Bahlul

Haroen
Harun

Een maand of drie geleden blogde ik al eens over soefi’s, de islamitische mystici. Misschien is het grote verschil met de westerse mystiek wel dat deze laatste werkelijk naar binnen is gekeerd, zodat het écht gaat om de relatie tussen de gelovige en God, terwijl de soefi’s vaak de noodzaak voelen hun radicale liefde voor God te tonen, en daarbij dus een publiek nodig hebben. Er is een derde partij bij betrokken, wat in mijn ogen – die van een buitenstaander – de claim alléén van God te houden tegenspreekt.

Dat laat onverlet dat ik plezier beleef aan de verhalen over een Rabea, die door Bagdad rende met een kruik en een fakkel, om de hel te blussen en de hemel in brand te steken, zodat ze Gods wil kon doen zonder aan het hiernamaals te denken. De anekdote bevalt me vooral zo omdat ze illustreert dat er tussen humanisme en een werkelijke godservaring weinig verschil zit: geen angst voor straf, geen hoop op beloning, geen magnieterij, en gelukkig een element van plezier.

Een vriendin vond de volgende anekdote, waaruit eveneens een visie spreekt die niet specifiek is voor de islamitische wereld. De helden zijn de wijze Bahlul, die zijn inzicht meestal verborg achter een façade van dwaasheid, en kalief Harun ar-Rashid, die vooral bekend is uit de verhalen van Duizend-en-een-nacht. Ik heb niet kunnen achterhalen waar het verhaal vandaan komt, wat jammer is, omdat er een nauwe parallel is met een verhaal over Alexander de Grote.

Bahlul mocht het paleis van kalief Harun in en uit lopen, aangezien de heerser op hem gesteld was geraakt. Op een dag zag Bahlul de troon van de kalief, onbezet, en hij ging er daarom op zitten. De hovelingen beschouwden dat als een ernstig misdrijf, dat zelfs met de dood kon worden bestraft, en de paleiswachters grepen Bahlul vast. Ze sleepten hem van de troon en gaven hem een enorm pak slaag. Omdat hij hard schreeuwde, kwam de kalief aanrennen om te zien wat er aan de hand was.

Toen Harun zijn mannen vroeg wat de oorzaak toch was van al het kabaal, zag hij dat Bahlul nog zat te huilen van pijn. De kalief boog zich naar hem toe om hem te troosten en zei z’n soldaten: “Stelletje bruten! Jullie zien toch dat die arme drommel geestesziek is! Zou iemand die ze allemaal op een rijtje heeft, er zelfs maar over dénken te gaan zitten op de koningstroon?!”

Hij wendde zich tot Bahlul: “Huil maar niet, maak je geen zorgen. Droog je tranen maar.”

Bahlul antwoordde: “Maar majesteit, ik huil niet om dat pak ransel. Ik huil om u!”

“Om mij?! Waarom zou je huilen om mij?”

“Majesteit, ik zat één keer op de troon, en terwijl ik daar maar even had gezeten, kreeg ik al dit pak slaag. Maar wat staat u te wachten, die al twintig jaar op de troon zit?”

3 gedachtes over “Bahlul

  1. Een kortere versie, maar een iets ander einde – Bahlul verwijt de kalief kortzichtigheid:
    “One day Bohlool arrived at Abbasid Caliph Harun Al-Rashid’s palace and saw that the throne was empty. There was no one to stop him, so he unhesitatingly and fearlessly went and sat in Abbasid Caliph Harun Al-Rashid’s place. When the court slaves saw this, they immediately started whipping him and took him off the throne. Bohlool started crying.

    Abbasid Caliph Harun Al-Rashid came and saw this; he asked those nearby why Bohlool was crying. A slave told him the whole story. Abbasid Caliph Harun Al-Rashid scolded them and tried to cheer Bohlool up.

    Bohlool said he was not crying at his condition, but at Abbasid Caliph Harun Al-Rashid’s condition. “I sat on the seat of Caliphate wrongfully for a few seconds and received such a beating and endured such misfortune; but you have been sitting on this throne all your life! What troubles you must receive, yet you still don’t fear the consequence.”

      1. En zoals het met dit soort heerlijke volksverhalen gaat, zijn er meerdere versies. Ik vermoed dat er dozijnen rondgaan! Ik vond er nog een, met wéér een ander einde:

        “Bahlul, the wise fool, used to disguise his wisdom behind a veil of craziness. He came and went freely in the palace of Harun al-Rashid, who valued his guidance.
        One day, Bahlul found the caliph’s throne unoccupied, so he promptly sat down on it. To sit on the sultan’s throne was con­sidered a major crime and might even be punished by death. The palace guard grabbed Bahlul, dragged him off the throne, and beat him severely. His cries of pain brought the caliph run­ning to the scene.

        Bahlul was still sobbing loudly as Harun asked his soldiers the reason for the uproar. As he turned to console Bahlul, the caliph said to the soldiers, “For shame! The poor wretch is crazy. Would any sane man sit on the royal throne?” He said to Bahlul, “Don’t cry! Don’t worry. Wipe the tears from your eyes.” Bahlul said, “O Caliph, it is not their blows that make me weep; it is for your sake I am crying.” “For my sake?” exclaimed Harun. “Why should you weep over me?” Bahlul replied, “O Caliph! I sat on your throne once, and what a beating I got for sitting there for just a few moments. But you, you have occupied this throne for twenty years. What kind of a beating will you be in for, I won­der? It is that thought that has me weeping.”

        Harun al-Rashid was dismayed. Now it was his turn to weep. “What can I do?” he asked. Bahlul ran off through the palace, crying, “Justice, justice!”

        What do you think this story means? Who does Bahlul think might punish Harun? How is Bahlul’s cry of “Justice” an answer to Harun’s question of “What can I do?”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s