Bij ons in het dorp (17)

Ik heb er wel eens eerder op gewezen dat bij ons in het dorp de ene gemeentelijke dienst niet weet wat de andere doet. Lees maar. Zoiets is, als een organisatie complex wordt, natuurlijk onvermijdelijk. Daarom is vooral belangrijk dat een verkeerd gebleken maatregel snel valt terug te draaien.

Zo ook nu.

Als ik vanuit mijn buurt (West) naar het station, een vergaderplek of de boekhandel moet, fiets ik van west naar oost door de grachtengordel, waar de beroemde grachten van noord naar zuid lopen. De ontwerpers hielden al rekening met die west-oost-verkeersstroom: ze zorgden voor voldoende bruggen en dwarsstraten. Die dwarsstraten zijn de laatste jaren waanzinnig populair geworden voor toeristen. Er zijn allerlei leuke winkels gekomen. Daardoor is dit deel van de grachtengordel zélf een toeristische attractie werd, met eigen publiciteit (“de Negen Straatjes” enz.).

Ongelukken

Ik moet weleens denken aan de Perzische bazaars en de Arabische souqs, waar iets dat ooit belangrijk was voor de stedelijke infrastructuur er een tweede, toeristische functie bij kreeg, waardoor het aanbod veranderde en een ander soort drukte ontstond. Dat is ook in ons dorp gebeurd: er kwamen veel toeristen bij en die mensen denken rond te lopen in een voetgangersparadijs. Alleen is ons centrum geen souq of bazaar waar voetgangers het alleenrecht hebben; de straten zijn nog steeds verkeerswegen. En dus gebeuren er ongelukken.

Zeker nu ik, omdat het postkantoor is verplaatst, vaker van west naar oost door de grachtengordel moet, zie ik bijna wekelijks wel hoe de chauffeur die met een vrachtwagen de hoek om komt, op een haar na een toerist weet te ontwijken. Op de Rozengracht (die parallel loopt aan die dwarsstraatjes) is de verkeersdrukte zodanig dat het menselijkerwijs onmogelijk is je aan de verkeersregels te houden.

Verkeersdrempels

Heel vreemd is het niet dat iemand besloot dat er in de dwarsstraatjes verkeersdrempels moesten komen. Ineens waren ze er en, zoals Het Parool ontdekte, niemand weet wie de beslissing nam.

De teams die gaan over fietsbeleid en die over verkeersveiligheid werden door de aanleg overvallen. Ook de Centrale Verkeerscommissie werd niet geconsulteerd, hoewel dit gebruikelijk is.

Nu wordt de maatregel snel teruggedraaid. De fietsers waren namelijk boos omdat dit verkeersdrempels waren van het type waarop je wiel kapot gaat. En je moet in ons dorp niet op voorhand en zonder overleg verwachten dat fietsers, die over het algemeen best redelijk zijn, wel plaats zullen maken voor toeristen. Het Rijksmuseum, dat de fietserstunnel opeiste en mogelijk heeft aangestuurd op verkeersongelukken, heeft wat dat betreft de verhoudingen behoorlijk verstoord.

Ik verwijs niet zonder reden naar de affaire rond het Rijksmuseum. De situatie in de westelijke grachtengordel lijkt daar namelijk op. De onnadenkendheid waarmee is aangenomen dat mensen die voor hun werk door de grachtengordel moeten, zich wel aanpassen aan de toeristen, is identiek. Er is ook verschil: boven de Rijksmuseumtunnel wonen geen mensen terwijl de grachtengordel een woonwijk vormt. Al verandert dat snel. Een vriendin, geboren in de Berenstraat, vertelde me ooit dat door de vele toeristen haar buurt zó was veranderd dat ze niet zeker wist of ze voor haar geboortehuis stond.

Keuzes, keuzes

Nu veranderen woonwijken voortdurend. Dat er nu een noord-zuid-wig is door het oost-west-verkeer, is een nieuw probleem. We zullen keuzes moeten maken en je kunt inderdaad het verkeer nóg verder bemoeilijken en van ons dorp een soort Florence maken, waar de mensen in een grote kring wonen om een vierkante kilometer Renaissance. Voor mij zou dat betekenen dat ik niet meer naar het station, vaste vergaderplek of boekhandel kan. We kunnen er ook voor kiezen dat we toeristen weren of het bestemmingsplan zó aanpassen dat er minder winkels zijn in verkeersstraten.

Zoals u heeft begrepen: dit stukje gaat niet over verkeersdrempels, vrachtauto’s, fietsers en toeristen. Het gaat over een stad die moet kiezen wat ze wil zijn. We zullen de appels, de peren en de bananen van het verkeer, het toerisme en de bewoners moeten vergelijken. Dat is niet erg. We hebben de politiek om het onvergelijkbare te vergelijken. Maar het helpt niet als ambtelijke diensten de eigen procedures negeren.

4 gedachtes over “Bij ons in het dorp (17)

  1. “Ik heb er wel eens eerder op gewezen dat bij ons in het dorp de ene gemeentelijke dienst niet weet wat de andere doet”

    Vooral als je als gemeente je taken gaat uitbesteden aan private ondernemingen of uitvoeringsorganisatie. Vraag maar na in Amersfoort, waar men op zeker moment even kwijt was welk bedrijf nu eigenlijk welke taak uitvoerde.

  2. Rob Alberts

    Het kiezen voor de bewoners blijft een onmogelijkheid voorde ambtenaren en de politici.

    De commercie en de clientèle/toeristen hebben binnen de Ring het alleenrecht. Waarbij de grachtengordel helemaal als winstgebied, inclusief de openbare ruimte is weggegeven aan het bedrijfsleven.

    Bezorgde groet,

    1. FrankB

      Zoals de grootste filosoof van de Watergraafsmeer al zei: elluk nadeil hep se foordeel.
      De toeristen zorgen voor verzoening van automobilisten, fietsers, brommers en lopende dorpelingen. Ze hebben het allemaal te druk met de pest hebben aan toeristen.
      Amsterdamse trams blijven zoals altijd een geval apart.

  3. FrankB

    “de verkeersdrukte zodanig dat het menselijkerwijs onmogelijk is je aan de verkeersregels te houden.”
    Het is misschien een beetje gek, maar dit verhoogt de verkeersveiligheid. Ten eerste moet iedereen de snelheid van wandelaars aanhouden (zelfs trams zo af en toe) en ten tweede is al het rijdend verkeer in opperste concentratie. Onverwachte verkeersdrempels zijn dan een ramp omdat ze afleiden.

Reacties zijn gesloten.