Sogdië en Perzië

Een krijger van de Centraal-Aziatische steppe (British Museum)
Een krijger van de Centraal-Aziatische steppe (British Museum)

Zoals ik in de eerste aflevering in deze onregelmatige reeks over Centraal-Azië heb aangegeven, is de geschiedenis het beste samen te vatten als een viertal “vegen” over de landkaart, waarin achtereenvolgens de eenheid werd geschapen (een veeg van noord naar zuid die we kunnen associëren met de komst van de Indo-Iraanse volken), de religieuze scheidslijnen werden getrokken, de etnische kaart tot stand kwam en de huidige staten werden gevormd. Daar tussenin waren periodes van betrekkelijke rust.

Die eerste rustperiode duurde zo’n twee millennia, van ergens rond het midden van het tweede millennium v.Chr. tot de komst van de islam in de zevende eeuw. Er woonden verschillende verwante volken in het gebied, die elkaar redelijk konden verstaan en zaken als de vuurcultus met elkaar deelden. In Iran gaat het vanaf pakweg 900 v.Chr. om bijvoorbeeld de Perzen, Meden en Parthen, terwijl in het huidige Afghanistan de Arachosiërs en Baktriërs verbleven.

In het halfnomadische gebied van het huidige Turkmenistan, Oezbekistan, Tajikistan, Kirchizië, Kazachstan en Oekraïne bleven al die eeuwen allerlei stammen wonen die zichzelf als collectief lijken te hebben aangeduid als de Skudat, de “schutters”. Het woord is overgeleverd in verschillende varianten: Skythen, Skoloters, Saken, Sogdiërs, Sai. De stammen zelf hadden andere namen, die we kennen uit Griekse en Perzische bronnen: de Haomadrinkende Saken en de Puntmuts-Saken, de Dahen (“rovers”), de Parni en de Sauromaten. Kortom, een etnische lappendeken.

Het gezag lijkt informeel te zijn geweest. Elke clan, elke stam had een leidende familie; van tijd tot tijd waren er gemeenschappelijke leiders, maar hun gezag was zo groot als hun vermogen geschenken uit te delen en vijanden succesvol op afstand te houden. Een succesvolle krijgsheer kon in weinig tijd een enorme machtsbasis opbouwen, zoals Attila de Hun en Djengis Khan in later tijden zouden doen, maar kon ook zó zijn macht weer verliezen. Omdat er geen echte administratie was, laat staan een traditie van geschiedschrijving, valt een politieke geschiedenis van de zojuist genoemde voormalige Sovjetstaten nauwelijks te schrijven.

Ik probeer het dan ook niet en beperk me tot wat simpele aantekeningen. In de eerste plaats waren er wat grote steden waar handel werd gedreven en waar ambachtslieden woonden – Mary, Baktra en Samarkand zijn bekend – en daarnaast waren er nomaden met grote kuddes, die overal heen en weer zwierven. Belangrijke leiders werden al die eeuwen bijgezet in hetzelfde type grafheuvel (een “kurgan”), vaak met strijdwagens en paarden. Het drijven van handel werd vereenvoudigd toen de kameel werd gedomesticeerd, een stoer dier dat op zijn gedrongen poten grote lasten kan torsen en dankzij zijn vetlagen en lange haren goed bestand is tegen de snijdende kou. Er waren sjamanistische rituelen met roesdranken (“haoma”). In tijden van oorlog streden deze mensen te paard. Op de steppe waren ze dan ook, zo merkten bijvoorbeeld Cyrus de Grote en Alexander de Grote, vrijwel niet te verslaan. Beide vorsten kozen voor de aanleg van dwangburchten, maar in feite kregen ze het gebied nooit echt onder controle.

Waarmee overigens óók aangegeven is dat de verhouding tot Perzië niet altijd goed was. Daar bestond vanaf het midden van de zesde eeuw v.Chr. een goed georganiseerd rijk, dat in zijn verschillende fasen wordt aangeduid met de namen van de heersende dynastie: de Perzische Achaimeniden (559-330), de Macedonische Seleukiden (311-141), de Parthische Arsakiden (235 v.Chr. – 226 n.Chr.) en de Perzische Sasanieden (224-651). Ze hebben alle een eigen karakter, maar continuïteiten zijn er ook: een redelijk ontwikkeld staatsapparaat, gebaseerd op paleis-steden, een rondreizend hof (in feite een nomadisch trekje) en religieus buitengewoon pluriform. In het Sasanidische Rijk woonden zoroastriërs en twee van de dominante stroming afgesplitste stromingen (mazdakisten en zurvanisten); boeddhisten; joden; christenen (nestoriaans, monofysitisch en niceens), manicheeërs en animisten.

Het lijkt leven-en-laten-leven te zijn geweest. Zo’n samenleving is weerloos als er een groep komt die zijn eigen religie dominant wil opleggen. Dat zou de islam doen: de tweede van de vier grote vegen.

[Wordt derhalve vervolgd]

Een gedachte over “Sogdië en Perzië

  1. habus

    ik loop vooruit op de chronologie, maar ik hoop dat je 2 jaar geleden de tentoonstelling Expeditie Zijderoute hebt gezien in de Hermitage. Een geweldig avontuurlijke archeologische ontdekkingstocht.

Reacties zijn gesloten.