De Tuinman en de Hond 

Beeld van een hond uit Volubilis (Museum van Rabat)

Ik had Aisopos’ fabel van de Tuinman en de Hond vandaag even nodig en ontdekte dat die op het internet maar op één plek was te vinden. Op de website van de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren vanzelfsprekend. Met dit stukje is deze mooie fabel, naverteld door Arthur van Schendel, er twee keer.

De hond van een tuinman viel in een diepe put, waaruit zijn baas met een emmer aan een touw water placht te halen voor de planten. Toen het de baas niet lukte de hond met die emmer eruit te krijgen, daalde hij zelf in de put af om hem te redden. Maar de hond dacht dat hij kwam om zeker te zijn dat hij daar verdronk, daarom beet hij hem zodra hij de hand naar hem uitstrekte, met het gevolg dat de tuinman hem aan zijn lot overliet en weer naar boven klom, terwijl hij bij zichzelf zei: ‘Dat heb ik ervan als ik een beest wil redden dat zich van kant wil maken.’


 

12 gedachtes over “De Tuinman en de Hond 

  1. Wat moet je nu met een put met een lijk erin? De logische gedachtengang ontbreekt in het verhaaltje. Ik snap de clou maar je krijgt er een extra probleem bij, erg onhandig.

    1. De hele fabel is niet realistisch natuurlijk. Zoals ik honden ken, zijn het slimme beesten, die perfect weten – ik denk dat ze goed lichaamstaal verstaan – of mensen het goed of slecht bedoelen. We vinden dat zelfs zó vanzelfsprekend, dat we een hond die onze bedoelingen niet lijkt te kennen, aanduiden als vals. Ik denk niet dat deze fabel is geschreven door een echte hondenkenner.

      1. FrankB

        Dat is nog maar de vraag. Zie je, mensen die dreigen te verdrinken raken zodanig in paniek dat ze aanzwemmende redders in gevaar brengen. Misschien gaat dat voor honden ook op.

      2. jan kroeze

        @jona, meestal worden honden vals gemaakt door een slechte opvoeding zoals schoppen bv. Je ziet nog weleens bij honden die geimporteerd worden uit Zuid-Europa. Doodzonde. Zelf heb ik een tijd een hond gehad waar iets fout zat in z’n hoofd, als baasje altijd waakzaam en altijd minstens 100 meter vooruitkijken. Heel lastig, ze ging overigens op vrij jonge leeftijd dood. M’n laatste hond was een schat, iemand waar je op kon bouwen, nooit problemen, zogezegd een wereldhond, er komt dus geen volgende, geen hond die aan hem kan tippen.

    2. Jeroen

      Nou.. daar dachten wij in Velsen toch anders over…een dode legionair in de put, kwam de belegeraars klaarblijkelijk heel goed van pas.

      Maar de fabel (mag ik het zo noemen?) zal uiteraard eerder gaan over hoe we soms wantrouwen voelen voor de bedoelingen van anderen, zelfs als zij er in feite slechts op uit zijn om ons uit de put te helpen…

      En de tuinman zal hebben gedacht; ‘als je geen hulp wilt accepteren, zal dan maar in de stront’

      😉

  2. Willem van Bentum

    Deze fabel is van Camerarius. Hij is te vinden op de site van Laura Gibbs Bestiaria Latina 838 met een illustratie van Croxall:
    Olitor et Canis. Delapsum in puteum canem olitor servare et retrahere cupiens, demisit et eodem se ipse. Canis, veritus ne descendisset sibi nocendi gratia et ut suffocaret demersum, dentibus illum petebat et morsu lacerabat. Tum saucius olitor, cum dolore, “Iure mihi,” inquit, “hoc accidisse fateor. Cur enim auctorem ipsum sibi interitus ego servare volui?”

    M0838 = Perry120. Source: Camerarius 66. This is Perry 120. Compare the fable of the man taking pity on a snake, #622.
    Posted by Laura Gibbs

    1. @Henk Smout: het nog even extra googelen naar de boer en de beer bracht me op een bericht van Metro nieuws over een Chinese boer die een zielig zwerfhondje gevonden dacht te hebben dat bleek uit te groeien tot een beer. En dat brengt me dan weer op de studie van Michel Pastoureau over de beer: The bear, history of a fallen king, waar ik zeer van heb genoten. Wat natuurlijk allemaal niets te maken heeft met honden die in fabels figureren.
      Dank voor de link naar Karel van het Reve!

Reacties zijn gesloten.