Oudheidkundige prietpraat, aflevering zoveel

Col du Montgenèvre
Col du Montgenèvre

Een bericht in verschillende media: wetenschappers zouden hebben vastgesteld dat Hannibal de Alpen zou zijn overgestoken over de Col de la Traversette. Dat weten die wetenschappers doordat daarboven een grote hoeveelheid mest is aangetroffen die met de koolstofmethode precies kan worden gedateerd in de tijd van Hannibal. In die mest zijn bovendien sporen gevonden van een microbe die ook voorkomt in paardenmest.

Het persbericht maakte meteen wantrouwend. Het vermeldde immers als oudheidkundig onderzoek de publicaties van Gavin De Beer, die lang geleden weliswaar heeft geconcludeerd dat Hannibal de Col de la Traversette heeft gebruikt, maar wiens onderzoek geldt als achterhaald sinds eind jaren zeventig de hoogte van de antieke sneeuwgrens bekend werd. Als Hannibal opgemelde Alpenpas zou hebben gebruikt, zou hij 800 meter boven de toenmalige sneeuwgrens zijn geweest – en dat is zelfs voor moderne legers moeilijk. Er is daarom sinds de late jaren zeventig geen discussie over dit onderwerp meer geweest, omdat na de ontdekking van de sneeuwgrens de enige denkbare mogelijkheid de Col du Montgenevre was. U leest er hier meer over.

Maar goed, er ligt op de Col de la Traversette dus mest op grote hoogte. Of het paardenmest is, werd mij niet duidelijk: dat de microbe voorkomt bij paarden, wil immers niet zeggen dat ze niet tevens kan voorkomen bij runderen of schapen.

In elk geval dateert de mest, zo lezen we, uit “2168 cal 14C”. Dat komt overeen met het jaar 219 v.Chr. ofwel een jaar nadat Hannibal over de bergen trok (in de herfst van 218). Dat klinkt veelbelovend maar wetenschappelijk is deze datering vrij suspect. Wetenschappers noteren de uitkomst van koolstofonderzoek namelijk anders. Wat we aanduiden als een koolstofdatering is helemaal geen datering maar de waarschijnlijkheid van een datering. De uitkomst dient derhalve te worden gegeven als een ouderdom met een waarschijnlijkheidsmarge. Bijvoorbeeld “2168 ±43 cal 14C”, wat betekent dat er 65% kans is dat een monster uit dit interval komt, en 95% kans dat het komt uit het dubbele interval. Het niet-vermelden van de waarschijnlijkheidsmarge is op z’n zachtst gezegd vreemd.

De kwestie is belangrijk, want juist voor deze periode is de marge breed. Dat heeft te maken met het feit dat de hoeveelheid radioactieve koolstof die een levend wezen opneemt, niet in alle eeuwen gelijk is, zodat sommige voorwerpen te radioactief kunnen zijn voor hun ouderdom. Daarom dient een meting te worden vergeleken met de kalibratiecurve en die vertoont nu net voor de periode tussen 400 en 200 v.Chr. een hobbel. U leest hier meer over de koolstofmethode en daar meer over de kalibratie.

calibratie
De calibratiecurve voor Italië: een datering rond 220 v.Chr. valt moeilijk te onderscheiden van een datering rond 200, 250, 300, 325 of 350 v.Chr. Dit is overigens een oud plaatje; er zijn modernere curves dan deze, van dertig jaar geleden, die ik toevallig thuis heb. Het gaat me erom te tonen hoe het probleem in elkaar zit en dat de waarschijnlijkheidsmarge cruciaal is.

De afwezigheid van een waarschijnlijkheidsmarge, uitgerekend in een tijdvak waar dat cruciaal is, trok mijn aandacht.  Als er mest ligt op grote hoogte, zijn er andere verklaringen denkbaar, bijvoorbeeld dat er daarboven herders zijn geweest ten tijde van de klimaatanomalie rond 325 v.Chr. Die is goed gedocumenteerd met jaarringen, met het openstellen van de Eufraatsluizen in Babylonië en met verschillende episodes uit de geschiedenis van Alexander de Grote, waarvan de vroege moesson in India het bekendste is. Deze datering is een eeuw vóór Hannibal en met de koolstofmethode valt dat niet te onderscheiden van een datering in de tijd van Hannibal.

Kortom, we zouden wel eens iets meer willen weten over de datering.  Maar die informatie krijgen we niet. Het artikel waar het om gaat kunt u hier downloaden, maar het bestaat uit twee delen. Het tweede is gepubliceerd, met de conclusie (“Hannibal was here”) en een persbericht dat dus door menig medium is overgenomen. Alleen: het feitelijk interessante deel, de koolstofdatering met de waarschijnlijkheidsmarge, dát is “forthcoming”.

Bijzondere claims vergen bijzonder bewijs. Momenteel is vooral bijzonder dat een pas wordt genoemd die in vierde eeuw misschien wel maar in de derde eeuw zeker niet begaanbaar was, dat een conclusie naar buiten is gebracht terwijl de meest cruciale data ongepubliceerd blijven, en dat een datering is genoemd zonder waarschijnlijkheidsmarge.

Voor het goede begrip van dit stukje: ik zeg niet dat de datering niet klopt. Ik denk wel dat het onwaarschijnlijk is dat Hannibal een pas heeft benut die 800 meter boven de toenmalige sneeuwgrens lag. De gedane claim is, zoals ik zei, heel bijzonder en vergt heel bijzonder bewijs. De helft niet publiceren en presenteren op een manier die alle alarmbellen doet afgaan, is ronduit vreemd. We hadden willen weten of de microbe alleen bij paarden voorkomt, we hadden waarschijnlijkheidsmarges willen zien, we hadden een plausibel argument willen horen hoe Hannibal voorbij de sneeuwgrens kon komen. We hadden alternatieve hypothesen – zoals mijn idee van een grote runderkudde – op z’n minst overwogen willen zien worden. Zoals het er nu voorstaat, is de publiciteit gezocht terwijl relevante informatie niet wordt geleverd. Dat is vooral verdacht. Ik zou willen zeggen: deze zaak stinkt. En niet naar mest.

Naschrift 1

Inmiddels heb ik een contextloze tabel met koolstofdateringen. Er moet dus ergens een versie van de eerste helft van het artikel circuleren, waar ik nu naar op zoek ga. Wordt vervolgd.

Naschrift 2

Ik heb inmiddels het eerste artikel. Snelle bestudering werpt enig licht op de tabel van zojuist en leert dat er verschillende C14-monsters zijn, waarvan er vijf relevant zijn. Samen leiden die tot een datering 2168 cal 14C, zo te zien nog altijd zonder waarschijnlijkheidsmarge. Dit geef ik door aan een specialist. Er is een zeer korte discussie over herders.

De door Polybios genoemde sneeuw wordt uitgelegd als aanwijzing dat de sneeuw permanent was en als een argument dat Hannibal in de zone met eeuwige sneeuw is geweest. Dat hij 800 meter boven de sneeuwgrens was, blijft onvermeld, wat mijns inziens doorslaggevend is tegen deze hypothese. Ik meen bovendien te weten dat de sneeuw die Polybios vermeldt, de nog wegsmeltende wintersneeuw was van 218.

Voorlopige conclusie: het kan waar zijn, maar veronderstelt enkele specifieke aannames, zoals de mogelijkheid met een leger 800 boven de sneeuwgrens te opereren en de aanname dat Polybios verwijst naar eeuwige sneeuw.

Wat zeker is: deze bijzonder claim is niet bepaald handig naar buiten gebracht, want dit leidt alleen tot scepsis. Zou alle informatie in één keer, met het persbericht, zijn gepresenteerd, dan zou ik het woord “prietpraat” in de kop hebben vermeden.

Naschrift 3

Ik verzocht bioloog Evert Luesink te kijken naar het materiaal. Die antwoordde dat de bacterie “mammal associated” is, dat wil zeggen dat het alles kan zijn van een marmot tot een olifant. Er zijn verder biomarkers (5β-stigmastanol en DCA) gevonden die bij herkauwers voorkomen: paarden en ezels maar ook herten. We kunnen te maken hebben met een veelgebruikte drinkplaats voor herten en andere dieren, die gedurende die periode niet bevroren was en daardoor leidde tot een concentratie van uitwerpselen. Ik denk dat dit een betere alternatieve hypothese is dan de mijne, over herders in de bergen.

Over de onzekerheidsmarge ben ik nog aan het puzzelen.

Naschrift 4

Inmiddels contact met een statisticus:

Kort door de bocht, en dat is gebruikelijk bij Bayesiaanse statistiek, hangt het eindresultaat af van het gebruikte ‘a priori’ model, en hierover doen Mahaney et al. geen uitspraken. Ik ben geen C14 deskundige, maar het OxCal calibratie-programma stelt de gebruiker in staat om de modelparameters in te stellen, en die worden niet gegeven.

Conclusie

Er is duidelijk naar een conclusie toe gewerkt. Hoewel het mogelijk is, is niet bewezen dat het feitelijk juist is. Veel verontrustender is dit: wetenschappers kunnen een bericht met veel aplomb naar buiten brengen en journalisten kunnen niet zomaar zien of iets klopt. Ze moeten hulp inroepen van allerlei specialisten. Als die concluderen dat het verhaal niet klopt, is het verhaal allang de wereld in geholpen.

Dit doet denken aan de affaire rond de Sapfo-papyri: tegen de tijd dat duidelijk was dat de geruststellende woorden over de datering, die zou zijn gebaseerd op een spectrometrisch onderzoek van de inkt, niet klopten (je kunt inkt niet spectrometrisch dateren), was het te laat. Wetenschap wordt steeds oncontroleerbaarder en gevallen als het Evangelie van de Vrouw van Jezus, Sapfo en de Hannibal-mest illustreren dat controle noodzakelijker is dan ooit.

14 gedachtes over “Oudheidkundige prietpraat, aflevering zoveel

  1. Gherardus Havingha

    Volgens Livius:
    Day 13 Building a road
    Night Camp below the snow-line
    Day 14 Building a road for the elephants; infantry descends
    Night At least two camps below the snow-line
    Day 15 Building a road for the elephants; infantry descends
    Night At least two camps below the snow-line

    Dus dat er op het eind onder de sneeuwgrens kampen waren, wordt door hem wel expliciet genoemd…

  2. Het ‘bewijs’ rammelt van de aannames. Ook al zou de datering overeen komen met de tijd van Hannibal, wat zegt ons dat een laag van een meter, met daarin (misschien) uitwerpselen van paarden, bewijs vormt dat dit door het leger van Hannibal veroorzaakt zou zijn? Is het ook maar logisch om aan te nemen dat één enkele gebeurtenis (het passeren van de plek door cavalerie) zo’n laag veroorzaakt zou hebben, en niet een gestage opbouw van passerende dieren? Hannibal zou een geschatte kleine 10.000 paarden mee hebben gehad tijdens zijn tocht over de Alpen, en als we aannemen dat die ook allen op die route gelopen hebben, en allemaal verplicht bij dat meertje hebben staan ontlasten, komen we dan aan en laag mest die, nu na 2234 jaar, nog steeds een meter diep kan zijn?
    Als er ook maar één enkele olifantenmicrobe tussen gezeten zou hebben, dan was alles volkomen anders geweest. Dan was het geen sensationalistische claim geweest van een paar aandachttrekkende figuren, maar een keihard bewijs van een theorie. Maar helaas.

  3. Dirk

    Door het lezen van deze blog ben ik helemaal anders gaan kijken naar dat soort artikels in de krant. Blij dat ik ergens weerwerk vind tegen de prietpraat: bedankt!

  4. Johan Hendriks

    Jongens, het is helaas het zoveelste bewijs dat publiciteit belangrijker is dan wetenschappelijke nauwkeurigheid. We zien het niet alleen in het buitenland, ook in ons land zijn daar voorbeelden van de te vinden (de meest recente nog de veronderstelde slag van Caesar in het oostelijke rivierengebied). Zou het kunnen zijn dat het allemaal elementen zijn die voldoende aandacht genereren om daarmee een subsidiepot te kunnen aanboren?

    1. Dat lijkt mij vanzelf spreken. De vraag die mij boeit is waarom zulke intelligente mensen als wetenschappers toch zijn, het systeem niet verbeteren.

        1. Ik denk, bij wijze van antwoord op wat CK vraagt, bijna hetzelfde als Gherardus Havingha antwoordt: omdat ze te weinig weten van speltheorie.

          Het spel dat wetenschappers nu spelen, heeft op korte termijn voordeel voor de individuele onderzoeker die exposure krijgt maar zorgt er op de middellange termijn voor dat slechte informatie zich blijft verspreiden en we er allemaal schade van ondervinden.

          Speltheorie is ook van toepassing op het systeem van collegiale controle. Niemand heeft er belang bij elkaar werkelijk de maat te nemen en dus wordt slechte wetenschap gelegitimeerd. Het is hetzelfde mechanisme waarmee, als je de vrije markt stimuleert, bouwfraude-kartels ontstaan. Daarom is het systeem van accreditatie zo belangrijk.

  5. mnb0

    “Ik verzocht bioloog ….”
    Nogal zielig dat de dames en heren oudheidkundigen dat hebben nagelaten.

    1. Die treft dit keer geen blaam. Dit is het speeltje van mensen uit de exacte wetenschappen die denken de Oudheid er wel even bij te kunnen doen. Dat levert even vaak verfrissende perspectieven op als kwakgeschiedenis.

      Dit hangt er een beetje tussenin: de behandeling van de bronnen is ondermaats, maar het idee te gaan kijken naar antieke uitwerpselen – nou ja, “fris” is misschien niet het woord, maar geen classicus die het zou hebben bedacht. Het team lijkt echter wel aan een kokervisie ten prooi te zijn gevallen en is aanwijzingen gaan zoeken voor een hypothese. Die kun je altijd construeren.

      Het vervelende is dat de uitkomst veronderstelt dat een leger 800 meter boven de sneeuwgrens heeft geopereerd, en dat vind ik heel, heel raar. Volgens mij is het daar overdag ongeveer -5 C, ’s nachts nog kouder, en daar komt de wind nog bij. Dat lijkt me ondoenbaar.

      Nou ja, het verhaal van Polybios en Livius gaat dan ook in op heroïsch verdragen koude.

  6. Manfred

    “Die antwoordde dat de bacterie ‘mammal associated’ is, dat wil zeggen dat het alles kan zijn van een marmot tot een olifant.”

    Brekend! Hannibal trok met marmotten de Alpen over!
    Geen wonder dat de Romeinen hem eerst lieten begaan om hem uiteindelijk toch in de pan te hakken.

    /terug onder zijn steen kruipt

Reacties zijn gesloten.