De kop uit het zand?

maart 22, 2012

Een tijdje geleden kwam een geleerde uit Delft in het nieuws, omdat hij meende dat er reden was om aan te nemen dat buitenaardse wezens de aarde wel eens aandeden. De natuurwetten maken dat vrijwel onmogelijk, en geloof in UFO’s geldt om die reden dan ook als pseudowetenschap.

De man sprak over UFO’s in zijn vrije tijd, maar gegeven zijn positie als medewerker van een wetenschappelijke instelling, meende de Delftse universiteit dat het toch beter was een begeleidingscommissie in te stellen (meer). Alleszins redelijk.

Voor een soortgelijk incident gaan we iets terug, toen een Nederlandse oudhistoricus schreef dat de Griekse ingenieur Archimedes met spiegels vijandelijke schepen in brand had gestoken. Als oudheidkundige moet hij hebben geweten dat het niet in de bronnen stond, en als academicus moet hij over voldoende ontwikkeling hebben beschikt om te weten dat dit in strijd was met de natuurwetten. Noch zijn universiteit, noch zijn collega’s zagen in deze verkondiging van pseudowetenschap echter reden een begeleidingscommissie in te stellen.

Het geval was te grotesk om verborgen te blijven. Omdat ik een laagdrempelige website beheer, kreeg ik er vragen over. Ik kan zo snel veertien mailtjes terugvinden van mensen die hun vertrouwen in de wetenschap waren kwijt geraakt.

Het is maar één voorbeeld van de wijze waarop de wetenschap haar eigen sceptici creëert. Een kleine 30% van de correspondenten van mijn website, die zich beslist niet presenteert als wetenschapsvijandig, gelooft niet meer dat de universiteiten goed bezig zijn. De conclusies van wetenschappelijk onderzoek worden vaak gewoon terzijde geschoven: wetenschap is ook maar een mening, en trouwens, in de Haagse politiek worden conclusies over pakweg slaapklinieken, het klimaat, de islam, kinderopvoeding, obesitas en migratiecijfers even moeiteloos genegeerd. En laten we wel zijn: de afhandeling van de Archimedeskwestie – of beter: het gebrek aan afhandeling – suggereert dat althans sommige academici ook niet al te veel inzet hebben voor de waarheid.

De burger, de politiek, de onderzoekers: het is overdreven te zeggen dat helemáál niemand nog houdt van de wetenschap, maar het vertrouwen kon stukken beter en de voorspelbaarheid van de affaire-Stapel heeft weinig gedaan om het beschadigde vertrouwen te herstellen.

Het wonderlijke is nu dat allerlei vooraanstaande bestuurders hebben gezegd dat er niets aan de hand is. Robbert Dijkgraaf van de KNAW herhaalde in de media dat alle wetenschappelijk onderzoek werd gecontroleerd en dat het dus mocht worden vertrouwd (een dijk van een ignoratio elenchi), Jos Engelen van NWO zei iets soortgelijks, Elmer Sterken van de RUG zei dat cijfers over wetenschappelijk wangedrag overdreven waren omdat hij ze niet geloofde (briljant) en Sijbolt Noorda, de voorzitter van de VSNU, verklaarde met droge ogen dat het vertrouwen in de wetenschap onverminderd hoog was. Men verkeert nog volop in de ontkenningsfase.

Begrijp me niet verkeerd: wetenschap is even fascinerend als belangrijk. Ik ben niet kritisch omdat ik er zelf niet in geloof. Maar ik zie óók dat de KNAW, de VSNU en NWO het snel verdampende vertrouwen almaar niet onder ogen willen zien en juist daardoor de problemen vergroten. Ik zie verder onderzoekers die, vanuit een verkeerd begrepen collegialiteit, pseudowetenschap niet met de vereiste inzet bestrijden. En ik zie burgers die hun vertrouwen verliezen.

Eergisteren begon  er iets te schuiven: de VSNU scherpte de regels aan om wetenschapsfraude te bestrijden. Er wordt veel verwacht van landelijke raammodellen, zo lees ik. Het is makkelijk daarover sarcastisch te doen, maar het voordeel van symboolpolitiek is dat tenminste niet meer wordt ontkend dat er een probleem ligt.

Iets soortgelijks gebeurde gisteren: de staatssecretaris eiste een onderzoek naar “wat de overheid kan doen om het vertrouwen in de wetenschap te versterken”. Dit is baanbrekend nieuws, want het betekent dat de zelfpresentatie van KNAW, VSNU en NWO op het allerhoogste niveau niet langer wordt geloofd.

Je kunt daar op twee manieren naar kijken. Je kunt zeggen dat het onverdiende wantrouwen jegens de wetenschap nu doordringt tot regeringsniveau. Halbe Zijlstra, die al eerder bezuinigde op cultuur, is makkelijk te typeren als iemand zonder begrip voor zaken van waarde. Je kunt ook zeggen dat de staatssecretaris nu een begin maakt met wat de genoemde organisaties al zélf hadden moeten doen: bekijken of het wetenschappelijk systeem zélf niet het grootste obstakel is voor de wetenschap.

De lezer van deze kleine blog weet dat ik neig naar het tweede standpunt. Het huidige systeem, waarin wel geld is voor onderwijs en onderzoek, en waarin die twee taken ook worden gecontroleerd, laat de burger te vaak in de kou staan. Ook de derde wettelijke taak van de universiteiten, de kennisoverdracht, zou echter moeten worden gefinancierd en gecontroleerd. Doordat dit laatste niet gebeurt, krijgt de burger niet de informatie die de wetgever hem garandeert, en de burger antwoordt daarop met wantrouwen. Het huidige systeem bevat een structuurfout.

Ik vraag me af of Zijlstra begrijpt hoe fundamenteel de problemen zijn. Het verlies van vertrouwen in de wetenschap is in elk geval voor mijn correspondenten vaak onomkeerbaar. Als zij representatief zijn, zal het werk van de onderzoekscommissie vooral bestaan uit het dempen van de put waarin het kalf al is verdronken. Laten we echter hopen dat ik me vergis, en in elk geval constateren dat Zijlstra, door te laten toetsen of de geruststellende woorden van de wetenschapsbestuurders waar zijn, een goed begin maakt.


Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 259 andere volgers