Mobiele ziektes

Een arts, bezig met een aderlating (Ostia, Via Severiana-necropool)

Het thema van de Romeinenweek is mobiliteit. De vermoedelijk zichtbaarste uiting daarvan is het enorme wegennetwerk: de stenen heirbanen, soms vijf of zes meter breed, die Rome verbonden met alle provincies. Hierover trokken de legers heen en weer. Het aardige is dat zo’n weg, als die er eenmaal lag, er ook bleef liggen. Er moet  immers nogal wat gebeuren wil een stenen weg verdwijnen. Het effect ervan – dat je makkelijker reisde – was dus cumulatief. Elke weg maakte het weer een tikje makkelijker om op reis te gaan. Christelijke pelgrims als Egeria reisden (voor die tijd) eenvoudig over een wegenstelsel dat in de loop van enkele eeuwen almaar verder was uitgebouwd.

Daarnaast waren er de waterwegen. Het Romeinse Rijk was gezegend met een binnenzee waar het weliswaar geducht kan spoken, maar die toch betrekkelijk vriendelijk is en die het mogelijk maakt producten in bulk te vervoeren. Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je die lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het zee.

Hetzelfde geldt voor de Rode Zee: de Romeinen beheersten de zeeroute tot Jemen, inclusief een militaire basis bij de zuidelijke ingang van die lange, smalle zee. Enorme schepen vervoerden wierook uit Jemen en specerijen vanuit India naar Egypte, waarvandaan het dan verder werd getransporteerd naar de steden rond de Middellandse Zee. (Ik kom hierop vanaf woensdag terug.)

In de jaren waarin ik de Livius Nieuwsbrief bijhoud, was er elk half jaar wel een berichtje over enkele onopvallende maar gevaarlijke verstekelingen. Langzaam is duidelijk dat de Romeinen met hun bulktransport door de Rode Zee ook allerlei tropische ziekten vanuit Centraal-Afrika importeerden. (In Afrika zijn de omstandigheden gunstig voor mutaties en de overdracht van dier naar mens.) We hebben het dus over de beruchte Emerging Infectious Diseases waarover de laatste tijd zoveel is te doen: ziekten als HIV, SARS en het Zika-virus.

Er zijn nu drie antieke epidemieën geïdentificeerd, waarvan twee met redelijke zekerheid. Ze waren al bekend uit de bronnen, maar het is interessant dat artsen er nu ook iets mee kunnen. De eerste identificatie was de epidemie halverwege de regering van Justinianus, die samenging met een klimaatomslag en, in combinatie met een lange oorlog tegen het Sasanidische Rijk, het Byzantijnse Rijk uitputte en verhinderde dat het in staat was af te rekenen met de Arabieren. Stevige interne twisten tussen de diverse christelijke stromingen speelden ook een belangrijke rol, maar uiteindelijk was het de pestbacil die het Romeinse Rijk definitief in een neerwaartse spiraal bracht. Of deze uit Afrika kwam, staat overigens te bezien; ook Tibet is een mogelijkheid. (En om het complex te maken: de identificatie van de veertiende-eeuwse Zwarte Dood met de pest staat nu net weer ter discussie.)

De andere epidemie waarover we zekerheid hebben gekregen, is die ten tijde van Marcus Aurelius: pokken. Een enorme epidemie, die zich vanuit Jemen verspreidde over het Arabische Schiereiland, naar het Parthische Rijk en naar Egypte. Dit virus werd door Romeinse legers meegenomen vanuit Centraal-Irak naar de garnizoensteden langs de Donau, en over zee vanuit Alexandrië naar Karthago en Rome. De gevolgen waren verschrikkelijk, maar het Romeinse Rijk bleef staande.

Tot slot: de epidemie die het imperium rond het midden van de derde eeuw trof, lijkt nogal sterk op ebola, al is dit keer het bewijs iets minder sterk. Er zijn niet zoveel bronnen voor het derde kwart van deze eeuw – wat wellicht een gruwelijke aanwijzing is voor de ernst. Duizenden en duizenden mensen stierven en de interne structuur van het rijk stond onder grote druk, met snel opvolgende keizers, usurpatoren en deelrijken. Het was ieder voor zich.

En dit alles door het excellent transport van de Romeinen – ongeveer zoals wij in onze tijd een comeback van de tuberculose meemaakten toen, dankzij het neerkomen van de Muur, het reizen naar het voormalige Oostblok eenvoudiger werd. Mobiliteit is mooi, maar er kleven wel wat nadelen aan.

9 gedachtes over “Mobiele ziektes

  1. “Voor de prijs waarmee je een lading een bepaalde afstand over het land kunt vervoeren, vervoer je die lading zeven keer zover over een rivier en zeventien keer zo ver over het land.”

    Ik vermoed dat dat laatste ‘land’ als ‘zee’ gelezen moet worden.

  2. Robbert

    In de veertiende eeuw stierf naar schatting een derde van de Europese bevolking, eind tweede eeuw een kwart van de Romeinse bevolking las ik ergens. Dit gevoegd bij andere killers: oorlogen en hongersnoden.
    Maar het Romeinse Rijk bleef zoals gezegd toen overeind en de Europese landen en cultuur stortten niet in na de epidemie van rond 1350, alhoewel de bevolking pas weer tegen 1600 op peil zou zijn gekomen.
    Het lijkt me daarom moeilijk, zo niet onmogelijk de invloed van epidemische ziekten op de latere neergang van het Romeinse Rijk te bepalen en dubieus om te stellen dat “de pestbacil het Romeinse Rijk definitief in een neerwaartse spiraal bracht”. Temeer daar de omringende volkeren ook niet gespaard zullen zijn.

  3. hans van den broek

    Ik denk dat het zaak is om niet steeds van een factor, zoals een epidemie, uit te gaan als verklaring voor het ten onder gaan van rijken.
    In 534 bv zou sprake zijn geweest van een komeetinslag die tot een 15 jaar durende zonsverduistering leidde. Gedurende een periode van 18 maanden schijnt de zon maar 4 uur per dag. Dit moet tot gigantische wereldwijde hongersnood hebben geleid. Voeg daarbij de aanwezigheid van schimmels in het voedsel met hun vaak dodelijke gifstoffen [zoals beschreven door Matossian in Poisons of the past uit 1989] Dan kan een simpele epidemie grote gevolgen hebben.
    Thans gaan ondanks dalende vaccinatie niet veel kinderen meer dood aan de mazelen als die uitbreken. In vroegere tijden was dat in onze streken vaak steevast een sterfte van 30% . Hetzelfde gold voor de ‘Kinderziekte’ genoemde , pokken. De voedingstoestand van een bevolking vertaalt zich dus ook in weerstand tegen infectieziekten. Dat wordt met name bepaald door tekort aan vitamines [oa vitamine c tekort lag vroeger altijd op de loer] en eiwitten , lees vlees.

    Maw als sprake is van een epidemie met grote gevolgen dan behoort ook het klimaat mee beoordeeld te worden [ zoals een vulkaanuitbarsting met zonsverduistering met hongersnood [1815 Tambora 1817 honger in Nederland, 1845 Hekla 1846 en 1847 honger in Nederland.]

    Nog iets: de afbeelding in Ostia past niet bij een aderlating. Er staat een bak onder de voet [of om bloed op te vangen of om een beenwassing te doen?] maar ik zou niet weten waar je aan de voorzijde van de knie een aderlating moet doen. Tenzij je gebruik maakt van aderlaatkoppen of bloedzuigers Maar dat is dan niet echt een aderlating waar je veel bloed bij aftapt.
    Hans van den Broek

  4. Ben Spaans

    Oh, de Zwarte Dood zou alweer niet de Pest zijn geweest? Dat verhaal blijft maar terugkomen, korreltje zout.

    De Brit David Keys schreef ‘Catastrophe. An investigatition in to the origins of modern civilisation’ (Londen 1999), over de lange nasleep van het ‘AD 535 event’, de klimaatcrisis van 6e eeuw. Uit een eerdere post begreep ik van Jona dat het betoog in wezen stand houdt. Wel plaatst Keys het begin van de Catastrophe bij een (enorme) vulkaanuitbarsting in de buurt van of op Java, maar ik heb inmiddels heb begrepen dat er ook kandidaten elders op de wereld voor zijn.

Reacties zijn gesloten.