Silphium

Silphium op een niet zo beste foto die ik ooit maakte in het Bode-Museum in Berlijn

Het is zoiets als de coelacanth. U weet wel, de vissensoort die miljoenen jaren geleden zou zijn uitgestorven maar toch nog bleek te bestaan. Zo lijkt het nu ook te zijn met silphium, een plant die in de Oudheid een zekere beroemdheid had om zijn medicinale eigenschappen, die leek te zijn uitgestorven maar die toch blijkt te bestaan.

Dat is althans de claim die de Turkse farmacognost Mahmut Miski doet in dit artikel. De lezer moet nogal wat wetenschappelijk struikgewas kappen – het is maar een “preliminary morphological, chemical, biological and pharmacological evaluation”, het is slechts een “initial conservation study” en wil niet meer bieden dan een “reassessment of the regional extinction event”. Maar toch: het is de moeite van het overwegen waard.

Ik weet weinig van planten en ook al niet veel van medicijnen, maar ik denk dat ik het volgende begrijp. Ten eerste, dat silphium te identificeren valt met het plantengeslacht dat in het Latijn ferula heet. Dat kan best waar zijn. De Romeinse auteur Plinius de Oudere biedt een aanwijzing.

Hij vertelt dat in zijn tijd de echte silphium aan het uitsterven was. Een werkelijke verklaring biedt hij niet, maar de antieke botanist Theofrastos vertelt dat silphium het beste groeide in het wild en slecht groeide op bewerkt land. Aangezien de regio waar de silphium groeide, de Cyrenaica in het noordoosten van Libië, in de hellenistische en Romeinse tijd steeds intensievere landbouw kende, is voor het uitsterven een goede verklaring. Het is ook mogelijk dat de export van op silphium gebaseerde geneesmiddelen, die vrij massaal schijnt te zijn geweest, leidde tot overexploitatie. In elk geval: de echte silphium stierf uit en Plinius vertelt dat er een goedkoper alternatief was. Dat alternatief is geïdentificeerd als duivelsdrek, en dat is inderdaad een plant uit het geslacht ferula. Tenminste één ferula-soort leek dus op echte silphium.

Miski claimt nu dat er op drie plaatsen in de buurt van de Hasan Dağı-vulkaan in het zuiden van Cappadocië een ferula-soort is, Ferula drudeana, die goed voldoet aan de beschrijvingen door de antieke auteurs. Het door Miski gepresenteerde fotomateriaal toont een plant die inderdaad sterk lijkt op de plant die we kennen van de munten uit Kyrene: een lange stengel, breed uitstaande ranken, wijd vallende ovale bladen en een knop die wat doet denken aan de eikel van een penis.

Dat Ferula drudeana op silphium lijkt wil niet zeggen dat het dat ook is – lees maar. Miski heeft echter meer pijlen op zijn boog, hij is immers farmacognost ofwel kenner van medicijnen. In het lab is hij dus gaan kijken of de Turkse plant sappen en harsen heeft die de medicinale kwaliteiten hebben die de antieke auteurs aan silphium toeschrijven. In een tabel noemt Miski drieëntwintig metabolieten en hun medische werking, die inderdaad redelijk overeen komen met die van de antieke plant.

Er is hier overigens een probleempje: antieke medische beschrijvingen komen niet helemaal overeen met wat wij denken dat ze zijn. Niet alle antieke auteurs waren artsen en antieke artsen zien dingen soms erg anders dan hun moderne vakgenoten. Het heeft lang geduurd voordat wetenschappers de epidemie identificeerden die in Athene woedde en er is, onder de diverse identificaties, ook weleens wat kwakgeschiedenis. Ik beschuldig daar Miski niet van, overigens; ik constateer dat het niet altijd even simpel is.

Een andere complicatie is dat het wat vreemd is dat de plant in Turkije is gevonden en niet in de Cyrenaica. Nu staan migranten voor niets en weten we – daar is de DNA-revolutie weer – dat mensen in de Oudheid massaal migreerden. Een paar zaden zijn snel meegenomen, al dan niet bewust. Toch zou het fijn zijn als deze of gene oud-Cappadocische auteur zou verwijzen naar silphium als een in zijn contreien inheemse plant.

Tot slot nog iets anders. Net als silphium groeit Ferula drudeana het beste in het wild. Helaas groeit het voor zover bekend op maar drie plekken en dat maakt het meteen tot bedreigde plantensoort. En die dreiging is acuut. Ferula­-soorten gelden in Turkije namelijk als afrodisiaca en worden commercieel geëxploiteerd. Wat dat betreft is de cirkel rond, want ook silphium gold als afrodisiacum en hielp mannen met erectiestoornissen.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

4 gedachtes over “Silphium

  1. Rob Duijf

    ‘(…) een knop die wat doet denken aan de eikel van een penis.’

    Dat silphium mogelijk valt te identificeren als een ferula en over eigenschappen beschikt om het mannelijk lid omhoog te brengen, zal best. Ik denk echter dat jouw oog meer ziet dan er is… Ferula is namelijk een plant uit de schermbloemenfamilie, net als – ik noem er maar een – fluitekruid. Dat is ook wat ik zie op de munt die je afbeeldt: een plant met een bloeiwijze die op een schermbloem lijkt.

  2. Theophrastus (Hist. Plant. 6.3) schrijft dat silphium al in zijn tijd aan het uitsterven was. En waarachtig, hij noemt als oorzaak precies wat jij suggereert: het is een plant die slechts in het wild gedijt, maar het gebied waarin hij voorkwam werd allengs in cultuur gebracht. (Of had je stiekem al in Theoprastus gekeken?)

      1. Gert M. Knepper

        Zeker. Mijn toevoeging betrof het feit dat reeds Theophrastus (en niet pas Plinius de Oudere) het uitsterven van de plant signaleerde; en dat reeds Theophrastus (en niet pas Jona L.) dat uitsterven weet aan het verdwijnen van woeste grond.

Reacties zijn gesloten.