Kort Irakees (1): Al-Haytham

Al-Haytham

Ik kan over het reizen in Irak natuurlijk allerlei spannende verhalen vertellen. Over onze bewapende begeleider of over ons escorte. Dat klinkt allemaal heel stoer, maar de simpele waarheid is dat reizen in Irak zo avontuurlijk niet is. Hotels zijn goed, sanitair functioneert, eten is prima. weer is lekker, mensen zijn vriendelijk. En vooral: de mensen vinden het leuk dat je belangstelling toont voor hun land. Mooi zou ik het vlakke, vervuilde en verstedelijkte gebied tussen Eufraat en Tigris niet willen noemen, boeiend is het echter wel. Ik wil wat stukjes schrijven over alledaagse zaken die me opvielen. Gewoon, om tegenover het vele nare nieuws over Irak eens wat positiefs te zetten.

Al-Haytham

Eerst maar eens iets over het bovenstaande bankbiljet van 10.000 dinar, een kleine zes euro. Daar kun je met z’n tweeën prima van lunchen in de plaatselijke horeca. De afgebeelde persoon is de Irakese geleerde Al-Haytham, die leefde van 965 tot 1039. Op andere bankbiljetten staan beroemde gebouwen en de Wetten van Hammurabi (waarover binnenkort meer). Zoals zoveel landen gebruikt Irak zijn geld om mensen iets te tonen waarop elke ingezetene trots kan zijn. En Al-Haytham, die in West-Europa bekendstaat als Alhazen, verdient de onderscheiding dubbel en dwars. Hij is de grondlegger van de optica. Maar er is meer.

Vóór Al-Haytham gingen geleerden ervan uit dat het oog een straal uitzond die door het bekeken object dan werd weerkaatst. Denk aan het kerstliedje: “toen vlamd’ er een straal uit hun ogen”. Deze conceptualisering van ons zicht vinden we onder meer bij de Grieks-Romeinse arts Galenos. Een groot geleerde, daar niet van, maar Al-Haytham had weinig woorden nodig om te bewijzen dat dit onmogelijk juist kon zijn. Immers, hoe kon het dan zijn dat de maan schijngestalten vertoonde? Als de maan alleen stralen uit onze ogen weerkaatste, zou ze altijd vol moeten zijn en zou niet steeds dat deel verlicht zijn dat naar de zon was gericht.

Experimentele wetenschap

Al-Haytham wist het beter. Hij opperde dat licht bestond uit onzichtbaar kleine deeltjes. Lichtbronnen als de zon straalden die uit. Daarna weerkaatsten andere objecten die terug, zoals de maan. Dat had hij natuurlijk goed gezien.

Om het verder te onderzoeken, bouwde hij een donkere kamer waar hij eindeloos experimenteerde met lichtstralen. En dat was vernieuwend. De Grieken en Romeinen hadden zelden experimenten uitgevoerd – Archimedes is een van de uitzonderingen die deze regel bevestigen – en hadden nooit bedacht dat je met experimenten je aannames kunt toetsen.

Bovendien deed al-Haytham meer belangrijke ontdekkingen. Lang voor “onze” Snellius begreep hij de breking van een lichtstraal die door een ander medium gaat. Jammer van die leuke Leidse muurschildering, maar Al-Haytham was eerder. Toen hij eenmaal de lichtbreking begreep, berekende hij uit de schijnbare afplatting van de ondergaande zon een waarde voor de hoogte van de atmosfeer. Daarmee bewees hij dat zich tussen de zon en de aarde een vacuüm moest bevinden: een gevolgtrekking waar niemand op dat moment raad mee wist. Een vacuüm was nog moeilijk voorstelbaar.

Al-Haythams Boek over de optica werd rond 1250 in Latijnse vertaling bekend in Europa, waar de Engelse geleerde Roger Bacon (1212-1294) erdoor werd beïnvloed. Dat is op zich leuk, maar niet waarom ik een bankbiljet aangrijp voor een stukje. Al-Haytham legde de grondslagen voor de experimentele wetenschap. Daar mag een Irakees trots op zijn, maar in feite is het erfgoed van de hele mensheid.