Een academische kwestie

maart 4, 2014

post-atheistVan mij mag kerstmis worden afgeschaft. En pasen, pinksteren en hemelsvaartdag eveneens. Ik zie geen enkele reden om christelijke feestdagen dwingend aan de gehele samenleving op te leggen. Dat geldt ook voor het zevendaagse weekritme: een antieke erfenis die wat mij betreft mag verdwijnen. Als iemand een eed aflegt en vraagt om de hulp van God Almachtig, mogen van mij alle aanwezigen blijven zitten. Ik ben ook blij, trouwens, dat er geen “god zij met ons” meer staat op onze munten.

Dit meen ik allemaal vrij serieus. Ik stoorde me er wat aan toen ik vorig jaar een naturalisatieplechtigheid bijwoonde waar de aanwezigen mochten blijven zitten wanneer een nieuwe Nederlander een belofte aflegde, maar moesten staan als iemand een eed aflegde. Ik heb geen hekel aan religie, maar het stoort me als ik er deelgenoot van word gemaakt. Vier gerust religieuze feestdagen, maar dwing mij niet ze mee te vieren.

Lees de rest van dit artikel »


Parlementair onderzoek, alsjeblieft

mei 30, 2013

1.

kamerIk heb al vaker geschreven dat onze universiteiten niet langer voldoen aan de verwachtingen die we er redelijkerwijs van mogen hebben. Dat ik er opnieuw over schrijf, is omdat het opnieuw mis is: de Groningse Rijksuniversiteit heeft de hoogleraar criminologie Patrick van Calster op non-actief gesteld terwijl de universiteit waar hij is gepromoveerd, de Brusselse Vrije Universiteit, hem de doctorstitel ontneemt. Gisteren was Karima Kourtit van de Amsterdamse Vrije Universiteit in het nieuws.

Twee dagen, twee kwesties. En iedereen kent de oudere gevallen: Peter Rijpkema, Dirk Smeesters, Don Poldermans en Diederik Stapel, waarbij we Roos Vonk dan maar het voordeel van de twijfel zullen geven, Ernst Jansen Steur zullen typeren als een medische aangelegenheid en Mart Bax zullen beschouwen als verjaard. De lijst opzichtig falende onderzoekers begint verontrustend lang te worden en het ergste is de trieste voorspelbaarheid van de affaires.

Lees de rest van dit artikel »


Verkokerde vakgebieden (4)

november 26, 2012

[Dit is de laatste aflevering van een artikel over de versplintering van de oudheidkundige disciplines, dat oorspronkelijk is verschenen in Archeobrief  2011/1. De eerste verscheen hier.]

Wie een bron leest, moet het geschrevene kunnen contextualiseren. Alleen wie ook de Griekse auteur Herodotos heeft gelezen, herkent het stereotype karakter van Tacitus’ beschrijving van de feestmalen die de Germanen zouden hebben aangericht om belangrijke beslissingen te nemen. Wie een bron leest, moet bedenken hoe grillig de overlevering is. We hebben toevallig de luxe van vier teksten over de Varusslag, maar dat wil niet zeggen dat ze belangrijk was. Er valt een serieuze boom op te zetten over de theorie dat de Claudiaanse legerhervormingen (alleen bekend uit epigrafisch en archeologisch materiaal en pas in de loop van de twintigste eeuw herkend) beslissend waren voor het ontstaan van de limes. Wie een bron leest, moet niet naïef zijn.

Tot zover de teksthermeneuse, waar de archeoloog over het vakterrein wandelt van de classici. In de hier geboden ruimte kan niet worden ingegaan op de geschiedtheoretische aspecten, maar elke historicus die het zout in zijn pap waard is kan een archeoloog vertellen dat de Slag in het Teutoburgerwoud nooit de oorzaak kan zijn geweest van de totstandkoming van de limes en uitleggen dat de feitelijke vraag is of het gevecht een voorwaarde was. De achteloosheid waarmee archeologen en classici nauwkeurig gedefinieerde begrippen als aanleidingen, oorzaken en voorwaarden verwarren, komt de kwaliteit van de discussie net zo weinig ten goede als de nonchalance waarmee oudhistorici archeologische inzichten negeren. Hardnekkig houden ze vol dat de Romeinen Germanië tot aan de Elbe wilden veroveren, hoewel er nog steeds geen fort is gevonden voorbij de Weser. Terwijl geen archeoloog de Elbe-hypothese nog kan verdedigen, pompen oudhistorici deze informatie vrolijk rond.

De betekenis van de Slag in het Teutoburgerwoud zou sterker ter discussie kunnen staan. Ze is in elk geval geen keerpunt in de Europese geschiedenis en het is de laatste jaren denkbaar geworden dat de Romeinen na 9 op de oostelijke Rijnoever zijn gebleven. De noodzakelijke discussie wordt echter bemoeilijkt doordat archeologen verouderde kennis van oudhistorici overnemen en historici archeologische inzichten negeren. De bekorting van de studieduur in de jaren tachtig begint zich hier te vertalen in kwaliteitsverlies.

Een echte oplossing is er niet, al was het maar omdat er meer redenen zijn waardoor verouderde kennis blijft circuleren. Denk bijvoorbeeld aan het middelbare-schoolvak KCV, dat wordt gedoceerd door classici wier enthousiasme groter is dan hun kennis van recente inzichten uit de archeologie en geschiedvorsing. Zij leggen voor toekomstige archeologen een solide basis van verouderde kennis. Denk ook aan het feit dat de Nederlandse oudhistorici zich concentreren op de geschiedenis van Italië en Griekenland en archeologen niet als vanzelfsprekend corrigeren. Denk tot slot aan de data-explosie die op “Malta” is gevolgd: archeologen hebben geen gelegenheid meer hun deficiënte bronnenkennis bij te spijkeren.

Het feit dat inmiddels een kwart van de Nederlanders wetenschappelijke conclusies niet langer zonder meer gelooft, suggereert dat het kwaliteitsverlies in het oog begint te lopen. Het wordt tijd dat we gaan nadenken over een universiteit waarin studenten wél de tijd krijgen om te leren wat ze minimaal nodig hebben om deel te kunnen nemen aan het wetenschappelijk debat.


De universiteit en de geesteswetenschappen

maart 4, 2012

Minerva’s uil denkt er het zijne van

Passen de geesteswetenschappen nog aan de universiteiten? Voor één vak weet ik het antwoord: voor de oudheidkunde is dit kwestieus aan het worden. De verdere financiering daarvan is namelijk in strijd met het doelmatigheidsbeginsel, omdat de burger voor zijn belastingafdracht slechts oppervlakkige boekjes terugkrijgt. Er zijn enkele goede uitzonderingen, maar de best-verkopende boeken staan vol fouten en men negeert het internet.

Extra erg is dat de oudheidkundigen de meer geïnteresseerde belangstellenden in de steek laten. Nooit leggen academici uit wat hun methoden zijn. Dan moet je er niet van opkijken als mensen gaan denken dat iedereen wel een geschiedenisboek kan schrijven. De opkomst van kwakhistorici, die een belangrijk deel van de markt hebben overgenomen, is te verklaren doordat oudheidkundigen hun vak inadequaat uitleggen. Zo ontstaan steeds meer zichtbare fouten en krijgen steeds meer mensen een steeds lagere dunk van het vak.

Als je dit met oudheidkundigen bespreekt, zoals ik deed toen ik De klad in de klassieken schreef, geven ze verschillende antwoorden. Dat het populariseren niet hun taak zou zijn, is een leugen. De overdracht staat genoemd in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Dat de oudheidkundigen er niet voor betaald krijgen, is daarentegen wel waar, maar wie dit antwoordt, zegt tevens dat hij niet wil profiteren van de enorme markt. Elke cent die verdwijnt in de portemonnee van een kwakhistoricus, had óók onze universiteiten ten goede kunnen komen, mits de academici boeken zouden hebben geschreven die wél goed zijn.

De financiering van de universitaire oudheidkunde is dus simpelweg ondoelmatig: de burger ziet niets terug. De vraag is daarom of we met oudheidkunde nog verder moeten gaan aan de universiteiten. Ik denk zelfs dat de vraag nog iets breder is: moeten we überhaupt doorgaan met de geesteswetenschappen?

Rens Bod had daarover gisteren een goed stuk over in het NRC Handelsblad. Hij ziet nog mogelijkheden om verder te gaan. Ik denk dat hij te optimistisch is: door dertig jaar bezuinigingen, zijn ook de kiemen van mogelijk herstel vermoedelijk gestorven. Toch ben ik blij dat de vraag nu eens wordt gesteld door iemand die werkzaam is aan een universiteit.

Helaas: de krant plaatste het stuk niet online. Dat is ondoordacht, want door dit stuk offline te houden, zal de krant geen enkel los exemplaar extra verkopen. De mensen die over de geesteswetenschappen willen nadenken, hebben namelijk meestal wel een abonnement. Ze discussiëren echter wel online, en daar weet het NRC Handelsblad zijn relevantie nu goed verborgen te houden.

In die zin past het eigenlijk wel bij de geesteswetenschappen, die er ook altijd weer deksels goed in slagen verborgen te houden hoe belangrijk ze zijn.

Naschrift

Het NRC Handelsblad mag het dan niet online plaatsen, de auteur deed het wel: hier.


Toga-party in Leiden

januari 23, 2012

Foto (c) Hielco Kuipers

Hoewel ik als historicus altijd heb geweigerd me te specialiseren, kan ik toch niet ontkennen dat ik de Oudheid het interessantst vind: Babylon, Egypte, Judea, Griekenland, Rome, de Kelten. Elke maand geef ik daarover een elektronische nieuwsbrief uit waarin ik links opneem naar het oudheidkundig nieuws van de voorgaande weken. Wat me elke maand weer opvalt, is dat met name archeologische persberichten erg inaccuraat zijn. Zo’n 40 procent ervan bevat serieuze onjuistheden, meestal overdrijvingen waarvan je vrij makkelijk kunt zien dat er wordt geprobeerd een financier te behagen.

Als ik hierover vertel aan collega’s, kijken ze me meestal wat meewarig aan. “Dat wisten we allang,” zeggen ze dan, verbaasd over mijn naïviteit. Ze weten dan meestal nog andere voorbeelden te geven, bewijzend dat ze het inderdaad allang wisten en dat ze niet de vermoeid-cynische pose aannemen van de wereldwijze geleerde die het allemaal al heeft gezien en niets meer gelooft. De archeologie heeft een serieus imagoprobleem.

Lees de rest van dit artikel »


Het soort keurslijf

december 15, 2011

Mijn Nijmeegse collega Vincent Hunink maakt zich zorgen over enkele recente onderwijsmaatregelen. “Studenten komen in keurslijf,” twittert hij, “nóg meer.”

Hij heeft natuurlijk volkomen gelijk en het is alleen omdat ik het haat eindconclusies te bereiken, dat ik wil wijzen op een complicatie. Op zich is er namelijk niets tegen een keurslijf. Het biedt noodzakelijke steun. Ik herinner me – opa spreekt – dat wij als oudheidkundestudenten vanaf 1985 aan de VU smeekten om meer regulering omdat de studieprogramma’s onwerkbaar chaotisch waren. Of kijk eens in Oxford en Cambridge. Studeren is daar vooral een kwestie van in razend tempo en op gezette momenten stukken schrijven. Daar pakt de structuur van een keurslijf dus goed uit.

Dat kan echter zo zijn omdat de universiteiten daar ook de middelen hebben om een keurslijf te bieden. Er is voldaan aan drie voorwaarden:

  • De docenten kunnen voldoende tijd nemen voor begeleiding;
  • De docenten hebben voldoende didactische vaardigheden;
  • De studenten kunnen ook werkelijk studeren, doordat ze zich geen zorgen hoeven maken over financiën en kamer.

Wat mij aan het hogeronderwijsbeleid zo vaak opvalt, is de ondoordachtheid. Er is niets op tegen de efficiëntie van het onderwijs te vergroten door de studenten in een keurslijf te dwingen, maar dan moet de overheid de maatregelen niet tegelijk zelf uithollen. Als je studenten harder wil laten studeren, moet je niet ook de beurzen verlagen, want dan dwing je ze een bijbaantje te nemen. En als je studenten vooral effectief wil laten studeren, moet je zorgen dat ze bij elkaar in dezelfde stad kunnen wonen, zodat ze samen op de leeszaal kunnen zitten en tijdens de koffiepauze over geconstateerde problemen kunnen spreken. Dát is de beste manier om goed te studeren, maar ze is kapot gemaakt toen Wim Deetman de studenten dwong OV-kaarten aan te schaffen, waarna studenten in toenemende mate bij hun ouders moesten gaan wonen.

Het probleem is dus niet het keurslijf maar dat de overheid de baleinen wegneemt.


Het academisch Bén Tre

juli 14, 2011

Maandagochtend, ik open de mailbox. Een berichtje van mijn moeder, een paar berichtjes die betrekking hebben op mijn werk, een vriendin die een lunchafspraak wil verzetten en een mailtje van iemand uit Groot-Brittannië, die me vraagt of ik een petitie wil ondertekenen tegen de naderende sluiting van het Canterbury Roman Museum. Ik heb mijn correspondent nog nooit ontmoet, maar als ik met hem correspondeer, geeft hij goede antwoorden waaruit een enorme belezenheid blijkt. Omdat ik hem respecteer, teken ik de petitie onmiddellijk, ook al ben ik nog nooit in Canterbury geweest en had ik tot vanmorgen niet gehoord van het museum.

Meestal ben ik sceptischer. In oktober 2009 kreeg ik een vergelijkbare uitnodiging om de Universiteit van Sheffield te schrijven dat ik bezorgd was over de voorgenomen sluiting van het Biblical Studies Department. Het verzoek was niet onredelijk. “Sheffield” is inderdaad een begrip en het verbaasde me al langer dat er plannen waren het departement te sluiten. Tegelijk wrong er iets aan de uitnodiging. De samenstellers somden allerlei rationele argumenten op, maar gaven nergens aan om welke reden men het besluit tot sluiting eigenlijk had genomen.

Niemand in Sheffield lijkt dat vreemd te vinden. Ik wel.

Hoe zat het ook alweer met de geesteswetenschappen? Waartoe dienen ze? Ik ontdekte het toen ik als letterenstudent eens aanschoof bij een collegereeks medische ethiek. Wat me opviel was dat mijn medestudenten, aspirant-artsen, een heel concrete kijk op de zaken hadden. Om een diagnose te stellen, liep je een reeks criteria af, en als de symptomen aan al die criteria voldeden, dan had iemand ziekte X en was behandeling Y wenselijk. De denkhouding van ethici trof de medestudenten die ik erover sprak als onpraktisch. Het was misschien interessant een probleem van twee kanten te kunnen bekijken, maar omdat het geen concrete oplossingen bood, had je er weinig aan.

Op dat moment begreep ik ineens het belang van de humaniora. Daar gaat het er altijd om iets van twee kanten te bekijken. Een roman is pas boeiend als twee respectabele gezichtspunten tegenover elkaar komen; een schilderij fascineert als het een conventie doorbreekt; geschiedvorsing en antropologie zijn zinvol omdat je leert dat andere culturen andere normen en waarden hebben, zodat je kunt nadenken over je eigen ideeën. De geesteswetenschapper is weliswaar niet in staat ons een langer leven te geven, zoals een arts kan doen, maar hij kan het leven wel een zekere diepte geven door mensen in staat te stellen het eigen gelijk te relativeren. Andere wetenschappen kunnen dat op hun manier ook, daar niet van, maar ik zou menig politicus een studie in de humaniora aanraden om het vermogen aan te leren een probleem te bezien vanuit meer dan één perspectief.

In Sheffield lijken ze vergeten dat je niet ongenuanceerd je eigen gelijk moet najagen. Een echte geleerde is een geleerde onder alle omstandigheden. Hij kan niet de nuance zoeken als hij in de bibliotheek zit, en de nuance vergeten als zijn instelling onder vuur ligt.

Vanzelfsprekend maakt dit de geesteswetenschappen kwetsbaar als er wordt bezuinigd. Terwijl degenen die een instituut willen opheffen soms de botte bijl hanteren, kunnen de letterdames en -heren alleen komen met inhoudelijke argumenten, soms erkennend dat hun opponenten gelijk hebben. En dat is precies waar het om draait: het vermogen iets van twee kanten te bekijken om zo de waarheid op het spoor te komen. Als je die bereidheid niet tevens hebt als je eigen positie in het geding komt, is de hele exercitie niets waard. Je kunt niemand inspireren als je een ideaal uitdraagt waar je niet zelf naar leeft. Wie banen wil verdedigen door zijn principes op te offeren, verdedigt niets, want dat wat hij wilde uitdragen bestaat niet langer. Het is de absurditeit van Bén Tre: een dorp verdedigen door het te verwoesten.

De eigenlijke vraag is of de huidige financiering van de humaniora nog zin heeft. Ik weet het antwoord niet, maar er zijn veel aanwijzingen dat er serieuze problemen zijn. Om me te beperken tot mijn vakgebied, de oude geschiedenis: exposities krijgen titels waarmee publiek wordt gelokt, zelfs als de tentoonstelling over iets anders gaat; archeologische persberichten bevatten overdreven claims omdat de financiering moet worden veiliggesteld; academische oudhistorici zijn momenteel een belangrijkere bron van desinformatie dan pseudowetenschappers.

Er is iets grondig verkeerd. Het dorp ligt al voor driekwart in de as, en degenen die het verdedigen, doen het door het nog verder in brand te steken.

[Dit stuk verscheen oorspronkelijk op Frontaal Naakt.]


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 293 andere volgers