Libanon en tabouleh

Hoewel Libanezen tabouleh beschouwen als hun nationale gerecht, is het een salade die wordt gegeten in het gehele Midden-Oosten. Het gaat om een stevige hoeveelheid fijngesneden peterselie met blokjes of schijfjes tomaat. Daarnaast kun je er stukjes bosui en munt in aantreffen, en vaak ook gemalen tarwe (bulgur). Tabouleh wordt op smaak gebracht met olijfolie, peper, zout en vooral citroensap, wat zorgt voor de frisse smaak.

“Libanon is als tabouleh”, hoorde ik in Sidon vertellen: je kunt de peterselie niet weglaten, want dan is het geen tabouleh meer. Waarna, in goede oosterse vertellerstraditie, de spreker alle ingrediënten opsomde: je kon de tomaten niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon het citroensap niet weglaten, “want dan is het geen tabouleh meer”, je kon de olie niet weglaten… Het voorbeeld was precies wat ik nodig had om aan u uit te leggen wat me zo aantrekt in Libanon.

Libanon mag dan in de negentiende eeuw zijn ontstaan als een veilig thuisland voor de bedreigde christenen van het Midden-Oosten, die zijn allang de meerderheid niet meer. Er is echter geen andere meerderheid voor in de plaats gekomen. Iedereen behoort in dit land tot een minderheid en dat betekent dat niemand iets kan bereiken als ’ie niet de moeite neemt met anderen samen te werken.

Dat wil niet zeggen dat hier alles koek en ei is. Ik heb hier mensen dingen horen zeggen over andere bevolkingsgroepen die in Nederland vermoedelijk alleen aan de uiterste rechterkant van het politieke spectrum aanvaardbaar zouden zijn. De andere kant is dat de Libanezen, voor zover ik het kan overzien, andere groepen altijd blijven rekenen tot de “wij”, ook al is men het er nog zo mee oneens. Ik ervaar dat in Nederland minder.

In Chtaura bood een taalkundige me een andere theorie voor het karakter van Libanon, die niet strijdig is met de vorige: het land was een mandaatgebied van de Fransen en niet van de Engelsen. Engelsen waren gewend naast het Arabisch alleen Engels te spreken; Fransen waren daarentegen meertalig, ook al was dat vermoedelijk à contre-coeur en zouden ze hebben gewild dat ze in het Midden-Oosten niet ook Engels en Duits hoefden spreken. De Franse koloniale scholen waren meertalig en dat leverde leerlingen op die vrij open stonden voor andere ideeën. Ik weet niet of je werkelijk zo kunt spreken over taal, cultuur en psyche, maar het valt minimaal te overwegen.

In elk geval: Libanon is pluriform en de mensen anticiperen op andermans reacties. Dat leidt tot een zekere voorkomendheid en tot een vermogen iets van twee kanten te bekijken. Ik waardeer dat, misschien wel omdat ik zelf vanaf een bepaald punt niet langer weet hoe ik voorkomend kan zijn.

En verder is er het heerlijke eten, waarin het beste wordt gecombineerd van de Arabische, Turkse en Franse keuken. Er zijn hier prachtige musea en mooie oudheden. Het klimaat is vriendelijk en het licht is zacht. Vrouwen kunnen hier over straat zonder in de billen te worden geknepen. De toeristische infrastructuur is prima. En uiteindelijk is er nog iets: er is hier altijd de zee en ik houd nu eenmaal van havensteden.

Enfin. Ik stap later vandaag weer in het vliegtuig en ben morgen terug in eigen land, waar ongetwijfeld een berg werk op me wacht, al hoop ik ook op wat leuke fietstochtjes langs de mooie stadjes van Nederland en België.

6 gedachtes over “Libanon en tabouleh

  1. Rob Duijf

    ‘Iedereen behoort in dit land tot een minderheid en dat betekent dat niemand iets kan bereiken als ’ie niet de moeite neemt met anderen samen te werken.’

    Het is dan wel wat je ‘samenwerken’ noemt, hoor: moeizaam pragmatisch voortmodderen in een poging door één deur te komen. In Nederland noemen we dat ‘polderen’. Daar is heel wat tolerantieolie voor nodig, maar het blijft een wankel evenwicht. Probleem met minderheden is bovendien, dat men zich altijd achtergesteld voelt t.o.v. anderen. Er hoeft maar iets te gebeuren en de boel knalt. Hoe vaak hebben we dat de afgelopen decennia niet gezien… Zolang men zich blijft identificeren met het eigen cluppie en blijft denken in termen van ‘hullie en zullie’ wordt het niks met die samenwerking.

    Gelukkig is het ondanks alle fysieke en geestelijke littekens dus nog steeds een mooi en gastvrij land, hè? Geniet er nog maar even van, Jona. Straks zit je weer achter een bord met spruitjes… 😉

      1. Rob Duijf

        Oh ja, daar krijgen ze een lekker notig smaakje van! Op het eind een paar pijnboompitjes meebakken en besprenkelen met citroensap. Zo lust ik ze ook wel! 😋

      2. Manfred

        “uren laten sudderen op een laag pitje, zoals wijlen mijn grootmoeder”

        Nee, daar kunnen grootmoeders niet tegen.
        Wat had ze je eigenlijk misdaan?

Reacties zijn gesloten.