De aqedah

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Nog even een stukje naar aanleiding van iets dat ik eergisteren schreef over het offerdier, waarvan de poten waren gebonden. Ik moest ineens denken aan de aqedah, het “vastbinden” van de jonge Isaak door Abraham, de aartsvader. Het verhaal wordt verteld in Genesis 22 en begint met het onthutsende bevel van God dat Abraham zijn enige zoon moet offeren op een bergtop. Voor het goede begrip: dit soort offers kwamen in de oude wereld voor maar golden binnen het jodendom als volkomen onaanvaardbaar.

Isaak zei: “Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?”
Abraham antwoordde: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.”
En samen gingen zij verder. Toen zij de plaats bereikt hadden die God hem had aangewezen, bouwde Abraham daar een altaar, stapelde er het hout op, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, boven op het hout. Toen Abraham echter zijn hand uitstak naar het mes om daarmee zijn zoon de keel af te snijden, riep de engel van Jahwe hem van uit de hemel toe: “Abraham, Abraham!”
En hij antwoordde: “Hier ben ik.”
Hij zei: “Raak de jongen met geen vinger aan en doe hem niets! Ik weet nu dat gij god vreest, want gij hebt Mij uw zoon, uw enige, niet willen onthouden.”
Abraham keek om zich heen en bemerkte een ram, die met zijn horens in het struikgewas vastzat. Hij greep de ram en droeg die als brandoffer op, in plaats van zijn zoon.

Waarmee Abrahams woorden dat God zelf wel voor een offerdier zou zorgen in vervulling gingen. De gelukkig afloop laat onverlet dat dit verhaal in elk geval mij nog altijd weet te schokken.

In de christelijke traditie wordt de nadruk gelegd op het geloof van Abraham, maar dat is niet de enig denkbare manier om met dit verhaal om te gaan. Aan het begin van onze jaartelling lag binnen het jodendom de nadruk op de bereidheid van Isaak om zich te laten binden en te laten offeren om zo de zonden van de wereld weg te nemen. In de hervertelling door de auteur die bekendstaat als Pseudo-Philo vraagt Isaak “Ben ik niet geboren om als offer te worden aangeboden?”

Dit is een vrij belangrijk punt, want het betekent dat het niet nodig is buiten het jodendom te kijken om de herkomst te zien van het christelijke idee dat Jezus is gestorven voor andermans zonden. Jezusmythicisten, die liever geen Jezus willen dan een joodse, willen nog weleens Griekse en hellenistische mythen erbij slepen (bijvoorbeeld Alkestis), maar we hebben dus gewoon binnen het jodendom een voorbeeld. Anders gezegd: we hebben een nabije parallel die alles verklaart en hoeven dus niet op zoek naar een parallel in een andere tijd en een ander land.

41 gedachtes over “De aqedah

  1. jacob krekel

    In de protestantse traditie wordt er ook de nadruk opgelegd dat dit verhaal laat zien dat we hier te maken hebben met een God die het kinderoffer afwijst, in tegenstelling tot vele andere goden.
    Volgens Maneschijn is dat ook een belangrijk verschil met het verhaal zoals het in de Koran wordt verteld, dat volgens hem veel platter is, en dat je niet op deze manier kunt lezen.
    Maar als de dood van Jezus, en wat daarop volgde, geïnterpreteerd is als het offer voor velen, zoals in het Nieuwe Testament, dan hebben we hier maken met een God die wel zijn eigen zoon offert. Zo heb ik het nooit eerder gezien en daar moet ik nog eens over nadenken.

    1. FrankB

      “dat volgens hem veel platter is”
      Dan word ik meteen nieuwsgierig – hoe meet Maneschijn de dikte van een verhaal? Zonder antwoord neig ik naar de conclusie dat hij met deze uitdrukking zijn eigen voorkeuren aan het ventileren is. Dat komt me goed uit – alweer een reden theologie niet serieus te nemen.

      “daar moet ik nog eens over nadenken.”
      Dat is nou het voordeel van verstokt ongelovige te zijn – ik hoef dat niet. Scheelt me tijd.

        1. De “dikte” van een verhaal is afhankelijk van de diepgang en de mogelijkheid tot interpretatie. Het is argument is dus niet theologisch, maar literair-theoretisch.

          Een ongelovige gelooft niet. Een verstokt ongelovige verkeert in de veronderstelling dat dit standpunt tot in den treure verdedigd moet worden.

          1. FrankB

            Dat is ook een definitie, maar niet degene die ik hanteer.

            “De “dikte” van een verhaal is afhankelijk van de diepgang”
            Tja, dat is een tautologie en roept uiteraard meteen de vraag op: hoe meten we diepgang dan? Voor literaire kritiek heb ik respect en ik vind het dan ook moeilijk te geloven dat dit een “literair-theoretisch argument” is.

            “en de mogelijkheid tot interpretatie.”
            Dat is al beter, veel beter zelfs. Al zou ik juist hier niet de term “argument” willen gebruiken, omdat daar binnen de kortste keren een waarde oordeel aan vast zit.

        1. Thomas

          Ongelovig zijn betekent dat je bepaalde discussies langs je heen kunt laten gaan, omdat ze niet relevant voor je zijn. Theologie is ingewikkeld en uiteindelijk futiel. Omgekeerd zijn er natuurlijk ook gelovigen die veronderstellen dat bepaalde kwesties geen aandacht behoeven omdat ze het antwoord al denken te kennen.

        2. FrankB

          Als gelovig zijn betekent dat men woorden van ongelovigen moet verdraaien lijkt me dat nog veel minder een voordeel. Dat is precies wat u doet. Aan de andere kant is het wel weer fijn dat u mijn vooroordelen zo keurig bevestigt.

  2. Ik ben geen schriftgeleerde noch historicus, maar waag toch iets op te merken.
    Ik lees deze tekst als aanduiding van het moment dat mensenoffers niet meer als normaal gezien werden en vervangen werden door dierlijke offers. Zoals later de overgang kwam dat dierenoffers vervangen werden door geldelijke offers (aflaten).

    1. Thomas

      Ja, dat is een bekende interpretatie. Mij dunkt dat je niet hard kunt maken dat er sprake is van een strikte opvolging. Het lijkt me stug dat er een begintijd was waarin uitsluitend mensen geofferd werden en geen dieren. Het is veel waarschijnlijker dat mensen- en dierenoffers lange tijd naast elkaar hebben bestaan.

  3. FrankB

    “Anders gezegd …..”
    Je kunt wel raden wat het antwoord van JM’s zal zijn: de Pseudo-Philo is geschreven na de Evangeliën. Al zijn er wel halve zolen die ook die ergens in de Tweede Eeuw dateren, maar daar zijn het kwakwetenschappers voor – die maken zich niet druk om zaken als coherentie en consistentie. Dat is alleen maar lastig als je een voorop gezette conclusie hebt.
    Mijn antwoord is dus: nou en? De Joden werden geregeerd door Romeinen. Er is niets bijzonders aan externe culturele invloeden op het vroege christendom. Die ondersteunen JM net zo min als uit het raam kijken een platte Aarde ondersteunt.

  4. Marien Grashoff

    Bedankt voor dit heldere stukje! De conclusie deel ik: je hebt geen buiten-Joodse bronnen nodig om het nieuwtestamentische idee van Jezus’ dood ‘voor ons’ (Romeinen 5,8) te kunnen verstaan. Opwekking uit de doden vinden we al in 2 Makkabeeën 7,9-14 bijvoorbeeld. Overigens is het ontjoodsen van Jezus een christelijke oerzonde met hele oude papyri.

    Toch twee opmerkingen van religieuze aard (waarvoor geen excuses).

    Het idee dat de dood van Jezus ‘voor ons’ een kwestie was van het ‘voldoen’ van zonden, en wel alle zonden van alle mensen, is een middeleeuwse theologische duiding die hoofdzakelijk is toe te schrijven aan Anselmus van Canterbury (1033-1109). Daarnaast zijn er overigens ook altijd minder heilseconomische interpretaties geweest, bijvoorbeeld van Abelardus (1079-1149). In de 16e eeuw hebben protestanten Anselmus exclusief op de voorgrond gezet en vandaag de dag mag die interpretatie met graagte als evident de enig ware worden verkondigd. Maar of dat inderdaad ‘hèt’ christelijk geloof is, waag ik te betwijfelen. Niet het mijne in elk geval. In veel vroegchristelijke gemeenten werd het verhaal van Pasen gevierd met de nadruk op Jezus’ afdalen in het dodenrijk om daar de zielen van de gestorvenen te bevrijden, niet om enige ‘schuld’ te voldoen. De fixatie op schuld en zonde is sowieso meer middeleeuws dan antiek. Oorspronkelijk ging het de evangelisten vooral om een antwoord op de vraag hoe het kon dat een rechtvaardige (tsaddiek) aan het kruis kon eindigen, en met hun interpretatie van de Joodse profeten en de boeken van de Makkabbeën in de hand gaven ze als antwoord dat God de rechtvaardige ook voorbij de dood kan redden.

    In de rabbijnse uitleg van het verhaal in Genesis 22 – de binding van Isaak – wordt ook benadrukt dat het ‘God’ is die Abraham op weg stuurt om te offeren en dat is dan vooral een algemene aanduiding voor ‘godheid’. Maar het keerpunt in het verhaal is dat ‘een engel van JHWH’ (malach adonaj) Abraham sprekend tot de orde roept. Bij ‘God’ staat rechtvaardigheid voorop, bij ‘JHWH’ barmhartigheid. En het was juist die ‘JHWH’ die Abraham ‘in den beginne’ had geroepen om überhaupt op weg te gaan (Genesis 12,1). Dan gaat het dus inderdaad niet zozeer om ‘het geloof’ van Abraham, maar meer om diens ‘horen en doen’ (Exodus 24,7).

  5. jan kroeze

    Fraai relief, een man met een mes en een relatief grote hand. Een mooie verbeelding.
    Maar: dit verhaal weet me nog steeds te schokken. Daar zou ik bijna uit willen afleiden dat er behoorlijk wat bijbelverhalen die je nog steeds enorm weten te schokken. Voor mij is dit intrigerend. Want waarom ?

    1. Henk Smout

      Kaïn was landbouwer en Abel was herder. De juffrouw in de eerste klas van de lagere school zei dat Kaïn rot fruit en groente offerde. Een protestants vriendje die pas op latere leeftijd op catechisatie ging, leerde van de dominee dat God bloed wilde zien.

    2. Thomas

      In dit verhaal verklaart een vader zich bereid zijn zoon te offeren omwille van zijn geloof en zijn zoon verklaart zich bereid geofferd te worden. Dat is schokkend. Probeer je maar eens in die situatie te verplaatsen en je in te leven in de personages. De boodschap is bovendien dat deze mensen in de ogen van God de juiste keuzes maken.

        1. De vraag was waarom dit verhaal schokkend is. Dit is mijn antwoord.

          Je beweert dat ’t verhaal meer diepgang heeft, maar je voelt je niet geroepen dat te onderbouwen? Dat vind ik tamelijk flauw.

          1. Marien Grashoff

            Ach, je zei eerder zelf iets over de ‘dikte’ van een verhaal. Daar haakte ik op in. Ik wil best verder onderbouwen, maar dan wordt het een langer antwoord.

            Jona trekt in zijn stukje een feitelijke conclusie, zeg maar op godsdienstwetenschappelijk niveau. Ongeveer: sterven ‘voor een ander’ is geen christelijk of van oorsprong heidens idee, want het kwam al voor in het hellenistische jodendom. Daar kan ik mij in vinden.

            In de reacties loopt men vervolgens storm op de onbegrijpelijkheid danwel belachelijkheid van het bijbelverhaal over Abraham die zijn zoon Isaak moet offeren. Maar de kritiek blijft nogal aan de oppervlakte steken doordat het verhaal wordt gelezen als een verslag van een gebeurtenis. Enige verdieping is er als je vraagt naar de psychologie van vader en zoon. Maar wat de reacties vooral kenmerkt is dat ze niet loskomen van een beperkt westers en modern kader. Daarin is alles wat het is, en nooit meer dan dat. En een verhaal als dit ‘psychologisch’ lezen leidt er dan vooral toe dat je je eigen emoties erop projecteert. Kortom, ik vind dat de meeste reacties lijden aan wat Ger Harmsen vroeger noemde ‘ideologische bevangenheid’. Ofwel een probleem met hermeneuse en semantiek.

            Het verhaal van Abraham en Isaak is zeker schokkend en het lijkt mij ook nadrukkelijk de bedoeling van de verteller dat het schokt. Maar niet op het niveau van feitelijkheid – ‘hoe kan een god-die-niet-bestaat nu spreken tegen een mens?’ – of psychologie – ‘hoe kan een vader dat nu doen met zijn zoon?’. Het verhaal is vooral schokkend op religieus niveau. Dat niveau zou ik omschrijven als de laag waarin het gaat om zingeving, om een plaatsbepaling van mensen tegenover hun ervaring van het grote geheel. Op dat niveau worden denken, voelen of willen absoluut niet uitgeschakeld, maar het werkt allemaal net even anders.

            Dan lijkt het er in het eerste deel van het verhaal op dat een mensenleven niet telt en kan worden weggegeven aan een anonieme godheid. Vertaald naar onze culturele situatie: mensen mogen zonder meer geofferd worden aan het grote belang, zij het staat of economie. De wending in het verhaal wordt gekenmerkt door een verandering van naam voor die godheid: van het algemene ‘God’ (het Hebreeuws kan ook vertaald worden met ‘goden’) naar het specifieke ‘JHWH’ (de godsnaam die niet wordt uitgesproken). Boodschap: geen mensenoffers, je hoeft met deze godheid geen rituele, sacrale of economische ruil te bedrijven. Het schokkende is dat de godheid aanvankelijk het gebruikelijke wrede en willekeurige gezicht lijkt te tonen dat alle heidense goden vertrouwd is, maar dat dat niet het ware gezicht is.

            Terug naar het niveau van de feitelijkheid van wie dit verhaal hoort: er blijven nog een hoop vraagtekens over. Het is dan aan de lezer om daar iets mee te doen (of niet, want dit soort verhalen zijn geen wet in juridische zin, maar uitdagers en richtingwijzers). Dan kun je gaan uitvlassen hoe het gezeten zal hebben met mensenoffers en dierenoffers, maar dat helpt je niet verder om bij de diepere laag van het verhaal te komen – gesteld dat je daarover überhaupt een onderbouwd oordeel kunt vormen.

            Dat het verhaal zou draaien om het ‘geloof’ van Abraham is een exclusieve interpretatie van de brief aan de Hebreeën, die in het Nieuwe Testament toch enigszins een buitenbeentje is. Ik zou ‘geloof’ eerder zoeken, als dat nodig is, bij Isaak die er op lijkt te vertrouwen dat dat hele vastbinden – aqedah – niet tot zijn dood zal leiden. Of Isaak in de Joodse uitleg inderdaad zijn leven aanbiedt ‘voor de zonden’ van het volk – Jona noemt dat in zijn stukje – weet ik niet zo zeker. Volgens mij ziet de rabbijnse uitleg Isaak als plaatsvervanger voor het volk Israël, met als spits dat dat volk juist niet ‘geofferd’ hoeft te worden. Het idee van ‘sterven om voor anderen de zonden te boeten’ is dominant aanwezig in christelijke uitleg, maar er zijn in diezelfde traditie ook altijd andere stemmen geweest. Die lijken mij, juist op grond ook van Genesis 22, sympathieker en wijzer.

            Mijn pleidooi is dus om bij het lezen van dit soort verhalen enige moeite te doen om verder te kijken dan enkel de oppervlakte en daarbij ook enig respect op te brengen voor het perspectief van de schrijvers (m/v) ervan. Ik dacht dat je zoiets ook bedoelde met je opmerking over de ‘dikte’ van een verhaal.

      1. FrankB

        Och, ik weet het nog zo net niet. Als je de betreffende zaak maar belangrijk genoeg vindt verandert “schokkend” vanzelf in “bewonderenswaardig”. In het verzet tegen de nazi’s zijn daar genoeg voorbeelden van te vinden. Het schokkende zou dan zitten in de absolute gehoorzaamheid aan de één of andere god. Maar dat lijkt mij tamelijk kenmerkend voor die tijd en omgeving.

    3. eduard

      Het is toch schokkend dat zo veel mensen een god aanbidden die volgens hun eigen overlevering zo akelig onzeker en jaloers is dat Hij voortdurend bewijzen van de liefde van zijn gelovigen eist, hen op de mestvaalt doet belanden, beveelt hun zoon te offeren, of anderszins het leven zuur maakt om maar bewijs van hun liefde te krijgen. Zoals Loius CK over dit verhaal zei: “God is a shitty girlfriend.”

      1. Robert

        “Het is toch schokkend dat zo veel mensen een god aanbidden die volgens hun eigen overlevering zo akelig [etc]”

        Alleen als dat het hele verhaal zou zijn. Maar als je je ook verdiept in de rest van het verhaal en begrijpt dat je omschrijving wel een heel erg aangedikt en klein stukje is, begrijp je misschien waarom al die mensen dat kunnen en willen.
        Of misschien ook niet.
        Maar ik zou sowieso willen dat ik meer van een onderwerp wist voordat ik zulk scherp commentaar zou leveren.

        1. eduard

          Aha Robert, het autoriteitsargument, ik weet er niets van, anderen wel en die snappen het. Dat zou ik best willen geloven als je een tipje van de sluier zou oplichten …

          1. FrankB

            En hier hebben we er nog één die de woorden van zijn opponent verdraait om aan zijn non-argument te kunnen vasthouden.
            Het blijft zielig.
            Hint: verdere studie aanbevelen zoals Robert doet is geen autoriteitsargument.

      2. FrankB

        Zucht. Wat ik nou schokkend vind zijn religiecritici die gelovigen vertellen hoe ze moeten geloven en welke tradities en overleveringen ze moeten accepteren. Juist omdat ikzelf religie graag mag bekritiseren vind ik dat nog schokkender dan gelovigen die mij vertellen wat mijn ongeloof voor mij betekent.

  6. Jeroen

    Eh… wordt Isaak’s bereidheid tot (zelf-)opoffering niet onderuit gehaald door het feit dat hij kennelijk moest worden vastgebonden?

    … en hoe was de sfeer tussen pa en zoon ’s avonds tijdens de borrel….”zo.. eh.. hoe was jouw dag, jongen?”

  7. Dit laatste heb ik me ook altijd afgevraagd: hoe was de relatie tussen vader en zoon na dit incident. Of beter: waarom stonden de schrijvers en lezers van dit verhaal daar niet bij stil.
    Ik las het OT in de eersteklas van de middelbare school (hoorde bij de verplichte boeken) achter elkaar uit maar sloeg daarbij wel delen als Psalmen, Spreuken en Hooglied over. Spannende geschiedenis dus. Maar deze episode schokte mij dermate dat het nog lang in mijn hoofd bleef hangen.

    1. Dirk

      Misschien is men in mythische verhalen minder geïnteresseerd in de psychologie van individuen dan. Net zo in sprookjes trouwens: psychiaters zouden nogal kunnen verdienen aan Hans en Grietje.
      De personages en de gebeurtenissen bestaan vooral om een visie op de relatie God-mens te verduidelijken.

      1. FrankB

        Eerder: op een geïdealiseerde relatie – want of dat in de praktijk ook zo werkte betwijfel ik ten zeerste. Ik ben namelijk in het algemeen nauwelijks onder de indruk van de psychologische inzichten die in de Bijbel worden geventileerd. De ouwe Grieken snapten heel wat beter hoe de menselijke geest werkte.

        1. jan kroeze

          @frankb: hoe weet je dat de oude grieken beter wisten hoe de menselijke geest werkt? Daar is geen bewijs voor. Je kan net zo goed het tegenovergestelde beweren.

  8. sara

    Dat offers van kinderen binnen het jodendom als volkomen onaanvaardbaar gold, lijkt te worden weersproken door o.a. de Catholic Encyclopedia’ (sacifice):
    (in engelse vertaling) “It is true that the baneful influence of pagan environment won the upper hand from the time of king Achaz tot that of Josias to such an extent that in the ill-omened Valley of Hinnom near Jerusalem thousands of innocent children werd sacrified to Moloch.”

    Tenminste als je ervan uitgaat dat de favoriete godheid van de Kannaanieten en Israelieten ‘El’ was, bij de Romeinen Saturnus, die weer de belangrijkste godheid was van de Carthagers, die de Phoeniciers gekoloniseerd hadden, die dezelfde godheid weer aanbaden onder de naam van ‘Moloch’, aan wie frequent mensenoffers en ook van kinderen werden gedaan.

    Dus wie hebben daar bij Jerusalem zoveel kinderen/mensen geofferd? Phoeniciers en/of Israelieten of andere Semieten?

      1. Marien Grashoff

        Inderdaad: dat verhaal van die kinderoffers in het Hinnomdal (aka Gehenna) wordt tegenwoordig niet meer serieus genomen (ook al houdt Wikipedia dat nog vol, op grond van een waarschijnlijk even verouderde bron als de Catholic Encyclopaedia). Het is tegenwoordig overigens een keurig park geworden.

  9. Mag je over tijd waarin dit verhaal speelt wel spreken over een Joodse religie.
    Is het wellicht slechts een (van de vele) religies waaruit de Joodse religie is voortgekomen.
    En een religie (of een conglomeraat van religies) in een bevolking die later uitgroeide tot de concrete eenheid, die zich het Joodse volk ging noemen.

    1. Marien Grashoff

      Lees: Jona Lendering, ‘Israël verdeeld: Hoe uit een klein Koninkrijk twee wereldreligies ontstonden’ – en je vindt je antwoord.

  10. Bob de Jong

    Ik vind de paragraaf “Jezusmythicisten, die liever geen Jezus willen dan een joodse, willen nog weleens Griekse en hellenistische mythen erbij slepen (bijvoorbeeld Alkestis), maar we hebben dus gewoon binnen het jodendom een voorbeeld.” nogal misplaatst in de overig interessante blogpost.

    Er zijn een aantal stromingen binnen de JM. Het is niet duidelijk op wie Jona Lendering precies doelt, maar ik denk niet dat een van die stromingen moeite heeft met joodse invloeden op de manier waarop Jezus verstaan wordt. Een bekend JM als Richard Carrier betoogt juist hoe Paul (de apostel) tot een puur ‘hemelse’ Jezus komt op basis van de joodse geschriften!
    Inderdaad betrekken JM vaak niet-joodse invloeden in het beeld, zoals hellenistische invloeden. Pseudo-Philo beschrijft de aqedah van Isaac wel als een offer om vergiffenis voor de zonden van het volk te verkrijgen. Maar dat wil niet zeggen dat het Christendom juist op deze passage het offer van Jezus baseerde. Zoals Ceasar al zei “Pro vita hominis nisi hominis vita reddatur, non posse aliter deorum immortalium numen placari arbitrant”.
    We vinden het offer (vaak van een familielid c.q. zoon al bij de Babyloniers (het Sakaia festival), Cronus, koning van de Phoeniciers (verteld door Eusebius), de koning van Moab (2 Koningen 3) etc. Kortom, het offer van een individu ten behoeve van het gehele volk vindt men in vele godsdiensten, niet alleen in het jodendom.

    Met deze 2 observaties valt de onderbouwing voor bovenstaande ‘JM paragraaf’ wat mij betreft geheel weg.

      1. Bob de Jong

        Ik heb wel wat over Bruno Bauer gelezen. Hij was aktief zo halverwege de 19e eeuw, en sinds die tijd hebben veel theorieën over het ontstaan van religie – inclusief mythicisme – zich behoorlijk ontwikkeld. Er is bijvoorbeeld weinig overlap tussen Bauer en tegenwoordige JM als Carrier, Price etc.
        Zeer kort samengevat, zag Bauer het Christendom als een product van Joodse filosofie (Philo) en hellenisme (stoicisime). Hij was dus ook geen JM die “Griekse en hellenistische mythen erbij sleepte” of het jodendom wilde uitsluiten van de oorsprong van een puur spirituele Jezus.

Reacties zijn gesloten.