Sybota (3)

Perikles (British Museum, Londen)

[Derde deel van een vierdelig serie over het uitbreken van de Archidamische Oorlog. Het eerste deel, waarin ik het ontstaan van het Atheense imperium beschreef, is hier. In het tweede deel introduceerde ik onze voornaamste bron, de Atheense auteur Thoukydides.]

Ook al lag er een vredesakkoord tussen Athene en Sparta en was overeengekomen geschillen op te lossen door arbitrage, er waren altijd destabiliserende gebeurtenissen. Een daarvan was het op zich onbeduidende conflict tussen Korinthe, een Spartaanse bondgenoot, en het neutrale Korkyra, het huidig Korfu. Beide maakten aanspraak op het noordelijk gelegen Epidamnos (Dürres in Albanië) en slaagden er niet in met diplomatieke middelen tot een oplossing te komen.

In 436 vielen de Korinthiërs Korkyra aan, werden verslagen, zwoeren wraak en begonnen een nieuwe vloot te bouwen. Toen ze in 433 op het punt stonden de Korkyreeërs opnieuw aan te vallen, voelden die zich voldoende bedreigd om gezanten te sturen naar Athene om de Volksvergadering te vragen om hulp. Ook de Korinthische ambassadeur sprak – althans, dat wil Thoukydides ons doen geloven – en herinnerde de Atheners eraan dat zijn stad zich afzijdig had gehouden toen zij enkele jaren eerder hadden afgerekend met het opstandige Samos.

Zo stonden de Atheners voor een lastige keuze. Zouden ze instemmen met de Korkyreeërs, dan bruuskeerden ze de Korinthiërs en hun Spartaanse bondgenoten; zouden ze afzijdig blijven, dan kreeg Korinthe de beschikking over Korkyra’s enorme vloot en werd het Atheense overwicht ter zee bedreigd. De oplossing voor dit dilemma was een diplomatiek nieuwtje: de Volksvergadering bood Korkyra een louter defensief bondgenootschap aan. Het is de eerste keer dat zo’n verdrag wordt vermeld in de Griekse geschiedenis en hoewel Thoukydides niet zegt wie het heeft bedacht, gaan hedendaagse oudhistorici ervan uit dat het de bekende politicus Perikles is geweest.

Slechts tien Atheense schepen werden uitgezonden om Korkyra te verdedigen. Volgens Thoukydides (in de vertaling van Schwartz)

kregen ze opdracht een zeeslag met de Korinthiërs te vermijden, tenzij dezen op Korkyra af voeren met de bedoeling daar of op een van de andere punten van dat gebied te landen. Dan moesten zij dit met alle macht verhinderen. De Atheners gaven die order om het Dertigjarig Bestand niet te schenden.

Zo hoopte Perikles enerzijds te verhinderen dat Korkyra in Korinthische handen viel en anderzijds Sparta en Korinthe duidelijk te maken dat ze niet bang hoefden zijn voor een verstoring van het machtsevenwicht.

Thoukydides besteedt niet veel aandacht aan de reactie in Korinthe. Vast staat in elk geval dat de Korinthiërs uitvoeren en zo’n veertig kilometer ten zuidoosten van het eiland een basis inrichtten voor hun vloot, die bestond uit negentig Korinthische triëren en zestig schepen die waren geleverd door bondgenoten. Hun tegenstanders meerden hun 110 galeien en de tien Atheense triëren aan in de tegenover Korkyra gelegen baai van Sybota, de moderne jachthaven Mourtos. Daar zou al snel blijken dat de orders die de Atheense zeelieden van de Volksvergadering hadden gekregen, zó slecht waren toegesneden op de situatie ter plekke, dat men geneigd is te denken dat Perikles een conflict wilde uitlokken. Alvorens daarop in te gaan, eerst het verslag van Thoukydides.

Die suggereert dat de Korinthiërs van plan waren op Korkyra te landen, maar de door hem genoemde feiten spreken dat tegen. Het lijkt er meer op dat ze langs het eiland wilden varen naar Epidamnos, het noordelijke stadje waarom het conflict was begonnen. De Korinthiërs namen voldoende proviand aan boord en waren niet uit op een zeeslag, al waren ze erop voorbereid zich een weg langs de vloot van de Korkyreeërs te vechten als die hun actief de weg blokkeerden. Toen ze uitvoeren, konden hun tegenstanders de naderende vloot echter niet anders uitleggen dan als invasiemacht.

Toen zij elkaar in zicht hadden gekregen, vormden beide partijen een gevechtslinie: op de rechtervleugel van de Korkyreeërs de Atheense schepen, op de overige linie de Korkyreeërs zelf […]. Aan de Korinthische zijde vormde de vloot van Megara en die van Ambrakia de rechtervleugel, de contingenten van de andere bondgenoten vormden het centrum, de Korinthiërs met de beste schepen de linkervleugel tegenover de Atheners op de rechtervleugel van de Korkyreeërs.

Toen aan beide zijden de standaards waren gehesen, raakten zij slaags; zij streden beiden op de ouderwetse en nog onbeholpen wijze met veel zwaarbewapenden en veel boogschutters en speerwerpers op de dekken. Het was een harde strijd, niet zozeer dankzij hun vaardigheid, maar een strijd die meer geleek op een gevecht te land. Telkens wanneer zij aan elkaar waren vastgeraakt, kwamen zij niet gemakkelijk weer los door de grote menigte en het gedrang van de schepen; bovendien vertrouwden zij voor de overwinning meer op de zwaarbewapenden die op het dek opgesteld slag leverden op de bewegingloze schepen. Een doorbraak was niet mogelijk; de strijd werd gevoerd met meer moed en kracht dan met deskundigheid. Overal in de slag weerklonk luid rumoer en heerste verwarring. De Atheense schepen kwamen de Korkyreeërs te hulp indien zij ergens in nood verkeerden, maar slechts door de vrees die zij de tegenstanders inboezemden; zij vielen niet aan, omdat de bevelhebbers niet durfden ingaan tegen de instructies die zij in Athene hadden ontvangen.

Thoukydides’ opmerking dat op de ouderwetse en nog onbeholpen wijze werd gestreden betekent dat de schepen elkaar niet ramden, zoals de Atheners gewoon waren te doen. In feite geeft hij met deze wat badinerende opmerking aan hoezeer de Atheners probeerden afzijdig te blijven.

De schepen van de Korinthische bondgenoten op de rechtervleugel bleken geen partij voor twintig triëren van Korkyra, die hun tegenstanders dwongen hun schepen aan de grond te laten lopen. Vervolgens plunderden de zegevierende Korkyreeërs het vijandelijke kamp.

Hier dus leden de Korinthiërs en hun bondgenoten de nederlaag en waren de Korkyreeërs overwinnaars. Maar waar de Korinthiërs zelf waren, op de linkervleugel, waren zij verre de meerderen, omdat de Korkyreeërs, die toch al minder in aantal waren, nu ook de twintig schepen misten die aan de achtervolging deelnamen. Toen de Atheners zagen dat de Korkyreeërs in het nauw gedreven werden, kwamen zij meer openlijk te hulp, aanvankelijk nog op een afstand, zonder een schip te rammen; maar toen de nederlaag overduidelijk werd en de Korinthiërs verder voorwaarts drongen, nam iedereen deel aan het gevecht; er werd geen onderscheid meer gemaakt en het kon niet anders of de Korinthiërs en Atheners raakten slaags.

Na het verlies van zeventig schepen trokken de Korkyreeërs en de Atheners zich terug op de zuidpunt van Korkyra en kwam er een einde aan de grootste zeeslag die ooit tussen de Grieken onderling was gestreden.

[Wordt morgen afgerond]

Een gedachte over “Sybota (3)

Reacties zijn gesloten.