Bar-Rakeb van Sam’al

Bar-Rakeb ontvangt een schrijver (Pergamonmuseum, Berlijn)

Haal u even de landkaart van Turkije en Syrië voor de geest. De grens loopt van het oosten naar het westen. Vlak voor de Middellandse Zee zwenkt hij ineens naar het zuiden en loopt dan een eind zuidelijker naar verder naar de kust. Het gebied waar de grens zo opvallend omheen loopt is dat van Antiochië. Al voor die stad was gesticht, was hier een belangrijk stedelijk centrum, dat eveneens de Orontes en de weg van de zee naar Assyrië beheerste: Sam’al. Het is ook wel bekend als Bit Gabbar. De ruïnes van de koninklijke residentie zijn te zien bij het huidige Zincirli.

Ik herinner me vooral het vluchtelingenkamp ernaast. De ruïnes stellen weinig voor, de opgraving was, toen ik er kwam, stilgelegd. Voor de vondsten moet je zijn in de musea, zoals het Berlijnse Pergamonmuseum, waar bovenstaand reliëf is te zien. Dit is koning Bar-Rakeb, die regeerde van 727 tot 711 v.Chr. en hier een schrijver ontvangt. Op de inscriptie identificeert de koning zichzelf als zoon van Panamuwa, dienaar van de Ba’al van Harran.

Onder de IJzertijdstaatjes in de regio is Sam’al een beetje een raar geval. Het Assyrische verslag van de veldslag bij Qarqar in 853 v.Chr., de Kurkh-stèle, vermeldt Sam’al niet. Dat suggereert dat de vorsten bondgenoten waren van Assyrië en dat is onverwacht. De oudste inscripties zijn in het Fenicisch, later in de eigen taal (“Sam’alisch”) en nog later schakelt men over op Aramees. Hittitisch ontbreekt, terwijl dat in deze contreien een belangrijke taal is geweest. Alles bij elkaar krijgen we de indruk dat de heersers zich afkeerden van hun buurstaatjes en zich liever onderwierpen aan de man uit Aššur.

Daarop duidt ook een kruiperige inscriptie. Die is eveneens te zien in het Pergamonmuseum, maar ik heb er geen foto van.

Ik ben Bar-Rakeb, zoon van Panamuwa, koning van Sam’al, dienaar van Tiglat-Pileser, de heer van de vier windstreken. Vanwege de loyaliteit van mijn vader en mijn eigen loyaliteit hebben mijn heer (de god) Rakeb-El en mijn heer Tiglat-Pileser mij geplaatst op de troon van mijn vader. Het huis van mijn vader was ijveriger dan wie ook. Ik liep bij het wiel van mijn heer, de koning van Assyrië, te midden van machtige koningen, bezitters van zilver en goud. Ik nam het huis van mijn vader over en maakte het mooier dan het huis van wie van de machtige koningen dan ook. (vertaling Holger Gzella)

Alle slaafsheid ten spijt ervoer ook Sam’al de gramschap Aššurs: Bar-Rakeb was de laatste koning. Het is onbekend wat er is gebeurd. Misschien sneuvelde Bar-Rakeb in de strijd tegen de Assyriërs. Misschien is zijn koninkrijk na zijn dood simpelweg geannexeerd.

[Dit was het 382e voorwerp in mijn reeks museumstukken. #reblog.]

2 gedachtes over “Bar-Rakeb van Sam’al

  1. Als hij zo kruiperig was, lijkt het me onwaarschijnlijk dat hij sneuvelde in een oorlog tegen Assyrië. Misschien wel in Assyrische dienst? Of hij stierf vredig in zijn bed en de Assyriërs besloten dat een opvolger niet meer nodig was.

Geef een reactie