Vissen

De visvijver
De visvijver

Şanlı Urfa is een stad in het zuidoosten van Turkije. Rijd naar het westen en je bereikt na een uur de Eufraat, ga naar het oosten en je staat na een halve dag aan de Tigris. De wegen zijn perfect maar zwaarbewaakt, want ze vormen de grens met Syrië, dat zo’n veertig kilometer verder naar het zuiden ligt. In de Oudheid heette het hier Osrhoëne, wat is afgeleid van Urhai, de oudste naam van deze stad. De moderne naam Urfa is er ook van afgeleid.

De soldaten van Alexander de Grote noemden de stad overigens Edessa, omdat de plek lijkt op de gelijknamige stad in Macedonië: op een hoog terras was een citadel waar het water van neerstroomde, naar een groot waterbekken. Daar is nu een vijver waarin zoveel vissen zwemmen, dat ik er, toen ik er tien jaar geleden voor het eerst kwam, onpasselijk van werd.

Er hoort een oeroude legende bij. Op de citadel woonde ooit koning Nimrod, een geduchte afgodendienaar. Hij was een tijdgenoot van Abraham, die als kind al ontdekte dat er maar één God was. De koning wilde de jongen doden, maar deze verschool zich in een grot waar hij miraculeus verouderde, zodat de soldaten hem niet herkenden. De grot wordt nog altijd aangewezen.

Uiteindelijk viel Abraham – of Ibrahim, zoals de moslims hem noemen – toch in handen van Nimrod, die hem wilde doden door hem van het terras neer te gooien in een groot vuur. De jong-oude man werd echter opnieuw door een wonder gered: het vuur werd water en de gloeiende blokken hout veranderden in vissen. Wie er nu komt, kan voor een paar stuivers visvoer kopen en ze te eten geven. Zo komt het dat er in feite teveel vissen in die vijver leven.

Islamitische folklore? Niet alleen. Het aardige is namelijk dat deze vissenverering al wordt vermeld door een christelijke pelgrim, Egeria, die in 384 Edessa bezocht.

We gingen helemaal tot het binnenste deel van het paleis. Daar had je fonteinen vol vissen zoals ik nog nooit had gezien, ik bedoel: zo kolossaal, en dan met zo prachtig en goed smakend water. (vertaling Vincent Hunink)

De moslims hebben dus een oudere cultus voortgezet. We zouden graag weten of de christenen haar hadden overgenomen van de joden: het is goed mogelijk, want de vorsten van Osrhoëne sympathiseerden met het jodendom en kunnen heel goed in hun stadsnaam, Urhai, de naam hebben herkend van de stad van Abraham, Ur.

De vissencultus kan overigens nog ouder zijn. Schrijvend over gebeurtenissen aan het einde van de vijfde eeuw v.Chr., vermeldt de Griekse auteur Xenofon de verering van vissen in dit gebied. En een nóg oudere cultusplaats werd ontdekt toen de gemeente Şanlı Urfa een parkeergarage met een soort winkelcentrum bouwde bij de vijver: er werd een godenbeeld uit het vroege Neolithicum ontdekt, dat nu in het plaatselijke museum staat. “Continuïteit van cultus”, brommen archeologen dan, en daar worden ze om een of andere reden helemaal blij van.

[wordt vervolgd]

Een gedachte over “Vissen

Reacties zijn gesloten.