Sapfo: van kwaad tot erger

Nog een Sapfo waarvan we niet weten of ze echt is: een buste uit Herculaneum, nu in het Museo nazionale archeologico in Napels.

Op een bepaald moment moet iets klaar zijn. Toen ik een boek over het oude Rome schreef las ik over die stad alles wat los en vast zat, maar toen het eenmaal was verschenen, verloor ik mijn belangstelling. Ik heb ook nauwelijks meer omgekeken naar Alexander de Grote nadat ik er een boek over had geschreven. Ik had de stof verkend, ik had de stof in eigen woorden naverteld, ik was de stof voldoende meester om iets nieuws te gaan verkennen. Ik zou dus, nu Bedrieglijk echt is verschenen, niet meer over papyrologie willen schrijven. Soms drijft de verontrusting je echter terug.

Echt of vals?

Sapfo dus. In Bedrieglijk echt behandelde ik diverse dossiers: Artemidoros (vals), Geheime Marcus (incompetent beoordeeld), het Evangelie van de Vrouw van Jezus (vals), de Dode Zee-rol-fragmenten uit de Green-collectie (vals), de Dode Zee-rol-fragmenten uit de Schøyen-collectie (vals), het Marcusfragment (gestolen) – steeds was wel duidelijk hoe de vlag erbij hing. De Sapfo-fragmenten vormden echter een open einde. Er is geen afdoende gedocumenteerde provenance.

Dat wil, zoals u weet, zeggen dat ze zowel echt als vals kunnen zijn. Wetenschappelijk zijn ze van nul en generlei waarde. Dat degene die ze in bezit heeft (wie?) het microscopisch onderzoek niet afdoende heeft laten doen en documenteren, zodat in elk geval viel uit te sluiten dat het een slechte vervalsing was, suggereert vrij sterk dat hij of zij het er niet op durft te laten aankomen. De Sapfo-fragmenten hebben de schijn tegen.

De gang van zaken

Ze zijn desondanks gepubliceerd. Dat is al vreemd, maar de voorbeelden hierboven tonen dat het vaker voorkomt dat oudheidkundigen iets uitgeven dat ze beter kunnen laten liggen. Het is nog vreemder als we dit bedenken:

  • Ontdekker Obbink schreef meteen nadat het bestaan van deze fragmenten bekend was geworden, dat er een gedocumenteerde provenance was.
  • Zijn medewerker Lardinois gaf nog geen drie weken later aan dat hij er niets van geloofde (“ongetwijfeld op de zwarte markt bemachtigd”).
  • Obbink bleef zichzelf tegenspreken.
  • Desondanks gingen zowel het Zeitschrift für Papyrologie und Epigraphik als Brill over tot publicatie.

Tot zover wat we al wisten. Al die tijd, al dat geld, al die energie, al dat intellect dat is verspild aan iets zonder wetenschappelijke waarde, terwijl er duizenden en duizenden papyri onuitgegeven liggen te verstoffen in de depots.

De cruciale vragen

Slechts twee vragen zijn relevant:

  • Kunnen we nog vaststellen of de Sapfo-papyri echt zijn en een bijdrage vormen aan onze kennis van de Griekse poëzie?
  • Waarom hebben ZPE en Brill, wetend dat Obbink niet de waarheid sprak, publicaties gewijd aan deze papyri?

Al het andere is rookgordijn. Als op deze twee vragen antwoorden komen, wordt het onderwerp weer interessant.

Junk nieuws

Ik was dus niet van plan er over te schrijven, maar het Bulletin of the American Society of Papyrologists heeft net een artikel gepubliceerd over de wijze waarop de prijs voor de Sapfo-papyri is opgedreven (Mike Sampson, “Deconstructing the Provenances of P.Sapph.Obbink.”(€)). Er staat van alles in, maar het meeste is, als ik het goed zie, van ondergeschikt belang.

En dat is dus wat me zorgen baart. Dit is een schoolboekvoorbeeld van brownwashing. Er is een laag informatie neergelegd die onze blik vertroebelt op de werkelijke problemen.

Ik denk: het gebeurde onbedoeld. Helemaal zeker ben ik daar echter niet van. We zagen het ook bij de Artemidorospapyrus, waar de obscure provenance werd verborgen door middel van exposities en wetenschappelijke publicaties. De les dat nieuwe informatie ook kan afleiden van de feitelijke problemen, had getrokken moeten zijn. Dit is junk nieuws. Het gaat van kwaad tot erger.

Over Artemidoros kwam pas duidelijkheid toen de politie ingreep. Tegen Obbink loopt ook een rechtszaak. Ik heb geen idee wanneer de uitspraak is. Ik hoop dat als het vonnis er eenmaal is, er ook duidelijkheid komt over de vraag of de Sapfo-papyri geheeld of vervalst of allebei zijn. Het zou fijn zijn als aan deze ellende een einde komt.

[#reblog]

8 gedachtes over “Sapfo: van kwaad tot erger

  1. Ik lees de laatste dagen wat stukken in de media waar Trump mee bezig is: twijfel zaaien met een “alternatieve laag aan feiten”. Niet alleen de wetenschap heeft last van brownwashing. Erg kwalijk allemaal.

  2. Klaas

    Interessante verwijzingen naar je boeken over Rome en Alexander: geen datering van het stukje, maar wel “[vertaald in het Turks]” 🙂

    1. Huibert Schijf

      Die verwijzingen naar het boek over Rome viel mij ook op. Nooit gelezen en naar ik vermoed was het meer een potboiler dan het interessante boek over Alexander uit 2004. Ik heb het pas een paar jaar geleden gelezen en kan het iedereen van harte aanbevelen. Of er sindsdien zoveel nieuwe kennis over Alexander is bij gekomen om een herziene herdruk te rechtvaardigen kan ik niet beoordelen. Uitgevers houden meestal niet van zulke boeken. En Ik heb eigenlijk met het boek van JonaL wel genoeg over Alexander gelezen. Maar die BBC-serie uit 1997 In the footsteps of Alexander the great met de charismatische Michael Wood zou ik nog weleens willen herzien. Dat was min of meer mijn eerste kennismaking met Alexander.

  3. A. Minis

    ” Kunnen we nog vaststellen of de papyri echt zijn en een bijdrage leveren…”
    Dus als ze echt zijn, kunnen ze bijdragen aan de kennis van de Griekse poezie? ondanks de onzekere provenance? Ik meen te begrijpen dat dat volgens u niet mogelijk is. Maar het zou wel een flinke winst zijn, er is toch al zo weinig van Sappho.
    Ik kan me bijna niet voorstellen dat iemand dat vervalst…de taal, de metriek, alles moet onberispelijk zijn. Maar Obbink is geen kleine jongen, misschien kan hij het. De tijd zal het leren.

    1. Als ze echt zijn, en als kan worden vastgesteld dat ze inderdaad Sapfo zijn (wat maar de vraag is: er waren imitaties), leveren ze inzicht in de Griekse poëzie. Het probleem is dat dit zonder provenance simpelweg niet mogelijk is.

      Dat het heel moeilijk is een Griekse tekst te vervalsen is vaker naar voren gebracht, maar de Artemidorospapyrus is een bewijs dat het wel degelijk kan. Los daarvan is het natuurlijk in feite een beroep op keurigheid: “wie eenmaal Grieks kan, zal het nooit voor slechte doeleinden gebruiken”.

      1. A. Minis

        De ene Griekse tekst is de andere niet. Proza is misschien makkelijker te vervalsen dan poezie, laat Grieks is misschien makkelijker te vervalsen dan een dialect uit de 6e eeuw VC.
        Ik blijf erbij dat het erg lastig zal zijn om een gedicht van Sappho in alle opzichten correct na te bootsen. Al was het alleen al om het metrum.

Reacties zijn gesloten.