Spijkers op laag water

Livius beheert een grote oudheidkundige website (Livius.org) en dat levert honderden mailtjes met vragen op. Inmiddels zijn het er meer dan 4000. De vragen komen bijna zonder uitzondering voort uit misverstanden, en in 2009 heb ik geïnventariseerd welke er nu werkelijk bestaan. Conclusie één: pseudowetenschap vormt geen enkel probleem, het echte probleem is dat academische oudheidkundigen verouderde informatie rondpompen.

De antwoorden op mijn mailtjes heb ik bewaard, zodat het schrijven van Spijkers op laag water in feite bestond uit het aan elkaar schrijven van de frequentst gegeven antwoorden. Het echte werk zat in het nawoord, waarin ik uitlegde dat oudheidkundigen zoveel verouderde informatie rondpompen doordat het vakterrein te versplinterd is geraakt, doordat er te snel te veel informatie bij komt en doordat de studieduur te ver is bekort.

De tekst is volledig online beschikbaar op de nieuwe pagina’s van mijn schooltje, Livius.nl: hier. Die website verkeert nog wat in ontwikkeling; kijk er eens rond en laat me weten als u iets vreemds ziet.

10 gedachtes over “Spijkers op laag water

  1. MNb

    Het ziet er goed uit. Als leraar vraag ik me echter af: wie is precies je doelgroep? Je taalgebruik is soms erg eenvoudig. Het voordeel is natuurlijk dat ook mijn leerlingen aan de rand van de jungle, met Nederlands als tweede of derde taal, kunnen begrijpen wat je schrijft. Het nadeel is dat je naar mijn indruk nogal wat informatie achterhoudt omdat je je taal simpel wilt houden.
    De ene keuze is niet beter of slechter dan de andere keuze. Welke keus je maakt dient echter af te hangen van de vraag (nogmaals): wie is precies je doelgroep?

      1. Ik moest ook nog denken aan het schema dat Jona zelf hanteert in
        https://mainzerbeobachter.com/artikelen/populariseren-in-2000-en-2012/. In
        https://mainzerbeobachter.com/artikelen/een-redelijke-grond-tot-twijfel/ legt hij het ook uit (en wanneer niet): de universiteiten moeten hun inzichten overdragen aan de samenleving. Aangezien zij daarin verzaken, doet hij zelf een goede poging. Oftewel: in zo begrijpelijk mogelijke taal verhalenderwijs kennis overdragen aan een zo breed mogelijke doelgroep.

  2. Peter

    Verouderde wetenschappelijke kennis: zelfs “Spijkers op laag water” bevat verouderde kennis. U houdt vast aan de datum 406 voor de Rijnoversteek. Recente Duitse literatuur betwist deze datum en verkiest 407 en een oversteek langs de Rijnbrug bij Mainz.
    Is het grote probleem niet enerzijds de enorme hoeveelheid literatuur en anderzijds de taalbarrière? Hoeveel talen moet een mens kennen om gedegen onderzoek te kunnen doen?
    Anderzijds moet ik vaststellen dat er vandaag de dag in de Vlaamse boekhandels nauwelijks boeken liggen die vertaald zijn uit het Frans, Duits, Italiaans. Men kiest veel te vaak voor bestsellers uit het Engelse taalgebied. Ook worden in de Vlaamse online boekhandels geen Franse of Duitse boeken aangeboden…
    Er liggen ook te weinig boeken geschreven door geleerden. En de publicatiecriteria die gehanteerd worden aan universiteiten – medewerking aan een tentoonstellingscatalogus telt niet mee als een publicatie, zo veel mogelijk proberen te publiceren in internationaal vermaarde Engelstalige tijdschriften – helpt volgens mij ook niet. Leidt dit niet tot een verschraling en de toename van verouderde kennis?

    1. Dat van 406 is inderdaad een leuk voorbeeld; ik ben ook 405 tegengekomen, die weer is hernomen. Het gaat om de interpretatie van een fragment uit een kroniek die de gewoonte heeft gebeurtenissen wat naar boven of beneden te verschuiven om elk jaar netjes vol te krijgen. Beetje bizar.

      Wat betreft taal, ik weet het niet. De wetenschappelijke literatuur is veelal Engels- en Duitstalig. Ik moet bekennen dat als het niet in die talen verschijnt, we een onderzoeker niet al te hard moeten vallen als hij het niet kent.

      1. Peter

        Dat geldt misschien voor de oudheid. Alhoewel, ik herinner mij uit mijn studies dat veel wetenschappelijke publicaties over Rome en Italiaanse archeologie in het Italiaans verschenen. En ik geloof niet echt dat je op een fatsoenlijke manier Lodewijk XIV of Napoleon kan bestuderen zonder gebruik te maken van Franse publicaties of de bronnen in het Frans te lezen. Ik vind het nog steeds absurd dat mensen middeleeuwse geschiedenis kunnen studeren zonder kennis van het Latijn.

        1. In die zin heb je zeker gelijk. Lokale archeologie zal altijd lokale talen gebruiken. En het is inderdaad ontluisterend dat Jonathan Israel de eerste Britse geleerde was die over de Glorious Revolution schreef en daarbij Hollandse archieven consulteerde.

  3. Jona heeft gelijk. Op deze datum is slechts een interpretatie mogelijk, er zal nooit ‘hard’ bewijs komen op basis van de geschreven bron(nen). In essentie komt de keus erop neer of je de datum als gesuggereerd door Prosper van Aquitanië (Epitoma Chronicon c.1230: Wandali et Halani Gallias trajecto Rheno ingressi II k. Jan) interpreteert als de laatste dag van het jaar 405 of van 406, op basis van het ‘zakken’ van de tekst naar een leeg vak.

    Dit illustreert maar weer hoe groot de behoefte naar eenvoudige antwoorden vanuit de wetenschap is, en hoe groot de verleiding voor de wetenschap om dit soort antwoorden te geven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s