Xerxes’ Griekse oorlog (2)

augustus 27, 2013

Herodotos (Agoramuseum, Athene)

Ik kondigde aan te gaan schrijven over Xerxes’ expeditie naar Griekenland. Dat betekent automatisch dat ik veel zal schrijven over de Griekse onderzoeker Herodotos, de auteur van de Historiën, onze voornaamste bron. Een korte introductie tot dit boek, in het Nederlands vertaald onder de titel Het verslag van mijn onderzoek, is nuttig.

De auteur komt uit Halikarnassos, het huidige Bodrum in zuidwestelijk Turkije: een stad die werd bewoond door Grieken onder Perzisch bestuur. Dat gaf Herodotos een dubbele identiteit en misschien verklaart dit – psychologie van de koude grond – waarom hij erg zijn best doet van alles wat hij vertelt én een Griekse én een Perzische lezing te geven. Hij is echt een goede journalist, die steeds hoor en wederhoor toepast. Als men hem “vader van de geschiedenis” noemt, is dat misleidend: geschiedvorsing bestond nog helemaal niet op een wijze die wij zouden herkennen. “Historie” betekende “onderzoek”, en de uitdrukking die wij als “vader van de geschiedenis” vertalen, kan beter worden weergegeven als “vader van de onderzoeksjournalistiek”.

Een van de verschillen tussen een journalist en een historicus is de belangstelling voor causaliteit. De eerste kijkt naar de gebeurtenissen en probeert die te reconstrueren – wat al lastig genoeg is – en de tweede probeert een verklaring te vinden: soms in individueel handelen, soms in de maatschappelijke structuren. Op dit punt staat de moderne historicus lijnrecht tegenover Herodotos: waar wij, zoals ik gisteren aangaf, het Perzische imperialisme verklaren vanuit een interne maatschappelijke dynamiek, verklaart onze Griekse zegsman het vanuit een droom van Xerxes. Daarin zou hij opdracht hebben gekregen de Grieken te straffen.

Het veronderstelde misdrijf had plaatsgevonden in 499, toen de Griekse steden in het Perzische Rijk in opstand waren gekomen. Die opstand was onderdrukt, maar de Atheners hadden steun verleend aan de Aziatische Grieken. Toen de Perzische koning Darius de situatie meester was, had hij – volgens Herodotos – besloten de Grieken aan te pakken. In 492 was Macedonië veroverd en in 490 waren de eilanden in de Egeïsche Zee onderworpen. Een poging ook in Athene een nieuwe heerser aan te stellen liep echter uit op een nederlaag bij het dorpje Marathon. Dit nu zou Xerxes hebben moeten bestraffen.

Wij zien het anders. De expeditie naar Athene was een bijzaak: het ging om de eilanden. Niet voor niets offerden de Perzen, toen ze de Egeïsche eilanden eenmaal beheersten, op het eilandje Delos een lieve negen ton wierook aan Apollo, die ze beschouwden als alter ego van hun oppergod Ahuramazda. Volgens ons had het Perzische opperbevel alle reden tot tevredenheid: Azië was onbereikbaar geworden voor invallers. De Europese Grieken lijken het voldongen feit te hebben erkend: er is maar één halfslachtige en mislukte poging bekend een eiland van zijn Perzische heersers te bevrijden. Juist die passiviteit maakte de Perzen duidelijk dat ze hun ambities opnieuw naar het westen konden richten, en dat is wat Xerxes deed. Met het straffen van de Atheners voor de slag bij Marathon had het weinig te maken.

Herodotos’ tekortschietende analyse doet geen afbreuk aan de feiten die hij presenteert. Hij interpreteert ze slechts verkeerd – althans volgens ons. (Hoe de volgende generatie erover zal denken, staat te bezien.) De waarheidsliefde van de Halikarnassiër is onmiskenbaar. Als hij de plank misslaat,  is het vaak omdat hij niet aan informatie kon komen. Of doordat zijn behoefte aan effect hem dwarszit. Hij heeft zeker Babylon niet bezocht, maar schrijft wel dat “mensen die de stad nooit hebben bezocht zullen wel niet kunnen geloven dat…” of “in mijn tijd was het nog zo dat in Babylonië…” Hij liegt niet maar is wel uit op effect.

Voor Xerxes’ campagne heeft hij de beschikking gehad over minstens twee verdraaid goede bronnen. De ene is een overzicht van het Perzische leger, waarover ik nog zal bloggen. Het andere is een dagboek dat lijkt te zijn bijgehouden door iemand die bij de generale staf zat, maar we hebben geen idee in welk leger. Feit is dat de hoofdlijn van Herodotos’ verhaal klopt; deze tabel biedt een overzicht.

[Wordt vervolgd]


Een onvoltooid geschiedwerk

augustus 19, 2013

Herodotos (Agoramuseum, Athene)

Zou het kunnen bestaan, een boek over de Tweede Wereldoorlog dat begint met de Duitse eenwording van 1870 en eindigt in de winter van 1942/1943 met de slagen bij El Alamein, Stalingrad en Guadalcanal? Het lijkt vreemd, maar de keuze valt te verdedigen. In militaire zin was de oorlog beslist. Ook de contouren van de naoorlogse periode lagen vast, met het tekenen van het Atlantic Charter en de afspraken van Casablanca. De tijdgenoten wisten dat ook: het illegale Parool voorspelde op 28 mei 1943 dat koloniale rijken als Nederlands-Indië zouden worden opgedoekt, dat de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten na de oorlog oppermachtig zouden zijn en dat daarom een vorm van Europese samenwerking moest ontstaan waaraan ook Duitsland zou deelnemen.

Zo’n geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog zou dus kunnen bestaan, maar de meeste lezers zullen het idee hebben dat zo’n boek onvoltooid is. De oorlog was immers pas afgelopen toen Japan capituleerde. De krijgshistoricus zou dat toch ook moeten beschrijven, en liefst óók de oprichting van NAVO, COMECON en Raad van Europa. Ontbreken die zaken, dan zal de lezer zich afvragen of de historicus misschien voortijdig is overleden of – eigentijdser – door zijn subsidie heen was.

Dit is ongeveer wat er schort aan de Historiën die Herodotos van Halikarnassos wijdde aan de oorlog tussen het Perzische wereldrijk en de Griekse stadstaten aan het begin van de vijfde eeuw v.Chr. Het indrukwekkende boek, in het Nederlands vertaald onder de kloeke titel Het verslag van mijn onderzoek, begint met de regering van de Perzische vorst Cyrus de Grote in 559, vervolgt met een beschrijving van de imperialistische politiek van het door hem gestichte wereldrijk (de onderwerping van Lydië, Babylonië, Egypte, Thrakië en Libië), en pas op ongeveer tweederde lezen we over de eerste Perzische aanval op de Griekse steden in Europa, in 492. Twee jaar later veroveren de Perzen de Egeïsche Eilanden en mislukt in de slag bij Marathon een poging in Athene een pro-Perzisch regime aan de macht te helpen, en nog eens tien jaar later – we zijn dan op driekwart van het boek – begint de oorlog pas echt als koning Xerxes Griekenland binnenvalt. Niet lang na de beslissende gevechten bij Salamis (480), Plataia en Mykale (beide in 479) breekt het verhaal af, hoewel de oorlog nog niet voorbij was.

Hoe invloedrijk Herodotos is, blijkt wel uit het feit dat nog in 2005, de Britse schrijver Tom Holland een boek kon publiceren over de Grieks-Perzische oorlog, Persian Fire, dat met een even lange aanloop als de Historiën begint en even voortijdig eindigt: na Mykale is het voorbij. De val van Eïon, het laatste Perzische bolwerk in Europa, wordt niet eens vermeld. Alsof je een geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog eindigt voordat de Sovjet-troepen Berlijn hebben veroverd.

Het is wonderlijk dat Holland (en menig ander krijgshistoricus) zijn historisch oordeel afhankelijk maakt van het punt waarop een van zijn bronnen afbreekt. Herodotos zelf had in elk geval een ander oordeel over wat belangrijk was. Hij was niet van mening dat Mykale en de expeditie naar de Hellespont het einde vormden en heeft zeker méér willen beschrijven dan uiteindelijk is gepubliceerd: in 7.123 kondigt hij aan het lot van de Griekse verrader Efialtes nog te zullen behandelen, en die belofte lost hij niet in. De Historiën zijn onvoltooid. In een boek over de oorlog tussen Perzen en Grieken mogen de Griekse expedities naar de Bosporos en het strategisch cruciale Cyprus (478) niet ontbreken, net als de Spartaanse veldtocht tegen de Thessalische collaborateurs (478), de oprichting van de Delisch-Attische Zeebond (478/477), de moord op Efialtes (477), en de val van Eïon (476).

Wat zou Herodotos te vertellen hebben gehad als hij zijn werk tot het logische einde had kunnen brengen? Om te beginnen al het bovenstaande: hij geeft er blijk van te weten wat er in de jaren 478-476 heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn er twee aanwijzingen dat Herodotos meer noten op zijn zang had. Aan het begin van zijn werk, in 1.106 en 1.184, kondigt hij aan terug te zullen komen op de oude geschiedenis van het Tweestromenland. Ook die belofte lost hij niet in. Jammer, want Babylon zou wel eens belangrijk zijn geweest in Herodotos’ visie op de Grieks-Perzische oorlog. Maar hoe?

Voor Tom Holland is het simpel. Hij wijst er – terecht – op dat Xerxes meer dan één zorg aan zijn hoofd had. Kort voor de oorlog tegen de Grieken waren in Babylonië Bēl-šimānni en Šamaš-eriba in opstand gekomen en hoewel deze revolte was onderdrukt, stelt Holland dat Babylonië nog altijd opstandig was. Daarom zou Xerxes hebben moeten terugkeren, wat dan verklaart waarom de Perzen in 479 te weinig troepen op het westelijk strijdtoneel hadden. En dat verklaart op zijn beurt waarom de Griekse overwinningen bij Plataia en Mykale mogelijk waren.

Helaas is Hollands theorie een verzinsel. Ze is niet onmogelijk, maar we zouden graag een geloofwaardige aanwijzing hebben voor een opstand in 479. Die ontbreekt. Holland heeft haar volkomen uit de duim gezogen. Herodotos’ voornemen terug te komen op Babylonië is eigenlijk het enige dat het vermoeden rechtvaardigt, maar hij kan om zoveel andere redenen hebben willen terugkomen op de culturele hoofdstad van het oude Nabije Oosten.

Zou Herodotos tijd van leven hebben gehad en zou hij zijn geschiedenis tot het logische einde hebben willen voltooien, dan zou hij de volgende elementen nog hebben moeten noemen:

  • na de beschrijving van de Atheense expeditie naar de Hellespont waarmee het boek nu eindigt, zou Herodotos hebben verteld hoe in 478 de Spartanen naar Thessalië trokken;
  • hij zou hebben verteld hoe de Spartanen tegelijkertijd hun gezag verspeelden tijdens de Griekse expeditie naar Cyprus en de Bosporos;
  • hij zou hebben beschreven hoe in de winter de Delisch-Attische Zeebond werd opgericht;
  • hij zou de moord op Efialtes in 477 hebben beschreven;
  • hij zou met een beschrijving van de Atheense aanval op Eïon zijn betoog tot zijn logische einde hebben gebracht.

En ergens zou hij dus ook nog hebben verwezen naar de geschiedenis van Babylon. Dat zou een mooi symmetrisch einde hebben opgeleverd. De opkomst van het Perzische Rijk was begonnen toen Cyrus de stad had ingenomen; aan het einde van de Historiën zou de vergankelijkheid van die stad symbool hebben kunnen staan voor de inmiddels bewezen vergankelijkheid van Perzië. Zo’n einde zou een waarschuwing hebben kunnen zijn voor de Griekse stadstaten, die, toen Herodotos zijn werk schreef, op het punt stonden ten oorlog te trekken.

Ik zeg niet dat het einde zo is geweest. Ik zeg alleen dat het mogelijk is, en dat Herodotos’ niet-ingeloste belofte over een Babylonisch verhaal geen aanwijzing hoeft te zijn voor de door Holland verzonnen opstand in 479. Het is triest dat Persian Fire in bibliotheken staat bij de geschiedenisboeken, terwijl de grens met historische fictie zo royaal wordt overschreden. Over het gemakzuchtige, voor elke eerstejaars geschiedenisstudent herkenbare ontologisch holisme waarmee Holland al in zijn inleiding duidelijk maakt geen historicus te zijn, zullen we het verder maar niet hebben.

[Oorspronkelijk verschenen in Momentum.]


De farao en de dief

januari 14, 2013

farao2

Er was eens een koning, zo vertelt de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos, en die heette Rampsinitos. Hij was onmetelijk rijk en bezat daarom een heus geldpakhuis. Hij wist echter niet dat de bouwmeester in een van de buitenmuren een steen had aangebracht die zonder veel moeite kon worden losgemaakt. Wie het wel wisten, waren de twee zonen van de bouwmeester, die zich verschillende keren aan ’s konings geld hielpen.

De farao zon op tegenmaatregelen en liet daarom klemmen plaatsen. Toen de twee inbrekers weer eens in het geldpakhuis waren, liep een van hen in de val – letterlijk – en omdat hij merkte dat hij er niet uit kon komen, vroeg hij zijn broer hem te onthoofden. De volgende ochtend zag Rampsinitos wat er was gebeurd, en omdat hij wist dat inbrekers doorgaans niet hoofdeloos zijn, concludeerde hij dat er nog een dief moest zijn.

Daarom liet hij het lijk bij de stadspoort hangen, om te zien hoe de overlevende inbreker daarop zou reageren. Deze wist echter raad. Hij laadde wat wijnzakken op een ezel en zorgde dat hij met de poortwachters aan de praat raakte. Al gauw zaten die met de dief een gezellig glaasje te drinken, en toen ze dronken in slaap vielen, nam de inbreker snel het lichaam van zijn broer weg.

De farao was verbijsterd en wist nog maar één middel om de dader te vinden. Hij richtte een bordeel in waar ook zijn dochter moest werken, en zij moest al haar klanten uitvragen wat de kwalijkste streek was die ze ooit hadden uitgehaald. De inbreker begreep meteen wat de bedoeling was en ging op bezoek in ’s konings bordeel. Daar vertelde hij aan de prinses dat hij ooit zijn broer had gedood in het geldpakhuis, maar toen zijn gesprekspartner in het donker naar hem greep om hem te laten arresteren, liet hij een speciaal voor de gelegenheid van een lijk afgesneden arm achter.

Wéér was de dief de farao te slim af geweest, en deze liet daarom bekendmaken dat hij vol bewondering was voor de aartsslimmerik, dat hij hem genade schonk en dat hij mocht trouwen met de prinses. Daarop maakte de inbreker zich bekend en huwde met de prinses. Ze leefden nog lang en gelukkig.

***

farao1Dit sprookje is te vinden in de Historiën van Herodotos van Halikarnassos. Uiteraard is het verhaal niet echt gebeurd. We kennen geen farao met de naam Rampsinitos en wijn dronken de Egyptenaren ook al niet.

Herodotos distantieert zich dan ook van de historische betrouwbaarheid van het verhaal, maar heeft het gelukkig wel voor ons overgeleverd. Het is tevens te vinden in het kinderboek De farao en de dief. Vijfenveertig verhalen uit de oude wereld van Hein van Dolen (2012, Valkhof Pers). Zoals de illustratie hierboven toont, vond mijn neefje het prachtig.


Onbekende onbekenden

november 24, 2012
We often have to believe the stories of Herodotus, because he is the only source, and we cannot evaluate the quality of his information.

We moeten de verhalen van de Griekse onderzoeker Herodotus vaak geloven, domweg omdat hij de enige bron is en zijn informatie niet kunnen toetsen.

Velen hebben de draak gestoken met de woorden die de Amerikaanse minister van Defensie Donald Rumsfeld ooit wijdde aan de “known unknowns” en de “unknown unknowns”. Hij kreeg er zelfs een satirische prijs voor. Dat was hoogst onverdiend, en niet alleen omdat zijn uitspraak in feite een gedicht vormt:

The Unknown
As we know,
There are known knowns.
There are things we know we know.
We also know
There are known unknowns.
That is to say
We know there are some things
We do not know.
But there are also unknown unknowns,
The ones we don’t know
We don’t know.

Rumsfeld beschrijft een verdraaid belangrijk kentheoretisch probleem waarmee elke historicus steeds weer wordt geconfronteerd: unus testis, nullus testis. Informatie betekent pas iets als je haar kunt controleren, maar over het verleden heb je bijna altijd te weinig informatie. Dat maakt de bestudering van het verleden tot een tamelijk lastige aangelegenheid: je beschikt weliswaar over data, maar je hebt geen idee of die representatief of zelfs maar betrouwbaar zijn.


Een inktzwart mensbeeld

mei 11, 2012

De plaats van Xerxes’ troon bij Çanakkale

Ik was gisteren in Çanakkale, aan de Dardanellen in Turkije. Het heeft een mooi museum, wat de reden was van mijn bezoek; maar het is ook het antieke Abydos, de plaats waar de Perzische koning Xerxes in 480 v.Chr. overstak van Azië naar Europa. Hij had een van de grootste legers ter wereld opgebouwd, en dat vormde aanleiding tot enkele sombere bespiegelingen, die worden weergegeven door de Griekse onderzoeker Herodotos van Halikarnassos. Ik citeer het hier in de vertaling van Hein van Dolen:

Overal lagen schepen en op de stranden en vlakten krioelde het van de mensen. Xerxes besefte dat hij een gezegend mens was… en barstte in snikken uit.

Dit ontging zijn oom Artabanos niet. Toen hij de tranen van Xerxes zag, zei hij tegen hem: “Maar Sire toch, uw reacties zijn wel heel tegenstrijdig. Net was u nog zo trots, en nu huilt U.”

“Je hebt gelijk,” antwoordde Xerxes. “Ik dacht er net zojuist aan hoe kort het menselijk leven eigenlijk is en daar werd ik verdrie­tig van. Van al deze mensen leeft over honderd jaar niemand meer.”

“Ja,” zei Artabanos, “maar er zijn nog wel treuriger zaken. Want in ons korte leven is er geen mens ter wereld, waar dan ook, zo gezegend door de goden dat hij niet meer dan eens zijn eigen dood wenst.”


Livius Nieuwsbrief / mei

mei 1, 2012

Dit is de tachtigste aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; om af te melden volstaat een mailtje naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

========================================

NIEUW OP DE LIVIUS-WEBSITE

Uw redacteur bezocht Libanon en dat leverde veel nieuwe webpagina’s op: de Bekaavallei, twee pagina’s over het antieke Beiroet, acht pagina’s over het besneeuwde heiligdom van Faqra, het Libanongebergte, de door Herodotus vermelde reliëfs bij Nahr al-Kalb en vier pagina’s over de prachtige Romeinse tempels van Nihata. Ook nieuw: pagina’s over de Grieks-Macedonische steden Amfipolis, Olynthos, Pella en het Siciliaanse Akragas.

Ondertussen publiceerde onze zustersite LacusCurtius de Griekse tekst van enkele toespraken van Dion Chrysostomos en de Gebouwen van Prokopios.

========================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

Indachtig het archeologisch spreekwoord “breng nieuws nooit één keer naar buiten als je ook twee keer naar aandacht kunt vissen” nog maar een keer het vandalisme in Elah.

Interessant bericht over de domesticatie van runderen: ze stammen allemaal af van tachtig dieren die kort na de IJstijd leefden.

Interview met Touraj Daryaee, Sassanidenspecialist.

En verder: Tell Achzib, Babylon (weinig nieuws), Minet el-Hosn, Umm a Toamin, Shengavit, Jeruzalem, Herodion, Lod, Tel Kedesh.

========================================

EGYPTE

Het maandelijkse gesleep met mummies: 1, 2, 3, 4, 5. En gelukkig eindelijk aandacht voor een te vaak onderschat medisch probleem: het post-mortem lijden van mummies.

En verder: het Dodenboek, een scarabee van Ramses III in Karnak, twee in beslag genomen sarcofagen, Filae, El Hibeh, Alexandrië, het oudste katoen en de onvermijdelijke doctor Zahi Hawass.

========================================

GRIEKENLAND en TURKIJE (en wijde omgeving)

Het storende gebruik van het modieuze woord “tsunami” moet u niet afleiden van het feit dat het artikel over de vloedgolf bij Potidaia de moeite toch waard is.

Teveel oudheden en te weinig geld: problemen in Griekenland. Negeer de lollige kop.

Leuk: een Griekse pottenbakkersoven opnieuw in gebruik.

And what have the Greeks ever done to us? De logica is toch wel een van de belangrijkste nalatenschappen. Een heleboel door Aristoteles beschreven drogredeneringen bij elkaar, ideaal voor het middelbaar onderwijs. (Wat het plaatje van Plato en Sokrates ermee van doen heeft, wordt niet helemaal duidelijk.)

En verder: Santorini, Athene (Stoa van Attalos, een gerechtshof), Sozopol, Messene, Laodicea, Thessaloniki, Olympia, een vervalsing (wel mooi overigens).

========================================

ROME EN ZIJN RIJK

$800.000.000,- voor een Romeins themapark? In elk geval hebben we al een filmpje hoe het eruit zag.

Een ingestorte muur in Pompeii komt op een pijnlijk moment, want er is net extra geld naartoe gegaan.

Het wrak bij Trapani lijkt te worden bedreigd.

Interessant stuk over de veronderstelde afwezigheid van christenen in de Romeinse legers.

En verder: beeldje van de kinderen van Kleopatra en Marcus Antonius, zomaar een diploma, Romeins Marokko en politieoptreden tegen de bende die het Colosseum onveilig maakt.

========================================

BENOORDEN DE ALPEN

Nog een themaperk: dit keer bij Haltern. Projectnaam is “Aliso”, en dat is misschien want jammer, want er is geen bewijs dat Haltern en Aliso dezelfde plaats zijn.

Voor één keer mogen we inderdaad van sensatie spreken: in Neuss is een Romeins fort gevonden uit 30 v.Chr. Dit betekent dat de Romeinen eerder naar de Rijn oprukten dan tot nu toe werd aangenomen.

Er varen al een nagebouwde Romeinse schepen in Woerden, Hamburg en Neumagen, en nu ook in Utrecht. Het schip uit Millingen wordt begin juni op het Nijmeegse Romeinenfestival gepresenteerd en er zijn plannen voor de herbouw van de Woerden-7.

Leuk interview met de stadsarcheoloog van Venlo, Maarten Dolmans.

Een nieuw tijdschrift voor de archeologie van Vlaanderen, Ex situ.

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: Cambridge, Cirencester, Ilkley, Northampton, de Muur van Hadrianus, Whitley Castle, York (Saksisch).

En verder: Maastricht, Leeuwegem (pdf), Cuijk, Apeldoorn, oeroude runen (300 n.Chr.), discussie in het Vlaamse parlement over het erfgoedbeleid en een opvallend traditionele interpretatie van de slag in het Teutoburgerwoud (vergelijk).

========================================

JODENDOM EN CHRISTENDOM

Vlak voor Pasen probeerden een documentairemaker en een echte onderzoeker slim wat geld binnen te halen met nieuws over de Talpiot-tombe. Het leuke was dat de geleerde wereld voor een keer reageerde en de hoax genadeloos onderuit haalde. Een terugblik.

En verder: antiek anti-semitisme, samaritanen en Joods DNA.

========================================

OVERIG

Blijkbaar is dat nieuws, dat vrouwelijke gladiatoren topless vochten. Uw redacteur kon een zekere ergernis niet onderdrukken en heeft zo zijn eigen ideeën over hoe de Oudheid beter in het nieuws kan komen. En hij moppert hier nog even verder. Maar verder gaat het best wel goed hoor.

Mooi artikel over het teruggeven van antiquiteiten.

En verder: Taxila.

========================================

INTERNET

Helemaal blij word je van een reeks antieke handschriften, vooral omdat ze ook leverbaar zijn als PDF.

De directeur van een bekende archeologische organisatie pleit tegen open access, met als argument dat er al lezingen zijn voor het grote publiek. Met andere woorden: dit zijn de feiten en daarmee moet u het doen, u moet zich er niet verder in willen verdiepen, u moet betalen om de universiteiten onderzoek te laten doen en u moet extra betalen als u belang mocht stellen in de resultaten. Een affront voor degenen die wérkelijk belangstelling hebben.

========================================

EN TOT SLOT

Eindelijk onthuld: hoe egyptologen een mummie vinden.

========================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012) en bij Aantekeningen bij de Bijbel. Als u de nieuwsbrief wil steunen, kunt u een donatie doen op rekeningnummer 67.07.91.121 t.n.v. Livius, o.v.v. Ondersteuning Nieuwsbrief. Dank u wel.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 244 andere volgers