Tyrannenmoord (slot)

Victoria: reliëf van de ereboog van Severus in Lepcis Magna (Nationaal Museum, Tripoli)
Victoria: reliëf van de ereboog van Severus in Lepcis Magna (Nationaal Museum, Tripoli)

[Vandaag de laatste van een wat lang uitgevallen reeks over een dubbele staatsgreep in het Romeinse Rijk. Ik had eigenlijk alleen op oudejaarsdag een stukje willen schrijven maar ik vond die senatoriële netwerken te aardig om te laten liggen. De boekrecensies die ik een tijdje geleden aankondigde, komen eraan, zij het na de maandelijkse nieuwsbrief (a.s. maandag) en weer eens een boos stukje over kwakhistorici (dinsdag).]

Zoals ik gisteren beschreef, had Septimius Severus, die al voorbereid was op een mogelijke oorlog in Italië, in de vroege zomer van 193 zonder veel problemen de keizertroon veroverd. Zijn westelijke flank had hij afgedekt door Clodius Albinus (die net als hijzelf uit Africa kwam) aan te wijzen als caesar, troonopvolger. In het oosten waren echter meer problemen. Daar had Pescennius Niger zichzelf tot keizer uitgeroepen en die beschikte over tien legioenen. Weliswaar had Geta, Severus’ broer, de Bosporus afgesneden en zo verhinderd dat Niger verder kwam dan Byzantium, maar Niger kon Egypte bezetten en de graantoevoer naar Rome afsnijden.

Severus was een en al energie. Al vóór hij in Rome was aangekomen, wees hij een nieuwe prefect aan voor de keizerlijke garde – een Africaan, uiteraard – met de opdracht deze zó te reorganiseren dat er minder soldaten uit Italië in zouden dienen en meer mensen die aan de Donau waren gerekruteerd. Nu Rome was veiliggesteld, kon Severus, na de vergadering van de Senaat te hebben voorgezeten, Italië veilig achterlaten en naar het oosten oprukken.

Hij zal de standaardroute hebben genomen: langs de Sava naar Belgrado en daarvandaan via Sofia en Plovdiv richting Byzantium. Onderweg voegden de Donaulegioenen zich bij hem, zodat hij een aanzienlijke legermacht bij zich had toen hij aankwam bij Byzantium, dat door Niger persoonlijk in staat van paraatheid was gebracht. Severus’ voorhoede was echter al overgestoken naar de Aziatische kant van de Zee van Marmora en Niger had zich teruggetrokken. Severus stuurde zijn leger in de winter achter Niger aan naar het oosten.

Net als enkele maanden daarvoor, toen zijn snelheid voldoende was geweest om de partij van Didius Julianus te doen desintegreren, zo viel ook de steun voor Niger weg. Egypte koos in februari 194 partij voor de man die de burgeroorlog in een handomdraai leek te winnen. Terwijl Niger de passen over de Taurus verdedigingsklaar maakte, koos ook Arabia (het huidige Jordanië en zuidelijk Syrië) partij voor Severus. Diens voorhoede trok zonder veel problemen om de Taurus heen en versloeg Nigers gedemoraliseerde leger bij Issos (beroemd om een overwinning van Alexander de Grote). De inname van de Syrische hoofdstad Antiochië en de moord op Severus’ vijand waren daarna een kwestie van dagen.

Severus had inmiddels alweer andere plannen. Niger had steun gehad van enkele kleine staatjes aan de overzijde van de Eufraat, die een soort buffer vormden met het Parthische Rijk. Een wraakexpeditie om te laten zien dat Rome nog even sterk was als daarvoor, leek een goed idee. Succes zou bovendien bijdragen aan Severus’ legitimiteit.

De bevrijding van Nisibis

De campagne staat afgebeeld op de ereboog die in 203, toen Severus tien jaar keizer was, werd opgericht op het Forum Romanum. (De reliëfs zijn door zure regen zwaar beschadigd maar we hebben nog altijd oude tekeningen, waarop de reconstructie hierboven is gebaseerd.) Op een van de reliëfs was – van onder naar boven – te zien hoe de Romeinen in 195 ten strijde trokken, slag leverden met hun tegenstanders en de stad Nisibis bevrijdden, dat als enige van de bufferstaatjes geen steun aan Niger had verleend en dus kon gelden als pro-Romeins. Op de weg terug nam Severus Edessa in, het huidige Sanli Urfa: het reliëf toonde ooit soldaten met een stormram en daarboven de capitulatie. Severus annexeerde het gebied en nam zijn bewoners genadiglijk aan als Romeinse ingezetenen.

De inname en annexatie van Edessa

Nu het oosten was gereorganiseerd, kon Severus denken aan een expeditie naar het westen, tegen Clodius Albinus. In 195 keerde hij langzaam, in elke stad zaken regelend, terug naar Rome. In Viminacium wees hij zijn zoon Caracalla aan als caesar, wat de implicatie had dat Albinus het niet meer was. Severus had echter geen haast om ten strijde te trekken: als keizer had hij ook andere taken en hij had nog nauwelijks tijd gehad om bijvoorbeeld gezantschappen uit de provincie te aanhoren, Senaatsvergaderingen bij te wonen en voor te gaan in de staatscultus.

Uiteindelijk trok hij naar het front, maar met een omweg langs zijn voormalige provincie aan de Donau. Langs de limes trok hij naar het westen, zodat hij Gallië niet over de Alpen maar over de Rijn binnentrok. (Albinus had inmiddels Lyon bezet en verwachtte een aanval vanuit het zuidoosten.) Op 19 februari 197 kwam het tot een veldslag, waarbij het er even op leek dat Severus zou verliezen, maar uiteindelijk gaf zijn reserve de doorslag.

De burgeroorlogen waren voorbij: Severus zou regeren tot zijn dood in 211 en zou worden opgevolgd door zijn zoon Caracalla. In feite had de crisis in het Romeinse Rijk ruim vier jaar geduurd: meer dan eens zo lang als de troonopvolgingsstrijd na de dood van Nero, die in anderhalf jaar was beslist. In 193-197 werd Commodus vervangen door een keizer die weliswaar wat tactvoller omging met de Senaat, maar verder was er in feite weinig veranderd. Het was niet langer Italië dat het Middellandse Zee-gebied bestuurde: keizers werden niet alleen gemaakt in de provincie, door de legers, maar kwamen ook uit de provincie, uit Africa. Er waren antecedenten voor, zeker, maar de Romeinse wereld begon te homogeniseren, met Italië als een van de vele regio’s, als een provincie onder de provincies.

[Het plaatje hierboven, een Victoria uit Severus’ geboortestad Lepcis Magna, moet maar even gelden als de zesentachtigste aflevering in mijn reeks museumstukken. Ze is afkomstig van een ereboog die daar in 203 is opgericht. Een overzicht van andere museumstukken, waar ik veel meer over te vertellen had, is hier.]

7 gedachtes over “Tyrannenmoord (slot)

  1. mnb0

    “een wat lang uitgevallen reeks”
    Ik word niet moet het te herhalen: eerder te kort.

    “weer eens een boos stukje”
    Ik verheug me er op.

  2. mnb0

    Zoals zovelen boeit de vraag naar de ondergang van het Romeinse Rijk mij zeer. Natuurlijk weet ik dat het Romeinse Rijk helemaal niet ten onder ging, maar nog 1000 jaar voortduurde. Natuurlijk weet ik dat er meer antwoorden zijn gegeven dan Dagebert Duck geldstukken in zijn kluis heeft. Toch boeit de vraag me, omdat het zo’n mooie kapstok voor een heleboel andere kwesties is. Deze tyrannenmoord is er één van.
    De Gouden Eeuw van het Romeinse Rijk wordt nogal eens geacht te eindigen met de dood van Marcus Aurelius. Voorbeeld:

    http://www.mikeanderson.biz/2012/02/roman-empire-golden-age.html

    Dat heb ik altijd raar gevonden. We hebben al vastgesteld dat de moord op Commodus de stabiliteit van het Romeinse Rijk niet in gevaar bracht. Didius Julianus mag het ambt hebben gekocht, het valt niet te zeggen of hij een precedent schiep. Septimius Severus moest dan wel vier jaar burgeroorlog voeren, maar dat was net als in het Vierkeizerjaar te kort om het Rijk te ondermijnen. Bovendien moeten we niet vergeten dat een nog veel langere burgeroorlog aan de wieg stond van het Rijk. Rampzalig lijkt de burgeroorlog van Septimius Severus ook niet te zijn geweest, al zullen de bewoners van Lyon en omstreken daar anders over hebben gedacht. Ik heb het nog even nagelezen in je serie over Germania Inferior, maar daar lijkt het in de jaren 90 van de Tweede Eeuw zijn gewone gang te zijn gegaan.
    Kortom, er is geen reden te stellen dat het Rijk er in 197 CE en zelfs in 211 er slechter aan toe was dan in 180 CE. Dan verleng ik de Gouden Eeuw van het Romeinse Rijk bij deze met nog eens 31 jaar.

    Volgende kandidaat voor het beëindigen van de Gouden Eeuw: Caracalla.

  3. Steven

    mnb0, ik hoop niet me te bemoeien met zaken waar een nieuwkomer op dit forum beter buiten blijft. Hoe dan ook. Mijn handzame Hoe-Zat-Het-Ook-Alweer aangaande het oude Rome is de in 2009 overleden Indro Montanelli. Die laat het verval eigenlijk al beginnen na de Punische oorlogen, toen de rijkdom in volle schepen toe begon te stromen en het allemaal erg makkelijk werd. Voor hem hoort de tijd direct na Severus niet meer bij die van de geschiedenis van Rome maar bij die van de onbinding van het cadaver (Montanelli weet het altijd mooi te zeggen). Benieuwd wat de vaklui ervan vinden.

    1. mnb0

      Maar Steven, ik ben allesbehalve een vakman ….. alleen maar een wis- en natuurkundeleraar. Het leuke van internet is dat ik me toch met van alles en nog wat kan bemoeien. Als ik nonsens uitkraai wijst JL me wel terecht. Zolang hij dat niet doet ga ik vrolijk door.
      Montanelli lijkt mij in de traditie van Cato de Oudere te staan. Die betreurde alle rijkdom en de bijbehorende corruptie en decadentie ook al. De penetrante geur van doorgekookte spruitjes, zeg maar. Inderdaad begint volgens die norm het verval na de Punische Oorlogen.
      Mijn norm is een andere: een stabiel politiek systeem. Burgeroorlog en moord zijn naar onze normen geen acceptabele middelen in de strijd om de politieke macht, maar daar dachten de Romeinen voor en tijdens de Punische Oorlogen ook al anders over.
      Ik stel dat het Romeinse Rijk in 211 CE in politiek opzicht even goed werkte als in 31 BCE, toen GJCO keizer werd. Om morele oordelen geef ik niet zoveel.

  4. Steven

    mnb0, dat komt mooi uit! Laat ik ervan overtuigd zijn dat geen stabiel politiek systeem mogelijk is zonder moraliteit (een dictatuur is mogelijk maar niet stabiel). Volgens mij moet bij de ouden ergens te vinden zijn dat zaken als discipline, zelfbeheersing, wijsheid en vooral deugd bevorderlijk dan wel onmisbaar zijn voor de res publica. Het ging over de vraag of Rome onder Severus nog even krachtig was als onder Marcus Aurelius, of Augustus –hopelijk deelt de webmaster mijn indruk dat we nog on topic zijn. Nee, want onder het uiterlijk gelijke politieke systeem (of bijna dan toch) was de deugd verdwenen. Dan kan het niet lang meer duren. Zonder moraliteit als beslissende noot voor de politieke stabiliteit is de snelle ineenstorting na Severus moeilijk te verklaren. Denk ik als leek nietwaar.

    1. mnb0

      Dan zul je eerst moeten aantonen dat het Rijk onder GJCO deugdzamer was dan onder Severus. Daar ben ik allesbehalve van overtuigd. Twee vragen:
      a) hoe definieer je deugd?
      b) hoe meet je deugd?

  5. Steven

    Misschien niet helemaal een antwoord maar iets in die richting. Seneca, die doet in brief 86 verslag van zijn bezoek aan het huis van Scipio de Africaan die ruim twee eeuwen eerder leefde. Diens ziel moet naar de hemel gegaan zijn, zegt hij, niet omdat het een groot generaal was maar omdat hij zo eenvoudig en plichtsgetrouw leefde. Die grote man woonde onder dit haveloze dak, liep op deze armzalige vloer. Wie zou het tegenwoordig opbrengen zich te wassen zoals hij dat deed? Geen franje, want waarom zou je iets wat toch maar voor het gebruik is versieren? Volgt een uitwijding over de luxe in de tegenwoordige badhuizen, en zo gaat het nog een tijdje door. ‘Wat een miserabel mens! Hij wist niet van het leven te genieten!’, is het commentaar van Seneca’s tijdgenoten. De moraal van dit verhaal is dat het sterke benen zijn die de weelde kunnen dragen want daar zijn normen voor nodig. Na Severus bleek dat het Rome niet gelukt was. Maar nogmaals, ik was er niet bij.

Reacties zijn gesloten.