Een vervloekingstablet uit Tongeren

Het Tongerse vervloekingstablet (© Gallo-Romeins Museum, Tongeren)

Dat was leuk: zondag hoorde ik via Herman Clerinx (de auteur van een prachtboek over de Romeinen in de Lage Landen, een prachtboek over de hunebedden en een prachtboek waarover ik binnenkort blog), dat het Gallo-Romeins Museum in Tongeren maandagmorgen een persconferentie zou hebben over een onlangs gevonden defixio, een vervloekingstablet. Ik heb er weleens eerder over geschreven: dat is een loden plaatje waarop een onheilswens stond voor deze of gene. Een schip bij Kyrenia ging inderdaad naar de kelder – het loden tabletje werd althans gevonden in een scheepswrak.

De door Clerinx genoemde persconferentie beloofde interessant te zijn en dus zat ik, een nacht in een Maastrichts hotel later, bij de presentatie. In de trein naar huis schreef ik een stukje dat nog maandagmiddag op de website van het Handelsblad stond. U leest het hier en het komt erop neer dat iemand tussen pakweg 70 en 100 n.Chr. een Grieks-schrijvende vervloekingsspecialist een loden vloektablet heeft laten vervaardigen, dat de onbekende vervloeker dat heeft gepersonaliseerd door er in het Latijn de naam van ene Gaius Julius Viator aan toe te voegen en dat hij het vervolgens heeft weten binnen te smokkelen in het huis van de verdoemde.

Het lood is lokaal gewonnen, dus we hebben niet te maken met een importstuk, wat de vraag oproept waarom de meest nabije parallellen van de compositie zijn uit plaatsen als Hadrumetum, Isthmia en Karthago en waarom de aangeroepen bovennatuurlijke macht de god der joden is. Als de vervloekingsspecialist niet in het zuiden heeft gewerkt, moet hij in het noorden zijn geweest en dat betekent dat hij een modellenboek bij zich moet hebben gehad, ongeveer zoals ook mozaïekleggers dat hadden.

Er zit een complete roman in. Ik zie een Griekse specialist op reis door het Rijnland, enigszins op zijn hoede omdat carmina, toverspreuken tegen mensen, in het Romeinse Recht verboden waren. Hoe hij klanten wint door halve toespelingen. Hoe hij in pakweg Mainz, Trier of Keulen iemand uit Tongeren ontmoet en het voorwerp vervaardigt. Hoe de man uit Tongeren het voorwerp weet te verbergen in het huis van Gaius Julius Viator. Hoe die ten onder gaat en stervend degene vervloekt die hem heeft vervloekt. En dit alles tegen de achtergrond van de gebeurtenissen na 70 n.Chr. – dat wil zeggen na de Bataafse Opstand.

Die biedt misschien een aanwijzing voor degene die opdracht heeft gegeven het tablet te maken en die er de naam van het slachtoffer aan toevoegde. De naam Gaius Julius Viator suggereert namelijk dat deze afstamde van een van de eerste Belgen die het Romeinse burgerrecht ontvingen. Die zijn herkenbaar aan de familienaam Julius. Later kreeg deze vroege provinciale elite concurrentie van andere Romeinse burgers die herkenbaar zijn aan de naam Claudius. Tijdens de Bataafse opstand lijken deze groepen tegenover elkaar te hebben gestaan. Zo probeerde een Claudius Labeo, vechtend voor de Romeinen, te verhinderen dat Julius Civilis Tongeren verwoestte. Vergeefs, overigens, maar als we in onze roman aannemen dat het een Claudius met nieuw geld was die in Tongeren kort na 70 een rekening had te vereffenen met Gaius Julius Viator omdat die had gesympathiseerd met Julius Civilis, dan is dat zeker geen onmogelijk scenario.

En dan nog iets. Na de Bataafse Opstand liet keizer Vespasianus nogal wat militaire eenheden overplaatsen. Het doel was dat hulptroepers niet langer dienden in de provincie waar ze vandaan kwamen. Er kwamen dus nogal wat nieuwe eenheden naar het Rijnland en daaronder waren oosterse Grieken. Zo kennen we een Antiochus, afkomstig uit Cilicië, die diende in een eenheid van bereden boogschutters en in Mainz werd begraven door zijn broer Belesippus. Dat een Griekssprekende vervloekingsspecialist uit de oostelijke provincies met deze troepen naar het Rijnland is gekomen, is absoluut niet onwaarschijnlijk.

Kortom: het is leuk speculeren met deze vondst, die vanaf vandaag een ereplekje heeft in het Gallo-Romeins Museum in Tongeren. Voor Nederlanders die erheen willen: bus 62 rijdt u van Maastricht naar Tongeren, maar door de coronamaatregelen kunt u in de bus geen kaartje kopen. Dat moet u in België doen. Of u moet een fiets huren, dat kan ook.

43 gedachtes over “Een vervloekingstablet uit Tongeren

  1. Klaas

    Beste Jona,
    Ik ben wat in verwarring gebracht over de herkomst van de Tongerse vloektablet. In je stuk verwijs je naar een eerder stuk over een tablet met uitgebreide Griekse tekst en een onbeschreven tablet uit een gezonken schip. Het duizelt mij… Om kort te gaan: waar en onder welke omstandigheden is de Tongerse tablet gevonden (je timmert er bij je lezers in dat dat heel erg belangrijk is: provenance).

    1. De twee linkjes in de eerste alinea zijn naar eerdere stukjes: dus twee Griekse vloektabletten, museumstukken die ik in herinnering roep. Vanaf de tweede alinea gaat het over het Tongerse tablet. Het is gevonden bij een opgraving in 2016 in het zuidwesten van de historische binnenstad.

  2. Dirk

    Ik was blij met het NRC-artikel. De website van de VRT hield het bedroevend summier. Geen vermelding van de lokale oorsprong, noch van Jahweh, allemaal zaken die toch intrigerende vragen oproepen. Mocht het niet uit een gecontroleerde opgraving komen, het zou bijna te mooi zijn om waar te zijn. Ik veronderstel dat bekraste loden tabletten nog gemakkelijker te vervalsen zijn dan beschreven papyrus.
    Wat zou ik graag tijd en talent hebben om zo’n roman te schrijven, maar historische romans vergen gruwelijk veel voorbereiding in opzoekwerk.

    1. Niet dat ik weet, maar het is niet heel ingewikkeld. Als we even afzien van op letters lijkende tekens, zoals helemaal bovenaan, staat er in het eerste register: Ia Bel tabbou chithassius Iab (Jawheh-Baal, koeterwaals, Jahweh-Baal)

      In de halve cirkel linksboven: kisthe sankanthara (koeterwaals)

      In het huisje: theago Iobe dos Eloaie (koeterwaals, Jaweh-Baal, “geef!”, Elohim)

      Rechts van het huisje: Ba (Baal)

      Helemaal links: Sabaioth (Sabaoth)

      Op de halve cirkel: Ia, Iao, Io (Jahweh, Jahweh, Jahweh)

      Onderaan, in een tweede hand: G Julius Viator, quem piiperit Ingenua (“Gaius Julius Viator, die gebaard werd door Ingenua”)

      Vormen als Iao enz. zijn volkomen normale weergaven van de joodse godsnaam

      1. Pieter

        ‘peperit’, niet ‘piiperit’ de twee verticale streepjes zijn een normale schrijfwijze voor een ‘e’ in zulke niet-monumentale inscripties. (Overigens is de tweede ‘e’ ook geschreven met twee zulke streepjes, als ik het juist zie.)
        Overigens uiterst interessant en fijn nieuws.

    1. FrankB

      Dat ik graag zal lezen. Een vervloekingsspecialist als (anti-)held; hij moet wel een paar vijanden hebben.

  3. Robert

    “Zo probeerde een Claudius Labeo, vechtend voor de Romeinen, te verhinderen dat Julius Civilis Tongeren verwoestte.”

    Waarom spreekt Tacitus van Claudius Civilis?

  4. Dirk

    Over koeterwaals:

    “The unintelligibility of these incantations is not, lest we think it, any guarantee of peculiar antiquity, but the strikingly repetitive series of jangling syllables and sounds from which they are constructed may well be. Indeed, it may well be a guarantee that the incantation derived ultimately from the Proto-Indo-European Age.”, aldus Daniel Ogden in Night’s Black Agents – Witches, Wizards and the Dead in the Ancient World.

    Hij geeft enkele voorbeelden uit Cato de Oudere, te gebruiken bij een breuk of verstuiking.

    motas vaeta daries dardares astataries dissunapiter

    of

    huat (sic) haut haut istasis tarsis ardannabou dannaustra

    1. Willem Vermeer

      Moet opeens denken aan hokus pokus pilatus pas, dat ik een jaar of 70 geleden als kind leerde kennen. Wat doet Pilatus daar?

      1. Dirk

        Tijdens een Latijnse mis prevelde die geleerde man vooraan allerlei onbegrijpelijke woorden op plechtige momenten.

        Hocus pocus = hoc est (enim) corpus meum. De woorden die de priester uitspreekt tijdens de consecratie, waar in de ogen van goede katholieken het wonder van de transsubstantiatie plaats heeft.

        Pilatus pats vindt zijn oorsprong in het Credo (sub Pontio Pilato passus et sepultus est). De nominatief rijmt natuurlijk beter met de hocus pocus + de alliteratie helpt ook om het wat magischer te maken.

            1. FrankB

              Ja, één van de weinige keren dat de versie met Bernie Shaw mooier is dan het origineel met David Byron. Dat heeft er ook mee te maken dat Magician’s Birthday een haastklus was (ik ben al meer dan 40 jaar fan, vooral ook dankzij de tekortkomingen van de band).

          1. Rob Duijf

            Geweldig! Zo jammer dat Thijs van Leer en Jan Akkerman gebrouilleerd raakten. Akkerman noemt Van Leer sindsdien ‘die Jodelaar’. Ze hebben nog een keer met de gelegenheidsband Pedal Point het rockoratorium ‘Donna Nobis Pacem’ (1981) afgeleverd. Tijdens het concert waar ik bij was, spatte de spanning van het podium…

        1. Willem Vermeer

          Dank voor dit moois en leuks. 🙂

          Ik ben vrijzinnig-protestants opgevoed (wat heet), dus dit is allemaal nieuw. Pontius Pilatus ken ik uit de Mattheus-passie van een zekere B, een bekend stuk, dat toen ik klein was altijd precies een week voor Pasen op de radio werd uitgezonden. Kenners (mijn moeder) spraken dan van “Palmzondag”. Een leerzaam stuk. Het eindigt met “und versiegelten den Stein”. Pas veel later begrepen hoe geestig dat is en een reden om vrolijk naar huis te gaan. Maar we dwalen af.

          1. Martin

            Inderdaad, een zekere B. Een mooi effect in de Mattheus Passion is dat de laatste noot eerst harmonisch een Bes is, en op het laatste moment een half toontje verschuift en naar B gaat. Een soort van Arghhh helemaal aan het eind. En natuurlijk de Erbarme Dich aria. Heb ik laten spelen bij de crematie van mijn moeder; daarna werd mij gevraagd: wat was dat voor mooie muziek? Overigens is de Mattheus Passion een soort opera. Het thema van Oh Haupt voll Blut und Wunden komt wel een keer of vijf keer voor.

            1. Rob Duijf

              ‘Overigens is de Mattheus Passion een soort opera.’

              Dat heet een oratorium, een opera voor in de kerk.

              1. Martin

                Ja, dat is zo. Maar ook voor niet gelovigen is de Mattheus Passion fascinerend. Het verraad door Judas, “laat deze beker aan mij voorbij gaan”; iedereen begrijpt dat.

              2. FrankB

                @Martin: ik vrees dat deze ongelovige zo onverschillig staat jegens geloof dat Herr B en zijn Matje Passie hem net zo weinig doen als Gregoriaans, Messiaen en Pärt. Ook boeken over een getormenteerde religieuze jeugd verwekken bij hem alleen slaap.
                De film met Judas in de hoofdrol is al gemaakt.

                https://www.imdb.com/title/tt0253101/?ref_=nm_flmg_act_10

                Fun fact: het warhoofd uit Nazareth wordt gespeeld door Danny Quinn, zoon van Anthony.

  5. Bert Schijf

    In je informatieve stukje in de NRC eindig je met de zin “Het lot van deze Gaius Julius Viator onbekend is.” Dat onbekend geeft geen aanwijzing hoe intensief gezocht is. Moet ik aannemen dat bijvoorbeeld alle Romeinse opschriften in het Corpus van Theodoor Mommsen zijn doorzocht en de naam in de tientallen delen niet is gevonden. Dat zou een overtuigend antwoord zijn. Maar zover ik me van enkele maanden geleden kan herinneren is het Corpus nog niet zodanig digitaal bewerkt dat binnen enkele minuten zo’n naam gevonden is. Maar het kan zijn dat mijn kennis achterloopt.

  6. Martin

    Die zin over het gezonken schip bij Kyrenia is illustratief voor de situatie in de alfa-wetenschappen: het vervloekingstabletje lag “inderdaad” in een gezonken schip! Je zou bijna denken dat de vloek heeft gewerkt. Hoe beoordeel je dan zoiets? Hoe maken wij onderscheid tussen correlatie en causatie? Dat zien we nu continu in het nieuws: voor alles wat er gebeurt MOET de gewenste verklaring gelden, maar vaak ontbreekt een onderbouwing van de conclusie. Men roept maar wat.

    1. Welnee man, je zoekt er veel te veel achter. Dit is gewoon een grapje. Natuurlijk is die boot gewoon gezonken door een storm. Maar het is grappig de impliciet bij de lezer veronderstelde feitelijke oorzaak te vergelijken met de antieke denkwijze. Meer moet je er niet achter zoeken. Het heeft niets met alfa-denken te maken, alles met contrast tussen toen en nu.

      1. Martin

        Nee, ik zoek er niets achter. De vraag is altijd: hoe interpreteren wij de data en hoe geloofwaardig is de conclusie? Als een conclusie consistent is met de data dan bewijst dit nog niets.

        1. Martin

          Ik moet een onderscheid maken: ik vind geschiedschrijving anders dan bv sociologie en psychologie. Ik heb zojuist in Maastricht, in een tot boekhandel omgevormde Dominicaner kerk, het boek “Unfabling the East; the Enlightenment’s Encounter with Asia” van J. Osterhammel gekocht; hij heeft veel onderzoek gedaan in primaire bronnen, en dat is altijd mooi.

          1. Bert Schijf

            Volgens mij heet dat boek gewoon Die Entzauberung Asiens. Prima boek daar niet van.

Reacties zijn gesloten.