Facebookfoto’s

juni 11, 2012

Benghazi

In de afgelopen tien jaar zullen mijn zakenpartner en ik zo’n 80.000 foto’s hebben gemaakt, van de Muur van Hadrianus in Engeland tot Lahore in Pakistan, en van Ghat in Libië tot Mashhad in Iran. Zo’n 50.000 daarvan zijn bruikbaar voor didactische doeleinden, en een groot deel daarvan staat op de Livius-website. Die gaan dus over de Oudheid, maar het beperkt zich daar niet toe.

Ik heb er nu ook zo’n 4000 geplaatst op mijn Facebookpagina; niet op de allerhoogste kwaliteit, want dat vreet ruimte. Niettemin, vooral het materiaal uit het Nabije Oosten is de moeite waard. Als het om antieke zaken gaat, is er vaak wel een link naar de uitleg; anders zul je het moeten doen met een geografische aanduiding. Ideaal voor werkstukken, of ter voorbereiding van een vakantie.

Het spul staat hier, maar je hebt een Facebook-account nodig. Als je daarin geen zin hebt, wat ik me goed kan voorstellen, kun je jezelf altijd nog Hans Worst of Nomen Nescio noemen.


Het verdriet van België

mei 26, 2012

Onlangs “onthulde” de onvolprezen satirische website De Speld dat Ajax was overgenomen door “de flamboyante Amsterdamse zakenman” Willem Holleeder.

Beursanalisten roemen de zorg waarmee Holleeder te werk is gegaan bij het verkrijgen van de aandelen. “Ajax-fans zijn vaak erg gehecht aan hun aandelen, maar de werknemers van de heer Holleeder zijn bij alle aandeelhouders thuis langsgegaan. Toen ze uitlegden wat zijn toekomstplannen voor de club waren, wilde een meerderheid zelfs vrijwillig afstand doen van hun aandelen.”

De grap is zo leuk omdat iedereen weet dat een vriendelijk bezoek van medewerkers van een bekende crimineel flamboyante Amsterdamse zakenman meestal resulteert in offers you can’t refuse. Helaas overtreft de satire de werkelijkheid, althans in België. De Standaard kopt vandaag “Minnelijke schikking mogelijk voor zware misdrijven“.

Openbaar aanklagers mogen voortaan voor misdrijven waarop tot twintig jaar cel staat, deals sluiten met de verdachte criminelen. … De schikking kan zelfs lager uitvallen dan de uitgesproken straf en de behandelende rechters mogen niet oordelen of de schikking opportuun of proportioneel is. Verdachten die kunnen betalen, behouden ook een blanco strafblad, terwijl andere verdachten in dezelfde zaak nog altijd vervolgd kunnen worden.

Ik krijg hier een heel naar gevoel bij. Ik ben blij dat ik geen openbaar aanklager ben in België, want ik zou vanaf nu in constante angst leven dat ik ooit wakker wordt naast een afgehakt paardenhoofd.


Hoe God uit de Kempen verdween

juli 14, 2011

Een eeuw Belgische geschiedenis, dat is wat Koen Peeters de lezer biedt in zijn mooi geschreven roman De bloemen. Geen grotemannengeschiedenis: de Latijnse muntunie, de Koningskwestie en de Congocrisis blijven onvermeld. Het is een geschiedenis van het dagelijks leven in België, meer in het bijzonder in de Kempen.

Peeters presenteert zijn stof in een traditionele vorm: de familiekroniek. Eerst vertelt hij het verhaal van de zuivelhandelaar Louis en zijn vrouw Hortence, daarna beschrijft hij de carrière van hun zoon, de politicus René. (Diens echtgenote Paula komt opvallend minder uit de verf dan haar schoonmoeder.) De derde generatie komt aan het woord doordat de verteller, een zoon van René en Paula, commentaar geeft op de levens van zijn vader en grootvader. Door de perspectiefwisseling vermijdt Peeters het zwakke punt van zoveel familiekronieken: dat een naverteld mensenleven minder gestructureerd verloopt dan wenselijk is voor een roman.

De gebeurtenissen zijn zelden wereldschokkend en het menselijk drama blijft beperkt. Het geweld van de Tweede Wereldoorlog treft de familie niet werkelijk en Louis en René worden niet geconfronteerd met het soort gebeurtenissen waarmee een Thomas Hardy bewees dat tragedies niet per se over koningen hoefden gaan. Een stevige matpartij met ziekenhuisopname is zo ongeveer het ergste wat gebeurt. De lezer kan daar alleen maar blij mee zijn, want Louis en René zijn goede mensen voor wie je sympathie voelt. Dat je het boek in een ruk zou willen uitlezen, is meer door de beminnelijke karakters dan door de spannende plot.

Mooi is vooral de karakterisering van Hortence door middel van de briefjes die ze stuurt naar haar zonen, die in een internaat wonen.

Uit de brieven van mijn grootmoeder blijkt overduidelijk dat volle, onvoorwaardelijke geloof. Iedereen bidt en wordt gevraagd om te bidden. Tussen de personages verschijnt altijd opnieuw dat ene eigenzinnige personage, zijn naam is God. Hoe kan een mens zo gelovig zijn?

Peeters werkt dit letterlijk uit door God op te voeren als alledaags personage, zoals Bijbelse gebeurtenissen op schilderijen van Breughel kunnen plaatsvinden op het Kempische platteland. God informeert bijvoorbeeld bij Louis hoe de zaken staan.

“Goed, heel goed zelfs”, zei Louis aan de Almachtige. “Misschien moet ik verder mikken dan zuivel verkopen. Misschien moet ik ambitieuzer zijn.”

“Ja, waarom niet”, zei God bezadigd. Dat was meer een mededeling dan een vraag. God was rustig in die dingen.

Het verdwijnen van deze nabije God met wie je over de zuivelprijzen kunt discussiëren, is het eigenlijke onderwerp van De bloemen. Het is echter ook een ode aan het karakter van de Kempenaars, die ‘op een niet-sluwe, zelfs ontroerende wijze zijn gehecht aan hun gehechtheid aan de Kempen’. Die onbevangenheid weerspiegelt zich in Peeters’ ongekunstelde Nederlands, waarvan hij alle subtiliteiten beheerst. Peeters heeft geen krullendraaierij nodig om te imponeren of te ontroeren. Het boek is melancholiek zonder vals pathos.

En toch. Hoe mooi het boek ook is geschreven, hoe goed het idee van een zichzelf becommentariërende familiekroniek ook is, hoe sympathiek de personages ook zijn, Peeters heeft zijn stof wel erg nadrukkelijk geordend rond de verdwijning van God. Als bijvoorbeeld de verteller de aantekeningen naleest, kan hij een woord niet lezen, en dat blijkt natuurlijk ‘God’ te zijn. Het Opperwezen krijgt aan het einde van de roman, als envoi, nog een brief van de ik-figuur, waarin expliciet wordt gemaakt wat al duidelijk was. Het boek eindigt zo met een dissonant.

Maar het probleem is niet alleen dat het boek wat uit balans is. De verdwijning van God is zo’n banaal thema. Ooit had het een zekere urgentie en was het relevant aan te tonen dat de vanzelfsprekende aanwezigheid van God op het Belgische platteland een benepen geestelijkheid aan de macht hielp. Gerard Walschap schreef daar tachtig jaar geleden al over en sindsdien zijn alle facetten van het religieuze leven wel een keer gehekeld en verdedigd. Het onderwerp is inmiddels royaal over zijn uiterste houdbaarheidsdatum heen.

Als Peeters een melancholieke geschiedenis van de Kempen had willen schrijven, dan hadden andere thema’s een relevanter boek opgeleverd. Waar blijft toch die grote roman over de ondergang van de belgitude? (Voor zover mij bekend heeft nog geen enkele schrijver erop gewezen dat een Vlaanderen zonder Wallonië cultureel armer is.)

De bloemen is een heel mooi boek dat me snel dierbaar is geworden. Peeters zet sympathieke personages neer, toont dat de familiekroniek een vitaal genre is en kan verschrikkelijk goed vertellen. Het is jammer dat hij zijn talent in De bloemen verspilt aan een belegen thematiek, maar ik kijk uit naar zijn toekomstig werk.

[Deze bespreking verscheen eerder op Recensieweb.]


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 262 andere volgers