Kerstmis in Isfahan

december 29, 2013

post-atheistHet was de ochtend voor kerstmis en ik liep over straat met over mijn schouder een sporttas, over de ene arm een colbertje, onder de andere arm drie kerststollen en in de rechterhand een tasje met chocoladekerstkransjes. Het was duidelijk dat ik iets ging vieren en dat trok de aandacht: een voorbijganger vroeg me of ik wel wijn had kunnen kopen.

In één seconde had ik drie verschillende reacties. Eerst was ik uit het veld geslagen door de bizarre vraag. Daarna hervond ik mezelf: ik was in Iran, waar niemand de verleiding kan weerstaan een praatje aan te knopen met een vreemdeling. Je moet als Europeaan niet opkijken van curieuze vragen, zelfs niet van een aanbod je te helpen zoeken naar iets wat eigenlijk niet is toegestaan. En tot slot begreep ik wat de man had gebracht tot zijn opmerkelijke vraag: hij had uit mijn kerststollen en -kransen afgeleid dat ik kerstmis kwam vieren, wist dat christenen daarbij een ritueel hebben met brood en wijn, maar wist niet dat ze niet hun eigen drank naar de kerk meenemen.

Lees de rest van dit artikel »


Shiraz (Iran)

augustus 18, 2013

Het graf van Hafez

Shiraz is het Venetië van Iran. Niet omdat er bijzonder veel grachten zijn, niet omdat het toerisme er de belangrijkste economische sector is, maar omdat het een favoriete bestemming is voor huwelijksreizen. Het zal overdreven zijn dat ieder Iraans echtpaar het weekend na het huwelijksfeest afreist naar de hoofdstad van de zuidelijke provincie Fars, maar het is niet veel overdreven.

Een deel van de verklaring is dat Hafez er ligt begraven. De veertiende-eeuwse dichter schreef liefdesgedichtjes die nog altijd aansprekend zijn, vooral doordat ze bepaald niet zoetsappig zijn. Dat is des te interessanter omdat de teksten vaak een dubbele bodem hebben: wie eenmaal in de gaten heeft dat “de geliefde” ook kan slaan op God, ziet dat vrijwel elk gedicht twee kanten op gelezen kan worden. Ik heb er elders meer over geschreven en verwijs daarnaar; hier volstaat het op te merken dat zijn graf ligt in een mooi parkje.

In de bazaar

In de bazaar

Een halve stad verderop ligt de dichter Saadi begraven. Hij leefde in de dertiende eeuw en is de auteur van De rozentuin, die de menselijke komedie beschrijft, deels in proza, deels in poëzie. Het parkje waar hij ligt begraven staat, zoals u al verwachtte, vol met rozenstruiken. Heel Shiraz staat overigens vol met rozenstruiken. Al eeuwenlang.

De twee dichtersgraven zijn eigenlijk de enige herinnering aan de Middeleeuwen, hoewel het moderne monumenten zijn en je meer middeleeuwse herinneringen zou hebben verwacht in een stad die destijds belangrijk was. Ze zijn echter nagenoeg afwezig.

In de citadel

In de citadel

De stad dateert uit de zevende eeuw. De moslimveroveraars kwamen uit de woestijn en vertrouwden het leven in de steden niet echt; daarom bouwden ze islamitische nederzettingen naast de bestaande steden. Voorbeelden zijn Kufa in Irak (om niet in Ktesifon te hoeven wonen), Fustat/Cairo in Egypte (om Alexandrië te kunnen vermijden) en Kairouan in Tunesië (in plaats van Karthago). Shiraz werd gesticht om buiten de Sasanidische hoofdsteden Firuzabad en Istakhr te kunnen blijven. Anders dan de andere steden werd Shiraz nooit een Arabische stad. Integendeel: de bewoners namen in deze levendige stad de Iraanse cultuur over.

De ingang van de Khan-madrassa

De ingang van de Khan-madrassa

Van die cultuur was Shiraz in feite het laboratorium. In de Volle Middeleeuwen was het de hoofdstad van een eigen rijkje, waar Perzisch de taal van de dichters was en architecten zochten naar echt-Iraanse bouwvormen. De Oude Vrijdagsmoskee is daarvan een voorbeeld, maar het gebouw is steeds weer aangepast aan hoe men in latere tijden de Iraanse cultuur zocht te definiëren. Zo werd het uiterlijk van Shiraz steeds opnieuw aangepast aan de eisen van latere tijdperken.

Het gezicht van Shiraz is daarom niet Middeleeuws maar achttiende-eeuws. Iran verkeerde toen in een crisis omdat de Safavieden, wier hoofdstad Isfahan was, niet langer aan de macht waren. Een militaire heerser nam de macht over, en na hem kwam de macht in handen van Karim Khan, die zich echter nooit zou tooien met de titel van sjah, “koning”, maar zich wakil al-raayaa, “leider van het volk”, bleef noemen: het koningschap, zo vond, hij behoorde aan een andere familie. Dat nam niet weg dat Shiraz de hoofdstad was van heel Iran en dat er behoorlijk werd geïnvesteerd.

De Nasir-moskee

De Nasir-moskee

De citadel, met buitenmuren van prachtig metselwerk en een schitterende binnentuin, is het meest opvallende monument uit deze tijd. Enkele vertrekken zijn ingericht in de toenmalige stijl. Ik kom er graag. Even verderop bouwde Karim Khan een tuinpaleisje, een moskee, een badhuis en een bazaar, die nog steeds het belangrijkste winkelcentrum is in de stad.

Zelf houd ik erg van de Khan-madrassa, een school voor moslimgeleerden. Er is altijd wel iemand met wie je een praatje kunt maken. Ik heb er wel eens wat vragen kunnen stellen aan een vriendelijke heer, die les gaf over islamitisch bankieren maar mij op weg hielp bij het doorgronden van enkele kwesties die ik moest begrijpen om Vergeten erfenis te kunnen schrijven. Later werd me verteld dat het een van de voornaamste rechtsgeleerden van Iran was, maar de man had blijkbaar voldoende plezier in de westerse bezoeker om er wat van zijn kostbare tijd aan te wijden. Het is een cliché – en zelfs opmerken dat het een cliché is is al een cliché – maar het kan niet vaak genoeg worden benadrukt dat in Iran gastvrijheid echt een nationale deugd is.

Metselwerk in de citadel

Metselwerk in de citadel

U merkt: echt grote monumenten noem ik niet. Shiraz heeft geen centraal plein zoals Isfahan, geen graf van een imam zoals Mashhad, geen werelderfgoed-moskee zoals Tabriz, geen scholen zoals Qom. De stad heeft wél fijne hotels en ligt ideaal om dagtochtjes te maken naar oude ruïnesteden als Persepolis, Bishapur, Sarvestan of het al genoemde Firuzabad. Boven alles is het echter een stad die leeft en die van alles wat heeft te bieden, zonder dat het ergens uniek in is. Anders dan Isfahani’s, die heel goed weten dat ze in de mooiste stad van het land wonen, hebben Shirazi’s geen kapsones. Het is met afstand de stad in Iran waar ik het liefst kom.


Tabriz (Iran)

augustus 17, 2013

Een lachende slager

Tabriz, gelegen in het noordwesten van Iran, is niet de allerbekendste stad van het land. Er wordt geen aansprekend, internationaal product vervaardigd, zoals de druiven uit Shiraz of de tapijten van Kerman; er zijn geen schokkende politieke gebeurtenissen geweest, zoals in Teheran; en anders dan Isfahan, waar een bekend gedicht is gesitueerd, speelt Tabriz ook al geen rol in de internationale letteren. Heel misschien kent u de grap van F. Springer, die in zijn hilarische roman Teheran, een zwanenzang iemand een boek laat schrijven met een hoofdstuk over het bezoek dat de componist Gustav Mahler aan de stad zou hebben gebracht.

Ik heb wel eens gezocht naar CDs met een Mahlersymfonie in de bazaar van Tabriz, een schitterend, oud en groot complex dat een welverdiende plaats heeft op de UNESCO-lijst van Werelderfgoed. Als iets in de bazaar van Tabriz iets niet te koop is, zal het vermoedelijk wel niet bestaan – met uitzondering dan van Mahler-CDs, waarvan ik zeker weet dat ze bestaan en die ik desondanks niet heb kunnen vinden.

De Blauwe Moskee

De stad geniet hier en daar enige bekendheid om zijn vijftiende-eeuwse Blauwe Moskee, een van de mooiste heiligdommen uit Iran. Bij een aardbeving is het gebouw enkele jaren geleden hard geraakt, maar de restauratie is net afgerond. Men heeft daarbij niet geprobeerd te verbergen dat er schade is geweest, maar er is voldoende hersteld om een indruk te krijgen van de schoonheid van het gebouw. De aardbevingsschade hoort immers evengoed bij de geschiedenis van het gebouw als de kunstwerken van de tegelzetters.

Bazaar

De vakidioot die ik ben was vooral onder de indruk van het Museum van Azerbaijan, het op een na grootste archeologische museum in Iran. Als de naam u wat bevreemdt: Atropates was een Iraanse edelman die in de dagen van Alexander de Grote aanvankelijk vocht tegen de Macedoniërs, maar later het hopeloze van de onderneming inzag en alles deed om de traditionele, Iraanse religie te beschermen toen de veroveraars optraden tegen haar religieuze leiders. Het gebied waarvan Atropates de identiteit en onafhankelijkheid wist te bewaren, heette sindsdien Atropatene, ofwel Azerbaijan, en bestond uit het noordwesten van Iran en de voormalige Sovjet-republiek. Het is eeuwenlang bestuurd geweest door de Iraanse sjah, maar in 1813 is het noordelijke deel in Russische handen gekomen.

Sassanidische schaal

Wat me opviel in het museum was de enorme zorg en de verstandige didactische keuzes die zijn gemaakt. De mensen staan open voor discussie. Van de schitterende schaal uit de Sassanidische tijd die zó mooi was bewaard dat ik me afvroeg of ze wel authentiek was, werd meteen erkend dat daarover discussie was geweest. Er zijn genoeg plaatsen waar je meteen als arrogante vooringenomen westerling wordt afgeserveerd als je zo’n vraag stelt, maar niet in Tabriz.

De stad heeft een kleine luchthaven, waarvan ik me vooral herinner dat de mensen van de kleine koffiebar een verdraaid straffe bak zetten. Echte koffie, niet de in het Midden-Oosten alomtegenwoordige Nescafé.

Ziezo. Nu weet u het. De stad heeft een rijk verleden. En een efficiënte horeca. Er zijn aardige bazari’s, restaurateurs met liefde voor hun vak en capabele museummensen, die vandaag mijn vrienden Richard en Shirin te gast hebben.


Isfahan

augustus 3, 2013
De Lotfollah-moskee

De Lotfollah-moskee

Is Isfahan de mooiste stad ter wereld? Dat zou zomaar eens waar kunnen zijn. In de zestiende eeuw werd het de hoofdstad van het Perzische Rijk, dat een bloeitijd meemaakte onder Sjah Abbas de Grote (r.1588-1629). De stad werd systematisch uitgebreid en zoals in die tijd gebruikelijk was, gebeurde dat door kaarsrechte straten te plannen. Anders dan de even oude straten van de Piano Sistino in Rome, die al snel te smal bleken, is de Isfahaanse Viertuinenstraat nog altijd een belangrijke verkeersader, met een langgerekt park als middenberm.

De Viertuinenstraat verbindt de Armeense wijk in het zuiden, via een van Isfahans beroemde bruggen, met de koninklijke residenties. Langs deze straat ligt het Paleis met de acht tuinen; even verderop ligt het Veertigzuilenpaleis; en nog even verderop geeft het Paleis met de Hoge Poort toegang tot het grote plein van Isfahan. Ja, er zijn nogal wat paleizen in Isfahan. Parken ook trouwens.

Dinosaurussen

Dinosaurussen

Het Veertigzuilenpaleis heeft in feite maar twintig zuilen, maar er voor ligt een mooie vijver die het twintigtal weerspiegelt en het totaal op veertig brengt. Het paleisje zelf heeft enkele mooie schilderingen, en je zult ergens een Hollander met een Keeshond ontwaren. Nederlanders waren bepaald geen zeldzaamheid in het Isfahan van die tijd; de Republiek had er een consulaat. In hetzelfde park is overigens een klein natuurhistorisch museum, waarin de evolutieleer wordt uitgelegd. Daar staan ook wat fleurige beelden van dino’s, die ik zelf altijd leuk vind contrasteren met de zeventiende-eeuwse pracht van het paleis.

Isfahan vanaf het Paleis van de Hoge Poort

Het Paleis van de Hoge Poort is misschien nog het beste voor te stellen als – inderdaad – een hoge poort, waarboven zich enkele vertrekken bevinden. Aan de voorzijde is een terras, waarvandaan de sjah kon kijken naar de polowedstrijden op het plein. Als die voorbij waren en hij behoefte had aan ander vermaak, kon hij naar de muziekkamer gaan.

Decoratie van de Koninklijke Moskee

Decoratie van de Koninklijke Moskee

De doelpalen van het polospel zijn nog steeds te zien op het grote plein, maar vallen nauwelijks op. Het bestaat grotendeels uit een park met fonteinen. Aan de zuidwestkant is de Koningsmoskee (ook wel aangeduid als de Moskee van de Imam of de Moskee van Shah Abbas), die een wereldwonder is. Je hebt nog nooit een mozaïek gezien als je hier nog nooit bent geweest. Het blauw, dat in deze tijd een modekleur was, overweegt.

Maar zelfs als je deze moskee hebt bezocht, geldt dat je nog nooit een mozaïek hebt gezien. Je bent immers nog niet geweest in de Sjeik Lotfollah-moskee, die is genoemd naar een sji’itische rechtsgeleerde die uit Libanon naar Isfahan was verhuisd. Deze moskee werd alleen gebruikt door de leden van het koninklijk huis. Het plafondmozaïek is adembenemend en ik vermoed dat als je in de hemel bent en naar boven kijkt, je in de hemel-van-de-hemel het plafond zult zien van de Lotfollah.

Vrijdagsmoskee

Vrijdagsmoskee

Maar ook wie de Lotfollah heeft gezien, heeft nog geen moskee gezien. Daarvoor moet je door de rommelige en gezellige bazaar wandelen, en dan kom je uit bij de Vrijdagsmoskee. Het is een kalm gebouw, en grote delen ervan bestaan uit bakstenen. Het spreekt mensen uit Nederland, het land van de Amsterdamse School, altijd aan. Ik ontdek er elke keer wat nieuws. Over de koepel blogde ik al eens.

Kortom, u moet naar Isfahan. U zult er geen spijt van krijgen.

Overigens: deze week zijn plannen gemaakt om de website van Livius.nl te verbeteren. Een oude wens is om daar ruimte te krijgen om meer achtergrondinformatie te verstrekken over onze reizen – informatie die anders is dan die op Livius.org. Ik zal de komende tijd dus wat vaker bloggen over steden uit het Midden-Oosten. Als u ze wil bezoeken, kunt u natuurlijk altijd mee met een van de reizen die Livius organiseert. Zoals deze reis naar Iran.


Farhad en Shirin

juni 29, 2013

Kapiteel uit Behistun met het portret van Khusrau II

De Sasanidische koning Khusrau II (r.591-628) was een machtige heerser. Zoals ik in mijn vorige stukje aangaf, veroverde hij vanuit Perzië grote delen van Anatolië en heel Syrië, Palestina en Egypte. Hij lijkt zijn overwinningen te hebben willen vieren met een reliëf in Behistun, waar Perzische vorsten al eerder hun successen hadden herdacht. Een deel van de rotswand is inderdaad klaargemaakt om te worden voorzien van een reliëf. Niet veel verderop zijn de funderingen te zien van een paleis dat Khusrau heeft laten bouwen.

De herinnering aan Khusraus bouwplannen is levend gebleven in de Iraanse volkscultuur. De dichter Nizami (1141-1209) heeft er een mooi verhaal over geschreven, dat is overgenomen, bewerkt en veranderd door generaties van rondreizende vertellers, die er op de dorpsmarkten een hele show van konden maken, aangepast aan de situatie ter plekke. Het verhaal is dus overgeleverd in verschillende varianten, waaronder een scenario uit een Turks poppentheater. Hieronder een variant die ik in 2004 hoorde in een Perzisch restaurant. Nizami’s verhaal is anders.

**

Koning Khusrau had verschillende echtgenotes, maar hield vooral veel van de mooie Shirin (“lieflijk”). Zij weet niet dat ze nog een andere bewonderaar heeft, de bouwmeester Farhad, die bijna gek wordt van verliefdheid en, tegen elk gezond verstand in, besluit ’s konings geliefde het hof te maken. Hij schrijft liedjes en brengt ze ten gehore – en bereikt zijn doel: Shirin hoort de liedjes en wordt verliefd op de zanger.

Helaas heeft ook Khusrau de liedjes gehoord. De koning wordt jaloers, maar kan, als koning, niet anders dan waardig handelen: standrechtelijke executies zijn derhalve geen optie. Hij besluit zijn liefdesrivaal van het hof weg te sturen. Een verblijf op het platteland, waar hij Shirin niet meer zal zien, zal de bouwmeester goed doen, en dus gelast de vorst Farhad de rots van Behistun uit te graven om een bron te vinden. Als de werkzaamheden zijn voltooid, mag hij terugkeren en kan Farhad, als zijn verliefdheid dan nog niet voorbij is en Shirin deze beantwoordt, alsnog met haar trouwen.

Vele jaren verstrijken. Farhad werkt in Behistun. Soms ziet hij de Perzische legers langs marcheren. Dan onderbreekt hij zijn werk om de soldaten te vragen of er nieuws is van het hof. Ze vertellen hem dat Khusrau nog steeds aan de macht is en dat Shirin nog altijd zijn echtgenote is. Hoewel Farhad blij is dat zijn geliefde nog leeft, stemmen de woorden hem droef. En zijn positie is uitzichtloos: hij heeft de rots al voor de helft afgegraven en nog steeds geen water gevonden.

Om de gunst van de koning te herwinnen, besluit hij een mooi monument op te richten, dat Khusrau met zijn verslagen vijanden toont. De koning laat hem weten dat hij er heel blij mee is, maar dat hij, een koning zijnde een koning, een eerder genomen besluit niet kan terugnemen.

Farhad is wanhopig en wil zich van de rots werpen, maar zoals steeds wanneer de wanhoop hem te groot wordt, denkt hij aan Shirin en herwint hij de wil tot leven. Hij graaft verder en op een mooie dag vindt hij water. Blij gooit hij zijn gereedschap weg en stuurt hij een boodschap naar Khusrau.

De koning stuurt een oude vrouw naar Behistun, die Farhad komt vertellen dat Khusrau hem graag aan het hof onthaalt, omdat ze dan samen kunnen rouwen om hun gemeenschappelijke verlies. Als Farhad vraagt wat de koning bedoelt, legt de vrouw uit dat Shirin onlangs is overleden. De bouwmeester is diep, diep geschokt. Zijn geest, die al instabiel was door zijn tragische liefde en door het vele werk in Behistun, bezwijkt en, in een daad van waanzin, gooit Farhad zichzelf van de rots naar beneden.

Uiteraard is Shirin in feite nog in leven. Als ze hoort dat haar geliefde dood is en welk dubbelspel de koning heeft gespeeld, verhangt ze zichzelf.


Een wrange klucht

april 1, 2013

Een van de Persepolis Fortification Tablets

Lang geleden, in 1931, streek een team Amerikaanse archeologen neer in Persepolis. Het is een van de mooiste vindplaatsen ter wereld en als u nog nooit in Iran bent geweest, is Persepolis beslist een reden om die kant op te gaan. De archeologen konden hun geluk dus niet op en deden wat alle archeologen doen: zoveel mogelijk opgraven. U moet hier maar eens kijken naar de foto’s uit de jaren dertig. Het accent op de opgraving betekende echter onvermijdelijk dat een deel van de vondsten nooit is gepubliceerd, domweg omdat de middelen, na zo uitgebreide opgravingen, ontbraken.

De Persepolis Fortification Tablets kwamen zo in het gedrang. Het gaat om een collectie van een kleine 25.000 fragmenten, die lijken te hebben behoord tot zo’n 18.000 teksten. Daarvan werd maar een deel uitgegeven: meest administratieve documenten, die helpen het economische leven van het antieke Perzië te begrijpen. Ook voor politieke geschiedenis zijn ze belangrijk: zo is er ergens een voucher dat een zekere Datiya gebruik kan maken van de Koninklijke Weg naar het westen, en dit bevestigt dat de commandant van de Perzische troepen in de slag bij Marathon inderdaad Datis heette, zoals Herodotos schrijft. Sprekend over Herodotos, de Persepolis Fortification Tablets bewijzen dat de Perzische namen die de Griekse auteur noemt, kloppen.

Maar lang niet alles werd gepubliceerd, wat overigens niet ongebruikelijk is. Onze musea en de archeologische depots liggen vol met nog te verwerken vondsten. Maar zo komt het dus dat er allerlei Iraanse voorwerpen in Amerikaanse universiteitsmusea liggen: in Chicago bijvoorbeeld, maar een soortgelijke collectie ligt in Harvard.

Ze zouden daar nog liggen verstoffen als ze een paar jaar geleden niet de inzet waren geworden van een juridische controverse, waarvan de wortels liggen in de jaren tachtig. Op 23 oktober 1983 blies een zelfmoordterrorist zichzelf op in de Amerikaanse marinierskazerne te Beiroet (meer). Daarbij kwamen 241 mensen om het leven, en er vielen nog meer gewonden. En de Amerikaanse sociale zekerheid zijnde zoals ze is, was er voor de gewonden en de nabestaanden weinig geld beschikbaar. Dat werd nog erger toen de regering-Bush Afghanistan en Irak binnenviel en immense schulden begon te maken, die werden afgedekt door te korten op de sociale uitkeringen.

Een groep nabestaanden besloot daarop de terroristen aansprakelijk te stellen. Ze behoorden tot de aan de Hezbollah gelieerde maar inmiddels opgeheven Islamitische Jihad, en dus verschoof de aanklacht naar de opdrachtgever: Iran. Aangezien de Verenigde Staten daarmee geen contact hebben, was er maar één oplossing, namelijk beslag leggen op Iraanse goederen in Amerika – zoals de kleitabletten.

De rechtszaken hadden één voordeel: er werd nu tenminste werk gemaakt van de uitgave van het verstoffende materiaal. (Hierbij was bijvoorbeeld de Nederlandse onderzoeker Wouter Henkelman betrokken.) Verder hebben alleen de advocaten er voordeel van gehad en kennen de juridische procedures in feite geen winnaars. In 2011 werd voor Chicago bepaald dat de schadeclaim moest worden afgewezen en dit berichtje heeft dezelfde strekking, nu voor Harvard. Fijn voor de wetenschap, maar voor de nabestaanden is nog altijd bitter weinig geregeld.


Filmpje over Iran

maart 19, 2013

Zoals de lezers van deze kleine blog weten, was ik onlangs in Iran. Hier zijn wat beelden.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 254 andere volgers