Livius Nieuwsbrief / Januari

januari 6, 2014

LIVIUS NIEUWSBRIEF (Januari 2014)

Dit is de honderdentweede aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Zomaar een greep uit het Liviusaanbod: de Kruistochten in Hoorn of de reis naar Jordanië.

Jona Lendering (redactie)

======================================

DANK!

De Nieuwsbrief vierde vorige maand zijn honderdste aflevering en om dat te vieren richtte Livius de Stichting Wetenschapsvoorlichting Oudheid op. Het bestuur daarvan dankt u hartelijk voor uw donaties en heeft al projecten op het oog die er in 2014 meer zullen worden gefinancierd.

Ook was er een prijsvraag waarmee boeken vielen te winnen. De uitslag vindt u hier.

Lees de rest van dit artikel »


Livius Nieuwsbrief / December

december 2, 2013

LIVIUS NIEUWSBRIEF (December 2013)

Dit is de 101e aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Zomaar eens een cursus uit het Liviusaanbod: de cursus Kruistochten in Hoorn.

Jona Lendering (redactie)

Lees de rest van dit artikel »


Symboolpolitiek

november 27, 2013

post-atheistBuren weten doorgaans veel van elkaar. Bijvoorbeeld hoe ze elkaar het bloed onder de nagels vandaan kunnen halen. Dat bewees de Turkse vicepremier Bülent Arınç vorige week weer eens, door openlijk te verklaren dat de Hagia Sofia wat hem betreft snel weer gebruikt moest kunnen worden als moskee. Hij moet hebben geweten dat hij daarmee een groot aantal Grieken op de kast zou jagen – en zulks geschiedde. Het gebouw ligt namelijk niet alleen de bewoners van Istanbul na aan het hart, maar ook de leden van de Grieks-orthodoxe kerk.

Het historisch bewustzijn zit diep in die contreien en wie wil begrijpen hoe gevoelig deze kwestie ligt, zal moeten teruggaan naar het Byzantijnse Rijk: een Griekssprekend, christelijk keizerrijk met als hoofdstad Constantinopel, het huidige Istanbul. In 537 voltooide keizer Justinianus de kerk van de goddelijke wijsheid, de Hagia Sofia, als een soort bekroning van een schier eindeloze reeks successen: vrede met de Perzen, een rechtscodificatie, de annexatie van het graanrijke Tunesië en Sicilië, de verovering van Rome en de sluiting van de laatste heidense cultusplaatsen in Athene en Egypte. De Hagia Sofia was een triomfmonument.

Lees de rest van dit artikel »


Livius Nieuwsbrief / September

september 2, 2013

Dit is de zevenennegentigste aflevering van de Livius Nieuwsbrief, een maandelijks verschijnend mailtje voor mensen met belangstelling voor de antieke wereld. Het wordt uitgegeven door Livius.

De nieuwsbrief is gratis en u kunt hem doorsturen aan wie u maar wil; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

======================================

NIEUWE LIVIUS-WEBSITE

De twee Livius-websites zijn gemaakt in klassieke html, wat langzamerhand toch wel wat onpraktisch begon te worden. Inmiddels is de website van de school, Livius.nl, dan toch gerenoveerd. Neem er eens een kijkje, want het is mooi geworden.

Op de andere website, Livius.org, zijn twee pagina’s gekomen over Romeins Toulouse.

=================================

HUISHOUDELIJKE MEDEDELING

De Livius Nieuwsbrief bestaat deze maand acht jaar. We hebben inmiddels 4078 abonnees, die we nooit zullen lastigvallen met abonnementsgelden of advertenties. Maar eens in het jaar bedelen we – en dat is vandaag.

Uw redacteur is per maand ongeveer twee, drie dagdelen bezig met de Nieuwsbrief: uren waarin hij niet kan werken voor de Livius-vennootschap en in feite leeft op andermans kosten. De vennoten doen daar niet moeilijk over, maar als u hun geste wil beantwoorden en in hun kosten wil delen, overweeg dan een bijdrage te storten op bankrekening 67.07.91.121 t.n.v. Livius, o.v.v. “nieuwsbrief”. Uw steun is beslist niet verplicht, maar wordt beslist wel gewaardeerd.

========================================

EGYPTE

In Egypte liep het gierend uit de hand. Het Malawi-museum in Minya werd geplunderd, waarbij mummies in brand werden gestoken. Een overzicht van de rest van de schade is hier en een overzicht van aanvallen op Koptisch erfgoed is daar. Enkele musea zijn gesloten en egyptologen vragen het buitenland zich er niet mee te bemoeien. En hier en daar is nog het deprimerende een & ander.

Volgens Herodotos stuurde de Perzische koning Kambyses, die net Egypte had veroverd, in 524 v.Chr. een leger de westelijke woestijn in om de oases daar te veroveren. Het zou door een zandstorm zijn verzwolgen. Sindsdien is gezocht naar dat “verdwenen leger”, maar vrijwel iedereen die erover heeft geschreven, neemt Herodotos’ verslag goedgelovig voor waar aan. Een intelligent artikel stelt de goede vraag: of er wel stofstormen zijn die complete legers kunnen vernietigen.

Wat moet je eten om een piramide te bouwen?

En verder: kijk nog eens wat u op zolder hebt liggen.

======================================

HET OUDE NABIJE OOSTEN

De stand van zaken in Syrië, nogmaals, nogmaals, nogmaals en het portret van een smokkelaar.

In Amman is het nieuwe archeologische museum van Jordanië geopend.

En verder: Aslantepe (= Melitene) en Sidon.

======================================

DE OUDE GRIEKEN (en wijde omgeving)

Herbouw van een Grieks schip door de moderne bewoners van het antieke Faselis – met vermoedelijk een foutje in de capaciteit.

Een vondst van een tekst in Lineair-A, zoals nu in Zominthos, is altijd belangrijk. Er is betrekkelijk weinig van dit materiaal bekend maar er zijn voorstellen gedaan voor de ontcijfering. Door de geringe omvang van het corpus kunnen we niet weten of die voorstellen correct zijn, maar áls zo’n voorstel klopt, zouden we het nieuw tablet meteen moeten kunnen lezen. We zullen snel meer horen.

En verder: Myceense vondsten bij Bodrum (Halikarnassos), Starosel, scheepswrakken in de Egeïsche Zee, Sliven, vandalisme in Kyrene, Antiochië in Pisidië en Laodicea.

======================================

ROME EN ZIJN RIJK

Dit kan heel leuk worden: de vondst van een archaïsche tempel in het centrum van Rome. Ruwweg even oud en even leuk: een enorm complex in Gabii. Let niet op de hype, het is ook zonder aandachttrekkerij iets om blij van te worden.

Gereconstrueerde muziek uit het oude Rome, Romeinse glastechnologie en de verspreiding van glazen kralen als middel om handelsroutes te reconstrueren.

Een beetje vaag artikel over de ontdekking van een (amfi?)theater lijkt betrekking te hebben op Issos. Als het werkelijk iets is van de afmetingen in Efese, is dit een majeure vondst.

Een amfitheater bij Genzano? Dat moet dan van Commodus zijn geweest. Als u de redenatiefout niet herkent, bent u geslaagd voor het tentamen “archeoloog in Italië”.

En verder: Aquincum (=Boedapest), ‘Ayn Gharandal, de rivier de Rubico, Tivoli en Tyrus.

======================================

BENOORDEN DE ALPEN

Op de Harzhorn – u weet wel, dat Romeinse slagveld, diep in Germanië – is een pantserhemd gevonden.

Het maandelijkse lijstje uit Groot-Brittannië: Conwy Valley, Gloscat, Maryport maar weer eens,  Vindolanda, plus: pre-middeleeuwsekolonisatie van de Fær Øer (vergelijk).

======================================

ISRAËL, JODENDOM EN CHRISTENDOM

De paradoxen van de handel in vervalste eenheden zijn altijd heerlijk. Een paar jaar geleden kwam een tekst uit de tijd van de Eerste Tempel op de markt, waarvan al snel werd vastgesteld dat ze onecht was. De vervalser werd gearresteerd en berecht. Het voorwerp is dus niet echt – dus waarom legt Israël er beslag op?

Degene die de vervalsing aantoonde was Yuval Goren. Niet voor het eerst probeert het tijdschrift Biblical Archaeological Review deze Israëlische archeoloog, die bewees dat ook andere door BAR als echt beschouwde voorwerpen vervalsingen waren, in diskrediet te brengen.

Dat was lachen natuurlijk, het TV-interview dat Fox had met Reza Aslan, die auteur van een boek over de historische Jezus. Probleem één is dat het boek niet deugt en probleem twee is dat een echte geleerde, geconfronteerd met een vraag waaruit bezorgdheid spreekt, geen autoriteit claimt maar de methode uitlegt. Simcha Jacobovici, die doorgaans figureert in onze rubriek “dwaasheid”, doet ook een duit in het zakje – en voor het eerst is uw redacteur het met hem eens.

Lawrence Schiffmann legt uit wat de studie van Dode Zee-rollen inhoudt.

Sprekend over de Rollen: Groningen heeft een beroemd instituut voor de bestudering van die oude teksten. Momenteel start men een project om een computersysteem de handschriften van de individuele klerken te laten herkennen. Om het te financieren, is een crowdfundingproject gestart – en daarover leest u hier meer.

Waarom de “stallen van Salomo” in Megiddo niet zijn gebouwd door Salomo (maar wie geloofde dat nog?).

En verder: Anthedon (niet de objectiefste bron), Ashdod, kaneel in Dor, Jeruzalem (1, 2, 3) en Tel Rechesh.

======================================

OVERIG

Hoe pijl en boog de wereldgeschiedenis een andere loop gaven.

Het is vaker gedaan maar blijft een interessant thema: posttraumatische stressstoornissen in de zo soldateske oude wereld.

Een teken des tijds: toeristen willen meer informatie. Een derde van de mensen is hoogopgeleid en wil serieus worden geïnformeerd. De meeste universiteiten en nogal wat musea zijn de laatste vijftien jaar niet met de ontwikkelingen meegegroeid.

En verder: Göbekli Tepe (te nemen met een korreltje zout), Byzantijnse schepen in Istanbul, een Sarmatisch graf in zuidelijk Rusland, leuk artikel over computerspel Total War: Rome II – over het verschil tussen “echt” en “authentiek”.

======================================

BOEKEN

De boekenrubriek in de Livius Nieuwsbrief wordt verzorgd door Lujzika Adema van Kooten van de Amsterdamse Athenaeumboekhandel.

Marietje d’Hane-Scheltema presenteerde onlangs bij Athenaeum haar nieuwste boek. Ditmaal geen vertaling in navolging van haar Metamorphosen, Aeneïs, Oresteia of Satiren, maar een boek óver een van haar auteurs: Ovidius. Leidraad in het boek is dat Ovidius volgens d’Hane-Scheltema Alles altijd anders doet, geïntegreerd door de eeuwige verandering in de natuur. Gelardeerd met citaten in zowel Latijn als Nederlands is het een mooi en ook persoonlijk verhaal over de Romeinse auteur wiens vertaling d’Hane-Scheltema de meeste roem bezorgde.

Gregory Nagy, professor Grieks aan Harvard, geeft in The Ancient Greek Hero in 24 Hours in boekvorm college over het Griekse concept ‘Held’ op basis van vaasafbeeldingen en teksten van Homerus, Aeschylus, Sophocles, Euripides, Sappho, Pindarus, Plato en anderen. De 24 afleveringen of ‘college-uren’ in het boek zijn gebaseerd op het vak dat Nagy al vanaf de jaren zeventig aan Harvard doceert.

In Greeks and Barbarians legt Kostas Vlassopoulos de onderlinge sociale, economische, politieke èn culturele interacties tussen Grieken en niet-Grieken bloot. Handelsnetwerken, kolonisering, globalisering en machtsverhoudingen worden uitgebreid behandeld in dit ambitieuze onderzoek.

Het levensverhaal van Zenobia van Palmyra, de Syrische koningin die in de derde eeuw een opstand tegen de Romeinen leidde, spreekt zo tot de verbeelding, dat het moeilijk is mythe en werkelijkheid van elkaar te scheiden. Desalniettemin waagt archeoloog Yasmine Zahran zich in Zenobia: Between Reality and Legend aan een accurate geschiedenis van deze vrouw.

De oudheid levert meer vrouwen die tot de verbeelding spreken. In Pythagorean Women: Their History and their Writings doet Sarah B. Pomery onderzoek naar de vrouwen in de cultus van Pythagoras, die nauwlettend de omgangsvormen en leefregels voor familie- en seksleven bepaalde teneinde een perfecte harmonie in het huishouden te creëren. Het boek bevat veel (vertaalde) teksten van en over deze vrouwen, plus foto’s van archeologische vondsten en opgravingslocaties.

======================================

DWAASHEID

Dit is toch wel gênant: als het ei van Columbus presenteren dat vrouwen! vroeger! wél! een! belangrijke! rol! speelden! in! de! kerk! Er is echter niemand die ontkent dat er diaconessen en vrouwelijke bisschoppen zijn geweest, er is niemand die tegenspreekt dat Paulus een vrouwelijke apostel Junia vermeldt. Kortom, er is niets nieuws te melden, maar als je eenmaal claimt dat vrouwen op een bepaalde manier vergeten zijn, verliest elke journalist ineens alle kritische zin.

Juist ja. Uw redacteur geeft er maar geen commentaar meer op.

En nee, zonder een spa in de grond te steken weten we al dat het graf van Alexander de Grote niet in Amfipolis zal worden gevonden.

======================================

EN TOT SLOT

Het heeft helemaal niets met de Oudheid te maken maar is wel verrotte interessant: de graven van VOC-mensen in Isfahan.

======================================

Oude nieuwsbrieven zijn te raadplegen via de website van het Rijksmuseum van Oudheden (2009, 2010, 2011, 2012, 2013) en bij Aantekeningen bij de Bijbel.


Modern Turkije

mei 29, 2013

mangoAndrew Mango werkte vroeger bij de BBC. Ik aarzel om hem aan te duiden als Turkijespecialist, omdat dat zo klinkt als “Oost-Europa-deskundige” en zulke sterke associaties oproept met doctor Klavan en de rest van de kletsende klasse. Niettemin: Mango weet veel van Turkije – hij is geboren in Istanbul – en schreef er verschillende boeken over. Eén daarvan is een biografie van Atatürk, waarin de grondlegger van de Turkse republiek mooi tot zijn recht komt, zonder dat zijn fouten worden verdoezeld.

The Turks Today is daarop in zekere zin een vervolg. Het begint met vier hoofdstukken over Turkije sinds de dood van Atatürk. Daarin beschrijft Mango hoe president İsmet İnönü het land door de Tweede Wereldoorlog loodste. Ik wist daar weinig van, en kan niet ontkennen dat ik een zekere bewondering voelde voor de strenge politicus, die Sovjet-pressie en Duitse eisen wist te weerstaan, de neutraliteit handhaafde en tegen het einde van de oorlog partij koos voor de geallieerden. Dat leverde het land Marshall-hulp op.

Turkije was, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, nog altijd een arm land. Zeker, Atatürk en Inönü hadden een vernieuwingsbeleid gevoerd, maar meer dan het inslaan van een duidelijke richting was dat nog niet. De meest zichtbare resultaten waren in de steden; daarbuiten was nog weinig bereikt. Pas met Amerikaans kapitaal konden de benodigde investeringen worden gedaan en begon de modernisering van het land als geheel.

Vervolgens vertelt Mango over de moeilijke vorming van de democratie. Ik vond het wat verwarrend. De meeste namen waren me wel bekend, en dat het leger af en toe ook een grote rol speelde was me ook niet ontgaan, maar het duizelde me. Dat ligt minder aan Mango dan aan de volatiliteit van het Turkse politieke leven en de verwarrende namen: wat is het verschil tussen de Demokratik Halk Partisi, de Demokrasi Partisi, de Demokrat Parti, de Demokratik Parti en de Demokrat Türkiye Partisi?

In Mango’s presentatie is vooral premier Turgut Özal belangrijk geweest, omdat hij het land opende voor buitenlandse investeringen. Die waren er uiteraard altijd al, maar ze hadden altijd gelopen via de alomtegenwoordige staat; Özal koos voor een neoliberaal beleid en liet veel meer ruimte aan het privé-initiatief. Mango trekt daarbij een parallel met Thatcher, wat ik erg verhelderend vond.

The Turks Today is geschreven in 2004, wat betekent dat het afbreekt als het spannend wordt: de machtsovername door de AK-partij van premier Recep Erdoğan, een van de meest fascinerende politici van onze tijd. Hij was een getalenteerde voetballer, kreeg vervolgens meer religieuze gevoelens (en schaamde zich ervoor in een korte broek te hebben gevoetbald), bleek een succesvolle burgemeester van Istanbul, draaide de gevangenis in wegens religieuze propaganda en keerde terug als minister-president. Hij is niet de islamist gebleken die sommigen vreesden dat hij zou zijn, en ik zou willen dat een land als Egypte na de Arabische Lente geen Morsi maar een Erdoğan als president had gekregen.

Toch verontrust het me soms hoeveel ruimte er in Turkije is voor religieuze invloed op het openbare leven: ik hoef niet in herinnering te brengen hoe pianist Fazil Say zich moest verantwoorden voor de rechter omdat hij een regel van Omar Khayyam had getwitterd die over de islam niet eerbiedig genoeg zou zijn. Ik heb de man – ik bedoel Say – wel eens in het Concertgebouw horen spelen en heb gelachen toen hij in een razend tempo, en heel jazzy, Mozarts Turkse Mars onherstelbaar verbeterde (video). De man heeft flair en humor, en verdient het niet om voor de rechter te staan. Ik weet dat Erdoğan, als hoofd van de uitvoerende macht, niet verantwoordelijk is voor de rechterlijke macht, maar hij zou hebben kunnen reageren met wetgeving om excessen als dit te vermijden. Ik ben er niet helemaal zeker van of Mango, die wel degelijk aandacht besteed aan islamitisch fundamentalisme en natuurlijk niet kon weten wat er na 2004 zou gebeuren, er niet iets te gemakkelijk overheen is gestapt.

Ik beken echter dat dit oordeel is gebaseerd op niet meer dan wat eigen impressies. Ik woon niet in Turkije en begrijp het land niet echt. Vandaar dat ik in Mango’s boek graag meer had gelezen over het recentste verleden – maar ja, het boek is nu eenmaal verschenen in 2004. Het zou verboden moeten worden dat auteurs boeken publiceren op andere dagen dan gisteren.

Op de vier historische hoofdstukken volgen acht thematische over bijvoorbeeld het onderwijs, het staatsapparaat, de economie, het Koerdische vraagstuk en de ambitie aansluiting te vinden bij de EU. Voor zover ik kan beoordelen, is Mango vrij objectief, al zijn er natuurlijk altijd onderwerpen waarover je meer had willen lezen. Ik denk bijvoorbeeld dat menige westerse bezoeker aan Turkije baat zou hebben gehad bij een paar pagina’s over wat in Europa de “Armeense genocide” wordt genoemd. Ik weet er, hoewel ik jaarlijks in Turkije kom, niet meer van dan dat het complexer ligt dan de westerse pers meestal aangeeft, dat er in Turkije wel degelijk over wordt gesproken en dat het desondanks extreem gevoelig ligt.

Mango’s thematische hoofdstukken zijn moeilijk samen te vatten, maar ze zijn zeker interessant. Er zitten buitengewoon rake observaties tussen. Doordat het toerisme in Turkije pas doorbrak toen Özal het land opende voor buitenlandse investeerders, zijn de hotels in het land vaak moderner en beter dan in andere Mediterrane landen. De toetredingsonderhandelingen van Bulgarije en Roemenië met de EU gingen zonder voorwaarden vooraf, terwijl Turkije, dat zijn zaken over het algemeen beter op orde heeft, wel aan allerlei voorwaarden moest voldoen. Huiselijk geweld komt in gemiddeld de helft van de Turkse gezinnen voor, maar in de oostelijke provincies is het meer dan in de westerse. Hoewel niemand het revolutionaire karakter van de vernieuwingen van Atatürk ontkent, komt er steeds meer, en positievere, belangstelling voor het Ottomaanse verleden. Enzovoort.

Kortom, een fijn boek voor iedereen die wat meer wil weten over Turkije. Zelfs al is het alweer wat ouder. De voornaamste verdienste is namelijk tijdloos: Mango presenteert het land niet volgens het sjabloon van een land dat staat tussen enerzijds Azië, het Oosten, de islam, de Middeleeuwen en despotie en anderzijds Europa, het Westen, het humanisme, de moderne tijd en democratie, maar toont met The Turks Today aan dat dit sjabloon domweg onhoudbaar is.


De Anatolische beschavingen (5)

mei 26, 2013
Orthostaat uit Arslantepe: een Bronstijdgebruik van de strijdwagen in de IJzertijd.

Orthostaat uit Arslantepe: een Bronstijdgebruik van de strijdwagen in de IJzertijd.

[Dit is het laatste deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De handelskolonie van Kanesh, het Rijk van de Hettieten, de bewoners van Wilusa, de Neo-Hettitische staten: allemaal hadden ze contact gehad met de gebieden buiten Anatolië. Uiteraard wilde dat niet zeggen dat de Anatolische culturen hun eigen gezicht niet zouden hebben behouden. De eigen traditie bleef bestaan. Soms was er sprake van werkelijke culturele continuïteit, even vaak van bewust teruggrijpen op wat eraan vooraf was gegaan. Een strijdwagenreliëf uit het Arslantepe van de Late IJzertijd toont hoe dit voertuig werd gebruikt in de Bronstijd, niet hoe het werd ingezet in de eigen tijd, en bewijst dat men aansluiting zocht bij een groots verleden.

Rond het midden van de negende eeuw kwam er echter een einde aan deze culturele autonomie. Vanuit het oosten kwamen de Assyriërs, die langzaam maar zeker het gehele Midden-Oosten verenigden. Het eerste slachtoffer was Karchemis, waarna al snel de vorsten van de rijkjes langs de Eufraat, zoals Kommagene en Melitene, zich kwamen onderwerpen. Ook de vorst van Sam’al (Zincirli) onderwierp zich en in 857 baanden de Assyrische legers zich een weg naar de Middellandse Zee.

Ondanks tegenslagen nam de invloed van Assyrië gestaag toe. Ik blogde al over een tekst uit het museum van Antiochië, waarin wordt aangegeven hoe de Assyrische koning de grens trekt tussen twee vazalstaatjes. Door handel breidde de oostelijke invloed zich uit over de rest van Anatolië en het komt niet als een verrassing dat de Assyriërs contact hadden met een koning Mi-ta van Muski, die heerste over het zuiden van het Centraal-Anatolische plateau. Even intrigerend is de vermelding van koning Guggu die, nadat een groep plunderende nomaden (de “Kimmeriërs”) een einde had gemaakt aan het Frygische Rijk, in het verre westen van Anatolië een nieuw rijk stichtte, Lydië. De Assyriërs vermelden Guggu, die in de Griekse bronnen opduikt onder de naam Gyges. Anatolië werd steeds meer deel van een grotere wereld.

Assyrië verenigde het Midden-Oosten, maar bestond niet eeuwig. In 612 v.Chr. werd de macht in het oosterse wereldrijk overgenomen door Babylonië, dat deze in 539 weer overdroeg aan de Perzen. Zij annexeerden ook de gebieden in Anatolië, inclusief het westerse Lydië en de Griekse steden langs de Egeïsche Zee. Hoewel hun heerschappij over het huidige Turkije ruim twee eeuwen duurde, is er, afgezien van de opgraving van Daskyleion in het verre noordwesten, archeologisch weinig van bekend.

De berg Nemrud

In 334-333 trok Alexander de Grote door Anatolië: zijn legers verzamelden zich in Gordion, in Ankara nam hij de onderwerping in ontvangst van enkele noordelijke volken, hij trok door de Kilikische Poort en versloeg zijn Perzische tegenstander Darius III Codomannus bij Issos. Anatolië lag nu open voor de Griekse invloed, en de bewoners van het gebied namen het idee – alleen logisch voor de Grieken die aan weerszijden van de Egeïsche Zee leefden – over dat er een tegenstelling zou bestaan tussen Europa en Azië. Het wonderlijke grafmonument dat koning Antiochos I van Kommagene op de berg Nemrud liet bouwen, presenteert hem als een fusie van twee culturen – waarmee hij vooral bewees de Griekse ideeën over “wij” en “zij” te volgen.

En zo is het idee ingesleten geraakt dat Anatolië een brug tussen Oost en West zou zijn of een ontmoetingsplaats van Europa en Azië. Het is een van de giftigste erfenissen uit de Oudheid, zeker als het idee wordt gecombineerd met opvattingen als zou “het” Oosten mystiek en despotisch zijn en “het” Westen rationeel en humanistisch. Wie zwerft langs de ruïnes van het Anatolië van de Brons- en IJzertijd, ziet hoe volkomen onzinnig zulke sjabloons zijn.


De Anatolische beschavingen (4)

mei 26, 2013

Het zogenaamde “graf van koning Midas” in Gordion

[Dit is het vierde deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De ontruiming van de Hettitische hoofdstad Hattusa was een teken des tijds. De oude netwerken waarmee tin en koper waren geruild (de bestanddelen van brons), vielen uiteen. Wat restte was het goedkopere ijzer, dat overal te vinden is. Kleine én ooit grote staten schakelden erop over, en dat had een democratiserend effect: de supermachten van weleer hadden geen strategische voordelen meer. Tegelijk en samenhangend met de instorting van de grote Bronstijdrijken en de opkomst van de IJzertijdrijkjes, waren er migraties, die meestal worden aangeduid als de “Zeevolkeren”: in Anatolië breidden de noordelijke nomaden hun invloed uit naar het zuiden, in het zuiden van de Anatolische hoogvlakte lag het koninkrijkje Muski, vanuit het zuidoosten kwamen de Arameeërs, en vanuit het noordwesten trokken de Frygiërs het gebied binnen.

Moderne kopie van een van de Neo-Hettitische orthostaten in Arslantepe

Moderne kopie van een van de Neo-Hettitische orthostaten in Arslantepe

Van deze laatsten was de hoofdstad Gordion, die tot op de huidige dag wordt gedomineerd door talloze grote grafheuvels. In een ervan ligt, naar men wel beweert, de legendarische koning Midas begraven. We beklommen de citadel, waar eeuwen later Alexander de Grote de beroemde “gordiaanse knoop” zou doorhakken (meer…). De Frygiërs lieten ook hun sporen na in Ankara en Hattusa, waar mooie standbeelden zijn gevonden van de moedergodin (meer…), en in Alacahöyük. Er is wel geopperd dat het zojuist genoemde koninkrijk Muski identiek is aan Frygië, maar volgens mij is dat topografisch onmogelijk.

Ondertussen waren er ook nog staten die de tradities voortzetten van het oude Hettitische Rijk. Helaas lukte het ons niet om Karchemis te bereiken (een ingecalculeerde mislukking overigens – we rekenden er niet echt op), maar we bezochten wel het prachtig in een bos aan een meer gelegen Karatepe, de opgraving van Zincirli en het fenomenale Arslantepe. Ook hier leefden de kunstenaars zich uit in mooie stadspoorten en fraaie orthostaten. Ik ga zeker nog eens terug om deze steden te bekijken, met – hopelijk – wat meer kans op succes in Karchemis.

Muzikanten op een Neo-Hettitische orthostaat in Karatepe

Muzikanten op een Neo-Hettitische orthostaat in Karatepe

Deze zogeheten Neo-Hettitische staatjes bleven, met Aramese en andere invloeden, nog enkele eeuwen bestaan. Wat in Griekenland wel eens wordt aangeduid als de “Dark Ages”, is dat in Turkije beslist niet meer, al zou ik ook weer niet zo ver willen gaan te beweren dat we ons bevinden in het volle licht der geschiedenis.

Eén Neo-Hettiet wil ik nog noemen: Uria, een soldaat die (volgens de Bijbel) in de tiende eeuw in het verre Jeruzalem koning David diende. De vorst werd verliefd op Uria’s echtgenote, Batseba, en stuurde haar man naar het front met een brief aan zijn commandant, waarin de koning opdracht gaf aan zijn commandant om de brenger van de brief aan het front te laten strijden, opdat hij zou sneuvelen. Het is maar één kijkje naar de details van het leven in deze tijd. Ik zou er graag meer hebben, en wie weet wordt in Karchemis, Karatepe, Zincirli of Arslantepe nog eens een stevig kleitablettenarchief gevonden.

[wordt vervolgd]


De Anatolische beschavingen (3)

mei 26, 2013
Een typische schenkkan uit het Oude Rijk; museum van Hattusa

Een typische schenkkan uit het Oude Rijk; museum van Hattusa

[Dit is het derde deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

Aan het Rijk van de Hettieten herinneren talloze monumenten in centraal-Turkije. De voornaamste nederzetting was natuurlijk de hoofdstad Hattusa, niet ver ten oosten van Ankara. Er is een deel van de Hettitische stadsmuur gereconstrueerd en daarnaast ligt een gigantisch tempelcomplex, dat dateert uit de tijd van het Oude Rijk: de periode tot ongeveer 1400. Daaruit stamt ook de koningsburcht, hoewel de bebouwing die daarop nu is te zien, dateert uit het Nieuwe Rijk, ruwweg de periode 1400-1200. Ik beken dat ik die burcht wat tegen vind vallen.

Hattusa werd in de veertiende eeuw uitgebreid met een bovenstad. Als de graansilo’s (wel opgegraven maar niet meer te bezichtigen) een aanwijzing vormen, woonden er in deze tijd zo’n 30.000 mensen. In de bovenstad zijn opvallend veel tempels zijn gevonden en ik vind de gedachte aantrekkelijk dat het tevens de ambassades waren van de steden die de goden vereerden die ook in deze tempels hun huis hadden. De stadsmuur om de bovenstad was voorzien van drie poorten: de Leeuwenpoort, de Sfinxenpoort en de Koningspoort. Alleen de laatste heeft een logische locatie, de twee andere zijn onpraktisch geplaatst en het zou me niet verbazen als ze alleen werden gebruikt bij speciale gelegenheden.

Inscriptie in Hiëroglifisch Luwisch (Hattusa)

Inscriptie in Hiëroglifisch Luwisch (Hattusa)

Van de Sfinxenpoort – ik blogde al eens over de twee fabeldieren die deze toegang bewaken – heb ik bovendien de indruk dat ze vooral diende om bezoekers uit het zuiden te imponeren. Ik denk dat een gezant van de farao, die toch wel wat was gewend op het gebied van monumentale architectuur, paf moet hebben gestaan bij het zien van de enorme stenen structuur onder de Sfinxenpoort.

Andere plaatsen uit de Hettitische tijd die we de afgelopen twee weken hebben bezocht, waren het heiligdom te Yazilikaya, waar wonderlijke rotsreliëfs zijn te zien, en Alacahöyük, waar ook een sfinxenpoort was, gedecoreerd met een reeks mooie, kleine steenreliëfs (“orthostaten”). Een klein museum was hier het toefje slagroom op het desert.

Alacahöyük

Alacahöyük

Uit de teksten die in Hattusa zijn gevonden, weten we veel over het internationaal diplomatiek verkeer. In feite was heel Turkije zo niet rechtstreeks onderworpen aan de grote koning, dan toch onder diens invloed. Hetzelfde geldt voor grote delen van Syrië. Er waren contacten met de heerser Wilusa (Troje) in het westen, met de koning van Assyrië in het zuidoosten en met de farao in het verre zuiden. De tekst van een vredesverdrag met Egypte is over; een ietwat suffig monumentje in Boğazkale herinnert eraan (meer…).

Yazilikaya

Yazilikaya

Met de nomaden uit het noorden van het huidige Turkije hadden de Hettieten nooit echt vrede, en misschien waren zij het die de grote koning ertoe brachten Hattusa te ontruimen. Dat moet ergens rond 1200 zijn gebeurd. Niet veel later werd de voormalige Hettitische hoofdstad overgenomen door andere bewoners: niet als veroveraars, maar als krakers van leegstaande gebouwen.

[wordt vervolgd]


De Anatolische beschavingen (2)

mei 26, 2013
"Zonneschijf" uit Alacahöyük, nu in het museum voor Anatolische Beschavingen in Ankara.

“Zonneschijf” uit Alacahöyük, nu in het museum voor Anatolische Beschavingen in Ankara.

[Dit is het tweede deel van een reeks over de Brons- en IJzertijd van Turkije; het eerste deel is hier.]

De opkomst van de steden en het ontstaan van de staat vonden plaats tijdens de overgang van de Kopertijd naar de Vroege Bronstijd, zo rond 3000 v.Chr. Rond 2750 ging Arslantepe ten onder. De opgraving van Alacahöyük documenteert de tweede helft van het Vroeg Brons. Er zijn dertien koningsgraven gevonden – vijf ervan zijn momenteel te zien – waarin wonderlijke bronzen of zilveren voorwerpen zijn opgegraven die, om het oneerbiedig te zeggen, nog het meest lijken op mattenkloppers. Men noemt ze “zonneschijven”, maar dat is omdat we niet weten wat ze wél zijn.

Tegen het einde van de Vroege Bronstijd trokken nieuwe volken Anatolië binnen, die Indo-Europese talen spraken. Daarvan stammen drie talen uit de historische periode af: het Luwisch, dat we later aantreffen in het zuiden en westen van Turkije (bijvoorbeeld in Troje), een daarmee verwante taal die in een eigen schrift werd geschreven en daarom “hiëroglifisch Luwisch” wordt genoemd, en de taal van de Hettieten.

Een pas-opgegraven deel van het paleis van Anitta in Kanesh

Een pas-opgegraven deel van het paleis van Anitta in Kanesh

Uit deze tijd hebben we een waardevolle bron aan informatie: de vele kleitabletjes die zijn opgegraven in Kültepe, het antieke Kanesh, waarover ik al blogde. (Toen ik hierheen kwam, dacht ik dat het er 11.000 waren, inmiddels schijnen het er 25.000 te zijn, terwijl er nog wordt gegraven.) Vanaf ongeveer 1940 tot 1780 v.Chr. – de jaartallen kunnen wat lager en hoger zijn – lag aan de voet van de paleisheuvel een handelsnederzetting (karum) waar kooplieden uit Assyrië verbleven. Hun administratie moest schriftelijk, en zo hebben wij ineens zeeën aan informatie.

De kleitabletjes beschrijven niet alleen de ruilhandel van koper en tin, maar kunnen ook worden gebruikt om het politieke landschap van die tijd te reconstrueren, en we zien dat er een machtige staat, Kussara, aan het ontstaan is. Koning Pithanas onderwierp Kanesh. We weten niet waar Kussara lag, maar Alacahöyük is een van de mogelijkheden.

Hoe dit ook zij, Kanesh profiteerde een generatie later van het verlies aan autonomie, toen Pithanas’ zoon Anittas Kanesh maakte tot zijn residentie. Deze man verwoestte ook Hattusa en sprak een vloek uit over iedereen die er wilde wonen.

Opgraving van de karum van Kanesh; de brandlaag is nog zichtbaar.

Opgraving van de karum van Kanesh; de brandlaag is nog zichtbaar.

Korte tijd later werd Kanesh verwoest en komt er een einde aan onze informatie, maar het is duidelijk dat Midden-Anatolië, waar steden en staten waren komen te ontstaan, nu bewoog in de richting van grotere politieke eenheid, waarin één staat kon bestaan uit verschillende steden. Als we een eeuw later opnieuw zicht hebben op de situatie, heeft de koning van Kussara weer een nieuwe residentie: het vervloekte Hattusa. Hij noemt zich zelfs naar die stad, Hattusilis.

Het was het begin van het Hettitische Rijk. Latere generaties zouden de Indo-Europese taal van de Hettieten aanduiden als “Nesaïsch” ofwel de taal van Kanesh, terwijl het land zelf Hatti werd genoemd, de voor-Indo-Europese naam voor het gebied. Een grappige ironie is dat taalkundigen nu spreken over het Hettitisch als een oude Indo-Europese taal, hoewel het woord “Hatti” nu net geen Indo-Europees is.

[wordt vervolgd]


De Anatolische beschavingen (1)

mei 25, 2013
Arslantepe, Temple B

Arslantepe, Temple B

Ik wilde Turkije eens zien zonder die gruwelijke clichés over “brug tussen oost en west” of “ontmoetingsplaats van Europa en Azië”, en zoals de lezers van deze kleine blog hebben gemerkt, zwierf ik daarom de laatste tijd door het centrale deel van het land. Omdat ik nu eenmaal houd van de Oudheid, zijn we naar veel ruïnes en archeologische musea geweest, maar ik verzeker u dat we de mooie Seljukische gebouwen van Kayseri niet zijn vergeten en dat ik de Kruistochten of het optreden van Atatürk niet heb genegeerd (lees maar hier of daar).

De opgraving die toont hoe het allemaal is begonnen, was Arslantepe, waarover ik eerder vandaag blogde. Het onderzoek is nog in volle gang en documenteert, zoals ik al vertelde, hoe tussen 3400 en 2750 v.Chr. een egalitaire boerensamenleving zich ontwikkelde tot een stadstaat die in ouderdom niet onderdoet voor die van het zuiden van Irak. Het ooit populaire idee dat de stedelijke beschaving is ontstaan aan de oevers van de Nijl, Eufraat en Tigris, is langzamerhand écht achterhaald: Syrië, Iran en Turkije spelen een even belangrijke rol. Ik weet niet of ik de oplossing uit het Nederlandse geschiedenisonderwijs, om de periode tussen het ontstaan van de landbouw en de Grieks-Romeinse cultuur maar helemaal niet te behandelen, erg geslaagd vind.

De opkomst van de staat is vele malen beschreven. Het plaatje hieronder illustreert de samenhang van de diverse processen. Het is ontleend aan Charles Redmans magistrale The Rise of Civilization (1979), een erkende archeologische klassieker.

Van egalitaire boerensamenleving naar stadstaat

Van egalitaire boerensamenleving naar stadstaat

[wordt vervolgd]


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 221 andere volgers