Xerxes’ Griekse oorlog (3)

Een hopliet: scheenbeschermers, borstpantser, helm, schild, zwaard (niet zichtbaar) en speer (KMKG, Brussel).

Zoals ik in mijn eerste stukje aangaf, dwong de interne dynamiek van het Perzische Rijk koning Xerxes ten strijde te trekken tegen de Grieken. In mijn tweede stukje vertelde ik dat we in Herodotos’ Verslag van mijn onderzoek een goede bron hebben voor zover het de feiten betreft, maar dat we – eigenwijs als we zijn – menen het beter te weten als het gaat om de interpretatie van die feiten. Het kentheoretische probleem dat feiten en interpretaties nooit helemaal zijn te scheiden, zullen we maar even laten wat het is, om in te gaan op de vraag hoe Xerxes zijn doelen wilde bereiken.

Het besluit naar Griekenland te gaan, getuigt van zelfvertrouwen, want tijdens eerdere gevechten in Klein-Azië, op Cyprus en bij Marathon hadden de Perzen ontdekt dat ze te maken hadden met een geduchte tegenstander. De Griekse soldaten, de zogeheten “hoplieten”, waren immers voorzien van zware wapenrustingen. Toch waren ze niet onverslaanbaar – uiteindelijk was de opstand van de Aziatische Grieken onderdrukt – en Xerxes’ adviseurs meenden dat de kwalitatieve superioriteit van de hoplieten viel te compenseren met een numeriek superieur leger.

Deze keuze had vérstrekkende implicaties. Herodotos noemt een miljoenenleger, maar als we aannemen dat hij zich steeds een factor tien vergist – een fout die Griekse auteurs vaker maken als ze schrijven over Perzië – komen we uit op een leger van zo’n 200.000 man, 8000 paarden en 20.000 lastdieren. Dat is erg groot, maar er zijn uit de antieke wereld parallellen, die bewijzen dat het plan uitvoerbaar was. De uit de omvang van het leger voortvloeiende logistieke eis van 400 ton proviand per dag, zou de Perzische strategie bepalen.

Twee Perzische soldaten, uitgerust met wapenrok, speer en boog; schilden en zwaarden worden in de bronnen genoemd, maar helmen niet  (Louvre)

De logistieke eisen verklaren bijvoorbeeld waarom de opmars vanuit Azië naar Europa pas kon plaatsvinden in juli: na de graanoogst. Om het voedsel te vervoeren, waren minstens 550 transportschepen noodzakelijk, die tegen Griekse aanvallen zouden moeten worden beschermd door een oorlogsvloot van rond de 650 galeien. (Herodotos schrijft 1207, maar dat getal bevat ook de schepen van de brug die Xerxes over de Hellespont liet slaan.) De roeiers daarvan hadden ook behoefte aan voedsel en water, en dus legden de Perzen enorme voedseldepots aan. Hun voorbereiding was fenomenaal.

Het Perzische krijgsdoel lijkt te zijn geweest om eind september zowel Athene als de isthmus bij Korinthe te hebben bezet, waarna contact kon worden gemaakt met de bevriende Grieks stad Argos (landkaart). De vloot zou daar, tot in april het vaarseizoen weer aanbrak, een veilige haven hebben (Nauplion), terwijl het leger vanuit Argos zuidelijk Griekenland zou overweldigen, eventueel als in in het voorjaar nieuwe troepen en paarden zouden zijn aangevoerd. Ik cursiveerde overigens het woord “lijkt” omdat Herodotos zich over de Perzische krijgsdoelen niet werkelijk uitlaat: het doel was de verovering van Griekenland, meldt hij, maar hoe de Perzen dit concreet wilden bereiken, vertelt hij niet.

Xerxes’ kanaal is nog herkenbaar als een donkere lijn van vegetatie: op de foto tussen twee rode punten. Meer informatie hier.

Hij beschrijft de voorbereidingen daarentegen wel. De route van de vloot langs de noordkust van de Egeïsche Zee kende één obstakel: de Athos, een kilometers ver de zee in stekende bergachtige kaap zonder geschikte havens, extra gevaarlijk doordat het er – zoals elke antieke zeeman wist – krioelde van de zeemonsters. Het graven van een kanaal was een verstandige maatregel, maar maakte de Grieken ook duidelijk dat koning Xerxes geen genoegen nam met de door zijn vader veroverde gebieden in Thracië en Macedonië, maar uit was op de onderwerping van Griekenland. Het bange vermoeden werd zekerheid toen de Perzen ook een brug sloegen over de Hellespont, de zeestraat tussen Azië en Europa.

In de eerste helft van augustus bereikten de twee Perzische strijdmachten, het leger en de vloot, Therma, het huidige Thessaloniki. Tot eind augustus werden de manschappen getraind of ingezet om wegen aan te leggen om het Olymposgebergte. De Grieken wisten dat de Perzen eraan kwamen en hadden al eerder spionnen gestuurd, die echter gevangen waren genomen. Koning Xerxes had ze vrijgelaten en toegestaan alles op te schrijven wat ze maar wilden weten: als de Grieken hoorden hoeveel duizenden en duizenden soldaten uit het oosten tegen hen optrokken, zou de moed hun in de schoenen zinken. Dat Herodotos de aantallen met tien heeft vermenigvuldigd, bewijst dat deze antieke psy-op zijn uitwerking niet heeft gemist.

[Wordt vervolgd]

Een gedachte over “Xerxes’ Griekse oorlog (3)

  1. De Griekse zware wapenrusting maakte hen niet tot geduchte tegenstanders. De Perzische cavalerie (waartegen de Grieken hoegenaamd niet vergelijkbaars in het veld konden brengen) kende ook zwaar bepantserde ruiters. Het was de gevechtsformatie van de hopliten – de phalanx- die hen tot zulke geduchte tegenstanders maakte. Deze zeer gesloten formatie was nagenoeg ondoordringbaar voor wat de Perzen aan infanterie meebrachten, en (inderdaad) door hun bepantering ook goed genoeg beschermd tegen de Perzische boogschutters.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s