Immigratie en assimilatie

april 2, 2014

Sarcofaag van Wahibra-Emakhet, Rijksmuseum van Oudheden (Leiden)

In 671 v.Chr. versloeg de Assyrische koning Esarhaddon de Nubische farao’s die op dat moment heersten over Egypte. De Assyriër voegde het oude land van de Nijl toe aan zijn rijk, maar het bleek lastig te beheersen. Er waren inheemse opstanden en hoewel Esarhaddons opvolger Assurbanipal (r.668-631) de orde probeerde te herstellen door Thebe, bij wijze van afschrikwekkend voorbeeld, te verwoesten, zag hij zich uiteindelijk gedwongen Egypte op te geven.

Een van de door de Assyriërs aangestelde Egyptische bestuurders, Psamtek, nam daarop Griekse en Karische huurlingen in dienst, herenigde Egypte en stichtte een nieuwe dynastie, die wordt genoemd naar haar hoofdstad Sais: “de Saïeten”. Van nu af aan woonden er Grieken in de Egyptische delta-stad Naukratis, niet zo heel ver van Sais, in een nederzetting waarin ze enig zelfbestuur hadden.

Lees de rest van dit artikel »


Griekse Egyptenaar

mei 10, 2013

Wahibra-Emakhet (Rijksmuseum van Oudheden)

In 671 v.Chr. onderwierp de Assyrische koning Esarhaddon Egypte. Het aloude land van de Nijl bleek echter moeilijk te beheersen: er waren opstanden en hoewel Esarhaddons opvolger Aššurbanipal (r.668-631) de orde probeerde te herstellen door in het diepe zuiden de belangrijke stad Thebe te verwoesten, was hij uiteindelijk gedwongen de veroveringen op te geven. Een van zijn vazallen, in westerse bronnen aangeduid als Psammetichos, nam daarop Griekse en Karische huurlingen in dienst, herenigde Egypte, stichtte een nieuwe dynastie en maakte de noordwestelijke stad Sais, waarvandaan men het makkelijkste naar Griekenland kon varen, tot zijn residentie. Vanaf nu leefden er Grieken in Egypte.

Onder de immigranten waren de vader en moeder van een man die Wahibra-Emakhet heette, “de horizon van Wahibra”. Deze naam brengt de loyaliteit van zijn ouders aan farao Psammetichos (r.664-610) tot uitdrukking, want diens echte naam was Wahibra Psamtek.

Net als Wahibra-Emakhets naam is zijn sarcofaag, die te zien is in het Rijksmuseum van Oudheden, zuiver Egyptisch, en dat is ook het feit dat hij werd begraven en gemummificeerd, en niet gecremeerd, zoals in Griekenland te doen gebruikelijk. In de teksten op zijn grafkist roept hij de bescherming aan van de Egyptische godinnen Nephthys en Isis. Als hij de namen van zijn ouders, Alexikles en Zenodota, niet had genoemd, zouden we nooit op het idee zijn gekomen dat hij van Griekse afkomst was.

Hij moest schatrijk zijn geweest. De sarcofaag is van de hoogste kwaliteit, net als de shabti’s (beeldjes van dienaren) die Wahibra-Emakhet begeleidden op zijn laatste reis. Hij zou wel eens de commandant van een huurlingenregiment kunnen zijn geweest, en dan moet hij deel hebben genomen aan de oorlog die Psammetichos’ zoon Necho II (r.610-595) voerde tegen de Babyloniërs, die in 612 een einde hadden gemaakt aan de Assyrische heerschappij over het Midden-Oosten maar er nooit in slaagden Egypte te onderwerpen.

[Dit was de derde aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]


Restauratiewerkzaamheden

april 27, 2013
Schoongemaakt schilderwerk

Schoongemaakt schilderwerk

De foto hierboven maakte ik eergisteren op de tentoonstelling van mummiekisten in het Rijksmuseum van Oudheden. De voorwerpen zijn afkomstig uit één, kolossale vindplaats en verdeeld over een stuk of zestien musea; het RMO werkt nu samen met de Vaticaanse Musea en het Louvre om ze te inventariseren en te restaureren. Dat laatste gebeurt nu in het RMO op zaal. Je kunt er dus gewoon naar kijken en mag een praatje maken met de restauratoren (overigens het liefst tussen twee en drie uur).

Los van het feit dat het natuurlijk adembenemend is dat zo’n houten deksel zo’n slordige drieduizend jaar oud is, vond ik het eindeloos fascinerend om te zien hoe de mensen in de tentoonstellingszaal bezig waren. De foto toont iets van het werk dat wordt gedaan. Met een kwastje werd gel aangebracht over het grauwe hout; die gel hechtte zich dan aan het stof; vervolgens werd de gel weggehaald en werd met een ander goedje het zo gereinigde oppervlak schoongemaakt. Ik begreep dat de gel niet te lang op het hout mocht liggen, omdat het anders meer meenam dan alleen vuil: de verf.

Ik vond het contrast tussen het vuile en het schoongemaakte hout verbluffend. De foto toont het in feite niet goed genoeg, maar het verschil tussen enerzijds de stukjes linksonder en boven, en anderzijds het stuk rechts is toch wel herkenbaar.


Nieuwe RMO-afdeling Nabije Oosten

april 25, 2013

De vernieuwde afdeling

In 2018 bestaat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waarover ik al eens eerder heb geblogd, twee eeuwen. Het zal er dan anders uitzien dan u misschien gewend bent, want momenteel worden de afdelingen een voor een gerenoveerd. De Nederlandse archeologie is al gedaan, de Griekse afdeling staat voor 2015 op het programma en de wereldberoemde Egyptische collectie voor 2017. En vanaf aanstaande zaterdag is de vernieuwde afdeling over het oude Nabije Oosten open.

Met een oppervlakte van 300 vierkante meter is het niet de grootste afdeling van het RMO. Bovendien, eerlijk is eerlijk, is de collectie te willekeurig samengesteld om een volledig chronologisch overzicht te geven van de ontwikkeling van de oud-oosterse culturen. Perzië is goed vertegenwoordigd, maar Sumerië weer niet. Je kunt met het aanwezige materiaal geen “rise of civilization”-achtige expositie inrichten.

Palmyreens grafportret

Palmyreens grafportret

Je kunt echter van de nood een deugd maken en de afdeling inrichten rond de vraag hoe zo’n collectie tot stand komt. Of: hoe hebben Nederlandse verzamelaars de afgelopen twee eeuwen gekeken naar het oude Nabije Oosten? Dat klinkt misschien als museale navelstaarderij, maar het kan beslist geen kwaad bezoekers duidelijk te maken welke keuzes er worden gemaakt bij het uitleggen van wetenschappelijke resultaten en door welke toevalligheden een collectie tot stand komt.

Het resultaat is een aangenaam-rustige afdeling met klassieke glazen vitrines. Ik weet dat er mensen zijn die dat oubollig vinden en liever zien dat antieke voorwerpen in het donker, bij low-key licht, geheimzinnig liggen te zijn, maar het is mijn stellige overtuiging dat museumvoorwerpen het beste tot hun recht komen in een traditionele opstelling.

Afgietsel van een Onsterfelijke

Afgietsel van een Onsterfelijke

Lange tijd heeft het RMO niet meer oud-oosterse voorwerpen bezeten dan één afgietsel van een van de Perzische “onsterfelijken”, die overal zijn afgebeeld in Persepolis. In 1890 kwam er als eerste originele voorwerp een betrekkelijk kleine Parthische grafkist bij, maar pas in de jaren dertig koos het museum voor het opbouwen van een eigen, oud-oosterse collectie. Ik zou wel eens wat meer willen weten over de keuze om, uitgerekend op het moment waarop een verontrustend groot deel van Europa in de ban was van de arische mythe, aandacht te gaan besteden aan een overwegend semitisch deel van de wereld.

Een voor de hand liggend onderwerp bij een opstelling die het verzamelen zélf centraal stelt, is de archeologie die werd bedreven om het historisch gelijk van de Bijbel te bewijzen. Dat concentreert zich op Deir ‘Alla in Jordanië, waar Henk Franken een beroemde Aramese tekst, met inkt geschreven op pleisterwerk, heeft gevonden die de bijbelse profeet Bileam vermeldt.

Het schild uit Luristan

Het schild uit Luristan

Een ander thema is de zorg voor het erfgoed. Het aankopen van stukken op de markt is nooit zonder problemen, want een museum heeft eigenlijk alleen iets aan voorwerpen waarvan de herkomst duidelijk is. Hoe het mis kan gaan, blijkt uit de vitrine met voorwerpen waar een luchtje aan bleek te zitten. Heel erg leuk vond ik een prachtig schild, afkomstig uit Luristan in westelijk Iran, met een godheid op een troon, waarvan lang werd aangenomen dat het een vervalsing was, tot een laboratoriumonderzoek vaststelde dat er geen sporen waren die bewezen dat er met moderne instrumenten aan was gewerkt.

Gudea

Gudea

Goed uitgewerkt vond ik ook de tegenstelling tussen de negentiende-eeuwse verzamelactiviteit, die zich richtte op de grote rijken (Assyrië, Babylonië…) en de twintigste-eeuwse aandacht voor het leven van de gewone man. Dat de eerste archeologen zich vooral met de oosterse paleizen en koningen bezighielden, is logisch: om te beginnen leefde men in een tijd van imperialisme en verder zijn paleizen nu eenmaal een stuk opvallender dan boerderijen. Het pronkstuk hier is een mooie kop van koning Gudea van Lagash. De twintigste-eeuwse voorkeur voor minder verheven architectuur is op haar beurt weer het product van een democratischer samenleving en betere onderzoeksmethoden.

De eenentwintigste eeuw toont vooral belangstelling voor culturele interactie, en dat is het laatste onderdeel van de afdeling: een Fenicische schaal die is gevonden in Midden-Italië, voorwerpen uit Karthago en de beroemde reliëfs uit Palmyra, die zowel oosterse als Grieks-Romeinse artistieke invloeden vertonen. Van een Grieks-Mesopotamisch reliëf uit Assur, waarvan ik zou hebben gezworen dat het uit de Parthische tijd stamde, wordt nu een ruimere datering gegeven: laat-Parthisch of Sassanidisch.

De opgraving van Sichem

De opgraving van Sichem

De huidige afdeling zal nog worden uitgebreid met ruimte voor kleinere, wisselende exposities. Momenteel is het nog niet zo ver, maar in de grote hal waar je het museum binnenkomt zie je nu de expositie “Graven naar het bijbelse Sichem”, waarin enkele foto’s zijn te zien die de Nederlander Franz Böhl in 1926-1928 maakte op de door de Duitse bijbelwetenschapper Ernst Sellin uitgevoerde opgraving te Tell Balata bij Nablus. Omdat Sellins huis tijdens de Tweede Wereldoorlog afbrandde, werd aangenomen dat de negatieven waren vernietigd, maar ze zijn teruggevonden in het RMO. Nu kun je dus kijken naar de prachtige foto’s uit de tijd waarin de fotofilm nog was gebaseerd op zilver en de afdrukken ongekend scherp en mooi konden zijn.

Het altaar uit Sichem

Het altaar uit Sichem

Nog een laatste punt: uit Tell Balata/Sichem komt ook de stenen kubus hiernaast. Het voorwerp doet denken aan een altaar met “horens”, zoals genoemd in de Bijbel. Wie zich aan zo’n horen vastgreep, had asiel. Omdat de Bijbel vermeldt dat Abraham in Sichem een altaar had opgericht, heeft men het voorwerp inderdaad geïnterpreteerd als een altaar, maar er zijn onderzoekers die zeggen dat het een versierde maalsteen is. Wie weet wat toekomstige geleerden ervan zullen zeggen?

PS

Tegelijk met de opening van het museum verschijnt van de hand van de curator een mooi boek, dat ik nog niet heb gelezen maar dat er in elk geval op het eerste gezicht tof uitziet: Lucas Petit, Het oude Nabije Oosten. Een paradijs voor verzamelaars en wetenschappers.


Klassieken & communicatie (2)

april 18, 2013

Detail van de Elgin Marbles (British Museum)

[Dit is het tweede van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. In het eerste deel wees ik erop dát deze ontbreekt.]

Voor ik inga op de genegeerde ontwikkelingen, wil ik wijzen op wat wél goed gaat. In de eerste plaats: er zijn classici als Vincent Hunink, die antieke teksten vertalen voor een breed publiek. Er zijn historici als Gé de Vries, die met Pogrom in Alexandrië een standaard heeft gezet. Er zijn steeds meer infrastructurele projecten waarbij de archeologische vondsten een plaats hebben, zoals het drive-in-museum dat Hazenberg Archeologie heeft ontworpen voor de gemeente Woerden. En ik wil Piet Gerbrandy noemen, die met Het feest van Saturnus een van de mooiste boeken schreef die ik ken. Het kán dus, maar als er een goed boek kan bestaan over de Romeinse literatuur, valt des te meer op dat er geen boek bestaat over de Romeinse geschiedenis of de Griekse literatuur.

Buiten het boekenvak hebben we hetzelfde beeld. Pas in 2012 nam voor het eerst een universiteit deel aan het Romeinenfestival. Toen onlangs op het budget van het Rijksmuseum van Oudheden werd gekort, was iedereen gedupeerd maar protesteerde alleen de Leidse universiteit. Anders dan in Vlaanderen hebben de universiteiten in Nederland geen websites ontwikkeld. Bij de oprichting van Romeinen.nu ontbraken de universiteiten. De Week van de Klassieken blijft verstoken van een daverende universitaire bijdrage, wat mede verklaart waarom dit evenement elk jaar een etalage is van gezapige ambitieloosheid en het publiek blijft vragen wat het nut is van de klassieken.

Eén verklaring voor de verwaarlozing van de wetenschapscommunicatie is dat academici worden afgerekend op alleen hun wetenschappelijke publicaties. Dit is raar, want de Wet op het Hoger Onderwijs en Wetenschappelijk Onderzoek eist dat de universiteiten “in elk geval hun kennis moeten overdragen ten behoeve van de maatschappij”. De publicatiedwang is dus wat in de organisatieleer een perverse prikkel heet: een mechanisme dat mensen aanzet tot gedrag dat in strijd is met de doelstellingen van de organisatie.

Tja. Zolang universiteiten alleen geld verdienen met onderzoek en onderwijs, en zolang alleen deze twee taken worden gecontroleerd, staan de medewerkers onder druk hun derde wettelijke taak te verwaarlozen. Dat de maatschappij, waarvoor de wetgever de wetenschappelijke kennis dus bedoelt, zo verwordt tot bijzaak, is voor de humaniora een ramp. Wie mensen wereldwijzer wil maken, moet ze ook wereldwijzer kúnnen maken, en dat wordt in het huidige bestel belemmerd.

[wordt vervolgd]


Het RMO en de Raad voor Cultuur

juni 14, 2012

Scaliger

De invloedrijkste van alle in Nederland werkzame geleerden was J.J. Scaliger. Aan het einde van de zestiende eeuw onderzocht hij de chronologie van de Oudheid, constateerde dat het tijdverloop in de Bijbel incorrect was en problematiseerde daarmee de letterlijke uitleg van de Bijbel. Zo begon de Verlichting. Andere oudheidkundigen stonden aan de wieg van Darwins evolutietheorie, of boden een empirische basis voor de vooruitgangsgedachte, of droegen – minder prettig – bij aan de ideeën die de twee wereldoorlogen onvermijdelijk maakten. Ziedaar het belang van de oudheidkunde.

Het is niet erg als u nooit heeft gehoord van Scaliger. Oudheidkundigen leggen hun vak namelijk slecht uit. Goede publieksboeken zijn zeldzaam, classici maken onzinnige vergelijkingen, oudhistorici negeren het internet, archeologen overdrijven. De jaarlijkse Week van de Klassieken wordt steeds gewijd aan helden, mythologie of een andere trivialiteit. Plaatje, praatje, quizje. Niemand vertelt ondertussen hoe de oudheidkunde de moderne samenleving heeft helpen vormen.

Wie de eigen trivialiteit cultiveert, heeft geen vijanden meer nodig. Dan schep je zelf de omstandigheden waarin een staatssecretaris van cultuur de archeologie gelijkstelt aan “musea vol opgegraven potten en pannen”. Hij is niet de enige die onvoldoende is geïnformeerd. Ook wetenschappers begrijpen de oudheidkunde slecht: dat je de Bijbel niet letterlijk mag nemen, wordt bijvoorbeeld elke kerst opnieuw genegeerd als astronomen spreken over de ster van Bethlehem.

Door haar slechte zelfpresentatie staat de oudheidkunde weerloos tegenover bezuinigen. De goeden lijden dan soms onder de kwaden. Dat is nu het geval met het Leidse Rijksmuseum van Oudheden (RMO), een van ’s werelds beste oudheidkundige musea. Als een recent advies van de Raad voor Cultuur, “Slagen in cultuur”, door de staatssecretaris wordt overgenomen, zal het museum een flink deel van zijn subsidie verliezen. Het RMO doet het echter goed, trekt buitenlandse bezoekers naar Nederland en haalt steeds meer eigen geld binnen.

Dat staat allemaal in het vorig jaar verschenen (en op de RMO-website te vinden) Visitatierapport, waarin het museum vijf keer voldoende, zestien keer goed en vier keer meer dan goed wordt genoemd, terwijl ook twee keer “excellent” valt. De visitatiecommissie prijst de internationaal belangrijke collectie, de toekomstvisie, de band met het publiek, de bedrijfsvoering en de wetenschappelijke kwaliteit. Slechts de sponsoring was “nog onvoldoende”, maar je begrijpt waarom de commissie haar rapport afrondde met complimenten voor de wijze waarop het RMO in de samenleving staat.

Terecht eist de politiek dat onze musea minder afhankelijk worden van subsidie. Het RMO is er in vier jaar in geslaagd het aantal bezoekers te verdubbelen en de eigen inkomsten te laten groeien, minder door sponsoring (die altijd tijdelijk is) dan door ondernemerschap (dat leidt tot structureel betere financiën). Het museum kon zo een al eerder aangekondigde bezuiniging van 5% op de subsidie opvangen.

De Raad voor Cultuur wil daar nog een bezuiniging van 11% bovenop leggen, maar de motivatie is vreemd. Ik begrijp althans niet hoe de Raad én erkent dat het RMO wetenschappelijk een duidelijke positie inneemt én (drie zinnen verderop) eist dat het museum meer richting aan zijn onderzoek geeft. Evenmin begrijp ik hoe de Raad én kan constateren dat het RMO nauw samenwerkt met universiteiten én kan oordelen dat deze binding ontbreekt.

Of neem de constatering dat “het zicht op het bestaansrecht van de instelling en de maatschappelijke positionering” ontbreekt. Dat is een chique manier om te zeggen dat het museum niet duidelijk maakt wat de Oudheid betekent voor u. In de slotalinea erkent de Raad echter dat het RMO een focus heeft op “receptiegeschiedenis”, wat een jargonterm is om te zeggen dat de oudheidkunde de moderne samenleving heeft helpen vormen. Er is dus wel degelijk een visie.

Ik denk dat de aanvankelijke constatering dat die visie ontbreekt, samenhangt met het feit dat het verwijt in het algemeen juist is. Oudheidkundigen geven de relevantie van hun vak slecht aan. Als ze het al uitleggen, is het in boeken die niet voldoen aan de elementairste kwaliteitscriteria. De Raad legt de vinger op een inderdaad zere plek, maar het slaat nu net niet op het RMO.

Ik ben, zoals dat heet, cultureel ondernemer. Ik heb de RMO-medewerkers leren kennen als realisten die begrijpen dat ook hun museum moet inleveren. Ze verdienen het niet te worden afgerekend op basis van een criterium dat juist op hen niet van toepassing is.

[Dit was de oorspronkelijke tekst van een stuk van mijn hand; het werd 14 juni afgedrukt in het NRC Handelsblad. De kop erboven, dat "stuntelende classici" een goed museum zouden schaden, is me te scherp; ik heb ook niet geschreven dat álle oudheidkundigen het internet negeerden - het zijn vooral  de oudhistorici die zich heel diep moeten schamen; en de relativerende opmerking over de slechte geïnformeerdheid van de staatssecretaris zou ik liever gehandhaafd hebben gezien. Vandaar dat ik hier toch even de volledige tekst plaats.]

Meer over het RMO hier, hier en hier, en over de Week van de Klassieken daar.


Livius Nieuwsbrief / juni

mei 30, 2012

Dit is de eenentachtigste aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; om af te melden volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

========================================

SLECHT NIEUWS

Laten we er geen doekjes omheen winden: het is heel, heel slecht nieuws dat het Rijksmuseum van Oudheden bedreigd wordt met een subsidiekorting van 16%. Een officiële reactie leest u hier, en wie het museum wil steunen, doet dat daar.

========================================

NIEUW OP DE LIVIUS-WEBSITE

Een kort stukje over de Schelde en over de Zuil van Constantijn in Istanbul, terwijl onze zustersite LacusCurtius u de integrale Oppianius (met Engelse vertalingen) aanbiedt en Theofrastos’ Geuren (Engels) en Weertekens (Engels).

========================================

EGYPTE

Een aardig artikel over de mogelijkheid dat de oude Egyptenaren wisten dat Algol een veranderlijke ster was.

Het maandelijkse gesleep met mummies bleef beperkt tot dit geval, maar als u een sterke maag hebt is dit misschien iets voor u.

En verder: Deir al-Barsha, restauraties in Thebe en smokkel.

========================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

Een berichtje over de ontdekking van een nog onbekende taal was aanleiding tot nogal wat publiciteit. Het enige wat is ontdekt is een lijst van vijfenveertig vrouwennamen in – inderdaad – een onbekende taal. Een nuchter artikel hier.

De deprimerende situatie in Syrië (PDF).

Voor het eerst sinds enige tijd weer nieuws uit Iran: een Achaimenidische nederzetting bij Ashkhaneh.

En verder: veertig nieuwe sites in Irak, de restauratie van Babylon en de problemen daarbij.

========================================

GRIEKENLAND (en wijde omgeving)

Als Sapfo banjo zou hebben gespeeld, had dat zo geklonken. Leuk!

Zoals de rechtszaak tegen Jezus al tien keer is over gedaan, zo stond deze maand Sokrates opnieuw voor de rechter.

En verder: Knossos, een necropolis, Fenicische rioleringen in Larnaka, Varna, het Kyrenaia-wrak, Hasankeyf maar weer eens en een Byzantijnse nederzetting te Lefokastro.

========================================

ROME EN ZIJN RIJK

Politieke kunst is al snel nogal kitscherig, maar het beeld dat in Boekarest het Romeinse karakter van Roemenië moet benadrukken, overtreft elk redelijk pessimisme.

Hoe Romeinse vrouwen hun juridische beperkingen omzeilden.

En verder: lief filmpje over Ostia, de Palatijnse tuinen in Rome, Romeins glas, twee wrakken en een Angelsaksisch graf bij Cambridge.

========================================

ISRAËL

De publiciteitsmachine van de opgraving in Khirbet Qeiafa draait nog steeds op volle toeren (meer). Dat de datering van het Vroeg IJzer problematisch is, blijft onvermeld (maar lees dit). Er is in feite heel weinig ontdekt, en het beste commentaar is dat “the difference between the new model shrines and others is that these come with a press kit”. Wat we in feite zien is een intensievere manier van wetenschapscommunicatie.

Voor wie het nog niet mocht weten: de archeologie van Israël is nogal gepolitiseerd. Het is wat dat betreft zorgwekkend dat uit Megiddo, waar men speciaal graaft in de hoop voor eens en altijd de chronologische problemen op te lossen, alleen maar nieuws blijft komen over een schatvondst. Leuk hoor, maar het heeft in feite geen wetenschappelijk belang.

Nog een voorbeeld? Nou, neem deze zegel, die het bewijs zou leveren dat Betlehem al in de IJzertijd zou hebben bestaan. Niet dat dit op enigerlei wijze nieuws zou zijn: het stadje wordt immers al genoemd in een van de Amarnabrieven. Het bericht leidde vervolgens om een andere reden tot wat rumoer, omdat even het gerucht ging dat de zegel verkeerd was gelezen; er staat echter werkelijk “Betlehem”. Alleen bewijst dat dus iets wat niemand in twijfel trok.

De uitkomst in de rechtszaak tegen Oded Golan: veroordeeld op enkele kleine punten, maar vrijgesproken op de hoofdaanklacht.

Nog een curieus bericht: een Palestijnse boer in Battir gebruikt een oud-Romeins aquaduct en heeft problemen met de muur die Israël om/door de Palestijnse gebieden bouwt. Onvermeld blijft dat Battir niet zo maar een plaats is: het is Bar Kochba’s laatste bolwerk.

En verder: Jeruzalem (1, 2, 3), Mode’in.

========================================

BENOORDEN DE ALPEN

Het Gallo-Romeins Museum kondigt aan dat de plek is gevonden waar Julius Caesar in de zomer van 57 v.Chr. de Aduatuci belegerde. Ze zullen vrijdag 1 juni de details bekend maken (commentaar).

Samenvatting van de opgraving bij Ockenburg, waar een klein Romeins fort is gevonden. Daar word je helemaal blij van.

En verder: een hunebed, een Romeinse tempel in Bonn, de Brittenburg en bij Ede een boerderij uit de Late Oudheid.

========================================

JODENDOM EN CHRISTENDOM

De oudst-bekende joodse inscriptie van het Iberische Schiereiland.

Enkele pas ontdekte christelijke manuscripten: een interview.

De laatste tijd is er elke week wel een berichtje over vandalisme tegen niet-joods erfgoed in Israël. Een voorbeeld. Het is allemaal niet dramatisch, maar te frequent om nog te negeren.

========================================

OVERIG

U komt het weekend van 2-3 juni toch wel naar het Romeinenfestival?

Een mooie website gebruikt Google Earth om u te tonen waar op deze plaats werelderfgoed bedreigd wordt. Je kunt er natuurlijk ook mooie plaatjes mee kijken. Een soortgelijke website voor Nederland hier, maar die gaat juist om beschermd erfgoed.

Uw redacteur sprak bij de Vrienden van het Gymnasium over de vraag hoe je zinvolle uitspraken kunt doen over de relatieve invloed van de Grieks-Romeinse of de Arabische cultuur op onze cultuur.

En verder: Ötzi (nog eens), amuletten van toen tot nu; Bamiyan (nog eens).

========================================

DWAASHEID

Tegen onzin is geen kruid gewassen. Het staat allang vast dat de Talpiottombe niet het graf kan zijn van de familie van Jezus, maar Jacobovici en Tabor gaan unverfrohren verder.

Ze zijn echter nog een wonder van wetenschappelijkheid vergeleken met de claim dat de datum van Jezus’ kruisiging (die 3 april 33 zou zijn) kan worden bepaald aan de hand van een aardbeving die plaatsvond in de eerste helft van de eerste eeuw.

Een mooi stuk over de Sovjet-versie van de “Waren de goden kosmonauten?”-theorie.

En verder: mooi artikel probeert te verklaren waarom er zoveel slechte wetenschappelijke berichtgeving afkomstig is uit Groot-Britannië (vergelijk).

En het is ook deze maand weer gelukt een belangstelling voor de Oudheid volkomen bespottelijk te laten lijken.

========================================

INTERNET

De wetenschappelijke uitgevers willen geen open access. De universiteiten zal het een zorg zijn dat u recht heeft op informatie. U mag blijven betalen om onderzoek te laten doen en u zult nog lange tijd een tweede keer moeten betalen als u geïnteresseerd bent. Een poging aan deze wanvertoning een einde te maken via de EU, heeft niets opgeleverd, maar omdat het nooit te laat is om te hopen, kunt u hier een Amerikaanse petitie tekenen.

========================================

OVERLEDEN

Wie zich bezig hield met Romeins Britannië, kon niet om John Wacher heen, die deze maand is overleden. Ook Peter Connolly is overleden, zo’n beetje de beroemdste illustrator van boeken over (oorlogsvoering in) de Oudheid.

========================================

EN TOT SLOT

Meestal eindigt deze nieuwsbrief met de vermelding van het rekeningnummer waarop u een donatie kunt doen, maar gegeven de situatie in het Rijksmuseum van Oudheden eindigen we dit keer met een bindend advies tot bezoek aan u weet wel welk museum.


Museum in de problemen

mei 28, 2012

Nehalennia

Ik schrijf deze dagen nogal eens over het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik heb verteld waarom het een fijne plek is en ik heb erop gewezen dat het opvallend goed omgaat met het publiek. Het museum zou echter wel eens in de problemen kunnen raken.

De Raad voor Cultuur heeft onlangs een advies uitgebracht aan de staatssecretaris. Verschillende musea hebben over dit advies geklaagd; het Rijksmuseum bijvoorbeeld en het Mauritshuis. Er vallen uitdrukkingen als “helaas niet gebaseerd op feiten”.

Ook het Rijksmuseum van Oudheden is ongelukkig met het advies en schrijft “verbijsterd” te zijn (meer). Enkele aspecten van de bedrijfsvoering zijn als onvoldoende beoordeeld en er is voorgesteld de subsidie, die al was verminderd met 5% (een standaardbezuiniging in deze tijd), verder te verminderen met nog eens 11%. Dat klinkt dramatisch en dat is het ook, maar er moet bij worden aangetekend dat het museum ook eigen inkomsten heeft. Het is dus niet zo dat het totale budget met een zesde wordt besnoeid.

Hoe maak ik een mummie?

Het kan niet als een totale verrassing zijn gekomen dat er wordt bezuinigd, want de staatssecretaris van Cultuur had al eens aangegeven het belang niet te begrijpen van “museums vol opgegraven potten en pannen”. Ik zou niet willen suggereren dat de Raad voor de Cultuur de bewindsman naar de mond praat, maar niemand kan beweren de bezuinigingen niet te hebben zien aankomen. Ze zijn, in een tijd van financiële crisis, ook heel goed te verdedigen. Vandaar die 5% korting die er al was. Maar geen redelijk mens zou hebben kunnen zien aankomen dat er een extra korting zou worden voorgesteld van 11%.

Eumenes I

Ik ken de details van de kritiek niet, maar het museum krijgt altijd extreem goede beoordelingen van de bezoekers en – belangrijker – heeft nog in 2011 een zeer goede beoordeling gekregen van de OCW-visitatiecommissie. Dat is in zekere zin geruststellend, want de staatssecretaris zal de discrepantie tussen het visitatierapport dat hij vorig jaar kreeg en het huidige advies zeker wel zien.

Ik heb er al eens op gewezen dat de Nederlandse culturele sector verslaafd is aan subsidie, en dat dit enerzijds culturele ondernemers uit de markt duwt en anderzijds leidt tot een gemakzuchtig aanbod, vooral bedoeld om beoordelingscommissies te imponeren, maar waar geen hond op af komt. De museumsector gaat niet vrijuit, maar het Rijksmuseum van Oudheden is nu net een instelling die er steeds beter in slaagt eigen inkomsten te genereren. Er zijn wat zaken aangepast, waardoor het aantal bezoekers is verdubbeld en de eigen inkomsten in vier jaar met een miljoen euro zijn toegenomen. Dat heeft het museum weten te doen zonder Mauritshuisachtige taferelen: meer bezoekers, maar toch zó dat je voorwerpen altijd kon bestuderen.

Etruskische urn

Ik vermoed dat het Rijksmuseum van Oudheden het slachtoffer is van het verkeerde beeld dat mensen hebben van de archeologie, oude geschiedenis en klassieke talen. De staatssecretaris is dan ook niet de enige die er niks van begrijpt. Oud-minister Plasterk had de stellige overtuiging dat de blijvende erfenis van de limes is dat Nederland is verdeeld in een katholiek en een protestants deel.

Het is helemaal niet vreemd dat mensen niet goed weten wat ze met de Oudheid aan moeten. Als archeologen, classici en oudhistorici almaar naar buiten blijven komen met triviale berichten, zoals het baanbrekende nieuws dat wetenschappelijk is vastgesteld dat vrouwelijke gladiatoren topless vochten, dan moeten ze er niet vreemd van opkijken als mensen de Oudheid slechts associëren met kinky seks, mysterieuze piramiden, spannende paardenraces, verwijfde Perzen, dappere Spartanen en andere van elk belang gespeende futiliteiten. (Ik heb er al eens eerder over geblogd.) Wie in de media het beeld van een rariteitenkabinet niet corrigeert, heeft geen vijanden meer nodig.

Grafsteen uit Karthago

Ik vrees dat het Rijksmuseum van Oudheden, dat nu net een instelling is die dit soort leut goed weet te vermijden, er ten onrechte voor opdraait. Ik nodig de staatssecretaris van Cultuur, de voormalige minister van Onderwijs en de Raad van Cultuur uit om eens bij me langs te komen. Dan zal ik ze uitleggen dat archeologie niets heeft te maken gebeuzel rond gladiatoren, topless of niet. En als hun dat beter schikt, wil ik er ook wel voor naar Den Haag sporen. We kunnen ook halverwege afspreken. In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden bijvoorbeeld.


Het Rijksmuseum van Oudheden

mei 28, 2012

Keizer Pertinax

Bestaat het perfecte museum? Het zou, om te beginnen, gratis moeten zijn. Dat kan, zoals het piepkleine Multatuli-Museum, dat slechts een vrijwillige bijdrage vraagt, maar het is om voor de hand liggende redenen niet gebruikelijk. Verder moet het gebouw zijn ontworpen voor de collectie. Ook dat kan, zoals het Gallo-Romeins Museum in Tongeren, maar je hebt er wel een provincie voor nodig die bereid is er zeventien miljoen euro in te investeren om zich zo Europees op de kaart te zetten. Verder zou het museum op een goed bereikbare plek moeten zijn gevestigd. Dat kan ook al, al is het wat lastig uitleggen dat de politie, het ziekenhuis en het station minder centraal zijn gevestigd.

Achilles; vaas uit Apulië

Vervolgens is er de opstelling. Reëel bestaande musea hebben een verleden. Eerdere directeuren hebben keuzes gemaakt die niet meer van deze tijd zijn. In de jaren tachtig was het bijvoorbeeld gebruikelijk voorwerpen in het donker te leggen en dan met spotlicht uit te lichten. Esthetisch heel aardig hoor, maar je kunt in het donker de uitleg niet goed lezen, dus veel schoot je als bezoeker niet op met die mystiekmakerij. In een perfect museum zou je van de ene dag op de andere de belichting aanpassen, maar gezond financieel beheer maakt dat je het uitstelt tot de investering in de opstelling is afgeschreven. De perfecte opstelling kan niet bestaan.

Egyptische maatbeker

Ook de eigenlijke collectie heeft een verleden. Ze toont wat eerdere generaties belangrijk vonden. Het Rijksmuseum van Oudheden, waarover ik het wil hebben, was ooit vooral een archeologisch museum en heeft daarom een mooie collectie Nederlandse oudheden, die niet alleen de Romeinse tijd maar ook de Prehistorie, de Middeleeuwen en de Nieuwe Tijd beslaat. Nu het museum zich meer profileert als platform voor de antieke cultuur, zijn die afdelingen eigenlijk wat minder relevant, maar ze worden natuurlijk niet afgestoten. Het museum neemt het verleden van de collectie mee, ook als dat betekent dat het museum als platform voor de antieke cultuur nooit perfect kan zijn.

Maquette van Choga Zanbil

Juist de spanning tussen de geschiedenis van de collectie en de huidige doelstelling, maakt het Rijksmuseum van Oudheden tot een van de fascinerendste musea van ons land. Het heeft, behalve een collectie die van ver buiten Europa bezoekers trekt, een eigen geschiedenis en een eigen karakter. Het is een museum met een smoel. Het Legatum Papenbroekianum, de aankoop van de Egyptische collectie in Livorno, de sarcofaag uit Simpelveld, de vondsten uit Voorburg en de altaren van Nehalennia: ze vertellen alle meer dan één verhaal. Dat maakt het misschien geen perfect museum, maar wel razend interessant.

Julius Caesar (Nijmegen)

En op één punt is het wel perfect: de relatie tot het publiek. De uitleg is goed – al moet in één zaal al jaren een landkaart van Italië worden vervangen – en er zijn zalen waar schoolklassen kunnen worden ontvangen, zodat je als bezoeker niet nodeloos hoeft mee te luisteren. Men neemt die publiekstaak serieus: wie met een geïnteresseerde vraag naar het museum schrijft, krijgt snel en zakelijk antwoord; wie iets aanbiedt, ontdekt dat het werkelijk wordt gewaardeerd (voorbeeld); het is me opgevallen dat van de curatoren sinds een tijdje stukjes schrijft voor het grote publiek. Kortom, perfecte musea mogen dan niet bestaan, het Rijksmuseum van Oudheden is een fijne plek.

Het museum zou echter wel eens in de problemen kunnen raken. Daarover later meer.


Museumstuk

mei 27, 2012

De recente aanwinst

Gek dat ik hierover nog nooit eerder heb geblogd. Iemand die in de offshore werkzaam was, bracht in de jaren zestig een bezoek aan Irak. Op de markt van een van de door hem bezochte stadjes werden wat fragmenten van met spijkerschrift beschreven bakstenen verkocht, en hij nam een brokstuk mee. Jarenlang diende het als presse-papier.

De beste man overleed, zijn echtgenote wilde van dat baksteenfragment af, een vriendin wist dat ik er misschien iets mee zou kunnen. Het leek in een mooie archaïserende Babylonische letter te zijn geschreven, maar ik kon het niet meteen thuisbrengen. Ik vroeg nog even de details – antiquiteiten die na de jaren zeventig uit een land zijn meegenomen, moeten weer terug – en toen ik begreep dat het volkomen kosjer was, heb ik het voorwerp afgegeven bij het Rijksmuseum van Oudheden.

Toen ik thuis kwam, vond ik in mijn mailbox een ontzettend aardig berichtje. De directeur was er hoogstpersoonlijk mee naar de betreffende conservator gegaan, die het meteen herkende. Deze bakstenen dateerden uit de zesde eeuw v.Chr. en het museum bezat er al een, die volledig over was. Meer details hier.

Het exemplaar dat al in de RMO-collectie was

Het geval is niet uniek. Een kennis, die ik grappig genoeg nooit in het echt heb ontmoet, plaatste onlangs op zijn Facebookpagina wat foto’s van wat een Romeinse fresco leek te zijn. Hij had redenen om aan te nemen dat het afkomstig was uit een opgraving en presenteerde het materiaal in het Rijksmuseum van Oudheden. Dat kon niet meteen iets voor hem doen, maar zorgde wel dat hij met een aanbevelingsbrief werd doorgestuurd.

Dit is wetenschapscommunicatie zoals het moet. Door de burger snel en efficiënt te helpen, wordt hij aangemoedigd in zijn belangstelling. Hij is niet slechts de bezoeker van “een museum vol opgegraven potten en pannen”, zoals onze staatssecretaris van Cultuur archeologische musea typeert, maar deelgenoot in de wetenschappelijke speurtocht. Dit is een van de redenen waarom ik zielsveel houd van het Rijksmuseum van Oudheden.

Morgen meer.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 223 andere volgers