Afrodite

april 15, 2015
Afrodite Anadyomene

Afrodite Anadyomene

Een van de mensen die wel eens op deze kleine blog reageert, benaderde me een tijdje geleden met een wat ongebruikelijk verzoek. Een familielid van hem was overleden en in de nalatenschap was een zogeheten Tanagra-beeldje aangetroffen. Dat is Griekse terracottasculptuur, gemaakt in mallen. U ziet hier wat voorbeelden. Het was erg populair in de eeuwen voor Christus en er zitten echt heel mooie voorwerpen bij. In musea blijf ik er altijd graag naar kijken.

De man die me benaderde, vertelde dat de overledene veel had gedaan voor een weeshuis in Roemenië en dat de opbrengst van de verkoop van het beeldje naar dat project zou gaan. Het beeldje was zwaar beschadigd en slecht gerepareerd, vertelde mijn correspondent er eerlijk bij, maar wellicht was het wat voor me.

Lees de rest van dit artikel »


Karthago in het RMO

maart 5, 2015
Glazen hanger (Musée de Carthage)

Glazen hanger (Musée de Carthage)

“De beschaving van Karthago heeft de wereldgeschiedenis niet werkelijk beïnvloed,” schreef de Britse oudhistoricus H.H. Scullard in 1980, in een boek dat nog steeds leverbaar is. Zeker, Karthago was een trotse handelsnatie geweest met contacten van de rivier de Senegal tot de Britse Tin-eilanden, maar cultureel was de stad eerder een doorgeefluik dan origineel. De nijverheid, legde Scullard uit, richtte zich op goedkope massaproductie en niet op schoonheid. De stedelijke elite had wel enige goede smaak, maar volstond ermee Griekse kunst te importeren.

We horen van Karthaagse boeken en bibliotheken, maar hebben geen bewijs dat de stad was begiftigd met werkelijke, literaire inspiratie.

Aldus nog steeds Scullard, die er ook op wees dat de religie “wreed, duister en decadent” was. De gelovigen schrokken niet terug voor zelfverminking en mensenoffers. Kortom, “Karthago gaf de wereld weinig van waarde.”

Lees de rest van dit artikel »


Karthaags oorlogsschip

november 27, 2014
Ram van een Karthaags oorlogsschip

Ram van een Karthaags oorlogsschip

Op Facebook noem ik zo nu en dan, bij wijze van running gag, wel eens een wetenschapsnieuwtje “de wauw van de week”. Deze week heb ik er maar eens een van eigen terrein gehaald: de hierboven afgebeelde scheepsram. Aan de bovenkant is een inscriptie te lezen waaruit blijkt dat het voorwerp is gemaakt in Karthago.

Het voorwerp is opgedoken bij de Egatische Eilanden ten westen van Sicilië, waar de Romeinen in 241 v.Chr. een zeeslag uitvochten met de Karthagers. Beide partijen waren oorlogsmoe: de Eerste Punische Oorlog duurde al drieëntwintig jaar. (Het was het langste en grootste gewapende conflict uit de Oudheid.) Het is zeer aannemelijk dat deze ram bij die gelegenheid is beland op de zeebodem: een stille getuige van de Romeinse overwinning, de Romeinse verovering van Sicilië én het begin van Romes wereldheerschappij.

Lees de rest van dit artikel »


Immigratie en assimilatie

april 2, 2014

Sarcofaag van Wahibra-Emakhet, Rijksmuseum van Oudheden (Leiden)

In 671 v.Chr. versloeg de Assyrische koning Esarhaddon de Nubische farao’s die op dat moment heersten over Egypte. De Assyriër voegde het oude land van de Nijl toe aan zijn rijk, maar het bleek lastig te beheersen. Er waren inheemse opstanden en hoewel Esarhaddons opvolger Assurbanipal (r.668-631) de orde probeerde te herstellen door Thebe, bij wijze van afschrikwekkend voorbeeld, te verwoesten, zag hij zich uiteindelijk gedwongen Egypte op te geven.

Een van de door de Assyriërs aangestelde Egyptische bestuurders, Psamtek, nam daarop Griekse en Karische huurlingen in dienst, herenigde Egypte en stichtte een nieuwe dynastie, die wordt genoemd naar haar hoofdstad Sais: “de Saïeten”. Van nu af aan woonden er Grieken in de Egyptische delta-stad Naukratis, niet zo heel ver van Sais, in een nederzetting waarin ze enig zelfbestuur hadden.

Lees de rest van dit artikel »


Griekse Egyptenaar

mei 10, 2013

Wahibra-Emakhet (Rijksmuseum van Oudheden)

In 671 v.Chr. onderwierp de Assyrische koning Esarhaddon Egypte. Het aloude land van de Nijl bleek echter moeilijk te beheersen: er waren opstanden en hoewel Esarhaddons opvolger Aššurbanipal (r.668-631) de orde probeerde te herstellen door in het diepe zuiden de belangrijke stad Thebe te verwoesten, was hij uiteindelijk gedwongen de veroveringen op te geven. Een van zijn vazallen, in westerse bronnen aangeduid als Psammetichos, nam daarop Griekse en Karische huurlingen in dienst, herenigde Egypte, stichtte een nieuwe dynastie en maakte de noordwestelijke stad Sais, waarvandaan men het makkelijkste naar Griekenland kon varen, tot zijn residentie. Vanaf nu leefden er Grieken in Egypte.

Onder de immigranten waren de vader en moeder van een man die Wahibra-Emakhet heette, “de horizon van Wahibra”. Deze naam brengt de loyaliteit van zijn ouders aan farao Psammetichos (r.664-610) tot uitdrukking, want diens echte naam was Wahibra Psamtek.

Net als Wahibra-Emakhets naam is zijn sarcofaag, die te zien is in het Rijksmuseum van Oudheden, zuiver Egyptisch, en dat is ook het feit dat hij werd begraven en gemummificeerd, en niet gecremeerd, zoals in Griekenland te doen gebruikelijk. In de teksten op zijn grafkist roept hij de bescherming aan van de Egyptische godinnen Nephthys en Isis. Als hij de namen van zijn ouders, Alexikles en Zenodota, niet had genoemd, zouden we nooit op het idee zijn gekomen dat hij van Griekse afkomst was.

Hij moest schatrijk zijn geweest. De sarcofaag is van de hoogste kwaliteit, net als de shabti’s (beeldjes van dienaren) die Wahibra-Emakhet begeleidden op zijn laatste reis. Hij zou wel eens de commandant van een huurlingenregiment kunnen zijn geweest, en dan moet hij deel hebben genomen aan de oorlog die Psammetichos’ zoon Necho II (r.610-595) voerde tegen de Babyloniërs, die in 612 een einde hadden gemaakt aan de Assyrische heerschappij over het Midden-Oosten maar er nooit in slaagden Egypte te onderwerpen.

[Dit was de derde aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]


Restauratiewerkzaamheden

april 27, 2013
Schoongemaakt schilderwerk

Schoongemaakt schilderwerk

De foto hierboven maakte ik eergisteren op de tentoonstelling van mummiekisten in het Rijksmuseum van Oudheden. De voorwerpen zijn afkomstig uit één, kolossale vindplaats en verdeeld over een stuk of zestien musea; het RMO werkt nu samen met de Vaticaanse Musea en het Louvre om ze te inventariseren en te restaureren. Dat laatste gebeurt nu in het RMO op zaal. Je kunt er dus gewoon naar kijken en mag een praatje maken met de restauratoren (overigens het liefst tussen twee en drie uur).

Los van het feit dat het natuurlijk adembenemend is dat zo’n houten deksel zo’n slordige drieduizend jaar oud is, vond ik het eindeloos fascinerend om te zien hoe de mensen in de tentoonstellingszaal bezig waren. De foto toont iets van het werk dat wordt gedaan. Met een kwastje werd gel aangebracht over het grauwe hout; die gel hechtte zich dan aan het stof; vervolgens werd de gel weggehaald en werd met een ander goedje het zo gereinigde oppervlak schoongemaakt. Ik begreep dat de gel niet te lang op het hout mocht liggen, omdat het anders meer meenam dan alleen vuil: de verf.

Ik vond het contrast tussen het vuile en het schoongemaakte hout verbluffend. De foto toont het in feite niet goed genoeg, maar het verschil tussen enerzijds de stukjes linksonder en boven, en anderzijds het stuk rechts is toch wel herkenbaar.


Nieuwe RMO-afdeling Nabije Oosten

april 25, 2013

De vernieuwde afdeling

In 2018 bestaat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waarover ik al eens eerder heb geblogd, twee eeuwen. Het zal er dan anders uitzien dan u misschien gewend bent, want momenteel worden de afdelingen een voor een gerenoveerd. De Nederlandse archeologie is al gedaan, de Griekse afdeling staat voor 2015 op het programma en de wereldberoemde Egyptische collectie voor 2017. En vanaf aanstaande zaterdag is de vernieuwde afdeling over het oude Nabije Oosten open.

Met een oppervlakte van 300 vierkante meter is het niet de grootste afdeling van het RMO. Bovendien, eerlijk is eerlijk, is de collectie te willekeurig samengesteld om een volledig chronologisch overzicht te geven van de ontwikkeling van de oud-oosterse culturen. Perzië is goed vertegenwoordigd, maar Sumerië weer niet. Je kunt met het aanwezige materiaal geen “rise of civilization”-achtige expositie inrichten.

Palmyreens grafportret

Palmyreens grafportret

Je kunt echter van de nood een deugd maken en de afdeling inrichten rond de vraag hoe zo’n collectie tot stand komt. Of: hoe hebben Nederlandse verzamelaars de afgelopen twee eeuwen gekeken naar het oude Nabije Oosten? Dat klinkt misschien als museale navelstaarderij, maar het kan beslist geen kwaad bezoekers duidelijk te maken welke keuzes er worden gemaakt bij het uitleggen van wetenschappelijke resultaten en door welke toevalligheden een collectie tot stand komt.

Het resultaat is een aangenaam-rustige afdeling met klassieke glazen vitrines. Ik weet dat er mensen zijn die dat oubollig vinden en liever zien dat antieke voorwerpen in het donker, bij low-key licht, geheimzinnig liggen te zijn, maar het is mijn stellige overtuiging dat museumvoorwerpen het beste tot hun recht komen in een traditionele opstelling.

Afgietsel van een Onsterfelijke

Afgietsel van een Onsterfelijke

Lange tijd heeft het RMO niet meer oud-oosterse voorwerpen bezeten dan één afgietsel van een van de Perzische “onsterfelijken”, die overal zijn afgebeeld in Persepolis. In 1890 kwam er als eerste originele voorwerp een betrekkelijk kleine Parthische grafkist bij, maar pas in de jaren dertig koos het museum voor het opbouwen van een eigen, oud-oosterse collectie. Ik zou wel eens wat meer willen weten over de keuze om, uitgerekend op het moment waarop een verontrustend groot deel van Europa in de ban was van de arische mythe, aandacht te gaan besteden aan een overwegend semitisch deel van de wereld.

Een voor de hand liggend onderwerp bij een opstelling die het verzamelen zélf centraal stelt, is de archeologie die werd bedreven om het historisch gelijk van de Bijbel te bewijzen. Dat concentreert zich op Deir ‘Alla in Jordanië, waar Henk Franken een beroemde Aramese tekst, met inkt geschreven op pleisterwerk, heeft gevonden die de bijbelse profeet Bileam vermeldt.

Het schild uit Luristan

Het schild uit Luristan

Een ander thema is de zorg voor het erfgoed. Het aankopen van stukken op de markt is nooit zonder problemen, want een museum heeft eigenlijk alleen iets aan voorwerpen waarvan de herkomst duidelijk is. Hoe het mis kan gaan, blijkt uit de vitrine met voorwerpen waar een luchtje aan bleek te zitten. Heel erg leuk vond ik een prachtig schild, afkomstig uit Luristan in westelijk Iran, met een godheid op een troon, waarvan lang werd aangenomen dat het een vervalsing was, tot een laboratoriumonderzoek vaststelde dat er geen sporen waren die bewezen dat er met moderne instrumenten aan was gewerkt.

Gudea

Gudea

Goed uitgewerkt vond ik ook de tegenstelling tussen de negentiende-eeuwse verzamelactiviteit, die zich richtte op de grote rijken (Assyrië, Babylonië…) en de twintigste-eeuwse aandacht voor het leven van de gewone man. Dat de eerste archeologen zich vooral met de oosterse paleizen en koningen bezighielden, is logisch: om te beginnen leefde men in een tijd van imperialisme en verder zijn paleizen nu eenmaal een stuk opvallender dan boerderijen. Het pronkstuk hier is een mooie kop van koning Gudea van Lagash. De twintigste-eeuwse voorkeur voor minder verheven architectuur is op haar beurt weer het product van een democratischer samenleving en betere onderzoeksmethoden.

De eenentwintigste eeuw toont vooral belangstelling voor culturele interactie, en dat is het laatste onderdeel van de afdeling: een Fenicische schaal die is gevonden in Midden-Italië, voorwerpen uit Karthago en de beroemde reliëfs uit Palmyra, die zowel oosterse als Grieks-Romeinse artistieke invloeden vertonen. Van een Grieks-Mesopotamisch reliëf uit Assur, waarvan ik zou hebben gezworen dat het uit de Parthische tijd stamde, wordt nu een ruimere datering gegeven: laat-Parthisch of Sassanidisch.

De opgraving van Sichem

De opgraving van Sichem

De huidige afdeling zal nog worden uitgebreid met ruimte voor kleinere, wisselende exposities. Momenteel is het nog niet zo ver, maar in de grote hal waar je het museum binnenkomt zie je nu de expositie “Graven naar het bijbelse Sichem”, waarin enkele foto’s zijn te zien die de Nederlander Franz Böhl in 1926-1928 maakte op de door de Duitse bijbelwetenschapper Ernst Sellin uitgevoerde opgraving te Tell Balata bij Nablus. Omdat Sellins huis tijdens de Tweede Wereldoorlog afbrandde, werd aangenomen dat de negatieven waren vernietigd, maar ze zijn teruggevonden in het RMO. Nu kun je dus kijken naar de prachtige foto’s uit de tijd waarin de fotofilm nog was gebaseerd op zilver en de afdrukken ongekend scherp en mooi konden zijn.

Het altaar uit Sichem

Het altaar uit Sichem

Nog een laatste punt: uit Tell Balata/Sichem komt ook de stenen kubus hiernaast. Het voorwerp doet denken aan een altaar met “horens”, zoals genoemd in de Bijbel. Wie zich aan zo’n horen vastgreep, had asiel. Omdat de Bijbel vermeldt dat Abraham in Sichem een altaar had opgericht, heeft men het voorwerp inderdaad geïnterpreteerd als een altaar, maar er zijn onderzoekers die zeggen dat het een versierde maalsteen is. Wie weet wat toekomstige geleerden ervan zullen zeggen?

PS

Tegelijk met de opening van het museum verschijnt van de hand van de curator een mooi boek, dat ik nog niet heb gelezen maar dat er in elk geval op het eerste gezicht tof uitziet: Lucas Petit, Het oude Nabije Oosten. Een paradijs voor verzamelaars en wetenschappers.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 367 andere volgers