Weinigzeggende cijfers

juni 23, 2015

red_light02Onlangs blogde ik weer eens over prostitutie. Ik vergeleek de activiteit met een waterbed: als ze op één plaats verdwijnt, gaat ze naar een andere. De vraag is immers constant en sekswerk kan makkelijk andere vormen aannemen. De sekswerker die vandaag in een club werkt, ontvangt haar klant morgen thuis. Wie in april in Nederland is, kan in mei werken in Duitsland. Iemand kan van de vergunde sector overstappen naar de illegaliteit.

Ook de grens van sekswerk is fluïde. De vrouw die steeds als ze omgang heeft gehad met haar vriend een cadeautje krijgt – u herkent misschien de situatie uit Cees Nootebooms Rituelen – is volgens de een een prostituee, terwijl anderen het ongeneeslijk romantisch vinden.

Lees de rest van dit artikel »


Kontinuität des Irrtums

juni 9, 2015

red_light02Bloggen is een vrij zinloze aangelegenheid. Al zou ik de beste blogger van Nederland zijn, het verkeer in Amsterdam blijft stapelgek (ondanks 1, 2, 3, 4, 5, 6), kwakhistorici blijven gelezen worden (ondanks 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31), in de stiltecoupé wordt het nooit stil (ondanks 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7) en de Ramones komen ook al niet opnieuw bij elkaar (ondanks 1, 2, 3, 4, 5). Kortom: mijn stukjes halen niks uit.

Dit heeft als voordeel dat het niemand opvalt wanneer ik als blogger mijn argumenten zo nu en dan herhaal, en dat komt goed uit, want ook de politiek staat nogal eens op de auto-repeat. Zo las ik onlangs dat burgemeester Piet Bruinooge van Alkmaar er trots op is dat de prostitutiezone in zijn stad is verkleind. Ik citeer:

Lees de rest van dit artikel »


Ostrakon

november 16, 2014

elephantine_license_prostitute_142ce_P12065_neues_museumHet maken van papyrus is een tijdrovende en vrij arbeidsintensieve aangelegenheid. Dat geldt nog meer voor het bewerken van een huid om daar een stuk perkament van te maken. Geen weldenkend mens zou, in de Oudheid, deze schrijfmaterialen gebruiken als het niet was voor een Groot En Verheven Doel. Voor dagelijks gebruik koos je simpeler materiaal, zoals een oud stuk linnen, een met was bestreken plankje of een stuk van een kapotte pot. Zo’n tekst wordt aangeduid als een ostrakon, “scherf”.

Het leuke van dit laatste schrijfmateriaal is dat het niet kapot te krijgen is. Gooi haar in het water en de scherf blijft bestaan. Gooi haar in het vuur en ze blijft bestaan. Gooi haar in de grond en ze blijft bestaan. Bovendien is het goedkoop materiaal, dus als een barbaarse stam je huis plundert, zal hij het goud en zilver meenemen, maar de scherven laten liggen.

Lees de rest van dit artikel »


Gedwongen prostitutie

mei 16, 2014

red_light02“Als ik zinnen heb gekregen,” zoals Rudi Kousbroek eens schijnt te hebben gezegd, “dan mag ik ze toch ook prikkelen?” Het is krek zo. Niemand kan een ander verbieden van zijn of haar lichaam te genieten zoals hij of zij dat wil. Of het eigen lichaam commercieel te exploiteren. “It is a business doing pleasure with you,” zoals het meisje zei voor ze de prostitutie in ging. Die keuze kun je maken, zoiets kun je willen.

Prostitutie mag dan niet ieders droombaan zijn, het is een wettelijk toegestaan beroep. Het veroorzaakt ook geen overlast. In de tijd dat mijn schooltje was gevestigd in een herenhuis op de Oudezijds Voorburgwal had ik nooit last van de prostituees in het huis naast me. Waar ik wel last van had, waren de junks die ’s morgens in het portiek stonden te pissen. Prostitutie trekt activiteiten aan die overlast veroorzaken en gezond beleid is erop gericht het een te scheiden van het ander.

Lees de rest van dit artikel »


De sluiting van het Zandpad

juli 29, 2013

zandpadEnige tijd geleden interviewde ik mw. Alexandra van Dijk, die een bureau heeft opgericht om overheidsinstellingen en andere belanghebbenden te informeren over prostitutie (meer). Het onderwerp is inmiddels weer in het nieuws doordat de Eerste Kamer slechts gedeeltelijk akkoord ging met de nieuwe Prostitutiewet en doordat in Utrecht de ramen zijn gesloten. Alle reden voor een vervolginterview.

Wat is er nu eigenlijk aan de hand in Utrecht?

Het Zandpad en de Hardebollenstraat zijn de enige twee zones in Utrecht waar raamprostitutie mag plaatsvinden. Het gaat om zo’n 162 werkruimten, die in diverse “shifts” worden gebruikt. De ramen kunnen uitsluitend worden gehuurd van een exploitant, die ook de eigenaar is van de boot of het pand en die elke drie jaar zijn vergunning moet verlengen. Wie in Utrecht in de raamprostitutie wil werken, moet de ruimte voor minimaal vier aaneengesloten weken huren bij zo’n exploitant.

De prostitutie op het Zandpad staat onder verscherpt toezicht sinds de zogeheten SNEEP-affaire: toen werd vastgesteld dat Saban B., vrouwen dwong te werken aan het Zandpad. Omdat er ook na die affaire aanwijzingen waren voor mensenhandel, heeft de gemeente dit keer de vergunningen niet verlengd.

Weet je of er ook werkelijk sprake is van mensenhandel?

Het lijkt er sterk op dat er op het Zandpad inderdaad sprake was van grootschalige mensenhandel. De pooiers, of je ze nou “boyfriends” noemt of niet, liepen er vrij rond en hielden meisjes in de gaten. Wat ik niet weet is of ook de exploitanten een rol speelden in de mensenhandel.

Om dat te begrijpen moet ik even iets toelichten. Utrecht registreert prostituees en als er vermoedens zijn van mensenhandel, wordt dat doorgegeven aan de geëigende instanties. Daarna krijgt de vrouw alsnog een registratienummer en kan ze werken. Ik vermoed dat de exploitant – om privacyredenen – van die instanties geen melding heeft gekregen als de betreffende dames hun werk onvrijwillig deden. Zo kan de exploitant dus, zonder dat hij het wist, ramen hebben verhuurd aan slachtoffers. Een lastig parket.

Is registratie dan wel zo’n geschikt middel?

Daar is het afgelopen jaar stevig over gediscussieerd. De Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche, om de volledige naam eens te gebruiken, is onlangs door het parlement aangenomen, maar de Eerste Kamer heeft de registratieplicht niet willen goedkeuren. Het idee was dat sekswerkers werden geregistreerd en klanten zich moesten vergewissen met een bona fide prostituee te maken te hebben. De delen die het wel haalden, waren de vergunningplicht voor seksbedrijven, een nationaal vergunningenregister voor die bedrijven en de verhoging van de minimumleeftijd naar eenentwintig jaar.

Hoewel de registratieplicht voor sekswerkers er dus niet is gekomen, heeft Utrecht tijdens de parlementaire behandeling van de nieuwe wet toch al gekozen voor een registratiesysteem voor vrouwen in de raamprostitutie. De GGD voert de gesprekken met nieuwe raamprostituees. De gemeente is uiterst tevreden over het systeem.

Om wat voor mensen gaat het eigenlijk?

De laatste jaren werkten er aan het Zandpad veel Oost-Europese vrouwen, vooral uit Bulgarije, Hongarije en Roemenië. Verder vrouwen uit Zuid-Amerika en een paar Nederlandse vrouwen. Op de Hardebollenstraat zaten alleen Zuid-Amerikaanse vrouwen. De meeste betrokkenen spraken nauwelijks Nederlands of Engels, wat zelfstandig leven in Nederland moeilijk maakt.

Hoe gaat het nu verder?

Prostitutie is legaal en de gemeente Utrecht heeft aangegeven dat ze raamprostitutie in de toekomst opnieuw mogelijk wil maken, maar dan wel op een schone manier. Om expertise in te winnen hebben laatst tweeënveertig experts bij elkaar gezeten om concrete ideeën uit te wisselen. Ja, ik was daar ook bij, maar wie er niet bij waren, waren de vrouwen zelf.

Naast “schoon ondernemerschap” wil de gemeente de positie van de prostituees versterken, “zonder drang & dwang”. Men onderzoekt nu diverse thema’s, zoals de juiste voorwaarden waaraan de vergunningen moeten voldoen, het opsplitsen in kleinere vergunningseenheden en het invoeren van een taaltoets. Ik verwacht dat de gemeente de registratieplicht zal handhaven, want men is er tevreden over.

Ik las over de oprichting van een coöperatie.

De oprichting van een coöperatie waarin de vrouwen zouden deelnemen, heeft inderdaad nogal wat publiciteit gekregen. Utrecht heeft een bedrijf opdracht gegeven om het coöperatiemodel te onderzoeken, maar raadpleegt – naar wat ik heb gehoord – daarbij geen experts, zoals de juriste die namens de vrouwen bij de kwestie is betrokken.

Lang niet alle vrouwen willen echter in een coöperatie werken. Ze voelen er weinig voor zich aan een locatie te binden en willen vrij zijn in een andere stad te gaan werken als ze dat uitkomt. Ze willen gewoon zelfstandig huren, zonder gedoe.

Ik las ook dat er een nieuwe exploitant zou komen.

Er is inderdaad een nieuwe exploitant die al zou willen starten. Het biedt overigens een oplossing voor de blunder die burgemeester Wolfsen heeft begaan: de ramen laten sluiten zonder voorzieningen te treffen voor de meer dan driehonderd vrouwen die er werken.

Ik hoop dat de nieuwe exploitant de kans krijgt de zaken goed op te zetten. Veel vrouwen zijn inmiddels vertrokken. Velen gaan eerst met vakantie in eigen land en zien daarna wel waar ze terecht komen. Pooiers hebben de vertrekkende vrouwen al benaderd om “goede werkplekken” voor ze te regelen.

Maar die zijn er niet meer in Utrecht.

Inderdaad, en huren in bijvoorbeeld Amsterdam is geen optie. Vrouwen geven aan zich daar niet veilig te voelen, en de huurprijs is daar nóg veel hoger.

Er zijn ook vrouwen die niet verder gaan naar een vergund adres. Een aantal heeft me laten weten dat ze nu werken vanuit een onvergunde omgeving, bijvoorbeeld door hun klanten thuis te ontvangen. “Dat is dan jammer dan voor de Belastingdienst,” zeggen ze dan. Het echte nadeel is natuurlijk niet dat er minder belastingen worden geïnd, maar dat de overheid en de hulpverlening, die tot voor kort wisten waar de prostitutie plaatsvond, nu het zicht erop kwijtraken. Ideaal voor mensenhandelaren.

Ik krijg het idee dat zich voor onze ogen een ramp aan het voltrekken is.

Nederland heeft een Europese Richtlijn ondertekend waarmee we ons verplichten goed te zorgen voor (potentiële) slachtoffers van mensenhandel. Dat gebeurt nu in elk geval niet voldoende. Alle potentiële slachtoffers zijn nu uit het zicht geraakt en het idee dat “registratie het mogelijk maakt de vrouwen te volgen in de toekomst” is onzinnig. De vrouwen die onvergund zijn gaan werken zijn uit het zicht van de overheid geraakt. Onvergund werken vergroot de risico’s op het vlak van veiligheid en gezondheid.

De kern van de problemen is dat de overheid twee gezichten heeft. Enerzijds is de sector legaal, maar anderzijds komen de voorzieningen daarmee niet overeen. Vrouwen in de raamprostitutie zijn ZPP-ers maar lopen voortdurend tegen rechtsongelijkheid aan. Je kunt geen arbeidsongeschiktheidsverzekering, hypotheek of zakelijke bankrekening krijgen, om eens iets te noemen. En je kunt niet zelfstandig werken, onder eigen vergunning, waardoor je altijd gebonden bent aan een exploitant. Een aanpak van de problemen zou in elk geval ook dáár rekening mee moeten houden.

[Alexandra van Dijk werkt voor Buro Brycx. De tekst van een eerder interview is hier; meer informatie over mensenhandel in Nederland vindt u daar.]


De fatale fuik

februari 13, 2013

fuikAan het einde van haar interview adviseerde Alexandra van Dijk van Buro Brycx mij – en over mijn hoofd heen: u – om het boek De fatale fuik. Achter de schermen van mensenhandel en gedwongen prostitutie in Nederland van Henk Werson te lezen. Dat advies heb ik inmiddels opgevolgd.

Het is namelijk een boek met een zeer actuele thematiek. Momenteel behandelt het parlement de Wet Regulering Prostitutie, die noodzakelijk is om mensenhandel en gedwongen prostitutie (een eufemisme voor verkrachting) te bestrijden. Eén van de voorstellen is dat prostituees zich moeten registreren.

Hoewel de gemeente Utrecht, die daarmee al is begonnen, zich optimistisch betoont over de resultaten, zijn er tevens signalen – onlangs beschreven in het Algemeen Dagblad – dat het middel averechts werkt: wie zich eraan onttrekken kan, onttrekt zich eraan en gaat óf elders werken, óf de illegaliteit in, waar de politie er niet zo gemakkelijk zicht op heeft. Dat wil niet zeggen dat illegale prostitutie geheel onzichtbaar is, want ook illegale prostituees moeten zich op een of andere manier herkenbaar maken aan klanten, en komen zo bij de politie op de radar.

Registratie is een zeer zwaar middel, dat een last legt bij mensen die uit vrije wil een legaal beroep uitoefenen. Dat zou niet nodig moeten zijn. Omgekeerd behoren de misdrijven die door registratie moeten worden aangepakt, tot de ergste die bestaan (hoewel nog gisteren een opvallend lage straf is gegeven).

De vraag is of de kwaal erger is dan het middel, of het middel erger dan de kwaal. Dat kunnen we alleen vaststellen als we weten hoe vaak mensenhandel en gedwongen prostitutie voorkomen. Als het inderdaad gaat om 90% van de sector, een percentage dat wel eens is genoemd, dan is geen middel te zwaar. Als het echter gaat om 8%, wat eveneens wordt genoemd, dan komt de vraag op of registratie niet méér schade toebrengt dan ze oplost. Dat in Utrecht één op de acht registraties voldoende aanleiding was voor aangifte, zegt weinig omdat we niet weten hoeveel mensen zich niet zijn gaan registreren. In feite hebben we niet meer zekerheid dan “tussen de 8 en 90%”. Ofwel: er zijn verschillende dingen gemeten.

Wat de omvang ook zij, mensenhandel en gedwongen prostitutie vormen een extreme misstand, die in een beschaafd land domweg niet hoort voor te komen en die veel meer aandacht verdient. Alleen al om die reden heeft Henk Werson met De fatale fuik een belangrijk boek geschreven.

Een rauw boek ook, dat ik bepaald niet voor mijn plezier las. De kern bestaat uit acht chronologisch geordende case studies met commentaar. Daarop volgen een beknopte geschiedenis van de strijd tegen mensenhandel, waarin de auteur zelf een belangrijke rol heeft gespeeld, en tot slot tachtig pagina’s uitleg van de wetstekst, die vermoedelijk voor mensen in de hulpverlening én voor de slachtoffers die het Nederlands meester zijn – ik vrees: een minderheid – het belangrijkste deel vormen.

De case studies zijn divers, maar er zijn terugkerende thema’s. Eén ervan is zelfs hoopgevend: de politie kreeg in de loop van zestien jaar meer zicht op de problematiek, ging samenwerkingsverbanden in binnen- en buitenland aan en ontwikkelde manieren om het vertrouwen van de slachtoffers te winnen. Daarbij speelden onder andere de door Werson ontwikkelde cursussen een rol, maar ook zulke ogenschijnlijk triviale zaken als een ruimte waar mensen die aangifte komen doen, zich enigszins op hun gemak voelen. Er zijn successen: in de periode die Werson behandelt, nam het aantal slachtoffers dat ervoor koos aangifte te doen, toe van 5 tot 35%.

Een andere rode draad is dat alles aankomt op het ontwikkelen van vertrouwen, een vertrouwen dat bij alle slachtoffers is beschaamd. Ik beken dat ik, voor ik De fatale fuik las, dacht dat de vrouwen die zich laten ronselen om als fotomodel of barmeisje in Nederland te komen werken, toch wel een vermoeden zouden hebben gehad van de diensten die ze nog meer zouden moeten gaan leveren, en dat ze niet helemáál zonder eigen verantwoordelijkheid waren. Werson noemt inderdaad een vrouw die kon weten waaraan ze begon, maar ook zij blijkt zeer selectief te zijn geïnformeerd. Bedrog speelt in alle gevallen een rol en de slachtoffers zullen zich wel drie keer bedenken voor ze weer iemand durven vertrouwen. Zeker als het politie is, die in hun eigen landen vaak corrupt is.

Vaak zal de vertrouwensband tussen slachtoffer en politie gebaseerd moeten zijn op het laatste restje zelfrespect dat de slachtoffers na maandenlange uitbuiting nog hebben. Lezenderwijs kreeg ik grote bewondering voor de vrouwen die in de case studies centraal staan en die zich merendeels opnieuw een plek in de samenleving hebben weten te bevechten. Van haar kant heeft de politie, zo begrijp ik, haar takenpakket moeten verbreden om zo’n vertrouwensband op te bouwen. De politie is vaak meer bezig als hulpverlener dan als recherche, zelfs letterlijk: het bevrijden van iemand uit een moeilijke situatie, of het verhinderen dat iemand uitgebuit zal gaan worden, gaat vóór de opsporing. Lezenderwijs kreeg ik tevens grote bewondering voor het politieapparaat, waar men inzag dat het noodzakelijk was gespecialiseerde politiemensen op te leiden, die in staat waren om te gaan met ernstig getraumatiseerde mensen voor wie het doen van aangifte een nieuwe stap is in een lijdensweg.

Het viel me op dat de aard van de dwang lijkt te veranderen, misschien als gevolg van de groeiende kennis van de politie. Wordt in het eerste hoofdstuk, dat zich afspeelt in de jaren negentig, het slachtoffer aan het werk gehouden met bikkelharde lichamelijke mishandeling, in het laatste en recentste hoofdstuk lezen we over een meisje dat wordt uitgebuit door een loverboy, tegen wie ze geen aangifte wil doen, volhoudend dat ze het werk vrijwillig deed. De dwang lijkt van louter lichamelijk te zijn verschoven naar psychisch, en kan zó effectief zijn dat de slachtoffers zich de eisen hebben geïnternaliseerd.

Al met al documenteert Werson dus wat er gebeurt in de gedwongen prostitutie. De vraag die ik aan het begin van dit stuk stelde, hoe groot het aandeel van de gedwongen prostitutie is in het geheel, kan ook Werson niet beantwoorden. Toch is het boek relevant voor de Wet Regulering Prostitutie, want het boeiendste hoofdstuk (“Chavdar, Iulia & Oana”) gaat over een Turks café waarvan de klanten wisten dat er ook prostituees werkten. Men hoefde daarvoor niet te adverteren.

Dit betekent dat een van de argumenten in de discussie over de wet, dat de politie zicht heeft op de illegale prostitutie omdat ook illegale prostituees voor klanten herkenbaar moeten zijn, nuancering behoeft. Mij lijkt dat een extra reden om heel voorzichtig te zijn alvorens het zware middel van registratie in te zetten.

Mag ik als burger een suggestie doen? Doe eerst meer onderzoek, zodat we de omvang van het probleem begrijpen. En dan bedoel ik niet zomaar onderzoek, maar een écht, groot, alomvattend en grondig onderzoek. Anders gezegd: de politiek moet nu eens voldoende geld ter beschikking stellen.

Het probleem is extreem ernstig, maar het is niet het enige waarmee we rekening moeten houden. Het blijft krom (potentiële) slachtoffers te registreren als je daders zoekt. Het kan werken, maar de benadering is te indirect om te kunnen rekenen op veel draagvlak. Dus werp nu eens drie of vier bankiersbonussen naar een gedegen, alomvattend onderzoek. Pas als je weet hoe groot het probleem is, weet je of de maatregelen proportioneel zijn.


Interview Alexandra van Dijk

februari 6, 2013

brugDiscussiëren over prostitutiebeleid is zoiets als spreken over religie: menig verondersteld feit is gebaseerd op onbewezen aannames en er wordt een hoop gemoraliseerd. Daardoor is het lastig om beleid te maken. Tot voor kort konden bestuurders zich laten adviseren door veldwerkorganisaties als De Rode Draad, waar men weliswaar ook niet alle feiten kende, maar wel beschikte over een uitgebreid netwerk in de seksbranche en dus beter dan wie ook wist wat er speelde.

In het najaar van 2012 moest het kennis- en informatiecentrum zijn activiteiten staken. Dat is jammer, want wie bijvoorbeeld door het laatst-gepubliceerde rapport, “Sekswerk in 2011”, bladert, ziet dat De Rode Draad op gedegen wijze wist te informeren over een onderwerp waarover moeilijk accurate informatie valt te krijgen. De teloorgang van de organisatie komt bovendien op een heel ongelukkig tijdstip, aangezien de aangepaste versie van de Wet Regulering Prostitutie vóór 1 maart van dit jaar bekend zal worden gemaakt door minister Opstelten.

Het leven gaat verder na de Rode Draad. Metje Blaak, lange tijd het gezicht van de organisatie en daardoor wereldberoemd in Amsterdam, werkt nu als ombudsvrouw. De laatste directeur van De Rode Draad, Alexandra van Dijk, richtte begin dit jaar Buro Brycx op, dat advies wil geven aan iedereen die met prostitutie heeft te maken. Ik dronk een kop thee met haar in een café op de Amsterdamse Nieuwmarkt.

De voorspelbare vraag eerst: wat betekent “brycx” en wat zegt het over je bezigheden?

“Brycx” is gebaseerd op het oud-Germaanse /oud-Noorse woord voor brug. Ik wil met het bureau een brug vormen tussen overheidsinstellingen, ketenpartners in de aanpak van mensenhandel en de mensen die in de seksuele dienstverlening werkzaam zijn.

Wat zijn ketenpartners?

Er zijn veel maatschappelijke partijen die op één of andere manier te maken hebben met de bestrijding van de georganiseerde criminaliteit, zoals mensenhandel. Binnen de seksuele dienstverlening komt helaas veel dwang en uitbuiting voor. Daar is weinig zicht op maar diverse organisaties hebben contact met mensen die in de seksuele dienstverlening werken. Om eventuele signalen van misstanden goed te kunnen duiden, wisselen deze organisaties, de ketenpartners dus, informatie uit.

Het gaat om lokale overheden, de politie, het Openbaar Ministerie, de Belastingdienst, de FIOD, de Inspectie SZW (wat vroeger de Arbeidsinspectie heette), de Kamer van Koophandel, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de GGD, de Koninklijke Horeca Nederland, het Centraal Bureau Opvang, het Bureau Jeugdzorg, de Reclassering, en maatschappelijke organisaties voor zorg, opvang en begeleiding van slachtoffers e.a. Ze komen in diverse overlegvormen bij elkaar om ervaringen en informatie uit te wisselen, en ze delen hun bevindingen met de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC), die zich per regio bezighouden met de aanpak van georganiseerde criminaliteit.

Je merkt, het is een complex netwerk van organisaties en belangen, waarbinnen de uitwisseling van gegevens niet geheel probleemloos verloopt. Het betreft hier immers privacygevoelige informatie en die kun en mag je niet zomaar uitwisselen. Alle ketenpartners trainen hun medewerkers om signalen van misstanden te herkennen en kunnen daarbij ondersteuning gebruiken. Bijvoorbeeld baliepersoneel bij een gemeente, waar een vrouw zich in komt schrijven als bewoner. Ze spreekt de taal niet, iemand vergezelt haar, en hij vertaalt alles voor haar. Of vrouwen die zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel en vergezeld worden door – zoals de Utrechtse KvK het eens typeerde – “mannen met leren jassen en dikke gouden kettingen”. Wat doe je dan, als je onderbuikgevoelens je vertellen dat hier weleens iets mis zou kunnen zijn?

Ons bureau biedt, vanuit de kennis en ervaring die we hebben, ondersteuning in al deze processen.

Kortom, samenwerken en informatie delen is uiterst belangrijk om misstanden aan te pakken. Alle partners hebben daarbij hetzelfde doel voor ogen: prostitutie is legaal in Nederland en we willen dat de vrouwen en mannen in de sector zelfstandig kunnen werken, zonder dwang en zonder hun geld af te moeten geven aan anderen.

Waardoor is het zo lastig informatie te verwerven en te delen?

Daarvoor zijn verschillende redenen. Eén ervan is de aard van de prostitutie. De sector is heel internationaal: sekswerkers komen niet alleen uit Nederland, maar uit de hele wereld. Momenteel zijn velen die werkzaam zijn in de sector afkomstig uit Oost-Europa, het Verre Oosten, Latijns-Amerika en West-Afrika. Nieuwe nationaliteiten dienen zich aan, al dan niet door armoede gedreven: Albanië, Oekraïne, Georgië en de kandidaat-lidstaten van de EU, dus Serven, Kroaten en Macedoniërs. Sekswerkers zijn bovendien mobiel: ze kunnen de ene dag in een club werken, de volgende dag achter een raam zitten, en de derde dag iemand privé ontvangen, thuis of in een hotel. Het is daardoor een ondoorzichtige branche, waarin de grens tussen de vergunde en onvergunde sector vervaagt. Niet alleen werkt dat misstanden als dwang en uitbuiting in de hand, het maakt het ook moeilijk om aan adequate informatie te komen.

Een andere factor die de informatieoverdracht belemmert is dat onze maatschappij nog steeds dubbelzinnig en stigmatiserend omgaat met prostitutie. Er is nog altijd een grote behoefte aan seksuele dienstverlening, maar er wordt niet over gesproken. Het helpt niet dat de media de laatste tijd, om overigens begrijpelijke redenen, de nadruk leggen op misstanden als vrouwenhandel en uitbuiting. Zo wordt de wereld van de seksuele dienstverlening uitsluitend geassocieerd met criminaliteit. Diverse organisaties weigeren diensten te leveren aan prostituees. Voor iedere “normale” werknemer beschikbare voorzieningen, zoals het in de arm nemen van een administratiekantoor of het regelen van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, liggen daardoor buiten het bereik van sekswerkers. Zelfs diverse overheidsdiensten willen liever niet naar binnen bij seksbedrijven om te controleren op belangrijke zaken als brandveiligheid en arbeidsomstandigheden, omdat zij angst hebben voor criminele toestanden. Terwijl juist deze organisaties zouden kunnen bijdragen aan een duidelijk beeld van de sector.

Een derde reden is dat gemeenten autonoom zijn en op eigen wijze hun prostitutiebeleid inrichten en handhaven. Met het opheffen van het bordeelverbod in 2000 kregen gemeenten de bevoegdheid om een vergunningstelsel in te voeren, om zo de prostitutiebranche te reguleren. Het is sinds die tijd ook geoorloofd om in een bestemmingsplan ruimte aan te wijzen voor seksbedrijven. Deze wetswijziging moest bijdragen aan het reguleren van vrijwillige prostitutie, het tegengaan van onvrijwillige prostitutie en het bestrijden van misstanden. Mensenhandel bestaat echter nog altijd, ook binnen de vergunde sector. Door het ontbreken van landelijke coördinatie bestaan er grote lokale verschillen in vergunningsvoorwaarden en de reikwijdte van de plaatselijke verordeningen.

Er is wel toezicht op de vergunde sector, maar ondertussen blijft de onvergunde sector  grotendeels buiten beeld. Samenwerking, of althans de uitwisseling van informatie, is daarom cruciaal.

Momenteel is de situatie versnipperd. De informatieoverdracht tussen de diverse gemeentes laat te wensen over. Een crimineel die in de ene gemeente is doorzien en aan wie een vergunning voor een seksclub is geweigerd, kan het zo opnieuw proberen in een andere gemeente. Vandaar dat eenheid in het vergunningenstelsel en de uitwisseling van informatie zo belangrijk is bij de bestrijding van mensenhandel.

En jouw bureau adviseert en bemiddelt daarbij. Wat doet Brycx nog meer?

Ik denk dat je eerst moet weten dat we beschikken over een netwerk van mensen die ervaring hebben in de branche en die daarin vertrouwen hebben weten te winnen. Dat betreft niet alleen de vergunde sector, maar ook de onvergunde. Dat is uniek. Dat het bureau onafhankelijk is, is een enorm voordeel.  We spreken – letterlijk – de taal van de prostituees en hebben kennis van hun cultuur.

Communiceren met Hongaarse vrouwen is namelijk heel anders dan met bijvoorbeeld Chinese vrouwen. Vrijwel allen hebben slechte ervaringen met corrupte en criminele overheden in hun eigen land. Vertrouwen in de Nederlandse overheid bestaat daardoor vrijwel niet.  Wanneer een agent of gemeentelijk medewerker met sekswerkers praat en daarna koffie gaat drinken met de exploitant, ben je direct het vertrouwen van deze vrouwen kwijt.

Ons bureau ondersteunt en adviseert daarom organisaties in de communicatie met sekswerkers uit andere culturen. Ervaringsdeskundigheid van een aantal partners, gecombineerd met een zeer actuele kennis van de sector maakt dat het bureau, in alle bescheidenheid gezegd, over unieke expertise en vaardigheden beschikt.

En nu komt er een nieuwe wet. Wat denk je ervan?

De minister van Veiligheid en Justitie beraadt zich momenteel op een nieuwe wet: de Wet Regulering Prostitutie, ofwel de WRP. Het doel daarvan is de misstanden in de sector te voorkomen en te bestrijden. Hoe de wet er precies uit komt te zien is echter nog niet helemaal duidelijk. De leeftijdsgrens van sekswerkers zal vrijwel zeker worden verhoogd naar eenentwintig jaar. Dat vind ik geen slechte zaak, want op die leeftijd ben je beter in staat gefundeerde keuzes te maken over je leven.

Waarschijnlijk zullen alle seksbedrijven voortaan vergunningplichtig zijn en zullen gemeenten daartoe een beleid moeten opstellen. Gemeenten hebben echter al zoveel op hun bord liggen, dat ondersteuning en het delen van kennis hierbij zeer wenselijk is.

Mogelijk gaat de wet ook voorschrijven dat de sekswerkers zich moeten registreren bij een gemeentelijk loket. Daartoe zullen gemeenten voorzieningen moeten inrichten. Amsterdam en Utrecht hebben deze registratieplicht al ingevoerd, maar als grote gemeenten beschikken zij over de ambtelijke capaciteit om dit te doen. Kleinere gemeenten zullen hiervoor waarschijnlijk aansluiten bij centrumgemeenten. Hoe dit uitgevoerd zal worden binnen de kleinere gemeenten is nog volstrekt onduidelijk. We willen met Buro Brycx de lokale overheden bij dit proces adviseren.

Klanten die een niet geregistreerde prostituee bezoeken zullen na invoering van de WRP strafbaar zijn. Maar hoe vergewist de klant zich van de authenticiteit van een registratienummer? Hoe doe je dat bijvoorbeeld, als argeloze toerist, als je de Wallen bezoekt?  Een uiterst moeilijke kwestie, waarover al sinds 2006 wordt nagedacht bij diverse ministeries.

Kunnen we niet beter dadergericht te werk gaan en pooiers en andere uitbuiters aanpakken?

Dat gebeurt ook. Het vergt echter veel capaciteit van de Nederlandse opsporing. Vrouwen doen immers niet graag aangifte van misstanden, want zij zijn bang voor de effecten voor henzelf of hun familie. Als de vrouw geen aangifte doet, is een onderzoek echter bijzonder arbeidsintensief. Alleen daarop inzetten is dus onhaalbaar. En zo komt registratie in zicht.

Vorig jaar zomer heb ik tijdens een hoorzitting in de Eerste Kamer toegelicht waarom vrouwen en mannen in het vak grote weerstand hebben tegen registratie. Waarom zou je jezelf bij een gemeenteloket bekend maken als prostituee, je bent toch al bekend bij de Belastingdienst? Men heeft uiteraard ook groot wantrouwen tegen registers. Niet geheel onterecht, gezien recente ontwikkelingen bij “waterdichte” overheidssystemen als DigiD. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de immigratieofficier bij de grens van jouw herkomstland zou weten dat je in Nederland werkt als prostituee? Dan mag je je eigen land niet meer in en zie je je kindje of familie nooit meer. Prostitutie is immers strafbaar in jouw land van herkomst. De verwachting is dat veel mensen in het vak zich zullen onttrekken aan de registratie en gaan werken op plaatsen die we niet direct in het oog hebben. In hotels bijvoorbeeld. Of vanuit huis, of parkeerplaatsen etc. Waarmee het risico op misstanden alleen maar toeneemt.

Hoe kunnen mensen zich informeren over deze materie?

Een heel goed boek over deze problematiek is De fatale fuik, van Henk Werson. Een aanrader!

***

Kijk voor het laatste nieuws over prostitutie op www.burobrycx.nl  en op twitter.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 381 andere volgers