Tabriz

augustus 11, 2012

(c) ISNA

De tweets van de Nederlandse correspondent in Teheran, Thomas Erdbrink, zijn de laatste uren nogal deprimerend:

Two earthquakes around 6 Richter hit #Iranian city of Tabriz. No reports on casualties, land and cell phone communication facing problems.

US geological survey: An earthquake with magnitude 6.4 occurred near Tabriz, Iran at 12:23:17.88 UTC on Aug 11, 2012 http://goo.gl/zFF1i

#Iran news agency reporting 40/50 killed in #Tabrizquake, in villages, and up to 400 injured. Help troops are on the way ISNA reports.

#Iran Deputy minister saying there are now 153 dead and 700 wounded in #Tabrizquake

Fars news now saying 180 dead in #Tabrizquake, expecting more

Lachende slager

Het zal de voorpagina’s van de Nederlandse kranten niet halen. Op Nu.nl is het bericht dat het morgen een mooie stranddag wordt, nu al groter nieuws dan het oplopende dodental. Tabriz vormt geen nieuws. Ik ben bang dat de stadsnaam u hooguit iets zegt om de grap van F. Springer, die in een van zijn romans iemand een boek laat schrijven met een hoofdstuk over het bezoek dat Gustav Mahler aan de stad zou hebben gebracht.

Ik heb nog eens gezocht naar CDs met een Mahlersymfonie in de bazaar van Tabriz, een schitterend, oud en groot complex dat staat op de UNESCO-lijst van Werelderfgoed. Als iets daar niet te koop is, bestaat het vermoedelijk niet – met uitzondering van Mahler-CDs, die zeker bestaan maar die ik desondanks niet heb kunnen vinden.

De Blauwe Moskee

De stad is beroemd om zijn vijftiende-eeuwse Blauwe Moskee, een van de mooiste heiligdommen uit Iran. Bij de vorige aardbeving is het gebouw hard geraakt, maar de restauratie is net afgerond. Men heeft daarbij niet geprobeerd te verbergen dat er schade is geweest, maar er is voldoende hersteld om een indruk te krijgen van de schoonheid van het gebouw. De aardbevingsschade hoort immers evengoed bij de geschiedenis van het gebouw als de kunstwerken van de tegelzetters.

Bazaar

De vakidioot die ik ben was vooral onder de indruk van het Museum van Azerbaijan, het op een na grootste archeologische museum in Iran. Als de naam u wat bevreemdt: Atropates was een Iraanse edelman die in de dagen van Alexander de Grote aanvankelijk vocht tegen de Macedoniërs, maar later het hopeloze van de onderneming inzag en alles deed om de traditionele, Iraanse religie te beschermen toen de veroveraars optraden tegen haar religieuze leiders. Het gebied waarvan Atropates de identiteit en onafhankelijkheid wist te bewaren, heette sindsdien Atropatene, ofwel Azerbaijan, en bestond uit het noordwesten van Iran en de voormalige Sovjet-republiek. Het is eeuwenlang bestuurd geweest door de Iraanse sjah, maar in 1813 is het noordelijke deel in Russische handen gekomen.

Sassanidische schaal

Wat me opviel in het museum was de enorme zorg en de verstandige didactische keuzes die zijn gemaakt. De mensen staan open voor discussie. Van de schitterende schaal uit de Sassanidische tijd die zó mooi was bewaard dat ik me afvroeg of ze wel authentiek was, werd meteen erkend dat daarover discussie was geweest. Er zijn genoeg plaatsen waar je meteen als arrogante vooringenomen westerling wordt afgeserveerd als je zo’n vraag stelt, maar niet in Tabriz.

De stad heeft een kleine luchthaven, waarvan ik me vooral herinner dat de mensen van de kleine koffiebar een verdraaid straffe bak zetten. Echte koffie, niet de in het Midden-Oosten alomtegenwoordige Nescafé.

Ziezo. Nu weet u het. De stad heeft een rijk verleden. En een efficiënte horeca. Er zijn aardige bazari’s, restaurateurs met liefde voor hun vak en capabele museummensen, die nu allemaal de nacht buiten doorbrengen, bang voor een naschok.


Het Lot is altijd dwarser

juli 26, 2012

Het graf van Hafez

In een online-discussie met een vriend kwam de Iraanse dichter Hafez ter sprake. Hij leefde in de veertiende eeuw in Shiraz, een stad die miraculeus wist te ontsnappen aan de grote invasies van de Mongolen. Hafez’ liefde voor zijn vaderstad is voor een deel te verklaren door het simpele feit dat buitenlandse reizen niet heel veilig waren.

Zijn poëzie heeft de vorm van liefdesliedjes, en vaak gaat het inderdaad over liefde. Ook kroegen en drank worden bezongen, en het is zonder meer mogelijk de gedichten van Hafez te lezen als lof van Wein, Weib & Gesang. Het is echter wel Perzische poëzie, waarin het vaak een spel is dingen zó te zeggen dat ze lijken op iets anders. Wie eenmaal begrijpt dat de Geliefde ook God kan zijn en dat wijn kan staan voor de goddelijke extase, leest de poëzie van het oude Iran heel anders. Deze ambiguïteit heet iham en is opzettelijk, al heb je bij Hafez wel heel vaak het gevoel dat hij meer nadruk legt op de materiële kant van de zaak dan bijvoorbeeld Omar Khayyam, voor wie de mystieke kant belangrijker lijkt te zijn geweest.

Het graf van Hafez

Omdat Hafez de aardse liefde zeker op het oog heeft gehad, gaat menige huwelijksreis in Iran naar Shiraz. Zijn graf wordt veel bezocht. Ik heb er wel eens een vrouw zien huilen en een Iraanse vriend van me zal bij het graf altijd even zijn echtgenote bellen, opdat die iets meekrijgt van de sfeer.

De gedichten van Hafez, verzameld in een collectie die bekendstaat als de Divan, gelden als orakel. Je betaalt wat geld en een parkiet pikt dan een briefje met een versregel. Mijn Iraanse vriend vertaalde er eens een, ten behoeve van een Nederlander die net zijn echtgenote had verloren. “Verdriet is als het water van een fontein,” zou er hebben gestaan, “het komt op maar valt ook weer neer”. De man was door deze, eh, vertaling getroost, maar het volgende gedicht is wél van Hafez.

Als ik achter hem aan ga, maakt hij groot misbaar,
En als ik niet meer zoek, staat hij op vol haat.
En als ik één moment hunkerend langs de weg
Aan zijn voeten val als het stof, vlucht hij weg.

En bedel ik om een halve kus, honderd vloeken
Regenen neer uit de doos van zijn suikeren mond.
Bespeur ik het bedrog in je narcissenogen,
De glans van mijn tranen mengt zich met het stof van de weg.

Beproeving zet vallen overal in de liefdeswoestijn;
Wiens hart is zo dapper dat het niet terugschrikt voor zo’n test?
Heb je tijd van leven en geduld, de hemelse goochelaar
Zal je nog honderd veel vreemdere trucs laten zien!

Buig het hoofd, Hafez, voor de poort van overgave,
Want hoe dwars je ook bent, het Lot is altijd dwarser.

De vertaling is van J.T.P. de Bruijn. Ik kan even niet controleren of het afkomstig is uit het boek Een karavaan uit Perzië, maar vermoedt van wel en breng het in elk geval graag even onder uw aandacht.


Viermaal propaganda

juli 18, 2012

De Cyruscilinder

De Cyruscilinder werd ontdekt in 1879 en was op slag een van de beroemdste teksten uit de oude wereld. Joodse en christelijke apologeten werden niet moe de tekst te citeren om te bewijzen dat de Bijbel historisch betrouwbaar was.

Dat was echter niet het enige propagandistische gebruik van de cilinder. Zowel in de Oudheid als heden ten dage heeft/had het voorwerp een grote symbolische betekenis. Een paar jaar geleden publiceerde ik er een artikel over, dat nu hier online is. Pittige kost, maar – al zeg ik het zelf – wel interessant, en met een heel erg wrange conclusie.


De lol van geschiedenis (2)

juli 6, 2012

De Perzische Poort

We waren de eersten, na een millenium of twee, die de plek bezochten en wisten wat er was gebeurd. Vroeg in de ochtend hadden we in Shiraz een taxi gehuurd en waren we vertrokken naar Yasuj, 150 kilometer naar het noordwesten. Zoals alle Iraniërs was onze chauffeur een en al beleefdheid en deed hij zijn uiterste best ons het gevoel te geven dat we thuis waren. Het bandje van Modern Talking was al vier keer voor ons afgedraaid toen we op onze bestemming waren aangekomen.

De laatste die het had geprobeerd, was Henri Speck geweest. Dat was 1979. Hij doceerde Engelse letterkunde aan de Amerikaanse Universiteit van Shiraz, hield van wandelen en fietsen door het prachtige zuiden van Iran, en probeerde de Perzische Poort te vinden, de bergpas waar Alexander de Grote zich een weg door het Zagrosgebergte had gevochten. Speck had al vastgesteld dat alle eerdere identificaties onjuist waren, en had uitgeknobbeld dat het slagveld in feite de Tang-e Meyran bij Yasuj was. Helaas kon hij de plaats nooit bezoeken. Toen hij in het kleine stadje kwam aanfietsen, was de Iraanse Revolutie begonnen. Bij het politiekantoor hoorde hij dat Amerikanen niet veilig waren.

Speck fietste dus verder naar Basra, werkte nog een tijd in Mosul, en belandde uiteindelijk in Oxford. Zijn onderzoek naar de Perzische Poort verdween in een la. Tot hij zijn ongepubliceerde artikel terugvond en het in 2002, zonder de foto’s die hij eigenlijk had willen hebben, toch maar publiceerde. Hij was tot acht kilometer van zijn doel gekomen.

Het slagveld bij de Perzische Poort

Mijn reisgenoot Marco en ik hadden meer succes. Het was eenvoudig de Tang-e Meyran te vinden, en ook het bergpad waarlangs de Macedoniërs om de Perzische posities waren getrokken, was makkelijk gevonden. Rond het middaguur wisten we al zeker dat Speck gelijk had gehad. Het was jammer dat de Amerikaan niet bij ons was: de eersten die op dit punt stonden, wetend welke historische gebeurtenis zich hier had afgespeeld. We voelden ons bevoorrecht en staken de Italiaanse sigaren op die we voor de gelegenheid hadden gereserveerd. 18 februari 2004 is een van de gelukkigste dagen van mijn leven.

Net als het stukje dat ik gisteren publiceerde, gaat ook dit over de magie die je ondervindt als je het verleden even kunt aanraken. Omdat ik in feite hetzelfde verhaal vertel en ik een luie donder ben, rond ik af met dezelfde woorden als gisteren: deze ervaring is de reden om het verleden te bestuderen. De vraag “waarom houd je je bezig met geschiedenis?” is even stompzinnig als “waarom zit je graag in de tuin?”, “waarom schaakt u eigenlijk?” of “hou je van wandelen?”

Geschiedenis is gewoon leuk en dat is genoeg. De vraag waartoe het dient is niet ter zake. Dat verklaart vanzelfsprekend niet waarom overheden geld besteden aan historisch onderzoek. Dat is een heel andere kwestie.

Literatuur

Henry Speck, “Alexander at the Persian Gates. A Study in Historiography and Topography” in: American Journal of Ancient History n.s. 1.1 (2002) 15-234.

***

Voor het overige ben ik van mening dat het zinvol is een parlementair onderzoek in te stellen naar de uitvoering van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.


Marmoulak (2)

juli 2, 2012

Ik blogde al over de Iraanse speelfilm Marmoulak, en vatte de plot kort samen. Vandaag de overeenkomsten met Pulp Fiction en Schindler’s List.

In Marmoulak (link) wordt twee keer verwezen Quentin Tarantino’s Pulp Fiction (1994). Iemand vertelt de ontsnapte gevangene over die film, en als deze in de moskee een preek moet houden, begint hij er zelf over. Doordat de gelovigen bezig zijn met iets anders – ze hebben net ontdekt dat hun nieuwe zielzorger ’s nachts de stad in gaat om anoniem aalmoezen uit te delen – luisteren ze niet, en het enige dat wij daarom vernemen is dat de pseudo-mullah Tarantino beschouwt als een beroemde christelijke filmmaker.

Dat is geen toeval. Een van de übercoole gangsters in Pulp Fiction beleeft er plezier aan om, vlak voor hij iemand doodschiet, zijn slachtoffer omstandig een Bijbelcitaat voor te houden, waarvan de kern luidt dat die mensen gezegend zijn die de zwakken door de vallei der duisternis leiden. Dat is aanvankelijk hol gepraat, maar aan het einde van de film is de gangster gaan nadenken en zegt hij zijn criminele loopbaan vaarwel. Wat begon als een toneelstukje, leidt tot zijn spirituele wedergeboorte, precies zoals de verklede gevangene aan het einde van de film zijn taak als geestelijke serieus neemt.

Ik ben er vrij zeker van dat de makers van Marmoulak deze parallel hebben bedoeld. Er is nog een andere film waaraan ik moest denken, al denk ik dat de parallel nu niet is beoogd. Toch is een vergelijking zinvol met Schindler’s List (1993). Wat mij aan Steven Spielbergs meesterwerk opviel, was dat hij een genre op zijn kop zette. Er zijn honderden boeken gepubliceerd en tientallen films gemaakt over mensen die op zich van goede wil waren en, door de kennismaking met het nationaalsocialisme, langzaam maar zeker uitgroeiden tot misdadigers, zonder dat je echt een moment kunt aanwijzen waarop de omslag plaatsvond. Spielberg draait dat om: Schindler is aan het begin van de film een opportunist, maar wordt langzaam maar zeker – en zonder dat je een beslissend keerpunt kunt aanwijzen – een held, die veel joden het leven redt.

Dat de mens geneigd is tot het kwaad, vind ik literair of cinematografisch eigenlijk niet meer zo interessant. Het is te vaak gedaan. Schindler’s List en Marmoulak documenteren daarentegen een ander aspect van ons mens-zijn: dat we ook kunnen groeien tot het goede. Dat is intellectueel een stuk minder gemakzuchtig dan het standaardverhaal.

In Marmoulak wordt deze groei mooi in beeld gebracht. De gevangenis is een plaats van onrecht, met een sadistische directeur. Vanaf het moment dat de gevangene een duif losmaakt die in het prikkeldraad is komen vastzitten, beginnen dingen echter ten goede te veranderen. Niet dat de gevangene van het ene moment op het andere een volmaakt mens is; als hij is ontsnapt, berooft hij een taxichauffeur van zijn portemonnee. Maar hij ontmoet aardige mensen die hem vertrouwen, en hij beantwoordt het. Wie goed ontmoet, goed doet.

De rode draad daarbij is het verlangen van mensen om goed te zijn. De dorpelingen die zien dat hun geestelijke zich vermomt en naar een louche achterbuurt gaat, hebben alle aanwijzingen dat er iets niet in de haak is, maar willen er iets goeds in zien. Het verlangen naar goedheid zit in de mens zelf. Wie religieus is, kan dat beschouwen als een goddelijke genade, en wie hecht aan de Verlichtingsideeën kan het beschouwen als een gevolg van het feit dat de mens van nature goed is.

Kortom, Marmoulak heeft een ongebruikelijk positief mensbeeld. Dat is ook de reden waarom de film na vier weken uit roulatie werd genomen. Hoewel de film nergens de rol van de geestelijkheid in het openbare leven ter discussie stelt, en de makers de opbloei van de dorpsmoskee beschouwen als iets nastrevenswaardigs, wordt ook gezegd dat als je mensen te hard in een bepaalde richting duwt, ze uiteindelijk de andere kant op zullen vallen. Die kritiek moet voor de huidige Iraanse leiders moeilijk te verteren zijn geweest.


Marmoulak (1)

juli 2, 2012

Een paar maanden geleden ging de Oscar voor de beste buitenlandse film naar A Separation. De lof voor het verhaal over de complicaties rond een echtscheiding was unaniem en welverdiend. De personages hadden, net als in het echte leven, sterke en zwakke punten, belandden in situaties waarin iedereen kan terechtkomen, werden geconfronteerd met herkenbare morele dilemma’s en probeerden ervan te maken wat ervan te maken viel.

Dat is ook het geval in de film Marmoulak, “De hagedis” (2004): personages met zwakke en sterke punten, geconfronteerd met morele dilemma’s waar ze niet bovenmatig heldhaftig mee omgaan. Heel menselijk allemaal. Een verschil is dat deze film, op een milde manier, satirisch is en, zoals alle satire, expliciet moraliseert. Waar A Separation vragen stelt, biedt Marmoulak antwoorden.

En waar A Separation een seculier drama is, gaat Marmoulak over religie, en daarmee over het hedendaagse politieke systeem van de islamitische republiek. Ik vermoed dat mijn lezers, die via de westerse media het beeld krijgen dat de Iraanse bevolking zucht onder een Oostblokachtig terreursysteem, verbaasd zullen zijn te lezen dat de behoorlijk kritische film gewoon in de bioscopen van Iran is vertoond. Na vier weken werd hij verboden, maar de regisseur en acteurs konden hun carrière voortzetten. Iran is zeker de heilstaat niet, maar het is evenmin de DDR.

Het verhaal? Een gevangene wordt enkele keren nodeloos vernederd en belandt, na een mislukte zelfmoordpoging, op de ziekenboeg, waar hij zijn kamer deelt met een geestelijke. De gevangene ontdekt dat niet alle mullahs zo wereldvreemd zijn als hij denkt, maar staat er desondanks niet boven om, als zijn kamergenoot een douche neemt, diens kleding over te nemen en verkleed als geestelijke te ontsnappen. Hij gaat op weg naar de grens, waar een kennis van een kennis een vals paspoort aan hem zal verkopen, maar wordt in het grensdorp aangezien voor de gebedsleider waarop men al enige tijd wacht.

De nieuwe spirituele leider van het dorp begint steeds meer in zijn rol te groeien. Een man die tijdens een zakenreis veel tijdelijke huwelijken wil sluiten (en in feite zijn echtgenote ontrouw wil zijn), wordt in niet mis te verstane termen tot de orde geroepen. In een echtscheidingszaak blijkt een weinig orthodoxe benadering – een kopstoot en een pak slaag – zeldzaam effectief. In een van zijn preken spreekt hij de ouderen erop aan dat ze zelf in hun jeugd niet volmaakt zijn geweest, en dat ze hun kinderen wat ruimte moeten laten bij het zoeken naar hun huwelijkspartner. De moskee raakt steeds voller.

Maar de spirituele renaissance van het dorp blijft niet beperkt tot deze betrekkelijk uiterlijke zaken. De gevluchte gedetineerde gaat ’s nachts met een tas vol geld op zoek naar de paspoortenverkoper en belandt in een sloppenwijk, waar hij van huis naar huis zwerft omdat hij de weg niet kent. Al die tijd wordt hij door twee van zijn gelovigen gevolgd, en de volgende avond dienen enkele dorpelingen zich bij hem aan omdat zij hem willen helpen: ook zij willen ’s nachts, in anonimiteit, aalmoezen aan de armen gaan brengen.

Hoe de film precies afloopt moet u hier maar bekijken. Ik kan me voorstellen dat u het allemaal wat al te stichtelijk vindt, en ook mij stoort het expliciete moralisme enigszins. Toch heb ik ook wat positieve kanttekeningen, waarover ik de volgende keer zal bloggen.


Immigratie

juni 21, 2012

We staan er als Nederlandsprekenden weer gekleurd op. Het bovenstaande plaatje komt uit de zoekmachine Quintura, die het voordeel heeft dat je, wanneer je je pagina met zoekresultaten krijgt, ook meteen de geassocieerde begrippen ziet. Meteen bij mijn eerste zoekopdracht kon ik zo vaststellen dat Nederlandssprekenden het woord “buitenlanders” associëren met “inbreken” en “ik haat buitenlanders”. Daarvan word je niet vrolijk. (Dat we het woord ook associëren met “Brabanders” is dan weer wel grappig.)

We associëren buitenlanders langzamerhand met haveloze vluchtelingen, met terrorisme, met geweld, met diefstal en een tsunami van islamisering. Dat buitenlanders ook onze gasten kunnen zijn en dat er veel leuks mee valt te beleven, trekt een stuk minder de aandacht. Toch zijn veel van de immigranten hier heel gewoon omdat ze van een Nederlander houden en bij hun geliefde willen zijn.

Zo ook het echtpaar hiernaast. Hij is Amsterdammer, zij verkocht ooit boeken in Isfahan, en wie mocht willen weten waarom ik ze op deze blog noem: ik heb ze ruim twee jaar geleden aan elkaar voorgesteld. Het klikte en ze hebben zich anderhalf jaar geleden verloofd in Iran. Op een toeristenvisum is ze naar Nederland gekomen, waar ze voor de wet zijn getrouwd. Daarna is zij nog even naar Iran terug geweest omdat haar verblijfsvergunning in Teheran moest worden aangevraagd, maar ze is alweer een maand of tien in Nederland. Inmiddels is het huwelijk in beide landen geformaliseerd en heeft ze een vergunning waarmee ze nog zo’n vijf jaar hier kan blijven.

Ik heb al wel eens geblogd over de snelheid waarmee ze Nederlands leert en over een gedicht dat ze in onze taal schreef. Sinterklaas, carnaval en Koninginnedag heeft ze allemaal meegemaakt; ze bezocht de Keukenhof en het Panorama Mesdag; en de laatste tijd zingt ze liedjes mee van VOF De Kunst, De Dijk en Boudewijn de Groot. Vandaag haalde ze een tien voor een wiskundetoets waarmee ze volgend jaar naar de universiteit kan. Ze wil bedrijfskunde gaan studeren.

Is dit een blogpost waard? Nee, want dit is geen bijzonder verhaal. Maar juist dat is wat het zo relevant maakt. Dit is de dagelijkse praktijk van immigratie.


Facebookfoto’s

juni 11, 2012

Benghazi

In de afgelopen tien jaar zullen mijn zakenpartner en ik zo’n 80.000 foto’s hebben gemaakt, van de Muur van Hadrianus in Engeland tot Lahore in Pakistan, en van Ghat in Libië tot Mashhad in Iran. Zo’n 50.000 daarvan zijn bruikbaar voor didactische doeleinden, en een groot deel daarvan staat op de Livius-website. Die gaan dus over de Oudheid, maar het beperkt zich daar niet toe.

Ik heb er nu ook zo’n 4000 geplaatst op mijn Facebookpagina; niet op de allerhoogste kwaliteit, want dat vreet ruimte. Niettemin, vooral het materiaal uit het Nabije Oosten is de moeite waard. Als het om antieke zaken gaat, is er vaak wel een link naar de uitleg; anders zul je het moeten doen met een geografische aanduiding. Ideaal voor werkstukken, of ter voorbereiding van een vakantie.

Het spul staat hier, maar je hebt een Facebook-account nodig. Als je daarin geen zin hebt, wat ik me goed kan voorstellen, kun je jezelf altijd nog Hans Worst of Nomen Nescio noemen.


Nowruz

maart 19, 2012

Haft Sin

[Een gastbijdrage van mijn goede vriendin Shirin Ramezani, die, zoals u al vermoedde, afkomstig is uit Iran. Ze woont sinds zeven maanden in Nederland.]

Gisteren ben ik bij een Iraanse supermarkt in Amsterdam geweest om de spullen te kopen voor Haft Sin. Ik heb het daar nog nooit zo druk meegemaakt. Nowruz, nieuwjaar, is voor Iraniërs een belangrijke traditie. Ik zal er iets over vertellen.

Nowruz (“nieuwe dag”) is de naam van de eerste dag van de lente en de eerste dag van de Iraanse kalender. Het is de tijd waarin alle mensen nieuwe kleding aantrekken en bij elkaar op bezoek gaan. Bij elke bezoek krijg je cadeautjes, lekkere hapjes, snoepjes en nootjes.

Voor het grote feest worden alle huizen en plekken opgeruimd.

Tijdens Nowruz is er Haft Sin (“zeven S’en”) in de huizen. Er staan dan verschillende dingen op de tafel en de namen van de belangrijkste daarvan beginnen met een s.

  1. Sabzeh (tarwe of linzen) is het symbool van wedergeboorte, zuiverheid en geluk;
  2. Sib  (appel) is het symbool van natuurlijke schoonheid en gezondheid;
  3. Sumagh (sumak) staat voor de specerij van het leven;
  4. Sir (knoflook) is een medicijn dat beschermt tegen het kwaad;
  5. Serke (azijn) staat voor leeftijd en geduld;
  6. Samanou (een zoete pudding gemaakt van tarwekiemen) staat voor zoetheid, vruchtbaarheid en het hebben van veel kinderen;
  7. Senjed (het gedroogde fruit van de lotusboom) staat voor liefde;
  8. Sekke (muntstukken) staan voor welvaart.

Er staan nog andere dingen op de nieuwjaarstafel, die ook belangrijk zijn, bijvoorbeeld een spiegel, kaarsen, goudvissen, beschilderde eieren, bloemen en de Koran.

Ook de nomaden maken schoon en wassen de tapijten uit hun tenten

Op de moment waarop het nieuwe jaar begint – dat is dit jaar op 20 maart 2012 om 6:14:00 Nederlandse tijd – zit het hele gezin rond de Haft Sin en lezen ze in de Koran of bidden ze in hun eigen woorden tot God om het beste in het komende jaar.

Meteen aan het begin van het nieuwjaar zoenen de familieleden elkaar en geven ze elkaar cadeautjes. Meestal krijgen de kleinere gezinsleden cadeaus van hun ouders.

Vanaf de tweede dag ga je op bezoek bij je familie en vrienden. Dat duurt tot de twaalfde dag. Elke bezoek duurt niet meer dan dertig tot vijfenveertig minuten en als je op bezoek gaat bij iemand thuis, moet die voor de twaalfde bij jou terugkomen.

Aan het eind van de vakantie, op de dertiende dag, gaan alle mensen picknicken en gooien ze de sabze en de goudvis weg in het water van een rivier of in de natuur.


Nieuwjaar en Prinsjesdag

maart 18, 2012

Een Now Ruz-tafel

Over een paar dagen begint de lente. In Iran en enkele omringende landen is dat ook het begin van het nieuwe jaar. De gebruiken bij “Now Ruz” variëren van streek tot streek, maar meestal stelt men in elk geval een tafel op met zeven gelukbrengende voorwerpen waarvan de naam begint met een s, en wisselt men cadeautjes uit. Een vriendin van me zal er binnenkort op deze plaats over schrijven.

Iraniërs denken graag dat het feest al vele eeuwen oud is en dat is zeker niet uitgesloten. In elk geval werd het begin van de lente al heel lang geleden gevierd en waren antieke astronomen erop gebrand een kalender te ontwikkelen waarin de twaalf of dertien manen zó in een zonnejaar werden geplaatst dat het begin van het kalenderjaar zo dicht mogelijk bij het begin van de lente werd geplaatst. Ik blogde er al eerder over.

Het begin van het defilé

Er wordt wel geopperd dat de oude Perzische koningen Now Ruz vierden in hun residentie Persepolis. De reliëfs langs de trappen naar de troonzaal tonen een indrukwekkend defilé. Aan de rechterzijde staan Perzische hovelingen, van de linkerzijde komen vertegenwoordigers van de verschillende provincies aanlopen, en in het midden bevond zich ooit een afbeelding van koning Darius, gezeten op een troon van lapis lazuli. Dit deel is al in de Oudheid verwijderd en begraven, maar archeologen hebben het teruggevonden en even verderop opgesteld.

Het reliëf toonde achter de grote koning de kroonprins Xerxes, een belangrijke religieuze leider, de koninklijke wapendrager Gobryas en twee schildwachten. De man die komt aanlopen en iets buigt is Farnakes, het hoofd van de hofhouding en de kanselarij. Hij kondigt het begin van het defilé aan.

Een Lydiër

De bezoekers dragen hun lokale klederdracht en brengen geschenken. Zo zien we Ethiopiërs met olifantenslagtanden, Grieken met balen wol, een Armeniër met een kruik, Baktriërs met een kameel en een Indiër met een paar flacons vol goud. Ieder benaderde de vorst op zijn eigen wijze. Sommigen hadden het voorrecht wapens te dragen, anderen hoefden geen diepe buiging te maken, en weer anderen, zoals Farnakes, hadden het recht een staf te dragen. De grote god Ahuramazda had de wereld immers met allerlei soorten mensen geschapen en had Darius gemaakt tot koning van al die mensen: door de verschillen te benadrukken toonde de heerser niet alleen dat hij vele volken bestuurde, maar ook dat hij de door God gewilde variëteit beschermde.

Of het cadeautjesfeest in Persepolis identiek was aan het nieuwjaarsfeest, is niet zeker. We weten niet op welk moment in het jaar men naar Persepolis kwam om geschenken uit te wisselen. Wel staat vast dat het een beetje leek op ons Prinsjesdag, omdat de koning de beleidsvoornemens voor het volgende jaar bekendmaakte aan vertegenwoordigers van het volk. De symboliek daarvan is dat de onderdanen het gezag van de regering erkennen en in ruil goed beleid krijgen: het “sociaal contract”, zoals men dat noemt. Ook het Perzische Rijk kende zo’n ruil, die werd gesymboliseerd door het uitwisselen van geschenken.

Gewicht uit de Schatkamer

Althans, dat zijn de officiële ficties. Maar wij hebben nog een andere band met onze overheid: de belasting. Ook die kenden de oude Perzen. De bezoekers die geschenken kwamen ruilen met hun vorst, kwamen binnen door de Poort van Alle Naties, en die had twee uitgangen. Door de ene liepen de delegatieleiders naar de troonzaal, maar de rest van het gezelschap kon kilo’s edelmetaal door de andere uitgang dragen, linea recta naar de koninklijke schatkamer.


Volg

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 150 other followers