Pazuzu

Pazuzu (Louvre, Parijs)
Pazuzu (Louvre, Parijs)

Ik ben Pazuzu, de zoon van Hanpa. De koning van de kwade stormgeesten die vol geweld en woede aan de bergen ontsnappen, dat ben ik.

Dat staat althans te lezen op de rug van dit handgrote Assyrische beeldje, dat tegenwoordig is te zien in het Louvre. De demonenkoning heeft een hondenkop met uitpuilende ogen, een graatmager lijf, vogelpoten en cherubijnenvleugels. Dat maakt hem weliswaar tot een sinister heerschap, maar schijn bedriegt.

Lees verder “Pazuzu”

Sogdië en Perzië

Een krijger van de Centraal-Aziatische steppe (British Museum)
Een krijger van de Centraal-Aziatische steppe (British Museum)

Zoals ik in de eerste aflevering in deze onregelmatige reeks over Centraal-Azië heb aangegeven, is de geschiedenis het beste samen te vatten als een viertal “vegen” over de landkaart, waarin achtereenvolgens de eenheid werd geschapen (een veeg van noord naar zuid die we kunnen associëren met de komst van de Indo-Iraanse volken), de religieuze scheidslijnen werden getrokken, de etnische kaart tot stand kwam en de huidige staten werden gevormd. Daar tussenin waren periodes van betrekkelijke rust.

Die eerste rustperiode duurde zo’n twee millennia, van ergens rond het midden van het tweede millennium v.Chr. tot de komst van de islam in de zevende eeuw. Er woonden verschillende verwante volken in het gebied, die elkaar redelijk konden verstaan en zaken als de vuurcultus met elkaar deelden. In Iran gaat het vanaf pakweg 900 v.Chr. om bijvoorbeeld de Perzen, Meden en Parthen, terwijl in het huidige Afghanistan de Arachosiërs en Baktriërs verbleven.

Lees verder “Sogdië en Perzië”

Lamassu

Lamassu uit Khorsabad (nu in het Louvre)
Lamassu uit Khorsabad (nu in het Louvre)

Misschien kwam het door overbejaging, misschien was er een andere reden, maar in elk geval zijn ze al in de Oudheid uitgestorven, de lamassu’s. De beesten leefden oorspronkelijk in het oude Assyrië, waar ze grote indruk moeten hebben gemaakt op de bevolking: soms vrij vliegend op hun adelaarsvleugels, soms stoer wandelend op hun stierenpoten, altijd intelligent denkend met hun mensenhoofd.

Lamassu’s waren intelligent, vrij en krachtig. Geen wonder dat de Assyrische koningen deze dieren gebruikten zoals wij waakhonden hebben: bij de poort hielden ze de wacht. Omdat ze vijf poten hadden, zag je er altijd minimaal vier, of je nu van voren of opzij keek. Indrukwekkend als ze waren, hielden ze elke vijand buiten. (De vakterm voor zulke kwaadafwerende wachters is “apotropaïsch”.)

Lees verder “Lamassu”

Xerxes’ Griekse oorlog (9)

Thermopylai vanuit het oosten, kijkend in de richting van Trachis; zo zouden de Grieken het slagveld hebben kunnen zien als ze, net als ik, in een electriciteitsmast hadden kunnen klimmen. Het gebied rechts van de grote weg was destijds zee.

[Dit is de negende aflevering in een reeks van een stuk of dertig; het eerste is hier.]

In de afgelopen twee dagen is het Perzische leger verder getrokken tot het in de middag van 12 september 480 v.Chr. Trachis bereikte, een stad aan de voet van de berg Oita. Misschien hebben zijn Griekse bondgenoten en gidsen aan koning Xerxes verteld dat lang geleden, in mythologische tijden, de halfgod Herakles op die berg zichzelf levend had verbrand. De weg boog hier naar het oosten en even verderop, duidelijk zichtbaar, bereikten de uitlopers van het gebergte, dat daar Kallidromos heet, de zee. Vanuit Trachis was te zien dat de kustweg zeer smal was. En het was ook te zien dat er soldaten waren. Hun helmen, harnassen en wapens fonkelden in de zon. De kustweg die ze bewaakten was versterkt en stond bekend als de Hete Poorten, omdat hier vlakbij een zwavelhoudende, warme bron was. Het Griekse woord is Thermopylai.

Xerxes wist dat hier gevochten zou gaan worden. En dus wachtte hij. Het enorme leger was nog niet in zijn geheel aangekomen in Trachis en het kon bovendien geen kwaad te wachten tot er duidelijkheid was over de vloot. De grote koning moet hebben geweten dat de Griekse vloot was weggegaan van Artemision en zich nu ergens voor hem bevond, in de baai voorbij Thermopylai (landkaart). Hij zal ook hebben geweten dat een flottielje van tien schepen bij Skiathos een schermutseling had gewonnen, maar waar de hoofdmacht van zijn zeestrijdkrachten was, kan Xerxes niet hebben geweten. De zorgvuldig te werk gaande koning wilde eerst weten wat de situatie was voor hij onbesuisd een moeilijke, zwaarbewapende tegenstander liet aanvallen.

Er was reden voor voorzichtigheid. De dag ervoor was de Perzische vloot uitgevaren. Ze moet hebben bestaan uit ongeveer 550 transportschepen en 650 oorlogsbodems en zal zeker niet in één keer zijn uitgevaren. Op de avond van de elfde september waren de eerste schepen aangekomen bij het schiereiland Magnesia, maar zoals we zullen zien waren er schepen die wel zeventig kilometer noordelijker waren. De gehele kust was rotsachtig, met slechts hier en daar veilige baaien. Zeker niet alle schepen konden veilig aan land worden getrokken, zoals destijds gebruikelijk was.

En toen gebeurde het onvermijdelijke: op 12 september waaide het zo hard dat uitvaren niet verantwoord was. Ook op 13 en 14 september moest de Perzische vloot aan land blijven. Gegeven de aanwezigheid van graanschepen en de nabijheid van bergbeekjes zal het niet hebben geleid tot grote problemen met de bevoorrading, maar de schepen die niet aan land waren getrokken, werden hard getroffen. Herodotos noemt vier plaatsen waar de Perzen verliezen leden – van zuid naar noord de Inktvissenkaap, de Bakovens en de steden Kasthanaia en Meliboia – en daaruit kunnen we afleiden dat de immense vloot verspreid was over vele tientallen kilometers.

Hoe groot was de schade? Herodotos claimt dat de Perzen hier al een derde van hun vloot verloren, maar vermoedelijk is dat omdat hij meent dat de totale Perzische vloot bestond uit 1200 oorlogsschepen en omdat hij weet dat de Perzische krijgsvloot bij Artemision kleiner was. Stevige stormschade was zijn manier om de twee stukjes conflicterende informatie te harmoniseren. In feite zal het zijn meegevallen, want zoals we nog zullen zien ondervond de Griekse vloot niet zó veel last van de storm dat ze niet kon terugkeren naar Artemision. Bovendien was de Perzische vloot al snel weer in staat om op te treden tegen de Griekse. Desondanks zal de schade aanzienlijk zijn geweest, zeker onder de schepen die niet aan land waren gegaan en voor anker hadden gelegen.

Zouden de Perzen hebben kunnen doorvaren, dan hadden ze het op dit moment door de Grieken verlaten Artemision kunnen bezetten en door kunnen varen, westwaarts om Euboia. Dan zouden ze op 13 september contact hebben kunnen maken met de landmacht bij Thermopylai. De Griekse admiralen, die op 12 september moeten hebben vernomen dat de Perzische legers waren aangekomen bij Thermopylai, zullen hebben geweten dat ze niet konden blijven waar ze waren, en zullen die avond hebben besloten dat ze de volgende dag zouden uitvaren, terug naar Artemision, de storm in.

[Wordt vervolgd]

Xerxes’ Griekse oorlog (7)

De Olympias, een gereconstrueerd Grieks oorlogsschip

[Dit is de zevende aflevering in een reeks; hier is een korte samenvatting van het voorafgaande.]

Op 8 september 480 v.Chr. verlieten tien Perzische schepen vloot de haven van Therma. Naar het zuiden varend hadden ze voortdurend bergen aan hun rechterhand: eerst het Olymposmassief, na het Tempe-ravijn de Ossa, en nog wat later het Peliongebergte, dat zich uitstrekt over het schiereiland Magnesia. Aan het einde daarvan was de zeestraat waar, bij Artemision, de Grieken de Perzen opwachtten (landkaart).

De bergen kwamen vaak tot vlak aan de zee. Het feit dat het ook in de moderne tijd niet mogelijk is een kustweg te volgen, illustreert hoe ontoegankelijk en rotsachtig het gebied is. De schepen moesten een flink eind uit de kust blijven en – belangrijker – hadden nauwelijks gelegenheid om ergens aan te meren.

In de middag bereikten de tien schepen het eiland Skiathos, even ten oosten van Magnesia (andere landkaart). Daar lagen drie Griekse schepen te wachten: een vooruitgeschoven wachtpost, waarvan het enige doel was de Griekse hoofdmacht in Artemision te melden dat de vijand eraan kwam. Toen de bemanningen de Perzische hoofdmacht zagen, konden ze terugkeren.

De Perzen waren echter sneller. Eén van de drie Griekse schepen werd al snel overmeesterd en Herodotos schrijft dat ze een van de krijgsgevangen genomen matrozen doodden om het enkele feit dat hij Leon heette, “leeuw”. Als dit geen laster is – van wie kan Herodotos het hebben vernomen? – is de mogelijke verklaring dat de leeuw in de Perzische beeldentaal het symbool was van Angra Mainyu, de eeuwige tegenstander van de oppergod Ahuramazda, maar in feite begrijpen we de anekdote niet. Mensenoffers waren in elk geval geen Perzisch gebruik.

Ook het tweede schip werd overmeesterd, maar het derde ontkwam door naar het noorden te varen, de Perzische hoofdmacht tegemoet. Voordat het schip in moeilijkheden geraakte, zette de kapitein het echter aan de grond, en de bemanning slaagde er uiteindelijk in behouden thuis te komen. Dit bewijst dat er in de door de Perzen bezette gebieden nog altijd Grieken waren die de Griekse zaak goed genoeg gezind waren om een complete scheepsbemanning te helpen.

Het eerste treffen tussen de Grieken en de Perzen voorspelde veel goeds voor de laatsten: hun schepen waren sneller en talrijker. Onmiddellijk daarna ging het verkeerd: drie van de tien schepen liepen op een klip tussen Skiathos en Magnesia. De Perzen werden nu voor het eerst geconfronteerd met het simpele gegeven dat als hun schepen averij opliepen, het moeilijk zou worden ze op te kalefateren. De Grieken zouden hun verliezen steeds weer kunnen compenseren, maar voor de Perzen zou dat moeilijker zijn. Niettemin, voor het moment zag het er goed uit voor de Perzen en de commandant van het flottielje zal een schip hebben teruggestuurd met de boodschap dat de kust veilig was.

[Wordt vervolgd]

Xerxes’ Griekse oorlog (6)

De aanwezigheid van Ethiopiërs in Xerxes' leger maakte indruk op de Grieken. Ze zijn afgebeeld op verschillende stukken aardewerk, zoals dit flesje in het British Museum.
De aanwezigheid van Ethiopiërs in Xerxes’ leger maakte indruk in Griekenland. Ze zijn afgebeeld op verschillende stukken aardewerk, zoals dit flesje in het British Museum.

[Dit is de zesde aflevering in een reeks van een stuk of dertig; het eerste stukje is hier.]

De laatste keer dat ik schreef over Xerxes’ Griekse expeditie, was het leger vanuit Therma begonnen aan een opmars naar Thessalië. Ik gebruik het huidige stukje om u even bij te praten, want vanaf nu gaat het snel. Uiteindelijk zullen er zo’n dertig stukjes zijn, of meer, want over sommige dagen is zoveel te vertellen dat ik misschien meer dan één stukje zal schrijven. We zullen het merken.

Voor het moment herinner ik eraan dat de Perzen een vroege staat vormden, waarin het koningschap betrekkelijk nieuw was. De vorst verwierf de loyaliteit van de traditionele adel door haar leden af te kopen, wat het noodzakelijk maakte op oorlogspad te gaan en buit te bemachtigen. Externe expansie was dus noodzakelijk om intern de macht te consolideren. Ik beschreef dat in het eerste stukje.

In het tweede introduceerde ik onze voornaamste bron, Herodotos van Halikarnassos, en in het derde vertelde ik over de wijze waarop de Perzen hoopten deze oorlog te voeren: ze wilden de haven van Athene bereiken en de istmus forceren, waarna ze – zo lijkt het – hun vloot naar Nauplion (de haven van het bevriende Argos) wilden brengen (landkaart). Het leger kon dan de Peloponnesos veroveren. De Grieken waren echter superieur in bewapening en tactiek, wat de Perzen dwong een kolossaal leger in te zetten. Dat maakte een enorme transportvloot noodzakelijk, die weer moest worden beschermd met honderden oorlogsbodems.

In het vierde stukje vertelde ik dat het Griekse krijgsdoel was gelegen in de vernietiging van de Perzische oorlogsvloot, waarna de transportvloot kon worden uitgeschakeld en het Perzische leger zou moeten terugkeren. Weliswaar waren de Grieken numeriek zwakker, maar door positie te kiezen bij Artemision hadden ze kans van slagen. Daar beschikten de Grieken namelijk over een uitstekende basis, terwijl de Perzen waren gedwongen hun vloot te verdelen over allerlei kleine baaien aan een rotsige kust. Tot slot: om te verhinderen dat Artemision in de rug zou worden aangevallen, blokkeerde een Grieks leger bij Thermopylai de kustweg.

Op 5 september 480, vandaag 2492 jaar geleden, bereikte de Perzische landmacht, met aan het hoofd koning Xerxes, Larissa, de hoofdstad van Thessalië. De heersende familie, de Aleuaden, had al contact gehad met Xerxes’ vader Darius en hem uitgenodigd om naar Griekenland te komen – althans, dat schrijft Herodotos, die op dit punt heel goed laster kan reproduceren die de ronde deed na de Perzische Oorlog. De familie was namelijk behoorlijk “fout” door in dit conflict partij te kiezen voor de Perzen.

Veel keuze had ze echter niet. Het Perzische Rijk begon aan de andere zijde van de Olympos. De Grieken hadden in het voorjaar van 480 nog een leger naar Thessalië gestuurd om te onderzoeken of de Perzen in de bergen konden worden tegengehouden, maar men had vastgesteld dat alle passen konden worden omgaan, en was weer teruggekeerd naar het zuiden. Thessalië was dus de facto overgegeven aan de Perzen en de Aleuaden hadden geen andere optie dan collaboratie.

Larissa was dus Xerxes’ eerste verovering tijdens deze expeditie en – voor zover bekend – ook de eerste verovering van zijn regering. Herodotos vertelt dat er paardenraces waren en dat de Perzische jockeys de Thessalische ruiters het nakeken gaven. Daarna marcheerden de troepen verder naar Halos, de belangrijkste vlootbasis in de omgeving. De vloot was weliswaar nog niet actief maar het is duidelijk dat Xerxes goed nadacht over de logistiek.

Een ander legeronderdeel moet naar Kasthanaia zijn gegaan, aan de oostelijke kust, om daar het gebied te bezetten waar de Perzische vloot zou aanmeren op haar weg naar het zuiden. Was de kust daar veilig, dan konden de 1200 schepen naar het zuiden varen.

[Wordt vervolgd]