Alexander in Pakistan (3)

punjab

[Dit is het derde deel van een reeks over Alexanders campagne in wat nu Pakistan heet. Het eerste deel is hier.]

Al in de Oudheid waren er biografen die meenden dat het aanhoudende succes van Alexander de Grote hem had gecorrumpeerd. Vaak vergastten de antieke auteurs – zoals alle moralisten van alle tijden – hun lezers op expliciete beschrijvingen van de wreedheden waarin de Macedonische koning zich had verlustigd. De historicus Arrianus, die ik hieronder citeer in de vertaling van Simone Mooij, is terughoudender en daardoor boeiender, maar ook zijn relaas van de campagne in Pakistan is gruwelijk. Het zou voldoende moeten zijn om het geïdealiseerde beeld van de welwillende veroveraar die het beste met de mensheid voor had, te ruste te leggen, maar sommige historische mythen zijn hardnekkig.

De Macedonische terugkeer naar het westen begon met een simpele mars naar het slagveld aan de Hydaspes, waar al een vloot gereed was gemaakt. Daarmee wilde Alexander naar de Indische Oceaan varen, terwijl op de oevers van de rivier twee legers zouden marcheren. Nog nooit hadden de Macedoniërs een gecombineerde operatie van vloot en leger ondernomen, maar de rivieren van de Punjab boden een goede gelegenheid tot oefenen alvorens de troepen, eenmaal aangekomen aan de kust, een soortgelijke maar veel gewaagder operatie zouden uitvoeren door langs de kust van de Oceaan en de Perzische Golf naar Babylonië te trekken.

De eerste etappes van de tocht verliepen in feite probleemloos. Ergens ter hoogte van het huidige Jhang besloot Alexander tot actie over te gaan tegen de hier wonende Indiërs, de Malliërs. Het westelijke van de twee legers kreeg opdracht met de vloot op te rukken naar een afgesproken punt bij de samenvloeiing van twee rivieren, bij het huidige Multan. Het oostelijke leger werd in drieën gesplitst.

Alexander beval Hefaistion om vijf dagen vooruit te gaan, zodat de vijanden die, opgejaagd door Alexanders leger, voor hem uit zouden vluchten, in handen van Hefaistions troepen zouden vallen en in de val lopen. Ook aan Ptolemaios gaf hij een deel van het leger en hij beval hem om na verloop van drie dagen achter hem aan te komen, zodat allen die op de vlucht voor Alexander de andere kant op zouden gaan, in handen zouden vallen van Ptolemaios en zijn mannen. Hij beval dat, wanneer ze bij de samenvloeiing van de Akesines en de Hydraotes waren gekomen, de eerst aankomenden moesten wachten totdat hij zelf arriveerde. Ook de troepen van Ptolemaios moesten zich weer bij hem voegen.

Alexander had een killing field geschapen. Vanuit Jhang lopen nog altijd drie wegen naar de rivier de Ravi ofwel “Hydraotes”. Ptolemaios trok naar het oosten, Hefaistion naar Multan in het zuiden en Alexander nam de weg naar het zuidoosten, die aanvankelijk voerde door een droog gebied.

De rest van de dag en de hele nacht trok hij verder, een afstand van ruim zeventig kilometer, en bereikte bij het aanbreken van de dag een stad waarin vele Malliërs een toevlucht gezocht hadden. Omdat ze nooit gedacht hadden dat Alexander door dat waterloze gebied naar hen toe zou komen, bevonden de meesten van hen zich buiten de stad en waren ze ongewapend. Het was duidelijk dat Alexander die weg juist had genomen om dezelfde reden als waarom zelfs zijn vijanden niet konden geloven dat hij hem zou nemen, namelijk omdat hij zo moeilijk was. Hij overviel hen dus onverwachts en doodde de meesten van hen zonder dat ze zich, ongewapend als ze waren, konden verdedigen. Toen de rest in de stad was opgesloten, plaatste hij de ruiters in een ring om de muur heen, en hij gebruikte, omdat de falanx hem nog niet ingehaald had, de ruiterij als afzetting.

Zodra de infanteristen echter aangekomen waren, stuurde hij Perdikkas met zijn eigen ruiterafdeling, die van Kleitos en de lichtbewapenden naar een andere stad van de Malliërs waar veel Indiërs uit die streek heen gevlucht waren, met de opdracht de mensen daar te bewaken (maar niet met de strijd te beginnen voordat hij zelf gearriveerd was), om te voorkomen dat iemand die uit de eerste stad ontsnapt was de andere barbaren misschien zou inlichten dat Alexander al in de buurt was.

Zelf deed hij een aanval op de stadsmuur. De barbaren lieten de muur in de steek, want ze dachten die niet meer te kunnen verdedigen, omdat velen bij de overval gedood waren en anderen door verwondingen buiten gevecht waren gesteld. Ze vluchtten naar de burcht en vanuit die hoger gelegen en moeilijk aan te vallen plaats verdedigden ze zich een zekere tijd, maar toen de Macedoniërs hen aan alle kanten hard aanpakten en Alexander zelf nu eens hier en dan weer daar in het gevecht opdook, werd de burcht stormenderhand ingenomen. Allen die er een toevlucht hadden gezocht werden gedood. Het waren er ongeveer tweeduizend.

Terwijl Alexanders manschappen zo bezig waren, bereikte Perdikkas de andere stad, waar de bewoners toch al op de hoogte bleken van de aankomst van de Macedoniërs en waren gevlucht. Het mocht niet baten: Perdikkas’ troepen waren sneller. Alexander zelf liet zijn mannen pauzeren in de verwoeste stad en trok verder naar de Hydraotes.

Daar kwam hij erachter dat de meeste Malliërs al overgestoken waren, maar degenen die nog bezig waren met de overtocht, overviel hij midden in de rivier en hij doodde velen van hen. Zelf stak hij ook over op dezelfde plaats en zat degenen die al eerder weg gekomen waren op de hielen. Velen van hen doodde hij, anderen nam hij levend gevangen, maar de meesten vluchtten naar een versterkte en ommuurde plaats. Toen zijn infanterie was aangekomen, stuurde Alexander Peithon op hen af met zijn eigen bataljon en twee ruiterafdelingen. Zij bestormden de plaats onmiddellijk na aankomst en veroverden hem. Degenen die daar een toevlucht gezocht hadden, werden tot slaaf gemaakt, voorzover ze tenminste niet bij de bestorming om het leven waren gekomen.

Alexander rukte nu op naar een plaats die door Arrianus wordt aangeduid als “de stad van de Brahmanen”. De belegering moet enige tijd hebben geduurd, maar uiteindelijk slaagden de Macedonische ingenieurs erin een stadstoren te ondergraven en te laten instorten. Daarna volgde de bestorming.

Sommige Indiërs hadden hun huizen in brand gestoken en kwamen in de vlammen om, maar de meesten vielen in de strijd. Alles bij elkaar werden er ongeveer vijfduizend gedood, maar door hun verzet tot het uiterste werden er slechts weinigen levend gevangengenomen.

Arrianus vervolgt met een beschrijving van een dubbele campagne: het detachement van Peithon trok vanuit de stad van de Brahmanen langs de Hydraotes om de vluchtelingen die zich daar ophielden te doden, terwijl Alexander oprukte naar de grootste stad van de Malliërs.

[Een tijdje geleden was er, n.a.v. de identificatie van een slagveld van Caesar bij Kessel discussie over de vraag of het woord “genocide” mocht worden gebruikt voor de oude wereld. Ik zou niet weten hoe ik de bovenstaande gebeurtenis anders zou moeten noemen. Het bloedvergieten gaat morgen verder.]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s