Nagorno Karabach

Sargis Baghdasaryan, “Wij zijn onze bergen”

Deze week was ik even in Nagorno Karabach, een Armeense exclave binnen de grenzen van Azerbaijan. In de verwarde laatste jaren van de Sovjet-Unie streefde dit gebied naar aansluiting bij Armenië en toen Azerbaijan zich in 1991 onafhankelijk verklaarde van de Sovjet-Unie, riep Nagorno Karabach de onafhankelijkheid uit. De officiële naam is Republiek Artsakh. In de daarop volgende oorlog, die duurde tot 1994, veroverden de Karabachers het gebied dat hen scheidde van Armenië, zodat er nu twee Armeense staten naast elkaar liggen, met een grens die ze allebei liever kwijt zijn, maar die er nog wel even zal liggen omdat er geen vredesverdrag is en geen land ter wereld de onafhankelijkheid van Nagorno Karabach erkent, laat staan de veroveringen.

Er wordt aan de grenzen nog weleens geschoten en soms laait het geweld nog op: in 2016 is er nog vier dagen hard gevochten. De laatste vier maanden zijn er echter geen schietincidenten gemeld en vorige maand was er politiek overleg over de blauwdruk voor een door de OVSE voorgesteld vredesverdrag. Dat liep op niets uit, maar ik heb me laten vertellen dat veel Armeniërs menen dat de eigen regering sinds de democratische revolutie van vorig jaar geen behoefte meer heeft aan een buitenlandse vijand en daarom bereid zal zijn tot concessies. Ik vond dat interessant, want het illustreert dat de Armeniërs erkennen dat de Azeri’s niet de enige agressor zijn.

Ondertussen kan ik, zonder te overdrijven, zeggen dat Nagorno Karabach wonderschoon is. Iets kleiner dan Noord-Brabant maar met slechts 150.000 inwoners, is het vooral heel erg leeg. En heel erg groen. En heel erg bergachtig – wat ook blijkt uit de naam, want Nagorno is Russisch voor “bergachtig”. Dat het een bergland is, willen de bewoners weten ook: het beeld hierboven, dat staat langs de noordelijke toegangsweg tot de hoofdstad Stepanakert, heet “Wij zijn onze bergen”. Het dateert uit de jaren zestig en het is niet – of beter: niet alleen – wat het lijkt.

Wat het lijkt: twee oude mensen, gekleed in de kleding die de christelijke Karabachers droegen in de negentiende eeuw. De vrouw is dus voorzien van een afhangende hoofddoek en een doek die haar mond bedekt. Omdat het zo duidelijk twee oude mensen zijn, heet het beeld in de volksmond tatik-papik, “oma en opa”. De Sovjet-krant Pravda observeerde dat dit vermoedelijk ’s werelds eerste monument was voor twee honderdjarigen.

Maar er is meer. De steen is oranje, en dat is niet de lokale natuursteen, die wit is. (De  Ghazanchetsots-kathedraal van het nabijgelegen Shushi is een voorbeeld.) De gebruikte steen komt uit Armenië en dat is niet de enige manier waarop de kunstenaar, Sargis Baghdasaryan, benadrukt dat Karabach Armeens is. De vorm van het monument komt namelijk overeen met de twee toppen van de Ararat. Als Karabachers zeggen “Wij zijn onze bergen”, verwijzen ze naar Armeense bergen. Kortom, dit is in feite een symbool voor Karabachs Armeense identiteit.

Tijdens de oorlog van de vroege jaren negentig vluchtten Armeniërs uit Azerbaijan naar het westen en vluchtten de Azeri’s uit Nagorno Karabach naar het oosten. Ik heb niet kunnen ontdekken wat die laatste groep heeft gedacht van dit nationalistische monument, dat hen in feite maakte tot vreemdelingen in eigen land. Inmiddels worden de huizen die ooit van de Azeri’s uit Karabach zijn geweest, gebruikt om Armeniërs onder te brengen die de laatste afgelopen jaren zijn gevlucht vanuit Syrië. (Er is voor hen ook nieuwbouw langs de verbindingsweg tussen Karabach en Armenië.) Het land is, om dat lelijke woord maar te gebruiken, etnisch gezuiverd.

3 gedachtes over “Nagorno Karabach

  1. Ben Spaans

    In de geest ben ik er heel vaak geweest, vroeger op het docucentrum. Proberen iets zinnigs te zeggen over iets waar je nog nooit geweest bent…

    Het zou de Oudheid kunnen zijn…🙄

    1. Frans

      Wat let je. 🛫🛬 En je bent er! Ik had overigens wel een atlas nodig om dit allemaal bij te houden. Ingewikkeld stukje wereld.

Reacties zijn gesloten.