Teerlingen werpen

Dobbeltoren (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

Vorig jaar publiceerde Vincent Hunink zijn vertaling van de boeken 13 en 14 van Martialis, Feest in het oude Rome, waarvoor ik de beeldredactie verzorgde. In deze boeken wijdt de dichter gedichtjes aan allerlei hapjes en cadeautjes zoals de Romeinen die aan elkaar gaven tijdens het feest van Saturnus. Een van de gedichtjes was gewijd aan een turricula, een “torentje”. Dat was een instrument waarmee mensen eerlijk konden dobbelen. In het gedichtjes is de dobbeltoren aan het woord.

Een slinkse hand gooit kootjes graag
zoals hij zelf heeft voorgekookt.
Maar lukt dat metterdaad met mij?
Dan heeft hij puur geluk.

Ik wist zeker dat ik zo’n dobbeltoren eens ergens had gezien maar kon me niet herinneren waar. Deze week zag ik er een in het Rheinisches Landesmuseum in Bonn. Het is gevonden bij Düren. Binnenin zitten wat plaatjes die de val van de dobbelsteen onregelmatig maken, zodat de speler daarop door de wijze van werpen geen invloed heeft. Onderaan rollen de stenen over een trappetje uit de toren, tussen twee dolfijnen door. Twee belletjes maken dat het vrolijk klinkt als iemand besluit de teerlingen te werpen.

Er staat een tekst op (EDCS-06100453):

Utere felix vivas.
Pictos victos,
hostis deleta.
Ludite securi.

Speel met geluk en leef gelukkig.
De Picten zijn verslagen,
De vijand is vernietigd,
Speel maar onbezorgd.

Diverse Romeinse generaals hebben gestreden tegen de Picten, een volk in Schotland, dus een datering volgt hier niet uit, al is het gevonden in een villa uit de vierde eeuw. De inscriptie maakt wel duidelijk dat deze dobbeltoren een importstuk moet zijn.

[Dit was het 399e voorwerp in mijn reeks museumstukken.  Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

15 gedachtes over “Teerlingen werpen

  1. FrankB

    Fijn gedichtje, wat een briljante clou in de laatste regel.
    Je hebt me plezier gegeven. Denk je nou echt dat dat geen betekenis heeft?

    1. Ben Spaans

      Frank B., ik weet zelf wat het is om een heel onzeker mens te zijn. Maar soms moet je een keer flink duidelijk zijn. Ook onzekere mensen kunnen doorslaan.

  2. Huibert Schijf

    Het metalen omhulsel met gestanste letter ziet er modern uit. Is het misschien een reconstructie? Zijn er meer voorbeelden van zulke Romeinse platen? Of is alles verroest?

  3. Gert M. Knepper

    Het Latijn is uiterst merkwaardig. ‘Utere felix’ betekent zoveel als ‘gebruik als een gelukkig mens (dit apparaat); leef (lang). Daar is nog niets mis mee. heeft
    Maar ‘Pictos victos’ staat in de 4e naamval (de accusatief), de naamval van het lijdend voorwerp.
    En ‘hostis deleta’ is onmogelijk Latijn, want hostis (vijand) is een mannelijk woord terwijl ‘deleta’ (‘verpletterd’) een vrouwelijke uitgang heeft.
    Met ‘ludite securi’ is qua Latijn niets mis, zij het dat deze aansporing in tegenstelling tot die in ‘utere felix vivas’ ineens in het meervoud is gesteld.
    De enige verklaring die ik voor dit potjeslatijn kan verzinnen is dat de maker, afgezien van de eerste zin, per se zes woorden van ieder zes letters heeft willen (of door de ruimte gedwongen: moeten) gebruiken. Dat hij daarvoor een potje heeft moeten maken van de uitgangen (waardoor er nu grammaticale onzin staat) heeft hij blijkbaar op de koop toe genomen.

  4. Anna Minis

    In ”An Introduction to Vulgar Latin” (C. H. Grandet 1907) lees ik dat de ablativus absolutus werd vervangen door een nominativus absolutus ($97 p. 47). Daar schieten we in dit geval niet veel mee op, maar ik lees in paragraaf 95 ”There is evidence of the confusion of accusative and ablative as early as the first century, but it was probably not very before the thirt”
    Er was dus verwarring tussen acc. en abl., misschien heeft de schr. de klok horen luiden over dit feit; dan moet het zoiets betekenen als ”nu de Picten overwonnen zijn” (acc. abs. iplv abl.abs) is de vijand verslagen”
    Hostis deleta blijft vreemd, want er was niet veel verwarring tussen mnl. en vrl (paragraaf 346)

    1. Gert M. Knepper

      Dank. Ik houd het erop dat zowel ‘Pictos victos’ als ‘hostis deleta’ als nominativi bedoeld zijn, omdat we een prachtige parallel hebben in
      “Parthi occisi
      Br[i]tt[o] victus:
      Ludit[e R]omani”
      (‘De Parthen gedood, de Brit overwonnen: speelt, Romeinen!’, een tekst in de catacomben van St Marcus en Marcellianus, in Rome.)
      Daar zijn het dus duidelijk nominativi, waar je eventueel “sunt'”, resp. “est” achter mag denken. Dat ablativi zijn bedoeld lijkt me onwaarschijnlijk: de ablativus absolutus was een literaire constructie die buiten de literatuur, voor zover mij bekend, zeldzaam was. Wél ontstond er inderdaad allengs verwarring over de correcte uitgangen, maar dat zoiets ‘hostis deleta’ zou hebben opgeleverd is toch wel erg onwaarschijnlijk. De dwang van de zes letters per woord heeft ongetwijfeld een rol gespeeld: Romeinse ‘bordspellen’ zijn vaak getooid met zo’n hexagram (zes woorden met elk zes letters).
      Met excuses aan de lezers voor wie dit te technisch is!

      1. Remco

        Ik kwam de volgende site tegen (waarvan ik niet precies de status kan achterhalen):

        http://www.appmuseums.ch/fr/content?jeditId=197&filter_chapterId=200&filter_langId=2

        Daar staan meer voorbeelden van steeds driemaal twee woorden met zes letters, soms onhandig afgebroken, duidelijk in later Latijn. De parallel die Gert Knepper aanvoert, kan dus uitgebreid worden.

        De eerste regel wijkt af, maar die staat ook buiten dit patroon van driemaal twee woorden. Het zijn drie woorden (steeds vijf letters) op de resterende drie randen van het apparaat. De overgang van enkelvoud (utere felix vivas) naar meervoud (ludite) is dan minder vreemd.

        1. Gert M. Knepper

          Dank! Dit zijn inderdaad de hexagrammen die ik bedoelde. En ik zie dat de eerste daarvan (VIRTVS IMPERI HOSTES VINCTI LVDANT ROMANI) weer precies dezelfde grammaticale structuur heeft als de tekst op Jona’s dobbeltoren: ‘(Er is) dapperheid in het rijk, de vijanden zijn verslagen: laat de Romeinen spelen!’ (wat pleit voor mijn bovenstaande interpretatie van het potjeslatijn daarop;-) )

          1. Anna Minis

            Jawel hexagrammen.
            Nogmaals, u zult wel gelijk hebben.
            Maar hostes vincti (In boeien geslagen) lijkt toch wel op de Nominativs ablativus die ik vond in mijn boekje..
            Was de Abl.abs. litterair? hij is ook te vinden bij Plautus, toch geen deftig Latijn voor de hogere klassen..
            Maar goed, wrsch. moet men gewoon ”sunt ” aanvullen, zoals zo vaak in het Latijn.

  5. Anna Minis

    @Knepper: u zult wel gelijk hebben. Maar die accusativus is dan wel heel erg merkwaardig.

Reacties zijn gesloten.