Oorlog om Armenië (2)

Corbulo (Louvre, Parijs)
Corbulo (Louvre, Parijs)

We zagen gisteren dat de Parthische koning Vologases in het jaar 52 n.Chr. zijn broer Tiridates als koning had geïnstalleerd in Armenië. Het was op een mislukking uitgelopen: een strenge winter en een epidemie, en mogelijk ook een door de Romeinen gestimuleerde opstand in Medië en Hyrkanië zorgde ervoor dat Vologases het veld moest ruimen. De legitieme koning van Armenië, Rhadamistus, keerde terug.

Die lijkt geconfronteerd te zijn geweest met edelen die de Parthen hadden gesteund en schijnt hard tegen ze te zijn opgetreden. Te hard. De Armeniërs ervoeren Rhadamistus als een tiran en het hielp hem niet dat hij zelf, net als de Parthische Tiridates, geen Armeniër was. Wat niemand had zien aankomen, gebeurde nu toch: de Armeniërs nodigden Tiridates uit om terug te komen. En zoals we zagen, hadden de Armeniërs geen zelfbeschikkingsrecht: de Romeinen mochten een koning aanwijzen en volgens hen was dat nog altijd Rhadamistus. Hoe zou de pas aangetreden, onervaren keizer Nero reageren? De Romeinse historicus Tacitus maakt duidelijk dat de situatie werd beschouwd als een test voor de nieuwe machthebber en zijn adviseurs.

Die reageerde vooral traag, hoewel hij een bekende generaal stuurde, Gnaeus Domitius Corbulo. (U kunt hem kennen want hij is de man die het Corbulo-kanaal in Zuid-Holland heeft aangelegd, dat de Rijn bij Leiden verbindt met Voorburg en uiteindelijk de monding van de Maas.) Corbulo’s eerste taak was – heel merkwaardig – het reorganiseren van het leger in Galatië en Cappadocië, dat wil zeggen aan de bovenloop van de Eufraat. Tacitus vertelt dat het ongedisciplineerd was en training behoefde, maar dat is een van de clichés van de antieke letteren. In Romeinse bronnen moeten al vanaf de tweede eeuw v.Chr., toen Scipio Aemilianus voor Numantia stond, Romeinse legers eerst getraind worden.

Als Corbulo al terughoudend was, zal het eerder te maken hebben gehad met een poging tot de-escalatie. Zowel hij als zijn collega in Syrië, Ummidius, stuurden diplomaten naar het oosten. Wellicht was dit het moment waarop de opstand in Hyrkanië werd ontketend: “laat de barbaren de barbaren uitmoorden” was een goed militair principe, dat als voordeel had dat er geen Romeinse militairen sneuvelden, zodat de afschrikking intact bleef. Dreiging gaat, zoals bekend, immers alleen uit van levende soldaten.

Nero gaf ook opdracht aan zijn vazalkoningen om troepen te verzamelen. Koning Herodes Agrippa II van Judea was een van hen; Antiochus IV van Commagene bouwde een brug over de Eufraat. De keten aan kleine koninkrijkjes in het oosten werd ook gereorganiseerd. Een prins Sohaemus werd koning van Sophene (aan de Eufraat) en een familielid van Agrippa, Aristoboulos, werd benoemd tot koning van Klein-Armenië, een gebied dat, anders dan de naam doet vermoeden, in de Romeinse invloedssfeer lag in het noorden van het huidige Turkije. Ook Polemon, de heerser van Cilicië, lijkt troepen te hebben moeten leveren.

Kortom, de Romeinen wachtten af.

[Wordt vervolgd]

2 gedachtes over “Oorlog om Armenië (2)

  1. Frans

    Doet me denken aan wat er nu in Venezuela gebeurt: een strijd om de macht tussen twee mannen en buitenlandse mogendheden die zich er zo nodig mee moeten bemoeien.

  2. “Tacitus vertelt dat het ongedisciplineerd was en training behoefde, maar dat is een van de clichés van de antieke letteren.”

    Doet me denken aan het cliché dat men tegenwoordig gebruikt: ‘militaire oefening’. En die vindt dan wel heel erg toevallig plaats vlak bij het conflictgebied.

Reacties zijn gesloten.