MoM | Patronen van misinformatie (3)

Het theater van Epidauros

Een tijdje geleden ben ik begonnen met een reeks blogstukjes over misverstanden. Ik had er vijftig liggen en dat leek me leuk om de periode van de corona-lockdown te overbruggen, niet méér. Langzaam begon me duidelijk te worden dat er toch iets meer in zat. De oudheidkunde komt namelijk zelden echt goed in het nieuws: het is meestal met trivialiteiten en vrijwel nooit met inzichten, waardoor ze een inmiddels welverdiende reputatie heeft intellectueel weinig voor te stellen.

Dit probleem ligt er nu eenmaal en ik schreef in mijn eerste stukje dat de patronen in de misverstanden wellicht aangeven waar het verkeerd gaat en hoe we een van zijn ankers geslagen vakgebied weer een ligplaats kunnen geven in het maatschappelijk debat. In mijn tweede stukje wees ik op het voortduren van negentiende-eeuwse ideeën en op aandachttrekkerij zonder dat de eenmaal getrokken aandacht ergens naartoe leidt. Dit is vooral een probleem voor de archeologie, die noch historiografische verdieping biedt (waarom draait de limes het “Gelderse geschiedbeeld” om?), noch methodische uitleg geeft (hoe weten we wat we weten?), noch vergelijkingen tussen toen en nu maakt (wat zegt slavernij over ons vrijheidsbegrip?).

De echoput

Dat laatste, dat doen classici wél en gisteren zagen we op deze blog een voorbeeld toen zich een discussie ontspon over de aard van democratie. Daarin zijn allerlei posities mogelijk, afhankelijk van je definitie van wat democratie is. Het leren herkennen van je aannames, dat is waar het in de humaniora om draait.

Het probleem hier is dat de Oudheid moeilijk kenbaar is: we hebben immers te maken met dataschaarste. Wie in tijden van corona wil leren van het verleden, kan wél terecht bij de Aziatische griep en de Spaanse griep, die goed gedocumenteerd zijn en waaruit inzicht valt te winnen, maar kan níet terecht bij de antieke epidemieën, omdat die te slecht zijn gedocumenteerd. Je herkent dingen uit de eigen tijd en kunt zeggen dat ze ook in de Oudheid X, Y of Z hadden, maar je kunt er niet iets leren dat je niet al wist. De Oudheid als echoput.

Overigens maakt dit gymnasiaal onderricht niet minder waardevol. Vergelijking van toen en nu mag dan geen nieuwe inzichten opleveren, de activiteit scherpt de geest van de leerlingen. Je kunt het vergelijken met pakweg het dubbele-spleet-experiment: leuk om te doen en daardoor des te inzichtgevender, maar geen cutting edge science.  Dat hoeft op de middelbare school ook niet. Maar als een professor doctor in de klassieke talen dit soort vergelijkingen tussen toen en nu gaat maken, dan mogen wij als samenleving toch beteuterd zijn en vragen of oudheidkundigen niet iets meer in hun mars hebben.

Relevant is hier de vergelijkingstheorie en het denken over abstracte begrippen als cultuur. Bestaat er zoiets als “de” westerse cultuur en wat definieert deze dan? Als je een vergelijking tussen toen en nu wil maken, zijn er dan vruchtbaardere en minder vruchtbaardere strategieën? Classici en oudhistorici hebben een hoop dilettantisme in omloop gebracht, zoals het idee dat de democratische ideeën over de vrijheid de ondergang van Athene hebben overleefd en de Europese traditie zouden hebben gevormd.

En let wel: dit patroon hoeft niet te bestaan. Je kunt studenten opleiden die gewoon wél leren wat ze moeten leren om vergelijkingen te maken die zinvol zijn.

Bèta-betweterij

Het publiek wordt ook weleens verkeerd geïnformeerd door bèta’s – ik gebruik deze term met een slag om de arm – die denken een oudheidkundig probleem te hebben opgelost. Een recent voorbeeld is een Eindhovens onderzoek naar de moderne mythe dat de akoestiek van oud-Griekse theaters goed zou zijn geweest. Het is significant dat de onderzoekers deze moderne mythe alleen documenteerden aan de hand van reisgidsen: ze onderschatten het belang van een adequate literatuurstudie.

Het aantal antieke verhalen waarvoor fysici verklaringen presenteerden, is ontelbaar: of het nu de datering van de Trojaanse Oorlog is, of dat de brandspiegel van Archimedes eigenlijk een stoomkanon was of dat de ster van Betlehem op een muntje staat, steeds weet men het zonder voorafgaande literatuurstudie beter. De Egyptische duisternis was natuurlijk de rook van de ontploffende Thera (want je neemt de Bijbel letterlijk als dat je uitkomt en je negeert diezelfde bron als daaruit blijkt dat je er qua datering anderhalve eeuw naast zit). Het visioen van keizer Constantijn was natuurlijk de meteoor die je in Italië hebt opgegraven en dat in de bronnen staat dat Constantijn dat lichtende kruis zag in Gallië, dat negeer je.

Het vervelende is: journalisten nemen zulke berichten vaak kritiekloos over, want de algemene redactie kan het sowieso niet controleren en de wetenschapsredactie heeft zelden iemand in huis die is opgeleid in de geesteswetenschappen. Waarbij nog komt dat geesteswetenschappers hyperspecialisten zijn: als de redactie een neerlandicus zou hebben, schrijft die nog niet met kennis van zaken over archeologie.

En let wel: dit patroon hoeft niet te bestaan. Niets, helemaal niets weerhoudt oudheidkundigen om, analoog aan de Taaladviesdienst, een bureautje te openen waar het echte oudheidkundige nieuws wordt gepresenteerd.

[Wordt vervolgd]

16 gedachtes over “MoM | Patronen van misinformatie (3)

  1. Dirk Steyaert

    Een onderzoek van Gentse fysici (?) bracht de goede akoestiek in verband met de ritmische herhaling van de rijen zitbanken.

    1. En dan kun je de vraag nog stellen of die akoestiek wel zo goed was. Op de Pnyx (waar de Atheense volksvergadering samenkwam) was ‘ie in elk geval Naatje.

  2. FrankB

    “Het leren herkennen van je aannames, dat is waar het in de humaniora om draait.”
    Niet alleen in de humaniora. Ene Barry Setterfield weigert bijvoorbeeld aan te nemen dat de lichtsnelheid niet alleen in het hier en nu constant is (het experiment van Michelson en Morley) maar ook in de tijd. Natuurwetenschappen hebben wel het voordeel dat eventuele flauwekul die uit foute aannames voortvloeit (zoals een lichtsnelheid die vroeger veel groter was) gemakkelijker herkenbaar is. Maar evengoed hebben enkele tienduizenden Nederlanders dit

    https://www.rd.nl/meer-rd/wetenschap-techniek/barry-setterfield-zet-constante-lichtsnelheid-op-losse-schroeven-1.620719

    gelezen en menen dat het serieuze natuurkunde is.
    Het is geestig dat je nou net klaagt over het onvermogen van natuurkundigen om flauwekul te herkennen met

    “je negeert diezelfde bron als daaruit blijkt dat je er qua datering anderhalve eeuw naast zit”
    Dit is natuurlijk echt onvergeeflijk, niet zozeer “laten we eens de Bijbel letterlijk nemen en kijken wat daar uit komt” – in dit voorbeeld dus, tja, flauwekul.

    1. Frank, bedankt voor de verwijzing naar dit artikel! Met het NRC, de VK en nog een paar buitenlandse kranten en opiniebladen is alles nauwelijks nog bij te houden. Dit artikel verdient een plaats in de ‘Encyclopedie der domheid’ van Matthijs van Boxtel. Wat nog het droevigste is, is dat collega’s met deze charlatan in discussie gaan. Ik vraag me ook af of het RF wel een wetenschapsredacteur heeft. Ik zie in zijn datering van de leeftijd van het heelal ook een poging om via de achterdeur het creationisme naar binnen te smokkelen.

      1. FrankB

        Die collega’s geven les aan scholen met een specifieke religieuze grondslag. Dat ze met de charlatan in discussie gaan is omdat ze met hem sympathiseren. Anders hadden ze niet aan die scholen lesgegeven. Maw: wat u zo droevig vindt is een direct gevolg van het eigenaardige onderwijssysteem in dit land. Daarbij teken ik meteen aan dat het verreweg te prefereren valt boven het seculiere Amerikaanse systeem.
        Overigens geldt hiervoor precies hetzelfde als voor historische desinformatie. Wetenschappers moeten niet rechtstreeks in discussie gaan, maar de correcte informatie bieden (die dus niet achter betaalmuren mag zitten). Een uitstekend model komt ook uit de VSA: de websites Panda’s Thumb en TalkOrigins. Dat werkt, zij het dat het tijd kost.

        PS: laat “achterdeur” en “smokkelen” maar weg. RF en ook ND promoten rechtstreeks Jonge Aarde Creationisme. Zoek op de internetversies van die kranten maar eens op evolutie. Koppen lezen is genoeg.

        PS2: volgens twee onafhankelijke, maar niet zo heel betrouwbare bronnen is 24% van de Nederlanders creationist.

        PS3: toch acht ik geschiedkundige desinformatie potentieel gevaarlijker dan creationisme. Waar het mij om gaat is dat geschiedkundigen niet het wiel opnieuw hoeven uit te vinden, maar bij natuurwetenschappers kunnen afkijken wat te doen.

        1. Dank voor de toelichting! Ik zal deze sites bezoeken. Nu je het over Panda’s Thumb heb, denk ik natuurlijk aan Stephen J. G. Gould. Ik heb de meeste van zijn boeken gelezen. Jammer dat hij ons zo vroeg ontvallen is. Het ND vind ik ook verschrikkelijk!

    2. jacob krekel

      Dit zit geniepiger in elkaar dan de platte aarde, waarvan iedereen met zijn eigen ogen direct kan zien dat dat flauwekul is. (op een platte aarde, zoals Discworld, kun je ook verafgelegen plaatsen zien, hetgeen niet mogelijk is als het aardoppervlak gebogen is; bij de derde verzoeking in de woestijn zet de duivel Jezus op een hoge berg, zodat hij alle koninkrijken van de aarde kan zien, die net op dat moment in de aanbieding zijn).
      Ik zou het niet in de encyclopedie der domheid plaatsen, want het zit slim in elkaar; zoals iedere gevorderderde fake-newser weet moet je een cocktail brouwen van betrouwbaar ogende feiten en fantasie, dan kom je een eind.

      1. FrankB

        “op een platte aarde …..”
        Het antwoord van Platte Aarders is dat bergen ed in de weg staan. Het echte probleem is dat het Zuiderkruis in Nederland en de Poolster in het zuiden van Argentinië niet aan de hemel te zien is.
        Het zit in zoverre slim in elkaar dat het mensen geruststelt door hun foute opvattingen te bevestigen. Maar wie doorsnee middelbare school-natuurkunde heeft gehad en accepteert prikt er zo doorheen – zowel door de Platte Aarde als door Setterfield’s lichtsnelheid onzin. Dergelijke stukken preken slechts voor de eigen parochie.
        Bij geschiedkunde is desinformatie veel gemakkelijker.

  3. Ik stond zelf een keer versteld van de goede akoestiek in het theater van Epidaurus.
    Als beta-man die direct naar oorzaken gaat zoeken, vond ik dat ook niet zo opmerkelijk gezien de opbouw van het theater. Het leek mij ook niet zo bijzonder dat de oude Grieken dit verband ook on de gaten hadden.
    Maar het blijft de bescheiden mening van een leek, opgedaan in 1 theater.

    1. FrankB

      Met trial en error kom je nog wel eens ergens en dat zal voor de oude Grieken ook hebben gegolden. Er zullen ook wel theaters zijn met matige of beroerde akoestiek.

    2. jan kroeze

      Kan je een dergelijk theater niet simpelweg nabouwen en luisteren naar het geluid? Of is dat weer te duur?

  4. Klaas

    “Waarbij nog komt dat geesteswetenschappers hyperspecialisten zijn: als de redactie een neerlandicus zou hebben, schrijft die nog niet met kennis van zaken over archeologie”

    Ik meen me te herinneren dat ooit hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde Herman Pleij, gespecialiseerd in middeleeuwse literatuur, in ‘De Wereld Draait Door’ werd uitgenodigd om commentaar te geven op de herinterpretatie van de vondsten bij Kessel. Dat lijkt mij achteraf zo onzinnig dat ik het gedroomd moet hebben…

    1. Zo heb ik eens gedroomd dat Fik Meijer bij DWDD zwatelde over de Vloek van de Farao. In het echt kennen wetenschappers natuurlijk hun beperkingen en kletsen ze niet over zaken waarvan ze geen verstand hebben. Dus dat hebben we gedroomd en is vast niet echt gebeurd.

  5. Knotwilg

    “De oudheidkunde komt namelijk zelden echt goed in het nieuws: het is meestal met trivialiteiten en vrijwel nooit met inzichten, waardoor ze een inmiddels welverdiende reputatie heeft intellectueel weinig voor te stellen.”

    Je moet opletten voor de self fulfilling prophecy. Ik lees vrijwel enkel over oudheidkunde op jouw blog en ik heb eigenlijk meer aan onversneden voorlichting dan aan je weeklachten over de foute voorlichting in de grote pers, al begrijp ik je ergernis heel goed.

    1. Je belandt nu natuurlijk in een samenvatting van wat verkeerd zit. Op andere dagen blog ik over wat goed gaat. En als er wat meer professionaliteit zou bestaan aan de universiteit, zou ik dat laatste wat vaker kunnen. Daarover meer om één uur; ik rond het stukje net af.

Reacties zijn gesloten.