteit hebben moeten uitdragen.)

Hoewel ik al deze musea graag bezoek, stoort het negentiende-eeuwse geschiedbeeld me nogal. De huidige nationale grenzen bestonden destijds niet en moeten daarom geen rol spelen bij de inrichting van een museum. Een “nationaal historisch museum” is in feite een contradictio in terminis.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 223 andere volgers