Religie en wetenschap

Tablet met een lijst van maansverduisteringen tussen 518 en 465 v.Chr.

Het is jammer dat we niet wonen in Amerika of Australië, want daar is dinsdagavond een maansverduistering te zien en dat is toch altijd indrukwekkend. Als er veel stof in de atmosfeer zit, kleurt de maan bloedrood. Geen wonder dat de oude volken er een akelig voorteken in zagen.

De Mesopotamiërs dachten dat het aangaf dat binnen honderd dagen een vorst zou sterven. Het aardige is dat dit klopt. Er zijn namelijk nogal wat staatshoofden en het zou vreemd zijn als er binnen honderd dagen niet ergens een regeringswisseling was.

Uit hun voortekencatalogus kennen we de betekenis die de Mesopotamiërs gaven aan allerlei hemelse verschijnselen. Als de hemelgoden bijvoorbeeld het sterrenbeeld Maagd hoog aan de hemel plaatsten, waarschuwden ze de mensen voor de naderende overstroming van de Eufraat en Tigris. Wij beschouwen dat niet als een wonder omdat wij weten dat de seizoenwisseling, smeltende sneeuw en de plaats van de sterrenbeelden allemaal samenhangen met dezelfde scheve baan van de aarde om de zon, maar dat wisten de Mesopotamiërs niet. Zij waren vooral de goden dankbaar voor het hulpmiddel om toekomstige waterstanden te voorspellen.

Nu ze de eerste wetmatigheden hadden ontdekt, verfijnden de sterrenwichelaars het systeem. In hun maankalender konden maansverduisteringen bijvoorbeeld alleen op de 13e, 14e, 15e en 16e plaatsvinden, en ze meenden dat die dagen correspondeerden met de vier windstreken. Als de god Marduk (ofwel de planeet Jupiter) zichtbaar was, genoot de koning bescherming, maar Ninurta (Saturnus) maakte de dreiging juist groter.

Zoals te verwachten viel, kwamen de voorspellingen minder vaak uit naarmate ze specifieker waren. De kans dat binnen honderd dagen een koning sterft is immers altijd groter dan de kans dat in een bepaalde regio een koning komt te overlijden. Het viel de sterrenwichelaars op dat hun verfijningen niet klopten: de voortekencatalogus bevat appendices van verschijnselen die ooit betekenis hadden gehad maar nu niet langer iets voorspelden.

Dat weerhield de sterrenkundigen er niet van om in hun vermoedelijke observatorium, de Etemenanki (de bijbelse ‘toren van Babel’), met observeren door te gaan. Ze geloofden dat de schepper-goden redelijk waren geweest, dat de schepping redelijk in elkaar zat en dat de mensen die redelijkheid deelden. Ze konden de wil van de goden dus achterhalen en bleven dus zoeken naar regelmatigheden.

In feite zien we hier voor het eerst de empirische cyclus: observatie, inductie van wetmatigheden, deductie van wat zal gebeuren en tot slot toetsing, die kan leiden tot corroboratie (je bent iets zekerder van de wetmatigheid) of falsificatie (waarna de voorgestelde wetmatigheid belandde in de appendix van de voortekencatalogus).

Naarmate de appendices talrijker werden, zal de twijfel van de astrologen zijn toegenomen. We zouden daarover meer willen weten, maar het is nogal fnuikend dat er een enorme achterstand is bij het uitgeven van Mesopotamische kleitabletten. Het is echter redelijk duidelijk dat wat was begonnen als een van oorsprong religieus project, zich ontwikkelde in de richting van wat wij wetenschap noemen. Astrologie werd astronomie. Alexander de Grote, die Mesopotamië in 331 v.Chr. veroverde, was er zo diep van onder de indruk dat hij het astronomische materiaal liet vertalen en een kalenderhervorming gelastte.

Kortom, het is beslist niet waar dat religie en wetenschap altijd strijdig zijn. Het is evenmin waar dat de wetenschap uitsluitend bloeide in de joods-christelijke traditie, zoals arabist Hans Jansen onlangs schreef op GeenStijl. Op zijn wetenschapsblog heeft Marco de Baar de arabist hierover de maat al genomen.

Kwakhistorische ideeën zijn gevaarlijk. Jansens slordige formulering kan makkelijk worden gebruikt om de islamitische wereld, waar de experimentele wetenschap is ontstaan, af te doen als barbaars. Je zou denken dat historici actief zulke desinformatie bestrijden: ze zijn dat immers verplicht aan het belang van hun vakgebied. Maar of het nu gaat om Reza Aslan, de god van de gaten of Hans Jansen, de oudhistorici zwijgen. Fysicus De Baar heeft het belang van de geesteswetenschappen beter in de gaten.

[Mijn wekelijkse religiecolumn, afgelopen maandag op Sargasso.]

4 gedachtes over “Religie en wetenschap

  1. mnb0

    “Geen wonder dat de oude volken er een akelig voorteken in zagen.”
    Och, die zijn er tegenwoordig ook nog wel te vinden. Hier is er een:

    http://www.wnd.com/2014/04/just-a-matter-of-time-end-of-history-upon-us/?cat_orig=faith

    “het is beslist niet waar dat religie en wetenschap altijd strijdig zijn.”
    Als je het mij vraagt is dat 21e eeuws (of eind 19e eeuws) denken geprojecteerd op het verleden. En jij hebt mij geleerd dat dat altijd fout gaat.
    Galilei was een vroom katholiek.
    Voor Darwin, wiens beroemde boek ongewild resulteerde in de opkomst van religieus fundamentalisme (Karen Armstrong) is de vraag naar een conflict religie tegen wetenschap irrelevant. Ik bedoel: waar slaat het op om Augustinus van Hippo een creationist te noemen? Ja, dat heb ik zien gebeuren.

    “Fysicus De Baar heeft het belang van de geesteswetenschappen beter in de gaten.”
    Juist. Dat geeft mij de moed om een vraag te herhalen: kun je eens haarfijn op een rij zetten wat er mis is met Jezusmythologie? Die wint langzaam maar zeker aan kracht; vooral in de VSA natuurlijk, waar een heuse culturele oorlog woedt. Je kunt er donder op zeggen dat Nederland daar nog een staartje mee van zal krijgen.

    1. Ik kom op die Jezusmythologie nog terug, maar moet eerst de betreffende paragraaf in mijn boek nog schrijven. Ad hoc antwoord: onredelijke twijfel aan de evangeliën als bron versus onredelijke goedgelovigheid t.o.v. kwakhistorische theorieën. Een en ander wordt versterkt doordat historici hun methode nooit uitleggen, zodat ze de indruk wekken dat er geen methode is en iedere mafketel een zinvolle bijdrage kan leveren (pakweg Tom Holland enz.). Plus dat in het verleden amateurs inderdáád bijdragen hebben geleverd, maar Winckelmann, Gibbon en Schliemann leefden wel in de achttiende en negentiende eeuw.

      Dat het idee een comeback maakt, komt verder doordat onze geesteswetenschappers om hen moverende reden hun onderzoek, dat al dertig jaar door niemand wordt opgemerkt, belangrijker vinden dan de overdracht, waar al dertig jaar schreeuwende vraag naar is.

      1. mnb0

        Zoals altijd als ik je iets vraag: neem alle tijd die je nodig hebt. Je moet nu toch wel weten dat ik liever een grondig dan een snel antwoord heb. Bovendien moet eerst je boek af, al was het maar omdat ik het graag in december al wil lezen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s