MoM | Mobiliteit en oraliteit

Brandaan en de vis-die-op-een-eiland-lijkt

Het thema van de Romeinenweek is mobiliteit en dat betekent dat we het ook eens moeten hebben over oraliteit ofwel mondelinge literatuur. Of beter: mondeling doorgegeven informatie. Ik heb het er weleens eerder over gehad: het verhaal dat Ovidius vertelt over Philemon en Baucis correspondeert prachtig met een van de bijbelse verhalen over Abraham en Sara. In allebei de tradities onthalen twee oude mensen enkele incognito op aarde rondreizende hemelingen en wordt een stad verwoest. Ovidius kan het verhaal niet hebben gelezen in de Bijbel, maar wat verklaart de overeenkomst dan?

En om het nog complexer te maken: er zijn tientallen, honderden volksvertellingen die frappante overeenkomsten hebben. De vis die zó groot is dat zeelieden denken dat het een eiland is en die onderduikt als Sinbad de Zeeman er een fikkie stookt, komt weer boven water in de legende van Sint-Brandaan. Zie plaatje hierboven. Het mandje waarin Mozes de Nijl afdreef, vervoerde Sargon van Akkad door het Tweestromenland, nam Romulus en Remus mee naar Rome en spoelde uiteindelijk aan bij de Kinderdijk. Het verhaal over de dood van de grote god Pan wordt eveneens verteld over de Kabouterberg bij Hoogeloon, waar koning Kyrie dood is. De lijst is eindeloos.

Wat is hier aan de hand? Van de sage van de Vrouw van Stavoren kun je misschien nog zeggen dat het een bewuste bewerking is van het Griekse verhaal over de Ring van Polykrates, maar in de andere gevallen lukt dat met de beste wil van de wereld niet. De auteur van de Brandaanlegende kan onmogelijk de verhalen van Sindbad de Zeeman hebben gelezen. Wat we hier zien, zijn de eilanden in de zee van verhalen die in de Oudheid moet hebben bestaan: mondeling doorgegeven informatie die de verhalenvertellers in gegeven situaties steeds weer anders doorvertelden. Griekse dichters putten uit dezelfde verhalenzee als hun oosterse collega’s, wat verklaart waarom er soms frappante overeenkomsten zijn – de Zondvloedmythe en de opvolging van godengeneraties zijn voorbeelden. Het motief van Abraham, die bij God gaat afdingen over het aantal rechtvaardigen dat in Sodom moet wonen om de stad van de naderende ondergang te redden, was bruikbaar voor de eerste moslims, die Mohammed lieten afdingen over het aantal gebeden dat een gelovige moest zeggen.

Verhalen waren mobiel. Ze sprongen over van cultuur naar cultuur. Deze simpele constatering heeft vérstrekkende gevolgen. Om te beginnen betekent het dat de geschreven bronnen atypisch zijn. Ze zijn de uitzonderingen in de antieke informatieoverdracht en moeten daarom voorzichtig worden gelezen. Je moet vooraf bedenken wat de lezer al kon weten vanuit de mondelinge traditie.

Een ander gevolg is dat we rekening moeten houden met culturele beïnvloeding die enerzijds over veel grotere afstanden plaatsvond dan we tot pakweg het midden van de twintigste eeuw aannamen – er waren duizenden en duizenden mensen die verhalen vertelden – maar dat deze beïnvloeding niet langs elke route even snel ging. We moeten vooral rekening houden met verspreiding langs rivieren en de zee, waar makkelijker grote afstanden konden worden afgelegd.

Voor zeetransport van verhalen en ideeën zou je kunnen denken aan de staatsinstellingen van de Griekse stadstaatjes. Al een eeuw geleden werd geopperd dat die kunnen zijn beïnvloed door de Fenicische stadstaten: beide zeevarende volken kenden een Raad van Ouden, een Volksvergadering en een koning, die overal na verloop van tijd werd vervangen, waarbij de reële macht in handen kwam van gekozen magistraten. De vraag was altijd hoe de Grieken dit soort ideeën uit het oosten konden hebben leren kennen, maar inmiddels vragen we ons af hoe we die vraag ooit hebben kunnen stellen. Een andere intrigerende hypothese is dat de Olympische Spelen een weerklank zijn van oosterse atletiektoernooien, die bekend kunnen zijn geweest door het navertellen van de Gilgamešsage.

Een voorbeeld van riviertransport van ideeën: de opmerkelijke concentratie van Mithrasculten langs de Donau en Rijn, die lang is verklaard vanuit het veronderstelde feit dat het een soldatencultus was die in de Romeinse grensforten een logische verblijfplaats vond, kan misschien worden ingeruild voor het denkbeeld dat ze zich langs deze rivieren makkelijk kon verspreiden.

En tot slot de feitelijke conclusie: het is volkomen stompzinnig te spreken van de Romeinse cultuur. De Romeinen deelden grosso modo de verhalen van de Grieken. Er was één Mediterrane cultuur.

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

13 gedachtes over “MoM | Mobiliteit en oraliteit

  1. FrankB

    “het is volkomen stompzinnig te spreken van de Romeinse cultuur.”
    Dat is ietwat overtrokken en gegeven de periode van minstens duizend jaar veel te sterk vereenvoudigd. Vergelijk maar weer eens met onze 21e eeuw. Er zijn grote overeenkomsten tussen de Nederlandse en de Amerikaanse cultuur. Die zijn zo groot dat we erg vaak simpelweg spreken van westerse cultuur. Maar er zijn ook nog wel wat verschillen.
    Dat zal destijds rond de Middellandse Zee ook zo zijn geweest. Mediterrane cultuur verwijst dan naar alles wat gemeenschappelijk was. Romeinse cultuur verwijst naar wat specifiek Romeins was. Gegeven de duur van het Romeinse Rijk ligt het voor de hand dat dat geleidelijk minder werd. De evenzeer geleidelijke politieke splitsing tussen een westers en een oosters deel ging gepaard met het ontstaan van een parallel cultureel onderscheid. Dit maakte zeg in de derde eeuw CE het begrip Romeinse cultuur irrelevant.
    Mijn grootste bezwaar is dat we begrippen als Romeinse cultuur en Mediterrane cultuur niet moeten gebruiken om onveranderlijkheid te suggereren. Het Romeinse RIjk met alles erop en eraan verschilde in heel veel opzichten aan het eind van de Vierde Eeuw CE enorm van de overeenkomstige gebieden aan het begin van de Vierde Eeuw BCE.

  2. Dirk

    “Om te beginnen betekent het dat de geschreven bronnen atypisch zijn.” Dat is voor verhalen minstens tot in de 19de eeuw het geval, wanneer men om romantische of nationalistische redenen volksverhalen te boek stelt. Deze drang om te bewaren zorgt tevens voor verschraling. Op den duur kent men nog maar 1 versie. Het schrift maakt een verhaal mobieler in plaats en tijd maar statisch in inhoud.
    Sprookjes en sagen (de naam zegt het al) zijn niet bedoeld om gelezen te worden. Net als legenden, al wil de naam daar niet meewerken om mijn punt te maken.

  3. Jeff

    Proef ik hier een onderschatting van de menselijke creativiteit?
    Verhalen die veel op elkaar lijken kunnen toch ook volkomen origineel op verschillende plaatsen op verschillende tijden ontstaan zijn? Zonder enige vorm van overdracht.

    1. jan kroeze

      Parallelle verhalen, maar het is ook gebeurd met bouwwerken als ik het goed, Piramides in Egypte en in Midden-Amerika.
      Of is daar een verklaring voor/

    2. eduard

      De pyramides van Egypte en Zuid Amerika zijn functioneel nogal verschillend (en verschillen ook weer van hun Babylonische verwant de ziggurat), graftombe, altaar respectievelijk (vermoedelijk) heiligdom. Dat ze op elkaar lijken komt door het vergelijkbare architectonische probleem waar ze een antwoord op vormden: wanneer je een monumentaal, reusachtig bouwwerk wilt neerzetten zonder de technologie om hoge muren en grote overspanningen te maken ontkom je niet aan het opstapelen van een reusachtige molshoop van stenen.

    3. eduard

      Ik zou het eerder een onderschatting van de menselijke creativiteit noemen. Als mensen werkelijk zo creatief waren zouden er evenveel verschillende verhalen als mensen zijn geweest, maar in werkelijkheid praten de meeste mensen elkaar na, zodat de hoeveelheid verhalen relatief beperkt is terwijl de hoeveelheid mogelijke verhalen oneindig is. Gelukkig is er de onbedoelde creativiteit, niemand kan precies nazeggen wat hem verteld is, zodat ieder mens toch zijn unieke variant van een verhaal vertelt.

  4. jacob krekel

    Mensen verschillen maar heel weinig van elkaar, minder dan b.v. chimpanzees van elkaar verschillen. Dat onder vergelijkbare omstandigheden vergelijkbare verhalen ontstaan (of andere cultuuruitingen, de piramiden uit Midden Amerika zijn niet uit Egypte komen overwaaien),is niet verbazingwekkend. Gelijke verhalen van zeelieden zijn alleen maar te verwachten. Die overeenkomst in piramides heeft heel wat alternatieve theorieën doen ontstaan (zoals dat ze eigenlijk uit Atlantis kwamen, maar het idee van een piramide is heel eenvoudig. Dat geldt voor meer van de thema’s die hierboven genoemd worden.
    Wat in orale tradities ook intrigeert is hoe goed schriftloze culturen verhalen kunnen doorgeven. De Britten schijnen een afgelegen vallei in Pakistan betreden te hebben, waar men elkaar nog doorvertelde over Alexander de grote. Maar ook het vergeten gaat makkelijk. De Anasazi, die bij de Grand Canyon wonen, waren vergeten dat ze twee eeuwen eerder daar gekomen waren. Er was wel archeologisch bewijs van hun migratie.

  5. Kees Claassen

    Willem de Ridder, de meesterverteller van sprookjes, heeft het duidelijk gezegd: verhalen (sproke, sage) zijn altijd doorverteld, onveranderd tot op de letter. Kinderen willen het sprookje altijd letterlijk voorgelezen krijgen zonder een eigen interpretatie van de voorlezer. Zo moest het vele eeuwenlang ook van de volwassenen die naar de verhalenvertellers kwamen luisteren.
    De klad kwam erin, zegt Willem de Ridder, met het schrift, toen de schrijvers hun eigen interpretaties ongestraft en niet meer gecorrigeerd door de lezers, gingen invullen. Zo ontstonden de variaties op de ooit eensluidende verhalen.

  6. Debby Teusink

    Dat er sprake van een mediterane cultuur zou zijn, geldt misschien voor de vierde eeuw na Christus, maar in de eerste eeuw zou men toch makkelijk de verschillen kunnen zien tussen, Joden, Egyptenaren, Iberiërs en Grieken. De Romeinen verschilden ook op nogal in het oog springende zaken. Gladiatoren om maar iets te noemen. Goden zoals Ops en Veíovis of Quirinus, kennen geen Griekse pendanten. De vrijheid van vrouwen bij de Romeinen en de mogelijkheid voor iedereen( mannen) om het Romeins staatsburgerschap te krijgen. Maar ook zaken als de waterwerken en de wegen, de architectuur en de badcultuur waren compleet anders, men zou zelfs kunnen spreken over een Romeinse cultuur.
    By the way, ik denk dat je Lot met Abraham verwart.

  7. Manfred

    “Het mandje waarin Mozes de Nijl afdreef, vervoerde Sargon van Akkad door het Tweestromenland, nam Romulus en Remus mee naar Rome en spoelde uiteindelijk aan bij de Kinderdijk.”

    Goed mandje wel. Zo maken ze die tegenwoordig niet meer.

  8. Jos Houtsma

    Mobiliteit, oké. Maar oraliteit is wel een glibberig begrip hoor. Natuurlijk, mensen horen dingen van elkaar, en zo komen ongetwijfeld de meeste verhalen in de wereld. Maar, wat Willem de Ridder ook gezegd heeft, als mensen beschikken over schrift, kun je maar heel zelden met zekerheid vaststellen dat overlevering niet tenminste voor een deel ook schriftelijk heeft plaatsgevonden. En als je goed kijkt, blijkt niet zelden dat, waar wordt gesproken van mondelinge overlevering, overlevering via schriftelijke bronnen aantoonbaar een rol heeft gespeeld.

Reacties zijn gesloten.