Sneeuw en staal (4)

[Dit is het vierde van naar het zich laat aanzien acht stukjes over het Ardennenoffensief, dat vandaag zeventig jaar geleden zijn grootste uitbreiding kende. Het eerste is hier.]

Ik liet u anderhalf uur geleden achter bij de Duitse troepen, die veel tijd verloren bij de oversteek van de Our, en bij Eisenhower, die nog op zaterdag 16 december 1944 begreep dat het menens was en de tegenaanval begon te coördineren. De eerste dag van het Ardennenoffensief was beslissend, zelfs al zou het eigenlijke offensief nog negen dagen duren, tot de Duitsers op Eerste Kerstdag vlakbij de Maas tot stilstand kwamen. Aan de zo belangrijke eerste gevechtsdag wijdt de Britse krijgshistoricus Peter Caddick-Adams in zijn onlangs verschenen boek Snow and Steel. Battle of the Bulge 1944-45 ruim 160 bladzijden.

Voor ik later vandaag verder ga met een beschrijving van de gebeurtenissen in de volgende twee weken (waaraan Caddick-Adams 229 bladzijden wijdt), eerst wat meer over dat boek. Deze reeks stukjes is namelijk ontstaan als een te lang uitgevallen recensie, zoals u wel merkt aan de titel. Het is een belangrijk boek. Voor het eerst in een jaar of twintig is er een actuele kritische analyse, vol nieuwe informatie, deels te danken aan hernieuwd archiefonderzoek.

Het probleem is het medium: een boek. Caddick-Adams heeft zoveel nieuws te vertellen dat Snow and Steel er hier en daar onoverzichtelijk door wordt. Hij is zich daarvan bewust en het pleit voor hem dat hij maatregelen heeft genomen. De eerste is dat hij voortdurend aangeeft waar we ons bevinden in zijn verhaal, bijvoorbeeld met opmerkingen als “Nu we de situatie in X hebben behandeld, gaan we naar het even noordelijker gelegen Y”, waarna Caddick-Adams eraan herinnert wat het daar gelegen onderdeel al eerder had gedaan. De auteur betoont zich zo een goede docent. Een tweede maatregel is dat hij veel informatie al geeft in het eerste, inleidende deel, waar allerlei zaken aan de orde komen die hij dan later bekend kan veronderstellen, zoals het functioneren van de Geallieerde intendance en het niet-functioneren van de inlichtingendiensten. Het nadeel is dat de lezer lv + 261 bladzijden moet lezen voordat het eigenlijke verhaal begint. Het zou vermoedelijk beter zijn geweest de encyclopedische stof aan te bieden als website.

Tot de grootste kwaliteiten van het boek behoort dat Caddick-Adams zelden genoegen neemt met gemakkelijke verklaringen. Het incident dat ik noemde in mijn vorige stukje, hoe generaal Alan Jones door een misverstand twee regimenten verloor, zou makkelijk kunnen zijn afgedaan als gebrek aan ervaring, maar Caddick-Adams wijst erop dat Jones vermoedelijk ook te lijden had gehad van de dreun waarmee een granaat vlakbij hem was ingeslagen. Door dit voortdurende zoeken naar de andere kant van het verhaal betoont hij zich niet alleen een goed historicus, maar blijven zijn personages mensen en verwordt zijn verhaal niet tot een dor, administratief betoog. Het deed me denken aan het humanisme van Herodotos en Edward Gibbon, die ook steeds een tweede lezing bieden om te benadrukken dat onzekerheid over wat er nu feitelijk is gebeurd, in staat is mensen – zelfs vijanden – te verbinden.

Hiermee verwant is Caddick-Adams’ kritische lezing van de bronnen. Zo wijst hij er ergens op dat je de dagboeken van de diverse gevechtseenheden niet altijd kunt vertrouwen. Voor Amerikaanse soldaten was elke grote tank die op je schoot een Königstiger en je pakte echt niet de identificatietabellen uit je Handboek Soldaat erbij om te controleren of het niet toevallig een Panther was.

Ook bronnen die niet in de hitte van de strijd tot stand zijn gekomen, kunnen fouten bevatten. Zo wijst Caddick-Adams er ergens op dat uit sommige soldatenbrieven een optimistisch gevoel spreekt, maar dat dit niet per se een betrouwbare weergave van de situatie hoeft te zijn. Het kan betekenen dat de soldaten hun familieleden wilden ontzien, terwijl het bovendien staat te bezien of een brief waaruit blijkt dat het moreel laag was, langs de militaire censuur kwam. Ook de verslagen die de Geallieerden na afloop van de oorlog samenstelden van hun interviews met Duitse officieren, zijn niet zo betrouwbaar als wel is aangenomen: Caddick-Adams kan bijvoorbeeld bewijzen dat SS-commandant Jochen Peiper de waarheid niet sprak toen hij beweerde dat hij een nachtelijke aanval op Stavelot had uitgevoerd die was afgeslagen. Peiper lag gewoon te slapen.

En nog een mooie observatie: onze verslagen concentreren zich steeds weer op de strijd rond Bastogne, in de centrale sector, hoewel er in het noorden en zuiden even hard is gevochten. Dáár waren echter geen oorlogscorrespondenten en was er ook geen mediagenieke commandant als McAuliffe, wiens “Nuts!” de aandacht nogal heeft getrokken. Bovendien: de strijd in de noordelijke sector vond plaats in de Belgische Oostkantons, waar Duits wordt gesproken. De plaatselijke VVV concentreert zich liever op natuurschoon dan op de herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog.

Vaak kiest Caddick-Adams voor “thick description” om iets van de sfeer op te roepen. Zo lezen we hoe de tafelschikking was toen Hitler zijn plannen, toen nog Wacht am Rhein geheten, aan zijn generaals voorlegde. Het levert een boek op vol interessante feitjes. De soldaten van de 106e Divisie trokken de aandacht doordat ze, toen ze aan het front aankwamen, zo keurig in het pak waren, compleet met stropdas. (De Westpoint-uitdrukking is “strack”, waarvan ik het sterke vermoeden heb dat het een Nederlands woord is; in de omgeving van Westpoint wordt nog altijd Jersey Dutch gesproken.) We lezen dat de Geallieerden hun soldaten benzedrine gaven en dat de Duitsers hun mannen oppepten met pervetine (de drug die u uit Breaking Bad kent als “crystal meth”). Ik ontdekte dat Percy Schramm een van de deelnemers was aan de strijd, een historicus die ik tot nu toe alleen kende als de auteur van een boek over keizer Otto III. En er is het ontroerende verhaal van de familie van een gesneuvelde negentienjarige kleermaker, die 300 rijksmark krijgt toegestuurd van zijn kameraden, die weten hoe arm de jongen was geweest.

Het zijn zo maar wat details uit een boek dat ik zeker kan aanraden. Snow and Steel is, op het overladene af, een rijk boek.

[Wordt vervolgd]

Een gedachte over “Sneeuw en staal (4)

  1. mnb0

    “bovendien staat te bezien of een brief waaruit blijkt dat het moreel laag was, langs de militaire censuur kwam”
    Daar geeft Ian Kershaw antwoord op. Hij citeert een dagboek: “Ik zal nogmaals door België en Frankrijk trekken, maar ik het er niet de geringste zin in.”

    “onze verslagen concentreren zich steeds weer op de strijd rond Bastogne”
    Go2War2 brengt meer. Van de drie artikelen over het Ardennenoffensief is er één gewijd aan de succesvolle Amerikaanse pogingen de Duitse opmars naar Batongne te vertragen, één aan het beleg zelf. Het derde is een algemeen overszicht dat wel degelijk aandacht besteed aan de overige sectoren.

Reacties zijn gesloten.