Geliefd computerspel: Civilization

Wie wat bewaart, die heeft wat.

Wat grappig: ik heb nog nooit geblogd over het computerspel Civilization. En dat terwijl ik dat uren en uren heb gespeeld! De eerste kennismaking is zeker een kwart eeuw geleden. In Den Haag had ik bovenstaand pakket gekocht en in de vertraagde trein – stilstaand in de Schipholtunnel – had ik de spelregels gelezen. Eenmaal thuis had ik het spel geïnstalleerd en terwijl ik een half oog had op het pruttelende eten in de keuken, begon ik met de tutorial.

Het spel

Ik stichtte een stad. Een verkenner ontdekte nieuwe gebieden terwijl de stedelingen nieuwe technieken ontdekten. We stichtten nieuwe steden. Het werd later en later. Onze beschaving, Amerika, maakte contact met andere beschavingen: de Indiërs of de Fransen of de Zoeloe’s. Het werd middernacht. Onze legers streden tegen barbaren en tegen de andere beschavingen. Vooral de Britten waren taai, herinner ik me nu ineens.

De nacht vorderde terwijl we meer steden bouwden. Om zes uur in de ochtend besloot ik toch maar te gaan slapen, maar een half uur later was ik alweer klaar wakker. Om een dreigend lang verhaal kort te maken (wat zoals u weet niet mijn sterkste punt is): toen het opnieuw middernacht was, had ons ruimteschip Alpha Centauri bereikt en had ik het spel uit. Ik moet achtentwintig uur min of meer onafgebroken hebben zitten spelen.

Ja, ik ben wat verslavingsgevoelig. En “Civ”, zoals fans het noemen, is een verslavend spel.

Grote-mannen-geschiedenis

Maar is wat geschiedenis lijkt ook geschiedenis? Ik bedoel met die vraag niet dat de Azteken en de Grieken elkaar nooit kunnen zijn tegengekomen. Het gaat me om andere kwesties. De eerste daarvan is dat het spel nogal westers is.

Je kunt bijvoorbeeld wereldwonderen bouwen, zoals de Grote Piramide, die dan ervoor zorgt dat de graanschuren sneller vol raken en je steden sneller groeien. Deze wereldwonderen komen nogal eens uit wat ik maar even de westerse canon zal noemen. Daarin wortelen we in het Nabije Oosten en schreed de beschaving verder via het hellenisme (kolossos van Rhodos, bibliotheek van Alexandrië), de Europese Middeleeuwen (kruistocht van Richard Leeuwenhart) en de Renaissance (het atelier van Leonardo da Vinci, de Sixtijnse Kapel) naar de Nieuwe Tijd (Newton, Bach, Smith) en onze eigen tijd (Manhattanproject, Apolloproject). Later versies van Civilization hebben dit wel enigszins recht getrokken maar de bias voor deze canon is er nog altijd.

Sitting Bull, leider van de Sioux

Ik noemde Richard Leeuwenhart, Da Vinci, Newton, Bach en Smith al. Dat zijn niet de enige grote mannen. Elke cultuur heeft een eigen representant, zoals Lodewijk XIV van Frankrijk, alsof koningen als enigen geschiedenis maken. Het is dezelfde rare fout die we zagen in deze bizarre Griekenkalender. Een eeuw geschiedvorsing heeft het methodisch individualisme richting shredder gestuurd, maar het blijft terugkeren.

Moderne versies hebben overigens wel wat vrouwelijke leiders toegevoegd, en dat is mooi, maar eigenlijk ervaar ik dat niet als voldoende. Een poging uiteenlopende economische systemen te introduceren door slavernij als optie toe te voegen, is later teruggedraaid.

Neo-evolutionisme

En toch. Er valt iets positiefs te zeggen over een spel waarmee miljoenen mensen iets over het verleden ontdekten. In de negentiende eeuw ontstond de grote cultuurhistorische synthese die we evolutionisme noemen. De strekking daarvan is dat de mensheid van aasetende wildeman via jagende barbaar naar beschaafde boer groeide – en verder zou groeien. De vooruitgangsgedachte dus. De antropologen verfijnden dit systeem (lagere barbarij, hogere barbarij enz.) door allerlei technieken en vaardigheden toe te wijzen aan diverse ontwikkelingsstadia. Dat sommige samenlevingen het een eerder leerden dan het ander en dat andere samenlevingen de omgekeerde volgorde hadden, was natuurlijk bekend, maar men zocht toch naar een algemeen patroon.

Die speurtocht liep spaak: men moest erkennen dat elke samenleving een unieke ontwikkelingsgang had (“historisch particularisme”). Later kwam het functionalisme, dat de historische analyse opgaf ten gunste van een synchrone, functionele analyse. Tot na de Tweede Wereldoorlog Julian Steward op het idee kwam van diverse ontwikkelingsroutes. De staatsvorming in Europa verliep bijvoorbeeld óf langs een kapitaalintensieve óf langs een dwangintensieve weg (wat de verschillen tussen westelijk en oostelijk Europa zou kunnen helpen verklaren). Het idee dat er wel evolutie was maar niet één voorgeschreven route, staat ook wel bekend als multilineair evolutionisme.

Keuzemogelijkheden

En dat sluit weer perfect aan bij Civ. Je kunt ruwweg je eigen weg naar de toekomst plannen. Sommige vaardigheden en technieken moet je simpelweg verwerven, maar er is redelijk wat vrijheid. Dat maakt het mogelijk alternatieve geschiedenissen te verkennen. Een samenleving zonder militaire middelen zal worden weggevaagd en een samenleving zonder wetenschap heeft evenmin veel toekomst. Duitsland kan de Tweede Wereldoorlog met geen mogelijkheid winnen. Het zijn misschien geen grootse lessen over het verleden, maar het geeft toch wel enig inzicht.

Tot slot

Ik weet niet goed welke versie het beste is. Civ III introduceerde allerlei futuristische dingen die eigenlijk niet leuk waren. Het design van de laatste versie, Civ VI, is prachtig maar ik vind het niet half zo leuk als het wat onbeholpen Civ II. Misschien geef ik daar de voorkeur aan omdat ik het spel met die versie heb leren spelen. U kunt die versie hier online spelen. Beste advies dat ik u geven kan: sla het spel vaak op.

[Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

15 gedachtes over “Geliefd computerspel: Civilization

  1. Jort Maas

    Oh, uren en uren. Vanaf Civ1 tot Civ3. Daarna afgehaakt geloof ik. Geweldig spel, alhoewel ik het als klein jongetje al vreemd vond dat je in Civ1 met een catapult kans had een tank uit te schakelen. Dat werd gefixt in Civ2. Ik had zo’n poster met ‘advances’/’discoveries’ en dan probeerden we de snelste weg te vinden naar overwinning. Apropos, heb je/ga je het laatste boek van David Graeber lezen? Dat sluit wel aan bij je stukje over ‘ontwikkeling’.

    1. Rob Duijf

      Er is iets dat al vele duizenden jaren onveranderd is gebleven en dat is de menselijke psyche, onze innerlijke belevingswereld. Het is jammer dat daar in onze opvoeding geen aandacht voor is, want de kwaliteit van de psyche achter ons handelen – ons denken, ons bewustzijn – bepaalt de kwaliteit van de culturele wereld die daar uit voortkomt.

      In het brein zul je die psyche niet vinden, want hij bestaat niet. De psyche wordt gevormd door de opvoeding, de gemeenschap, de maatschappij, de cultuur waarin je wordt geboren en die zo wordt bestendigd en doorgegeven aan de volgende generatie.

      Een van de gewoonten die het brein door conditionering krijgt aangeleerd, is die van identificatie, de vereenzelviging met ideeën, het aannemen van identiteiten die onvermijdelijk conflicteren met andere identiteiten. Dat is een levensgevaarlijke gewoonte die diep verankerd is in ons bewustzijn en ten grondslag ligt aan de menselijke tragedie!

      Als we die tragedie willen beeindigen, dan zal die verandering in onze psyche, ons bewustzijn moeten plaatsvinden, wil ons handelen veranderen. Dat is geen kwestie van evolueren naar een gewenste, geïdealiseerde toekomstige situatie, omdat dat de tragedie in stand houdt, maar een radicale verandering, die de gewoonte van identificatie doorbreekt, waardoor er een nieuwe wereld kan ontstaan.

    2. Ben Spaans

      Grote mannen geschiedenis (m/v) – niemand zit te wachten op een spel dat draait om de landbouw in Romeins Portugal toch, om een vermoedelijk trauma van de MB aan te halen…🙄

      Slavernij uit het spel halen is begrijpelijk maar wel laf.

      Ik ben zelf een waardeloos spelpersoon. Alleen met kennisspelletjes kan ik uit de voeten. Ergens wel triest…?

      1. Karel van Nimwegen

        Ik denk dat een spel over landbouw in Romeins Portugal nog vrij populair zou kunnen zijn. FarmVille is althans waanzinnig geliefd.

  2. Dirk Zwysen

    Ik heb jaren graag Age of Empires gespeeld, de versie die zich uitsluitend in de Oudheid afspeelde. Individuen komen daar niet aan bod. Je stuurt je ‘mannekes’ om bossen te rooien, grond te bewerken, te bouwen en te veroveren. Vooral priesters waren gegeerd want daarmee kon je de vijand bekeren en inlijven.

    In de Standaard verklaarde columniste Mia Doornaert recent nog maar eens de Europese ontdekkingsreizen en kolonisatie vanuit een Europese ondernemingszin die bijvoorbeeld de Chinezen na Zheng He ontbeerden. Enkele dagen geleden opperde een divers drietal wetenschappers (een klinisch bioloog, een arts en een taalwetenschapper) een andere verklaring. Oost-Aziaten zijn door genetische factoren vatbaarder voor een tekort aan vitamine C, en dus scheurbuik.

    “Mogelijk keek China ondanks zijn superieure geografische inzichten en geavanceerde maritieme kennis tijdens het zeiltijdperk aan tegen grote verliezen aan zeelieden, en beperkte het zijn maritieme expedities daardoor tot kustvaart. Het bronnenmateriaal over Zhengs expedities schept daarover geen klaarheid. Helaas werd een groot deel van de archieven wellicht al enkele decennia na zijn dood vernietigd. We weten wel dat toen keizer Chenghua de expedities nieuw leven wou inblazen, zijn minister Liu Daxia negatief advies gaf met het argument dat Zhengs exploten aan een zeer groot aantal opvarenden het leven hadden gekost. ”

    Overigens spelen die verschillen ook binnen Europa een rol: Bretoenen hebben ook een genetische hindernis die vitamine C destabiliseert, iets waar Nederlanders geen last van hebben. Dat zou mee verklaren waarom Frankrijk op Quebec gericht was en Nederland het Verre Oosten kon bereiken.

    “Voor ons is dit een en-enverhaal. De politiek was zeker een dwingende factor. Geen enkele Zheng He-expert en Ming-historicus zal dat in twijfel trekken. Maar genetische factoren waren eveneens erg dwingend. Wanneer je historische feiten wil verklaren, moet je ook met die laatste factoren rekening houden.”

    de column van Mia Doornaert: https://www.standaard.be/cnt/dmf20211117_98206197

    de reactie erop: https://www.standaard.be/cnt/dmf20211122_98050245
    https://www.standaard.be/cnt/dmf20211122_98050245

    1. FrankB

      De Franse Oost-Indische Compagnie (gesticht in 1664) was actief in India. Tussenstops: Madagascar, Reunion, Mauritius en de Seychellen.
      Misschien was die Bretonse genetische eigenaardigheid tijdelijk eventjes geparkeerd, want de Fransen werden ongeveer een eeuw later (de Zevenjarige Oorlog) India uit geschopt door de Engelsen.

  3. Ben Spaans

    De Bretoenen waren echt niet de enige Franse onderdanen die de zee op konden.

    Had die vloot van Zheng He niet hele groentetuinen aan boord?

  4. Robbert

    Aha, Rob Duijf, ik stel er maar weer eens tegenover en niet om wie dan ook te overtuigen, dat identiteit, wij, zij en conflict de kern van ons bestaan vormen, wat zeg ik, van ieder levend wezen. Waarbij onlosmakelijk hoort: samenwerking.

    1. Rob Duijf

      Dat hoor ik jou vaker zeggen, Robbert. Maar klopt het ook? Ik denk het en ik zal je laten zien waarom.

      Zeker vormt conflict de kern van het menselijk bestaan, maar dat ook voor ieder levend wezen?

      In de jungle die we natuur noemen, leeft het ene organisme van het andere, probeert de ene boom boven de andere uit te groeien om het meeste licht te vangen, is er strijd om het sterkste zaad door te geven etc. Er is echter ook symbiose, waarbij organismen wederzijds voordeel hebben, zoals schimmels in de bodem organisch materiaal verteren en daarvoor door bomen worden beloond met suikers. En als je wat verder uitzoomt, dan blijkt dat allerlei organismen die ogenschijnlijk op zichzelf lijken te bestaan een groter verband vormen, een ecosysteem. En als nog wat verder uitzoomt, dan vormt de natuur zelf een ecosysteem. Ecosystemen kunnen instorten en ze kunnen zich herstellen. Dat is op aarde al talloze malen gebeurd. Dat is natuur.

      Maar er is nog een jungle en dat is de culturele wereld die het product is van menselijk handelen. Dan handelen wordt aangestuurd door het denken en denken is verbeelding. Alles wat de mens voortbrengt, is ooit begonnen met een gedachte, een idee. Praktisch is dat noodzakelijk, omdat we zonder dat voorstellingsvermogen als moderne mens – Homo sapiens – niet kunnen bestaan.

      Maar behalve dat we in staat zijn praktisch  ideeën te realiseren en dingen te maken en mannetjes op de maan te laten lopen, waarvoor organisatie en samenwerking noodzakelijk zijn, gebeurt er nog iets anders.

      Ideeën zijn verbeelding en verbeelding is illusie, totdat ze door ons handelen realiteit worden en de illusie wordt verwerkelijkt. Wanneer we ons vereenzelvigen met ideeën ontstaat een psyche met een geconditioneerd virtueel centrum, het ‘ik’, met egocentrisch eigenbelang dat onvermijdelijk conflicteert met ‘ander ik’, met ander egocentrisch eigenbelang. Dat conflict is niet natuurlijk maar cultuurlijk, omdat het wortelt in verbeelding die zich manifesteert in de werkelijkheid.

      Zo heeft de mensheid zich losgedacht van de natuur, alsof de natuur iets anders is dan wij zelf zijn, en zo denkt het ene individu en de ene groep zich los van de andere. Die verdeeldheid hebben we gedurende duizenden jaren gecultiveerd. Samenwerking verondersteld eenheid, maar die eenheid is er niet, omdat we verdeeld denken. En die verdeeldheid, die afgescheidenheid, die ons enerzijds angst inboezemt en ons anderzijds doet verlangen naar verbinding, naar vereniging, is gebaseerd op illusie.

      Als je dat inziet, niet theoretisch als een intellectuele exercitie, maar feitelijk, dan is daarmee de verdeeldheid in jouzelf beëindigd en dus is ook jouw handelen niet langer verdeeld en breng je geen verdeeldheid voort, noch hou je verdeeldheid in stand. Dan pas ben je tot echte, zuivere samenwerking in staat.

    2. Rob Duijf

      Dat hoor ik jou vaker zeggen, Robbert. Maar klopt het ook? Ik denk het NIET en ik zal je laten zien waarom…

      Essentieel woordje vergeten…

Reacties zijn gesloten.