De trollen voeden

mei 17, 2012

Zoals de lezers van deze kleine blog weten, ontvang ik voor de Livius-website nogal wat mail. Ik heb, geloof ik, wel eens uitgelegd dat een kleine 30% van de lezers moeite heeft met de wetenschap. Iets minder dan een derde daarvan vervalt tot regelrechte pseudowetenschap (piramidekrachten, Archimedes’ brandspiegels, Niburu…) en de rest, eenentwintig procent van het totaal, heeft kritiek op het wetenschappelijk bedrijf als geheel. De meeste mensen uit die groep zijn vooral onverschillig geworden, zoals we allemaal cynisch zijn over de persberichten van het bedrijfsleven of de plannen van politici, maar er zijn er ook die kwaad zijn en het internet gebruiken om te trollen. Of dit alleen geldt voor de oudheidkunde, die haar voorlichting slecht op orde heeft, of dat er een algemener probleem speelt, dat weet ik niet.

Eén van de meest gehoorde klachten is dat oudheidkundigen alleen zijn geïnteresseerd in het behoud van hun baantjes en wetenschappelijk niet langer meekomen. Ze beoefenen de wetenschap niet uit waarheidsliefde maar geldzucht. Wie schrijft over oudheidkunde, zal daar rekening mee moeten houden  en ik denk dat dat ook geldt voor andere slecht-begrepen disciplines, zoals de bestudering van slaapstoornissen. Het zijn namelijk niet alleen leken, maar ook artsen, die menen dat wie niet goed slaapt, discipline mist. Meer over dat onderwerp hier.

Zo bezien kon het vakgebied niet slechter in het nieuws komen dan met dit bericht. Twee Groningse onderzoekers hebben een enzym ontdekt dat ons slaapritme reguleert. Dat is belangrijk nieuws, niet in de laatste plaats voor het vakgebied zelf, omdat de onderzoekers hiermee duidelijk kunnen maken dat slaapstoornissen geen kwestie van discipline zijn, maar dat ze een biologische oorzaak hebben. Het vooroordeel dat het zou gaan om foponderzoek, kan hiermee worden gepareerd.

Die troefkaart wordt echter buitengewoon onhandig uitgespeeld. In de laatste zin gooit de geciteerde onderzoeker de eigen glazen in:

Het wordt steeds duidelijker dat verstoring van ons dag-nachtritme … schadelijk is voor onze gezondheid en daarmee ook kosten voor de gezondheidszorg met zich meebrengt. Het is daarom van belang om de mechanismen [van slaapritmes] te ontrafelen.

Met andere woorden: we hebben meer geld nodig. Toevallig ben ik er zelf vóór dat er scheepsladingen geld gaan naar het slaaponderzoek, maar deze nauwelijks verholen geldzucht werkt contraproductief als een deel van het publiek het onderzoek niet begrijpt en meent dat wetenschappers meer naar geld dan waarheid speuren. Het eerste wat onderzoekers zouden moeten leren die omgaan met de media is dat ze de trollen niet moeten voeden.


Kwakgeschiedenis: het Griekse erfgoed

mei 1, 2012

Aristoteles

De wetenschappelijke methode, onze vrijheid, de experimentele wetenschap, de democratie, rationaliteit, wiskunde, wijsbegeerte… het wordt allemaal maar toegeschreven aan de oude Grieken en het is bijna allemaal niet waar.

Over het algemeen gaat de drogredenering als volgt: wij hebben X, de Grieken hadden ook X, dus wij hebben het van de Grieken. Dat X ook bij andere volken kan zijn voorgekomen wordt vaak genegeerd (wiskunde is hier een voorbeeld), zoals men ook vaak over het hoofd ziet dat X vergeten kan zijn geraakt en herleefd kan zijn, zonder dat er een direct verband is (democratie).

Verder is maar de vraag of de Grieken X wel echt op hun culturele repertoire hadden, want misschien is ons voorbeeld van een Griekse X wel niet-representatief. De experimenten van Archimedes zijn bijvoorbeeld nogal uitzonderlijk en kunnen niet worden beschouwd als bewijs dat de Grieken de experimentele wetenschap hebben uitgevonden. Dat onze natuurwetten weinig gemeen hebben met de wet van Archimedes, zal ik dan nog buiten beschouwing laten. Kortom, veel veronderstelde ontleningen zijn gebaseerd op drogredeneringen.

Sprekend over drogredeneringen. Dáár hebben de Grieken nu wél als eersten over nagedacht, en veel van wat Aristoteles erover zei is nog steeds actueel. Vandaar dat ik graag verwijs naar deze infographic, waarop ze handig worden uitgelegd.


Godwin in drie!

maart 8, 2012

Kleitablet met spijkerschrift

Een goede vriend van me houdt zich professioneel bezig met millennia oude, Babylonische kleitabletten met spijkerschriftteksten. Ik ben daar wat jaloers op, want het is interessant materiaal, er is nog veel te ontdekken en het is een voorrecht dat te mogen doen. Zo ziet mijn vriend het ook, en aangezien geen privilege komt zonder verplichtingen, vindt hij dat hij eventuele vragen van leken terstond moet beantwoorden.

Nu lopen er nogal wat mensen rond met – om zo te zeggen – opmerkelijke ideeën over de oude wereld. Mensen die denken dat Mozes (toch echt een legendarisch persoon) wérkelijk een berg is beklommen en dat zijn visioenen hallucinaties zijn geweest die samenhingen met zuurstofgebrek; mensen die denken dat Archimedes met spiegels schepen in brand kon steken; mensen die menen dat gebeurtenissen van twee, drie millennia geleden voor ons relevant zouden kunnen zijn. Met hen communiceren is soms knap lastig.

Vooral als er nationalistische sentimenten in het spel zijn, zie je van een afstand hoe een discussie zal verlopen. Een andere vriend van me kan de lol ervan inzien en maakt er een sport van te voorspellen wanneer de eerste belediging zal vallen. Zoals schakers aankondigen dat ze “mat in drie zetten” zullen geven, zo voorspelt hij wel eens dat iets gaat uitlopen op een “godwin in vier”. We kunnen om de beledigingen lachen, want (a) je went eraan, (b) je weet dat je een nationalist hebt geconfronteerd met de irrationaliteit van zijn vooroordeel en dat je dus iets zinvols doet, en (c) zo’n 95% van de vragen is alleszins normaal en daarom een feest om te beantwoorden.

Terug naar de eerstgenoemde vriend. Een paar dagen geleden kreeg hij een mailtje van iemand die meende dat een bepaalde spijkerschrifttekst in het oud-Koerdisch kon zijn geschreven. Een paar eigennamen die hij in een vertaling had gezien, leken namelijk op moderne Koerdische woorden. Mijn vriend antwoordde beleefd dat de hele tekst in het oud-Babylonisch was en dat er geen probleem was dat met de voorgestelde hypothese kon worden opgelost.

Een goede daad blijft echter nooit onbestraft. Binnen een paar uur was mijn vriend verweten dat hij niet openstond voor nieuwe ideeën. Deze antwoordde dat we het Babylonisch uitstekend begrijpen en dat als er onbekende leenwoorden in de tekst zouden hebben gestaan, geleerden dit wel hadden gezien. In zijn derde mailtje maakte de vragensteller mijn vriend uit voor nazi. Godwin in drie. Sneller dan ik ooit eerder heb gezien.

Nóg sneller zou in principe mogelijk moeten zijn: iemand schrijft een geleerde, die zijn hulpvaardige antwoord meteen beantwoordt krijgt met een scheldpartij. Ik zie ernaar uit het nog eens mee te maken. Zo’n godwin in twee, dat is toch een beetje de heilige graal van de wetenschapsvoorlichting.


Archimedes

juli 14, 2011

In Italië heet Donald Ducks stadsgenoot Willie Wortel ‘Archimede Pitagorico’. Dat is een brutale keuze van de vertalers, want het Engelse origineel, Gyro Gearloose, klinkt modern en rechtvaardigt niet zomaar de introductie van een antieke naam. Maar brutaal of niet, het zegt veel over de legendarische reputatie van Archimedes als verstrooide uitvinder voor wie geen technisch probleem te ingewikkeld is.

De Italiaanse wetenschapshistoricus Napolitani ziet het als zijn taak Archimedes tot menselijker proporties terug te brengen en aan te geven waarom hij een belangrijke denker is. Daarin slaagt hij met vlag en wimpel. Na een korte biografie – veel is immers niet bekend over het leven van Archimedes – volgen zeven pittige hoofdstukken waarin zijn verdiensten als wiskundige worden uiteengezet en zes hoofdstukken over zijn invloed op de ontwikkeling van de wiskunde. Vaak begrepen de geleerden van de Renaissance en Vroege Nieuwe Tijd de geschriften van de Syracusaan niet, maar ook dan bleek het denken over de mogelijke betekenis van de slecht overgeleverde teksten een vruchtbare exercitie. Zonder het tastend zoeken van de filoloog Federico Commandino en de wiskundige Francesco Maurolico zouden Galileo Galilei en René Descartes de Wetenschappelijke Revolutie niet hebben kunnen ontketenen en was onze cultuur een andere geweest.

Op ieder boek valt wel wat aan te merken, en de Nederlandse versie van Archimedes is geen uitzondering. Het is wat storend dat veel Griekse eigennamen in een Italiaanse versie van een Latijnse vorm zijn opgenomen (bijv. Polibius) en dat de namen van humanistische geleerden nu eens worden weergegeven met een Italiaanse versie van hun naam, dan weer met hun Latijnse artiestennaam en soms met hun eigenlijke naam. Op blz.98 figureren bijvoorbeeld Niccolò Cusano, kardinaal Bessarione, Traversarius, Regiomontanus en Willem van Moerbeke. Zoveel inconsistentie op één bladzijde leidt af van de tekst. Maar over het algemeen heeft vertaalster Etta Maris een prettig leesbare, goed begrijpelijke tekst gemaakt, wat des te prijzenswaardiger is omdat Archimedes. Voorloper van de moderne wetenschap bij tijd en wijlen aan de ingewikkelde kant is.

Archimede Pitagorico

Maar het is wel een verdraaid goed boek. Napolitani geeft er de voorkeur aan een beperkt aantal wiskundige onderwerpen goed uit te diepen, zodat de lezer echt begrijpt waar het de Griekse geleerde om te doen was. Archimedes’ prestaties als ingenieur blijven daardoor enigszins onderbelicht: we lezen weinig over de Archimedische schroef, het waterorgel, het planetarium of de versterkingen en machines die hij ontwierp om Syracuse te verdedigen tegen de Romeinen.

Het is dezelfde keuze die E.J. Dijksterhuis in 1938 maakte in zijn Archimedes  – vermoedelijk het beste boek over een aspect van de oude wereld dat ooit is geschreven door een Nederlander. Maar op één punt maakt Napolitani een andere keuze: hij behandelt ook de tekstgeschiedenis van Archimedes’ geschriften. Afgezien van een traktaat dat alleen in een Arabische vertaling bewaard is gebleven, kenden Europese geleerden het oeuvre lange tijd uitsluitend in de Latijnse vertaling die Willem van Moerbeke in 1269 had vervaardigd van twee Griekse handschriften, aangeduid als A en B. Van het laatste ontbreekt elk spoor; van A staat vast dat het in de zestiende eeuw verloren is gegaan, maar gelukkig waren er toen al kopieën gemaakt.

In 1906 ontdekte de Deen Johan Heiberg in Istanbul een derde manuscript, dat behalve enkele al bekende teksten ook het traktaat De methode bevatte, waarin Archimedes aan zijn penvriend Eratosthenes van Kyrene uitlegde hoe hij zijn resultaten had bereikt. Helaas was het perkament waarop C was geschreven in de dertiende eeuw afgeschraapt om te worden gebruikt voor een gebedsboek. Zo’n overgeschreven tekst heet een palimpsest. Heiberg had maar kort de tijd om het te bestuderen en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog maakte heronderzoek onmogelijk. Toen de oorlog voorbij was, bleek C zoek geraakt.

Dijksterhuis’ boek was dus noodzakelijkerwijs gebaseerd op een gereconstrueerde A, een in het Latijn vertaalde B en een onvoldoende onderzochte C. In 1998 werd de Archimedespalimpsest echter teruggevonden en aan een anonieme miljardair verkocht voor twee miljoen dollar – een bedrag waarvan Napolitani zonder ironie zegt dat het ‘bescheiden’ was. Met alle mogelijkheden die de hedendaagse wetenschap biedt, werkt de Waters Art Gallery in Baltimore nu aan een uitgave die in 2008 moet zijn voltooid. Er is echter al een voorlopige uitgave en het hoofdstuk dat Napolitani aan De methode wijdt, is met merkbaar plezier geschreven.

Tegelijk illustreert dit hoofdstuk de afstand die ons scheidt van de Syracusaanse wiskundige, want Napolitani legt Archimedes’ meetkundige redenering uit met het jargon van de algebra, wat zoveel eenvoudiger is (a² is simpeler dan ‘het vierkant dat staat op een lijnstuk met lengte a’). De notatie is één van de punten waarop de Europese geleerden verder zijn gekomen dan de oude Grieken. Maar zeker bij Archimedes is het niet moeilijk te erkennen dat wij zoveel verder kunnen zien omdat wij – om dat middeleeuwse cliché maar weer uit de kast te halen – staan op de schouders van reuzen.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 272 andere volgers