Authenticiteitscriteria (2)

Romeinse soldaten bespotten Jezus (Catacomben van Praetextatus, Rome; tweede eeuw)
Romeinse soldaten bespotten Jezus (Catacomben van Praetextatus, Rome; tweede eeuw)

Ik introduceerde gisteren de problemen rond het onderzoek naar de historische Jezus. De oudheidkundige, geconfronteerd met verhalen die niet kunnen (denk aan natuurwonderen of voorspellingen die altijd kloppen), moet een middenweg vinden tussen goedgelovigheid en hyperscepsis. Dit speelt niet alleen bij het Jezusonderzoek; het speelt bij elke vraag naar de oude wereld. Het is alleen bij het Jezusonderzoek het meest expliciet onder ogen gezien.

Een oplossing is het gebruik van zo objectief mogelijke criteria. Nu bestaat perfecte objectiviteit niet, maar we kunnen criteria ontwerpen waar iedereen het over eens kan zijn. Je moet je voorstellen dat een gemengd samengesteld team van onderzoekers (bijv. een christen, een moslim, een jood en een atheïst) een gegeven tekst bekijkt en oordeelt of die voldoet aan een bepaald criterium. Als ze het er, ondanks uiteenlopende achtergronden, over eens zijn dat iets authentiek is of niet, mogen we aannemen dat dit ad hoc wel zo zal zijn. Voorlopig is dit de minst slechte benadering.

Het bekendste is het criterium van de gêne. Jezus’ Eindtijdverwachting en zijn kruisdood zijn vrijwel zeker niet verzonnen: het is immers geen aanbeveling voor een religieuze stroming als ze een geëxecuteerde crimineel vereert die zich in zijn voornaamste profetie ook nog eens heeft vergist. Een ander bekend voorbeeld is dat Jezus zou zijn gedoopt door Johannes, die de mensen opriep hun zondigheid in te zien en zich te bekeren. Het moet voor de volgelingen van Jezus lastig uit te leggen zijn geweest dat de messias zichzelf beschouwde als een onvolmaakte zondaar. Schrijvend aan het eind van de eerste eeuw verandert de evangelist Johannes het doopsel daarom in een ontmoeting.

De jargonterm voor het tweede criterium is meervoudige attestatie. Ik noemde al Marcus het oudste evangelie was en vertelde bij een andere gelegenheid over de Q-bron. Die zijn onafhankelijk van elkaar. Daaraan kunnen nog het eigen materiaal van Matteüs en Lukas, de brieven van Paulus en het grootste deel van het evangelie van Johannes worden toegevoegd. Dat zijn samen zes bronnen, waar de auteurs van de niet door Paulus geschreven brieven uit het Nieuwe Testament en een passage uit de Joodse oudheden van Flavius Josephus nog bij komen. Als iets in verschillende bronnen staat, is het beter gedocumenteerd (‘geattesteerd’) dan als het in maar één bron staat. Het is veel aannemelijker dat Jezus tegen echtscheiding was dan dat men meende dat hij met een vervloeking een vijgenboom had doen verdorren, want het eerste wordt vermeld in zes bronnen met een verschillend karakter en het laatste alleen bij Marcus (en de elimineerbare Matteüs en Lukas).

Meervoudige attestatie is vooral een nuttig instrument als we gebruik kunnen maken van bronnen van een verschillend type. De Eindtijdverwachting van Jezus en zijn eerste volgelingen kan worden aangewezen in het evangelie van Marcus, in de uitsprakenverzameling Q, in de brieven van Paulus en in de apocalyptische Openbaring van Johannes: vier verschillende genres in totaal, en dus een vrij ‘hard’ feit, zeker omdat ook het criterium van de gêne van toepassing is: het einde was immers niet gekomen toen de auteurs hun teksten dicteerden.

Een ietwat omstreden criterium is dat van de Aramese taal. Dit houdt in dat als uitspraken van Jezus, die in de evangeliën allemaal zijn overgeleverd in het Grieks, kunnen worden terugvertaald naar het Aramees, het aannemelijker is dat Jezus zoiets heeft gezegd dan als ze niet kunnen worden terugvertaald. Het Onze Vader, dat in het Aramees een gedicht is vol binnenrijmen, voldoet aan dit criterium, maar dat wil vanzelfsprekend niet zeggen dat het ook werkelijk op Jezus teruggaat. Het wil wél zeggen dat het ouder is dan de Griekstalige bronnen waarin het wordt aangetroffen, Matteüs en Lukas. Hetzelfde geldt voor de uitspraak van Johannes de Doper dat de Joden niet moesten denken dat ze zouden worden gered omdat ze afstammelingen (Aramees: bnaya) van Abraham waren en leden van het Verbondsvolk, want God kon afstammelingen van Abraham maken van elke steen (Aramees: abnaya) die daar bij de Jordaan lag. De Griekse passage is raker als ze wordt terugvertaald naar het Aramees, wat zeer sterk suggereert dat ze ouder is dan de Griekstalige bron waarin ze wordt aangetroffen, de gereconstrueerde tekst Q. En dat vormt op zijn beurt weer een aanwijzing dat het bestaan van Q meer is dan een hypothese.

Dan is er het criterium van de discontinuïteit: het is niet aannemelijk dat de eerste gelovigen dingen hebben verzonnen die voor hun leer geen betekenis hadden. Een voorbeeld is de door Jezus samengestelde groep van de Twaalf, die wel een rol lijkt te hebben gespeeld tijdens Jezus’ leven, maar geen sporen heeft nagelaten in de vroege kerk. Een ander voorbeeld is dat toen Jezus apostelen uitzond, hij hun verbood naar de steden van de samaritanen te gaan. We weten dat zijn volgelingen dit toch deden en het is daarom niet aannemelijk dat zij dit verbod hebben verzonnen.

De tegengestelde benadering kan ons echter ook verder helpen: het criterium van de continuïteit houdt in dat als iets vóór Jezus het geval is, vervolgens aan Jezus wordt toegeschreven en tot slot bij zijn leerlingen het geval blijkt te zijn, we mogen aannemen dat de toeschrijving aan Jezus wel correct zal zijn. Alleen de evangelist Johannes vertelt dat Jezus en zijn leerlingen mensen doopten, maar omdat zowel Jezus’ mentor Johannes de Doper als de vroege kerk dit deden, is aannemelijk dat de bewering van de evangelist correct is.

De tegenspraak tussen de twee laatstgenoemde criteria maakt duidelijk dat deze criteria voorzichtig moeten worden toegepast. Ze dienen niet om zonder meer vast te stellen dat een passage authentiek is, maar moeten helpen om gradaties van waarschijnlijkheid aan te brengen. Pas als verschillende criteria dezelfde kant op wijzen, of iets werkelijk breed is geattesteerd, kunnen we aannemen dat we de historische Jezus benaderen. Met vier evangeliën en Josephus als controlemiddel bevinden we ons echter wel in een geprivilegieerde positie. Voor het overgrote deel van de oude geschiedenis moeten we het doen met minder.

14 gedachtes over “Authenticiteitscriteria (2)

  1. Jona, heb je er wel eens over gedacht om op basis van “meervoudige attestatie” en “(dis) continuïteit” (en dergelijke criteria) een historisch verantwoord evangelie samen te stellen?

    1. Martin

      Bij religieus geformuleerde opstand tegen overheersing moet je altijd naar de politieke achtergrond kijken. Zie bv de Dertigjare Oorlog (1618-1648), dat begon als weerstand tegen de Habsburgse overheersing. Volgens mij gaat de Reformatie dan ook meer over politiek dan over religie. Het ontwikkelde NW Europa wilde af van het politieke katholicisme, dat zie je ook bij de Opstand in de Lage Landen: op Zondag luister je braaf naar de dominee, de rest van de week is voor het geld verdienen. Het is dan ook geen toeval dat de grens van de Reformatie van west naar oost verliep. Teveel nadruk op sociale gerechtigheid is slecht voor de economie. En nu hebben we weer zo’n situatie: met zo’n crisis moet je het niet over de regeltjes hebben, maar gewoon grootmoedig financiële steun geven, dat vindt men vooral in Zuid Europa, en waar niet toevallig Nederland en Duitsland moeite mee hebben. Het Romeinse Rijk had grote moeite met de Joden, omdat die zich niet onderwierpen. In 70 AD is Jeruzalem verwoest om het Joodse verzet te breken. Van Paulus is er ook zo’n uitspraak dat gelovigen het wereldlijke gezag moeten accepteren, het is wel duidelijk waar dat over gaat. Religie is politiek. Zo moet je de Evangeliën ook zien.

      1. FrankB

        “Volgens mij gaat de Reformatie dan ook meer over politiek dan over religie.”
        Kunt u dit nader toelichten? Een veelgebruikte definitie van politiek is verdeling van macht en financiële middelen. Dan is georganiseerde religie per definitie politiek.

        “Religie is politiek.”
        Ah, dan heeft het vorige citaat niet zoveel zin.

        “Teveel nadruk op sociale gerechtigheid is slecht voor de economie.”
        Daar denken ze op IJsland, in Noorwegen, Zweden, Denemarken en FInland anders over. De empirische data geven hen gelijk. Deze landen scoren hoog op alle beschikbare sociale indicatoren en hebben bepaald geen slecht draaiende economieën. Het armste van de vijf, Finland, staat volgens IMF 24e, net boven Oman en UK.
        Misschien zou u The Spirit Level van Wilkinson en Pickett eens moeten lezen. Om een simpele hypothese te steunen hebben ze op vijf pagina’s meer empirische data verzameld dan in het verzamelde werk van Andreas Kinneging bij elkaar te vinden zijn.

        1. Martin

          Ja, OK, de Reformatie had dus niets met religie te maken. Het katholicisme is duidelijk een politiek-sociaal systeem, zie Carl Schmitt. Het NW van Europa wilde gewoon van die sociale druk af. In zekere zin begrijpt het katholicisme beter hoe de mensheid in elkaar zit. Er zijn nu eenmaal mensen die het zelf niet kunnen, en die hebben dus een beetje herderlijke leiding nodig.

      2. Ik denk dat met deze analyse zowel de geschiedwetenschap van de Reformatie, de Contrareformatie, de Dertigjarige Oorlog én de ‘Joods’-Romeinse oorlogen onrecht aangedaan wordt. Ik bestrijd niet dat religie politiek kan worden ingezet, maar ik wil vooral zeggen dat we in de geschiedwetenschap an sich zo weinig (zo niet niks) met zekerheid kunnen zeggen, dat we allerlei ‘kennis’ en ‘feiten’ maar niet moeten gaan gebruiken om punten als ‘religie is politiek’ kracht bij te zetten. Je kan historische processen als de Reformatie, etc. ook uit hele andere perspectieven ‘beredeneren’.

        1. Martin

          Het katholieke Frankrijk (Richelieu) ondersteunde de protestantse rebellen in Bohemen tegen het katholieke Habsburg.

      1. Ik denk dat het grootste deel van het Johannes evangelie ‘geschrapt’ gaat worden. Met uitzondering van de ‘overspelige vrouw’ want dat is van oudsher een verhaal van Lucas.
        En ik ben benieuwd op welke dag de kruisiging gaat vallen; wordt het volgens de synoptische- of krijgt het Johannes evangelie hier het voordeel van de twijfel?

  2. FrankB

    Een aardig inzicht dat ik de laatste jaren heb verworven is dat methoden nooit op zichzelf staan, maar met elkaar samenhangen.

    “die zich in zijn voornaamste profetie ook nog eens heeft vergist”
    Daar komt Ockham’s Scheermes om de hoek kijken. Dat profetien äf en toe niet uitkomen is een triviale bewering. JMs moeten de vraag beantwoorden: als een stel proto-christenen een godmens uit de dikke duim hebben gezogen, waarom hebben ze hem dan deze foute profetie toegeschreven? Voor geen enkel zinnig antwoord bestaan data die het bevestigen.
    Laat mij herhalen wat ik een paar weken geleden schreef op ToN’s blog History of Atheists.

    https://www.livius.org/sources/content/herodotus/herodotus-on-the-first-circumnavigation-of-africa/

    Hier kunnen we het principe van gene testen. We hoeven alleen maar ten zuiden van Kaap Agulhas van oost naar west te varen en te kijken aan welke kant de zon schijnt.
    Een ander goed voorbeeld van het gene criterium is Marcus 15:34 “mijn god, waarom heb je me verlaten?” Toen ik dat eens een JM voorhield kreeg ik het antwoord: literair thema. Ondersteunende data kon hij niet leveren.

    1. Martin

      Ockham’s Scheermes is overigens gewoon Bayes: aan nutteloze hypothesen hebben we niets. Je kunt wel beweren dat God de werkelijkheid uit het Niets heeft geschapen, maar wat zou er uit die theorie moeten volgen? Rationaliteit is niet genoeg, we willen bewijs zien.

  3. FrankB

    “meervoudige attestatie”
    Deze is lollig. Ooit wees ik een JM er op dat het NT uit minstens twee onafhankelijke bronnen bestaat: Marcus en Q.

    https://mainzerbeobachter.com/2014/06/08/q-2/

    Kreeg ik de vraag waar Q te vinden was ….. Toen ik er op wees dat Q per definitie in de Bijbel zelf voorkomt volgde stilte. Hier vinden we een typisch kenmerk van kwak- en pseudowetenschap: hyperscepsis jegens de theorie die men wil verwerpen (gepaard gaande met de beschuldiging van goedgelovigheid) enerzijds en goedgelovigheid jegens de eigen geliefde theorie (soms gepaard gaande met de beschuldiging van hyperskepticisme) anderzijds. Dat maakt verstandige discussies onmogelijk. Kwakkers en pseudo’s hanteren oa een dubbele standaard.

    “het bestaan van Q meer is dan een hypothese”
    Dit vind ik een ietwat ongelukkige formulering. We hoeven Origins niet te hebben om te concluderen dat Darwin het over natuurlijke selectie had.

  4. FrankB

    “Dat zijn samen zes bronnen”
    Een Amerikaanse geschiedenisleraar wees mij lang geleden op nog eentje. Polycarpus van Smyrna beweerde een leerling van Johannes de Apostel te zijn. Dan volgt de vraag: wat hebben apostelen voor nut zonder een messias bij wie ze zich hadden aangesloten?

    “om gradaties van waarschijnlijkheid aan te brengen”
    Dat geldt voor elke wetenschappelijke conclusie. Doen we met eenvoudige, veelgebruikte apparatuur een experiment met de Wet van Ohm dan krijgen we maar zelden een mooie rechte lijn door de oorsprong. Wat is dan waarschijnlijker, dat er iets aan het experiment schort of dat de Wet van Ohm weerlegd is? Dit is niet triviaal.

    https://en.wikipedia.org/wiki/Faster-than-light_neutrino_anomaly

    Een ander voorbeeld is het higgsboson.

    https://en.wikipedia.org/wiki/Higgs_boson#Discovery_of_candidate_boson_at_CERN

    “both experiments independently reached a local significance of 5 sigma – implying that the probability of getting at least as strong a result by chance alone is less than 1 in 3 million.”
    Dat is nog steeds geen absolute zekerheid, ook niet toen de waarschijnlijkheid nog lager werd (of hoger, afhankelijk van je perspectief).

    1. Martin

      De wet van Ohm is alleen maar een linearisatie. Zie Taylor expansion. Net als de wet van Hooke, etc.

Reacties zijn gesloten.