Griekse oorlogvoering (2)

Korinthische helm (British Museum)
Korinthische helm (British Museum)

[Ik ben deze dagen vooral bezig met werken aan mijn boek en terugkeren van Curaçao naar Amsterdam. Mijn collega Josho Brouwers, redacteur van Ancient Warfare, is gisteren en vandaag gastblogger. Het eerste deel was hier.]

Gebrek aan theoretische inkadering

Het derde probleem is dat wetenschappers die zich met de oudheid bezighouden, en de Griekse oorlogvoering in het bijzonder, geen duidelijke methodologie hebben. Men bestudeert het oorspronkelijke bewijsmateriaal en ‘leest’ daar het verleden uit. Vooroordelen worden niet expliciet gemaakt; theoretische kaders worden genegeerd. Vrijwel nooit maakt men duidelijk welke theorieën men aanhangt, hoe men de gegevens interpreteert, enzovoort.

Dit zorgt ervoor dat stomme fouten gemakkelijk in verhandelingen van wetenschappers kunnen sluipen. Zo maakt men zich niet zelden schuldig aan de zogenaamde Everest Fallacy van Keith Hopkins. Herodotus beschrijft bijvoorbeeld de Slag der Kampioenen, waarin de Argivers en Spartanen besloten om een oorlog te laten beslechten in een veldslag bestaande uit 300 kampioenen aan elke zijde. De strijd verliep echter niet zoals gepland en een algemene strijd tussen de legers brak naderhand alsnog uit. Volgens veel moderne wetenschappers is deze slag een voorbeeld van het ‘ritualiserende’ karakter van oorlogvoering in het archaïsche Griekenland. Maar Herodotus beschrijft deze veldslag niet omdat hij normaal is, maar juist omdat hij uitzonderlijk is.

Moderne wetenschappers moeten goed wetenschap bedrijven en dat gebeurt vaak niet. Zo zijn veel wetenschappers zich er niet van bewust dat een hypothese is iets anders is dan een theorie, en dat een hypothese/theorie niet bewezen kan worden, maar alleen ontkracht. Het idee dat historische of archeologische hypothesen en theorieën niet getest kunnen worden is trouwens onzin: computersimulaties, experimentele archeologie en gedachtenexperimenten zijn allemaal valide manieren om erachter te komen of een bepaald idee wel of niet het bestaansrecht verdient.

Een fraai voorbeeld is het hoofdstuk van de archeologe Linn Foxhall in de eerder genoemde bundel Men of Bronze (2013). Hierin test ze een stelling geponeerd door de beruchte schrijver Victor Davis Hanson. Op basis van de gegevens van archeologisch veldonderzoek (zogenaamde surveys of veldverkenningen) concludeert zij dat de middelgrote boeren die de kern vormen van Hansons ideeën omtrent Griekse oorlogvoering archeologisch gezien niet te vinden zijn. Daarmee is in feite de kern van Hansons hypothese – nu ja, hij bestaat al vrij lang dus laten we het een theorie noemen – ontkracht. Het is echter archeologen eigen om een dergelijke harde conclusie te verzachten, en zij suggereert dan ook dat mogelijk historici en archeologen ‘verschillende dingen’ zien in het bewijsmateriaal. Onzin, maar daar moeten we het blijkbaar mee doen.

Ideologische problemen

Het vierde en laatste probleem ligt mogelijk ten grondslag aan de eerder genoemde problemen, namelijk het idee dat de Grieken ‘bijzonder’ waren. De Grieken waren toch immers de uitvinders van de democratie, van filosofie, en van rationeel denken? Nou nee, eigenlijk niet. De Atheense democratie is echt iets anders dan de moderne parlementaire democratie. Moderne filosofie dankt meer aan Descartes en andere moderne denkers dan Plato. Rationeel denken is een fictie en reeds in de jaren vijftig door Dodds ontkracht voor wat de Grieken betreft.

Maar veel wetenschappers nemen klakkeloos aan dat er continuïteit is van de Griekse oudheid tot heden, een stelling die echter bewezen moet worden. Kijk bijvoorbeeld naar het boek The Western Way of War (1989) van Victor Davis Hanson, waarin beweerd wordt dat de Griekse manier van oorlogvoering typerend is voor dat van het Westen (lees: Verenigde Staten). In de inleiding wordt dit stukje retorische acrobatiek ten tonele gevoerd (blz. 13):

We have put ourselves out of business, so to speak; for any potential adversary has now discovered the futility of an open, deliberate struggle on a Western-style battlefield against the firepower and discipline of Western infantry. Yet, ominously, the legacy of the Greeks’ battle style lingers on, a narcotic that we cannot put away. […] There is in all of us a repugnance, is there not, for hit-and-run tactics, for skirmishing and ambush?

Het idee dat de Grieken ‘open’ en ‘eerlijk’ oorlog voerden is een fictie. U hoeft niet in detail bekend te zijn met de Griekse geschiedschrijvers: bedenk maar eens hoe de Grieken de stad Troje innamen met behulp van de list van het Houten Paard. Ook moderne Westerse legers zijn niet vies van het gebruik van meer achterbakse wijzen om oorlog te voeren: de Amerikanen gebruiken met regelmaat drones om hun vijanden te grazen te nemen.

Het idee dat de Grieken op de een of andere manier bijzonder zijn is een modern verzinsel. De Grieken zelf dachten dat aanvankelijk niet en de latere tegenstellingen tussen Grieken en ‘barbaren’ (afgeleid van het Griekse woord om sprekers van andere talen aan te duiden) zijn grotendeels in de klassieke periode geconstrueerd door de elite. Het gebruik van Hanson’s ‘hit-and-run tactics’, ‘skirmishing and ambush’ is een kenmerk van zowel de Griekse als niet-Griekse manier van oorlog voeren. Legers die in slagorde opereerden zijn ook niet uniek voor de Griekse situatie: denk maar eens aan de houten modellen van legeronderdelen uit het oude Egypte of het beroemde terracotta leger uit China.

Wanneer elk van de hierboven geschetste problemen worden aangepakt kunnen we eindelijk eens wat onderzoek verrichten op het gebied van de oorlogvoering in het oude Griekenland dat daadwerkelijk hout snijdt. Er zijn natuurlijk goede boeken en er zijn natuurlijk goede wetenschappers, maar grosso modo is het een tak van sport die redelijk simplistisch en onderontwikkeld is.

8 gedachtes over “Griekse oorlogvoering (2)

  1. Josho Brouwers

    Jazeker, ik ben daar enthousiast over. Peter Connolly maakt goed gebruik van empirisch bewijs. Het maken van reconstructies (fysiek alsook illustraties) helpt zeer met het interpreteren van bewijsmateriaal en je wordt genoopt na te denken over dingen die in teksten etc. niet aan bod komen (hoe bevestigden de Grieken bijvoorbeeld kammen op hun helmen?). Sommige van zijn ideeën die niet direct met wapentuig etc. te maken hebben zijn wat verouderd, maar over het algemeen heb ik geen kritiek op zijn eigenlijke reconstructies. Illustratoren en reenactors zijn waardevol, maar worden door academici te vaak genegeerd.

    1. henktjong

      Dat laatste kan ik bevestigen. Maar het wordt ze door veel re-enacters ook wel moeilijk gemaakt. Als iemand die in 1990 aan de wieg van de middeleeuwse levende geschiedenis stond kan ik wel zeggen dat de kwaliteit ervan, en van re-enactment, behoorlijk achteruit is gehobbeld. Ga er dan als historicus maar aanstaan om uit te maken wat wel en niet klopt als je nooit met de praktijk van je periode bent bezig geweest. En dat gebeurt en gebeurde zeer veel, zoals ik bij mijn docenten in Leiden (2003-2009) heb kunnen merken. Maar de houding van die historicus die ik een keer meemaakt op een Dag van de geschiedenis die zei: als ik in de verte re-enacters zie, keer ik om, is nou ook weer wat overdreven.

        1. henktjong

          Hear, hear. Maar die overdracht gaat wel meer mis. Vraag maar aan Jona wat we daarover allemaal al hebben uitgewisseld. Ik ben op ’t ogenblik trouwens bezig een soort nota over de connectie universiteit-onderwijzers/leraren te schrijven. Ook weer geinspireerd door het boek Waartoe is de universiteit op aarde?

  2. mnb0

    “Zo zijn veel wetenschappers zich er niet van bewust dat een hypothese is iets anders is dan een theorie, en dat een hypothese/theorie niet bewezen kan worden, maar alleen ontkracht.”
    Dat meen je niet! Zeg me dat je dit niet meent! Dit is potdikkie hoofdstuk 1 van Stephen Hawking’s Het Heelal!

    “Het idee dat historische of archeologische hypothesen en theorieën niet getest kunnen worden”
    heb ik laten varen door dit blog, door het blog van Richard Kroes en door een paar boeken te lezen van gerespecteerde historici. Met gedachtenexperimenten moet je wel uitkijken, trouwens.

    “Ook moderne Westerse legers zijn niet vies van het gebruik van meer achterbakse wijzen om oorlog te voeren”
    Dit zie je verkeerd. Als hullie het doen is het achterbaks. Als wij het doen is het slim. Twee voorbeelden uit de oorlog der oorlogen.

    http://www.go2war2.nl/artikel/826/Operatie-Mincemeat.htm

    Voorbeeld 2: Er wordt nogal eens (terecht) ophef gemaakt over het feit dat de nazi-legers eerst aanvielen en Hitler daarna pas een oorlogsverklaring deed uitgaan. Wat niet zo erg bekend is dat Frankrijk en Engeland hetzelfde van plan waren met Noorwegen tijdens de Fins-Russische Winteroorlog. Op 10 mei 1940 vielen de Engelsen IJsland ongevraagd en onaangekondigd binnen. Tenslotte voerde President Roosevelt al minstens een half jaar op eigen houtje oorlog tegen de Duitse Marine voor Hitler eindelijk de oorlog verklaarde.

    http://histclo.com/essay/war/ww2/cou/us/pr/41/unw.html

    Alles voor de goede zaak.

    1. Josho Brouwers

      “Dit zie je verkeerd. Als hullie het doen is het achterbaks. Als wij het doen is het slim. Twee voorbeelden uit de oorlog der oorlogen.”

      O, daar ben ik me wel van bewust. In de Ilias, bijvoorbeeld, maakt Diomedes Paris voor van alles en nog wat uit wanneer hij door een pijl uit Paris’ boog wordt verwond (“laffe boogschutter”, “vechter op afstand”, etc.). Veel wetenschappers vertellen daarom te pas en te onpas dat boogschutters weinig tot geen aanzien hadden in het oude Griekenland en ze zelfs nauwelijks effect hadden op het slagveld (ook op basis van Thucydides). Maar wanneer de Griekse boogschutter Teucer enkele Trojanen afschiet dan roemt Agamemnon hem om zijn moed en noemt hem zelfs de “dapperste” onder alle Grieken.

      Waarmee ik maar wil zeggen dat het met twee maten meten inderdaad van alle tijden is.

Reacties zijn gesloten.