Het Akropolismuseum

Het Akropolismuseum bij nacht (foto © Akropolismuseum, Athene)

Eén van de wonderlijkste musea ter wereld is het Akropolismuseum in Athene. Het is voornamelijk gebouwd voor iets wat er (vrijwel) niet is, namelijk: de enorme collectie sculpturen van de Athena-tempel (het Parthenon), de op enkele honderden meters afstand van het museum gelegen locatie die al eeuwen tot de verbeelding spreekt.

Het verhaal is bekend: in de klassieke oudheid was de Akropolis het religieuze centrum van de stadstaat Athene, met de tempel van Athena (Parthenon) als religieus en architectonisch hoogtepunt.  Dat Parthenon heeft lang de eeuwen doorstaan, ook al werd er stevig aan en in verbouwd. Dit in tegensteling tot de kleinere tempel van Athena Nikè en de toegangspoort tot de Akropolis – de Propyleeën – die tijdens het Turkse bewind over Griekenland respectievelijk werden afgebroken en opgeblazen.

Voor de enorme schade aan het Parthenon waren echter de Venetianen verantwoordelijk, die tijdens het beleg van Athene in 1687 een welgemikt schot richting de tempel afvuurden, die tijdelijk als opslagplaats voor kruit en munitie fungeerde. Het effect was ongeveer zoals dat van vuurwerkramp van Enschede: een enorme verwoesting van bouwonderdelen én van de nog steeds aanwezige sculpturen.

Bezoekers van Athene grabbelden van de grond wat er aan mooie bouwfragmenten te vinden was, en namen het mee naar huis. Een meer gestructureerde actie om fragmenten en beelden te verzamelen en te conserveren kwam van Thomas Bruce Lord Elgin, de Britse Ambassadeur bij de Sultan in Constantinopel, die aan het begin van de negentiende eeuw een aantal kunstenaars inhuurde om zowel ter plaatse tekeningen te maken alsook fragmenten los te maken van het gebouw en te verschepen naar Londen, waar ze – na veel gepalaver – in de collectie van het British Museum belandden.

Onmiddellijk na de stichting van de Griekse staat in 1833 werd de Akropolis als monument erkend, en werden er pogingen ondernomen om dat wat nog restte te conserveren en te restaureren, en publiek te maken in een tentoonstellingsgebouw. Veel bezoekers zullen zich nog de bijna kelderachtige constructie op de Akropolis zelf herinneren, waar in een benauwde ruimte enkele hoogtepunten van de resterende sculpturen werden getoond. Dat eerste museum voldeed, zeker toen na de val van het kolonelsregime in 1974 het toerisme naar Griekenland een grote vlucht nam, in het geheel niet meer en besloten werd om een nieuw museum te bouwen.

Een belangrijke rol hierin speelde de Griekse actrice en latere Minister van cultuur Melina Mercouri. Maar liefst drie prijsvragen waren er voor nodig om uiteindelijk tot een ontwerp te komen, dat paste in zowel de omgeving (een af te breken kazerne in een negentiende-eeuwse wijk, aan de voet van de Akropolis), alsook recht zou doen aan de sterk uitgedijde collectie. Bovendien zou er plaats moeten zijn voor de Elgin-collectie uit het British Museum, als die vermaledijde Britten tenminste bereid waren de collectie, die onder (nog steeds) omstreden voorwendselen en permissies vanuit Athene naar Londen waren gebracht, terug te geven.

Of dat laatste ooit zal gebeuren blijft de vraag, maar zeker is dat het nieuwe, door de bekende architect Bernard Tschumi en diens Griekse collega Michalis Photiadis ontworpen gebouw, een toeristisch en architectonisch hoogtepunt vormt in de stad Athene. Het Nationaal Archeologisch Museum, dat een veel bredere collectie heeft, is erdoor enigszins in de versukkeling geraakt en houdt in verband met geld- en personeelstekort regelmatig afdelingen gesloten voor het publiek.

Het Akropolismuseum bestaat in essentie uit drie op elkaar gestapelde dozen, waarvan de bovenste doos exact de oriëntatie van het plateau van het Parthenon volgt. Ruim 14.000 vierkante meter zijn beschikbaar voor artefacten, die onderzoek op de Akropolis heeft opgeleverd. Hoogtepunten zijn het oude, van de eerste tempel voor Athena afkomstige fronton, de vele beelden uit o.a. de archaïsche periode en natuurlijk de originele Karyatiden van de Erechteion-tempel, die hier – beschermd tegen weersinvloeden en luchtverontreiniging – uitstekend tot hun recht komen. Als bezoeker loop je er als het ware tussen de goden, godinnen en helden door.

Het museum, dat een zeer schappelijke toegangsprijs kent (in de winter mag je er voor €5 naar binnen, in de zomerperiode voor €10), heeft ook een zeer aangenaam dakterras met briljant uitzicht op de Akropolis en het ligt – voor Nederlanders niet onbelangrijk – op slechts 200 meter lopen van het Nederlands Instituut te Athene, het door de UvA beheerde onderzoeks- en onderwijscentrum op de gebieden van de archeologie, antieke cultuur en moderne Griekse geschiedenis en taal. Een aanrader, dit museum, voor wie in een moderne omgeving kennis wil nemen van de Griekse oudheid.

[Vandaag een gastauteur, namelijk Han Borg uit Groningen. Dank je wel Han!]