Sint-Maarten

Sint-Maarten en de bedelaar; veertiende-eeuws houtsnijwerk uit Keulen, nu in het Victoria and Albert Museum (Londen)
Sint-Maarten; veertiende-eeuws houtsnijwerk uit Keulen, nu in het Victoria and Albert Museum

Dat niet alle christelijke heiligen bescheiden personen waren, wordt geïllustreerd door Martinus van Tours ofwel Sint-Maarten: hij nam een secretaris in dienst om zijn heiligenleven schrijven. Je zou je ergeren aan Sulpicius SeverusLeven van de heilige Martinus als de tekst niet zo interessant was. Martinus was namelijk bepaald geen kwezel.

Hij begon zijn loopbaan bij de Romeinse cavalerie en was achttien toen hij zich in 335 bekeerde tot het christendom. Dat gebeurde, zo lezen we, nadat hij bij de stadspoort van Amiens een naakte man had zien zitten, die door iedereen werd genegeerd. Het was hartje winter.

Martinus begreep dat de bedelaar, nu de anderen hem geen barmhartigheid betoonden, voor hem was bestemd. … Daarom greep hij het zwaard waarmee hij was uitgerust, verdeelde er zijn mantel mee in twee stukken en gaf één ervan aan de arme; het andere trok hij zelf weer aan. Intussen begonnen enkele omstanders te lachen, omdat hij er met de afgesneden mantel als een mismaakte uitzag. Maar velen ook, die gezonder van geest waren, zuchtten diep, omdat zij niet iets dergelijks gedaan hadden. Want juist zij, die rijker waren, hadden de arme kunnen kleden zonder zelf naakt te hoeven worden.

Nog een keer het bedelaarincident: Parijs, Sainte-Chapelle (nu in het Musée de Cluny)
Nog een keer het bedelaarincident: Parijs, Sainte-Chapelle (nu in het Musée de Cluny)

Dit voorval is beroemd geworden. Er zijn duizenden afbeeldingen van. Het verhaal is echter nog niet af. Zoals het gaat in legenden, volgde op deze menslievende daad een droom, waaruit Martinus afleidde wat u natuurlijk allang begreep: de naakte man was geen ander geweest dan Christus, waarop Martinus zich liet dopen.

Daarna bleef hij nog lang genoeg in het leger om mee te maken hoe Julianus, Romes laatste heidense keizer, campagne voerde om de bedreigde Rijngrens te herstellen. (Wat overigens illustreert dat lang niet alle antieke christenen pacifisten waren.) Na zijn demobilisatie koos Martinus voor een monnikenbestaan, wat destijds in West-Europa betrekkelijk nieuw was. Mocht hij echter hebben willen genieten van een rustige oude dag, dan kwam hij bedrogen uit: in 372 nodigde de stad Tours hem uit bisschop te worden.

Het bisschopsambt paste bij de antieke mecenaatstraditie, waarin een vermogend man zijn verantwoordelijkheid voor de gemeenschap nam door onbetaald functies vervullen die hem evenveel geld kostten als ze hem opleverden aan prestige. Dat Martinus het ambt in armoede vervulde, was iets nieuws en trok de aandacht. Hij werd in heel Gallië geprezen en dat leidde tot een voorval dat even theatraal was als het incident met de mantel in Amiens – en heel wat belangrijker.

In 383 vond een staatsgreep plaats. De nieuwe heerser, Magnus Maximus, hoopte op steun van de bisschop en vroeg hem naar het hof te komen. Martinus hield de usurpator aanvankelijk op afstand, maar kon twee jaar later niet wegblijven toen de keizer in Trier een belangrijke vergadering voorzat. De keizer, die de wereld graag wilde tonen dat de populaire Martinus aan zijn zijde was gekomen, nodigde de bisschop uit voor een staatsbanket.

Tussen de hovelingen lag een priester van Martinus aan; hij zelf echter was gaan zitten op een klein stoeltje dat naast de keizer was gezet. Ongeveer halverwege de maaltijd reikte een dienaar, zoals de gewoonte is, de drinkschaal aan de keizer. Hij beval om hem eerst aan de zeer heilige bisschop te geven, verwachtend en verlangend dat hij uit zijn rechterhand de beker in ontvangst zou nemen. Maar Martinus gaf, zodra hij gedronken had, de drinkschaal door aan zijn priester, omdat hij immers meende, dat er niemand waardiger was om na hem als eerste te drinken, en dat hij voor zichzelf niet eerlijk zou zijn, als hij de keizer zelf zou laten voorgaan voor een priester.

Moed kan Martinus niet worden ontzegd: wie in de Oudheid ruzie zocht met een keizer, overleefde dat doorgaans niet. Magnus Maximus liet het zich echter gebeuren. Hij had de kerk nodig en moest zich de vernedering laten welgevallen. Martinus overleefde dus. (Hij zou overlijden op 11 november 397.)

Het graf van Sint-Maarten in Tours
Het graf van Sint-Maarten in Tours

Zijn optreden was een teken des tijds: wel meer keizers ontdekten dat ze de kerk niet naar hun hand konden zetten. In 386 vond in Milaan, waar de officiële keizer Valentinianus resideerde, een soortgelijke gebeurtenis plaats: bisschop Ambrosius ging op ramkoers met zijn vorst om het bezit van een kerk. Hij won. Vier jaar later zocht hij ook een conflict met keizer Theodosius, die hij dwong tot een publieke boetedoening voor excessief politiegeweld.

Het Romeinse Rijk was aan het einde van de vierde eeuw niet meer wat het was geweest. Germaanse stammen trokken door het imperium, de vorsten stonden zwak, de oude culten stortten in en de economie was in mineur. Bisschoppen als Martinus en Ambrosius vulden het machtsvacuüm. Het zal wel eeuwig bediscussieerd blijven of ze daarmee medeverantwoordelijk waren voor de verzwakking en ondergang van het Romeinse Rijk. Feit is dat ze, for better or worse, de grondslag legden voor de macht van de kerk in de Middeleeuwen.

[Mijn wekelijkse religiecolumn, afgelopen maandag op Sargasso. De citaten komen uit Sulpicius Severus, Het leven van de heilige Martinus; vertaald door P. Nissen en E. Rose (Kampen 1997).]

8 gedachtes over “Sint-Maarten

  1. mnb0

    “(Wat overigens illustreert dat lang niet alle antieke christenen pacifisten waren.)”
    Ik dacht dat die claim vooral op pakweg de eerste twee eeuwen van toepassing was. Constantijn de niet zo Grote maakte immers van het christendom de staatsgodsdienst oa omdat er zoveel christelijke barbaren in de Romeinse legioenen diende. Of heb ik dat mis?

    Opmerkelijk dat je een nog veel sprekender conflict negeert, waar Ambrosius achter zat. Er was een synagoge afgebrand. De daders bleken christenen te zijn en de lokale Romeinse autoriteit verplichtte hen een schadevergoeding te betalen. Dat kon niet volgens Ambrosius, want er mocht geen goed christelijk geld gebruikt worden ten bate van het joodse geloof. Ambrosius won.
    Het antisemitisme zat er bij christenen vroeg in en kwam tot uiting zodra ze macht kregen.

    1. Die claim dat christenen ook later nog pacifistisch waren, klinkt nog wel eens. Het is een deel van de ziekmakende erfenis van Edward Gibbon.

      Ik heb wel meer weg gelaten: dat de Synode van Trier ging over de arme Priscillianus, de eerste christen die door geloofsgenoten is gedood. Allemaal heel interessante materie, maar ik heb eigenlijk maar 350-550 woorden. Dat heb ik al opgerekt tot 700…

  2. Dirk

    Ik dacht dat het pas onder Theodosius was dat het christendom officieel als staatsgodsdienst werd benoemd. Constantijn heeft godsdienstvrijheid afgekondigd (die al onder Galerius in gang werd gezet). Constantijn bevoordeelde wel de Kerk (o.a. fiscaal), maar bleef zijn leven lang de heidense titel pontifex maximus dragen en nam geen concrete maatregelen om de oude godsdiensten te verbieden. Tenminste, zo lees ik het hier.
    In ieder geval bedankt voor je stukje: Sint-Maarten is in Antwerpen niet zo bekend (in andere streken in Vlaanderen wel, maar 11 november is voor ons toch vooral Wapenstilstand), maar ik prop het er morgen wel ergens tussen in de klas.

    1. Constantijn heeft eigenlijk niks gedaan. Galerius beëindigde de vervolgingen, Licinius (keizer in een deel van het Rijk waar veel christenen waren) heeft herstelbetalingen toegestaan (Edict van Milaan). Constantijn zette dit beleid voort. Zijn visioen is historisch maar betrof niet het christendom. Hij zal wel als christen zijn gestorven, in elk geval stuurde hij zijn zoons naar een christelijke leraar.

      Gratianus en Theodosius beëindigden de subsidiëring van de heidense tempels. Ook onderstreepten ze het Niceense Credo. Later kwam er een verbod op openbare offers. Maar het heidendom is nooit echt verboden. Het is als een ballonnetje leeggelopen.

      1. Severus heb ik niet zelf gelezen maar ik meende begrepen te hebben dat Martinus als bisschop wel opdracht gaf tot het vernielen van heidense heiligdommen. Dat kan toch haast niet altijd zonder slag of stoot gegaan zijn?

        Ik heb niet willen suggereren dat hij op hetzelfde niveau opereerde als Karel de Grote.

        1. Inderdaad, Martinus staat bekend als een harde jongen. In tegenstelling tot de menslievendheid die uit zijn legende spreekt was hij een voorstander van de ‘wie niet voor mij is is tegen mij’ aanpak. Ariaanse geloofsbroeders konden op een net zo harde veroordeling rekenen als heidenen en tempels gingen tegen de grond. Als voorstander van dit militante christendom zou hij waarschijnlijk tegenwoordig in een rijtje extremisten geplaatst zijn waarin ook de Taliban zouden staan.

Reacties zijn gesloten.