Jezus, mythen en voorlichting (7)

 

Jos Collignon, Volkskrant 2 december
Jos Collignon, Volkskrant 2 december 2014

[In de eerste delen van deze reeks heb ik de trekken van het Jezusmythicisme beschreven, uitgelegd dat de aanhangers van dit idee selectief zijn in hun scepsis, beschreven dat de historisch-kritische methode redelijker is dan ze oogt en erop gewezen dat je de mythicisten nauwelijks kwalijk kunt nemen dat ze onjuist zijn geïnformeerd: ze zijn het slachtoffer van de ijzeren logica waarmee bad information drives out good. Vandaag ga ik in op het afnemende prestige van de universiteiten: ook nu auteurs als Ehrman en Casey terugschrijven, zijn mythicisten niet onder de indruk.]

Ruim een week geleden drukte De Volkskrant de bovenstaande spotprent van Jos Collignon af. Drie plaatjes lang lijkt het te gaan over wetenschapsnieuws dat door publiciteitsgeile academici wordt gereduceerd tot ditjes en datjes. (Wie zich een beetje bezighoudt met de oude wereld, herkent dat onmiddellijk.) Tot zover niks aan de hand, maar dan komt in het vierde plaatje de slaaphoogleraar in beeld: Malle Eppie. Dit is geen grap meer op ijdele onderzoekers, dit is een aanval op de universiteit.

Zo’n cartoon zou twintig jaar geleden ondenkbaar zijn geweest,. Sindsdien is het vertrouwen afgekalfd. Mensen hebben weliswaar nog altijd vertrouwen in de principes van de wetenschap – je ziet het aan de wijze waarop pseudowetenschappers proberen op erkende wetenschap te lijken – maar hebben een groeiende afkeer van de wetenschappelijke praktijk. Dit afnemend gezag is een belangrijke reden voor de verspreiding van mythicisme: ook als de voor hen relevante informatie niet verborgen lag op betaalsites, zouden ze er niet naar zoeken, omdat het prestige van de universiteit niet langer vanzelfsprekend is. Boeken als die van Ehrman en Casey worden genegeerd.

Hoe heeft de universiteit zoveel gezag kunnen verliezen? Affaires als die rond Diederik Stapel spelen een rol, maar zijn in feite van alle tijden en hebben nooit eerder geleid tot zulke felle reacties. Ik denk dat de huidige kritiek ermee te maken heeft dat het publiek is veranderd.

Anders dan vroeger heeft namelijk een derde van de beroepsbevolking een hogere opleiding genoten. Dat wordt nog meer, nu 40% van de schoolverlaters HBO of universiteit heeft als hoogste opleiding. Dat is oprecht iets om heel, heel erg trots op te zijn, maar het betekent óók dat er een publiek is ontstaan dat stommiteiten van academici kan herkennen. En helaas zijn die er in de geesteswetenschappen ook, aangezien de lengte van de opleidingen sinds de jaren tachtig drastisch is teruggelopen: een classicus, historicus of archeoloog kon vroeger zo’n zeven jaar over een opleiding doen, en tegenwoordig moet het in vier. Ik zal niet uitweiden over de fouten, maar geloof me: ze zijn er.

Als mensen fouten herkennen, verdampt gezag. Het wordt nog erger doordat de oudheidkundige disciplines geen visie hebben op de omgang met het grote publiek. Drie voorbeelden uit 2014.

  • De Nijmeegse archeologen, die niets verkeerd hadden gedaan, moesten zich plotseling verantwoorden over het Nijmeegse aquaduct. De oorzaak is dat de archeologische publiciteit in de loop der jaren steeds ongeloofwaardiger is geworden: in ongeveer 40% van de persberichten zitten onjuistheden die de betrokkenen moeten hebben herkend. Dat leidt tot scepsis. Zelfs de Evangelische Omroep neemt het niet meer voetstoots aan als de Israëlische Archeologische Dienst weer eens beweert het paleis van koning David te hebben gevonden. Die kritiek kan goed uitpakken, maar keerde zich deze zomer dus tegen bona fine archeologen.
  • Het Evangelie van de Vrouw van Jezus is een vervalste tekst die in 2012 door een prestigieus tijdschrift uit Harvard werd aanvaard voor publicatie. Toen de vervalsing in de blogosfeer werd doorgeprikt, werd onderzoek naar de aard van de vervalsing aangekondigd, waarvan bloggers meteen opmerkten dat het (om allerlei technische redenen) niets opleveren kón. Was de publicitaire schade van de dubbele blunder al groot, de definitieve ramp volgde afgelopen zomer, toen Harvard, zoals voorspeld, niet kon vertellen hoe de vervalsing was vervaardigd, en dit presenteerde als “dus is het echt”. De universiteit oogstte voor de derde keer hoon toen een paralleltekst opdook waarvan zelfs een blinde kon zien dat het een vervalsing was.
  • Mede door het voorgaande was er argwaan toen begin dit jaar de vondst van fragmenten van Sapfo werd aangekondigd. Op de vraag of de teksten dit keer wél echt waren, werd geruststellend geantwoord dat de inkt spectrografisch was gedateerd. Deze methode bestaat niet. Als om uw wantrouwen verder te vergroten, blijft de herkomst van de fragmenten onbekend, al is duidelijk dat de teksten komen uit een verzameling die mummie-maskers van papier-maché heeft vernietigd om er Griekse teksten uit te halen. Of dit ook met de Sapfo-fragmenten het geval is, is onduidelijk, want we mogen niet weten waar ze vandaan komen. (Er zijn inmiddels vier verschillende herkomsten genoemd.) Wat publicitair goud had kunnen zijn, veranderde dus in lood.

Ik vat samen: de universiteit verliest prestige doordat een hoogopgeleid publiek veel al dan niet reële fouten herkent. Het gevolg is scepsis. Omdat de geesteswetenschappen daar niet adequaat op reageren, neemt die scepsis nog verder toe. En zo komt het dat mensen met vragen bij het wetenschappelijke beeld van de historische Jezus, academische publicaties negeren.

[Een professionelere wetenschapsvoorlichting biedt een uitweg. Wordt dus vervolgd. En mag ik u verzoeken de commentaren te beperken tot wetenschapstheorie en -voorlichting?]

4 gedachtes over “Jezus, mythen en voorlichting (7)

  1. mnb0

    “Dit afnemend gezag is een belangrijke reden voor de verspreiding van mythicisme”
    Dit klopt gewoon niet. Letterlijk elke JM die ik op internet ben tegengekomen verdedigt met verve de wetenschappelijke praktijk, behalve op het punt van de historische Jezus. Ze kennen Ehrman allemaal; Casey niet zozeer, maar dat is alleen omdat hij al een flink aantal jaren geleden schreef (ik moest hem zelf ook opzoeken). Uit Ehrman pikken ze wat hen goed uitkomt en de rest spreken ze tegen – of ze negeren het, kersenplukken dus. Ik kan het bewijzen ook:

    http://freethoughtblogs.com/carrier/archives/1026

  2. Michael van der Lee

    Ik heb als buitenstaander altijd het gevoel dat de echte info achter slot en grendel ligt in een universiteitskluis. Waarom blijft mij onduidelijk. Als men meer deed deze kennis via i’net aan te bieden zodat eenieder erin kan snuffelen bood men meer tegenwicht tegen de verdomming.

  3. Boeiende reeks, herkenbare problemen.

    @mnb0 Er is een verschil tussen de glans van wetenschap als ideaal van ‘harde’ kennis en de afnemende autoriteit van reële wetenschappers en hun conclusies. Voor dat laatste draagt Jona een aantal oorzaken aan. Ik denk trouwens dat er meer zijn, want de samenleving als geheel kampt met een probleem van afkalvend gezag, zoals politici, rechters en politieagenten zullen bevestigen. De jaren zestig en het postmodernisme hebben het idee versterkt dat wat doorgaat voor ‘waarheid’ meestal maar één kant van een verhaal is. Vandaar dat veel mensen de resultaten van gedegen onderzoek gewoon terzijde schuiven, als die even niet overeenkomen met hun eigen ideologische uitgangspunten.

    De paradox is dat diezelfde mensen voor hun eigen vooroordelen nog steeds de status van wetenschappelijke kennis willen claimen. Zoals een mafketel die op Sargasso beweerde dat niet één moslim ooit iets had uitgevonden of iets wetenschappelijks had gepresteerd. Alle bestaande literatuur over islamitische wetenschap verwierp hij natuurlijk als pure ideologie. Voor zijn eigen vooroordelen linkte hij ondertussen naar de meest islamofobe wiki’s, waarover hij trots zei dat ze “netjes onderbouwd met voetnoten” waren.

Reacties zijn gesloten.