Liberchies

Geminiacum zoals het er nu bij ligt; het pad is de antieke weg.

De “grand strategy” van het Romeinse Rijk in de Julisch-Claudische periode (tussen pakweg 50 v.Chr. en 70 n.Chr.) lijkt even bot als simpel te zijn geweest: zorg dat er aan de grenzen geen vijanden zijn. Anders gezegd: moord er zoveel mogelijk uit. Caesar onderwierp Centraal-Gallië en joeg in de periferie velen over de kling en eiste absolute gehoorzaamheid van de overlevenden; later vergrootte Augustus het gecontroleerde gebied naar de Rijn en werd een periferie tussen Rijn en Wezer leeg geveegd; nog later werd de directe invloedssfeer opgeschoven naar de Wezer en kregen de mensen tot aan de Elbe het hard te verduren.

Van de tekentafel

Het gaat me nu even om de expansie ten tijde van Augustus, toen het door Caesar leeg gemaakte Belgica Romeins werd. Om het te bevolken verplaatsten de Romeinen hele volksstammen. De Ubiërs, Bataven en Sugambriërs verhuisden van de oostelijke naar de westelijke Rijnoever. Het meer naar binnen gelegen gebied – zeg maar het huidige België – werd bij wijze van spreken van de tekentafel af ontworpen, met stedelijke knooppunten als Bavay en Tongeren en een netwerk van grote wegen. Ze worden vanouds Chaussée Brunehaut genoemd, naar een Frankische koningin die ze volgens een veertiende-eeuwse legende heeft laten repareren.

Tegenwoordig duidt men de hoofdverkeersader tussen Bavay en Tongeren wel aan als Via Belgica. Die naam is bedacht om deze route als één erfgoedproject “op de kaart te zetten” en is een gemiste kans. Het is namelijk goed gedocumenteerd dat mensen met én belangstelling voor de Oudheid én kennis van het Latijn, een interessante doelgroep, het potjeslatijn herkennen en zich niet meer in het aanbod verdiepen. En daarmee doen ze zichzelf tekort. Neem Liberchies ofwel Geminiacum.

Agrarisch productiecentrum

Dit was een flinke nederzetting langs de grote weg, eenenvijftig kilometer ten oosten van Bavay, bij een brug over het beekje dat nu de mooie naam Monplaisir heeft. Je zou het Romeinse Liberchies een lintdorp kunnen noemen, maar de huizen, die inderdaad als een dubbel lint langs de weg stonden, zijn opvallend diep (zoals het vroegste Nijmegen) en aan de grote kant. Wonderlijk is dat ze recht aan de weg zijn gebouwd, dus niet met een stoep of een portiek. Er was een badhuis maar het gebouw ernaast was geen herberg; ook was er een vrij groot heiligdom, terwijl de economie draaide om de enorme landgoederen in de omgeving. Het is mogelijk dat de enorme woningen tegelijk pakhuizen waren voor de agrarische producten, die naar het leger gingen.

Gesticht op een heuvel ten tijde van Augustus, bereikte het dorp – als dit het woord is voor een agrarisch productiecentrum – zijn grootste omvang in de tweede eeuw. Uit die tijd dateert dit beeldje van de godin Fortuna.

Fortuna (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Eén dorp, twee forten

Het beeldje is later opzettelijk kapot gemaakt. De Franken waren, vermoedelijk rond 256, doorgebroken en hadden ook Liberchies verwoest. Generaal Postumus stelde orde op zaken en stichtte een nieuw, Gallisch Keizerrijk dat zijn grondlegger overleefde. Anders dan de vorsten in het oude imperium, kozen de Gallische keizers voor een dubbele verdedigingslinie. Achter de Rijnforten legden ze een tweede reeks versterkingen aan langs de hoofdweg van Tongeren naar Bavay. Binnenvallende Franken zouden zich voortaan tussen twee lijnen van forten plaatsen, wat gevaarlijk was; ze konden dat vermijden door eerst forten aan de Rijn te veroveren, maar dan konden de Gallische Romeinen versterkingen uit de tweede linie naar voren sturen. Dit systeem staat bekend als diepteverdediging en Constantijn de Grote zou het later invoeren in het hele imperium.

Postumus versterkte ook Liberchies. In het wegdorp verrees een fort. Even verderop, op een plek die – je raadt het nooit – Brunehaut heet, verrees een tweede fort. De bouwers recycleden puin uit oude gebouwen, zoals het beeldje van Fortuna, dat ze in tweeën sloegen en gebruikten in een muur.

Dit was ook de tijd van de kerstening en het lijkt erop dat een tempeltje dat even ten zuidoosten van de twee forten stond bij een van de grote landgoederen, werd omgezet in een kapel. Er is op die plek nog altijd een Mariaheiligdommetje. Waarom het “aux trois arbres” heet, terwijl er maar twee bomen zijn, is me niet helemaal duidelijk.

Aux trois arbres

De Taalgrens

Laatste punt: in de vierde eeuw stond generaal Julianus de Franken en Chamaven toe zich te vestigen in het gebied tussen de twee verdedigingslinies. (Ik blogde al eens over Nebisgast.) De immigranten leefden op zandgrond; de vruchtbare löss bleef Romeins. Dit geldt als verklaring voor het tracé van de Taalgrens: Frankisch en Nederlands op het zand ten noorden van de Chaussée Brunehaut, Latijn en Frans op de löss ten zuiden van die grote straat.

8 gedachtes over “Liberchies

  1. FrankB

    “… en zich niet meer in het aanbod verdiepen”
    Wat ik nogal kortzichtig vind. Hoe malloot de naam ook is, die zegt niets over de inhoud.

    “kozen de Gallische keizers voor”
    Volgens dezelfde illogica zou ik me nu niet meer in jouw blogstukje moeten verdiepen omdat ik een persoonlijke pesthekel heb aan deze uitdrukking – “verkozen” is korter, origineel en bovenal mooier.

    “Dit systeem staat bekend als diepteverdediging”
    Omdat jij het niet noemt: Edward Luttwak, Grand Strategy of the Roman Empire (1975).

    https://en.wikipedia.org/wiki/Defence-in-depth_(Roman_military)

    1. Robert

      Beste meer B,

      Vergelijkingen tussen een bedachte naam die voor kenners ‘puur toerisme’ schreeuwt en een prima grammaticale woordkeus die net even anders is dan de uwe? Maar goed, elk z’n ding.

      Ik stoor me wel aan de promotie van Luttwak. Ten eerste is dit boek allang achterhaald, ten tweede behandelt de auteur absoluut niet de door Postumus bedachte strategie die door Jona hier aangehaald wordt.
      Dan is dit een veel beter werk om aan te raden, ook nog van eigen bodem:
      Martijn Nicasie (1997): Twilight of Empire, the Roman Army from the Reign of Diocletian until the Battle of Adrianople, (Thesis Publishers Amsterdam).

      1. FrankB

        Sinds wanneer betekent “promoten” hetzelfde als “noemen”?
        Bedankt dus voor uw promotie – ik geloof u meteen.

  2. Ik vond de Mainzer Beobachter vandaag in de spam, godbetert!
    Wat een mooi beeldje. Simpel maar doeltreffend en kijk even hoe het kleed over de sokkel heen valt. Die sokkel is zo te zien een hedendaagse aanvulling maar in het verleden zal er iets dergelijks hebben gezeten. Het beeldje heeft het gebruik als bouwsteen verbazingwekkend goed doorstaan, frontaal gezien. Zo goed dat ik er vanochtend helemaal vrolijk van werd.

  3. Roger Rymen

    Beste Jona, erg leuk om ook eens wat te lezen over de Romeinse aanwezigheid in mijn Belgenland.
    Voor geïnteresseerden, en als lid van AVRA (Antwerpse Vereniging voor Romeinse Archeologie, kan ik aanreiken dat de ‘Via Belgica’, wat bij ons een eerder toeristenlokkende benaming is, nog heden ten dage volledig te traceren is. In verband met een onderzoek enkele jaren geleden heb ik mij trouwens in het Gallo-Romeinse karrenspoor van die toenmalige snelweg gezet en heb er grote stukken van gevolgd met auto, fiets en te voet; Keltische karrenbouwers en Romeinse legioenen en handelaars indachtig en tevens een ontdekking van een soms idyllisch landschap.

    Laat me stellen dat de ‘Via Belgica’ begint net buiten Bavay (F) op coördinatenpunt 50.300978 – 3.809398, waar hij zich als een pijl uit een boog in noordoostelijke richting, zo recht als een kaars (D932), uitstrekt. 7,7 km verder bereik je dan België. De weg vervolgt dan onder diverse hedendaagse namen zoals Rue de la Libération, Chaussée Romaine, Chaussée Brunehaut, Mont de la Justice, Rue de la Chaussée, Rue de Chassart. Soms een landweg, dan weer een straat, een grotere rijweg of een wegel. In Waudrez werd er archeologisch onderzoek gedaan door Isabelle Deramaix. Na 44 km, op het grondgebied van Courcelles wordt het even moeilijk, hier werd de oude snelweg opgeofferd door de aanleg van de moderne, hedendaagse autosnelweg E42 en even verder het kanaal Brussel-Charleroi. Maar, geen probleem, na wat zoeken vond ik de klassieke snelweg terug op punt 50.502058 – 4.423080, 1,5 km ten zuiden van het door Jona bezochte en beschreven Liberchies (Geminiacum). Ten westen van dit punt is de heerbaan spijtig genoeg ooit door een landbouwer omgeploegd, ik zag dit ook regelmatig elders en in Frankrijk. We bevinden ons hier op de hoogvlakte, de waterscheiding tussen de waterlopen ten noorden en ten zuiden, een uiterst vruchtbaar gebied en een ideaal tracé om zowel links als rechts een vergezicht te hebben, ideaal om eventuele vijanden of boosdoeners reeds van ver te kunnen zien. De vicus zelf bevond zich nabij punt 50.508400 – 4.446513, 250 m vóór het kruispunt met ‘Chemin du Vicus’. Bodemonderzoek leverde in ’70 een goudschat op van 368 Romeinse munten. Altijd rechtdoor bereiken we de N5 en komen voorbij de Landbouwcoöperatie SCAM in Wagnelée, hier zijn we op 60 km van Bavay. Immer verder langs de Rue de l’Etang gaat het dan, mits een onderbreking vóór en na de N93, gaat het dan weer lijnrecht door tot de Rue de Bertinchamps in Chastre en daar ten einde links en rechts vinden we terug, mooi noord-oost “Chaussée Romaine”, doorheen welig vruchtbare akkers via gehucht Baudecet, ten zuiden van Perwez blijvend (Rue de la Quietude) naar het kruispunt met de N91 (coördinaten 50.620417 – 4.880583).
    Oversteken en maar verder, nog 33 Romeinse mijl naar Tongeren, met links en rechts oneindige vergezichten over het golvende landschap van Haspengouw, inderdaad we bevinden ons hier 150 m boven de zeespiegel. Steeds de Via Belgica volgen over het gronfgebied van Eghezée ( Chaussée Romaine, dan Rue de la Marsale). Opgelet op punt 50.636829 – 4.991183 rechts de naamloze landweg inlopen en volgen om de Chaussée en de Chaussée Romeine bij een driesprong links te bereiken. Deze volgen, de N624 oversteken, Rue du Soleil in en links richting Moxhe (= Chaussée Romaine). 3,1 km verder de N80 oversteken en rechtdoor de N69 nemen (= Chaussée Romaine) naar Waremme (Borgworm) en 16 km verder, bij het eerste rond punt zien we de overblijfselen van de Romeinse omwalling van Tongeren, oudste stad van België. We hebben nu zo ongeveer 140 km of zo’n 93 Romeinse Mijlen het oorspronkelijk traject van de ‘Via Belgica’ afgelegd!
    Uiteraard weten we dat Tongeren niet het eindpunt was, vergeten we niet het mooie Maastricht en Heerlen waar de vermoeide reiziger zich kon opfrissen in de thermen om dan door te reizen naar Keulen, maar dan spreken we vanaf Bavay over een slordige 255 km.

Reacties zijn gesloten.